10 juni 1628 (123)
Wouter Jansz. verkoopt aan Michiel Jacobsz., brouwer in Het Hart te Dordrecht, een jaarlijkse losrente van 35 Carolusgulden, te lossen met de hoofdsom van 500 Cgld. Wouter Jansz. verhypothekeert deze som op 2 morgen eigen land in het Oudeland van Moerkercken. Oost Herman Godschalcksz., zuid het land van de Leprosen binnen Dordrecht, west het landvan het weeshuis binnen Dordrecht en noord de Achterweg. Voorts zekert hij deze som op zijn huis(ing), waar hijtegenwoordig in woont, en op 2 bergen, keten en een boomgaard. De grond waarop dit huis staat is eigendom van hetArmen-Weeshuis te Dordrecht. De hoeve staat aan de noordzijde van de Dorpweg oftewel sHeerenstraat in Mijnsheerenland,tegenover het Hof van Moerkercken. (Deze hoeve is eertijds inbezit geweest van Jan Heijesz., gehuwd met AdriaentgeAdriaensdochter. Hun dochter Heijltge Jan Heijesdochter huwt Jacob Cornelisz. aan de Blaak, één van de directevoorvaderen in rechte linie van het geslacht Van Eis. De hoeve gaat ca. 1553 over op Pieter Cornelis Joostensz., die metde weduwe van Jan Heijesz. trouwt. Vor 1602 is deze hoeve in het bezit van Ghijsbrecht Pietersz. Meeuwenhil, gehuwd metMariken Adriaen Aelbrechtsdochter Roos; L.H.v.E.)
Nota: Desen besegelden rentebrieff bij mij op ten 15en Junij 1628/wesende op een donder-dach s morgens omtrent 5vuijren/t onsen huijse in t camerken an Wouter Jansz. gelevert om den selven an Michiel Jacobsz. Cotermans/brouwer in tHart tot Dordrechtte leveren.
--
Hij trouwde, ongeveer 40 jaar oud, omstreeks 1590 in ? met de ongeveer 37-jarige
14379 Marichie Adriaens Aelbrechtsdr Roos, geboren in 1553 in Klaaswaal. Zij is overleden op 08-08-1602 in Mijnsherenland, 48 of 49 jaar oud.
Notitie: Notities bij Marichie Adriaens Aelbrechtsd Roos
NATI Nederlandse
Marichen huwde (1e) voor 22-10-1573 met Aert Gijsbrechts Hacke. Ze overleed op 08-08-1602 te Mijnsheerenland en werd inde kerk begraven.
--
ORA Moerkerken
12 juni 1606 (15)
Adriaen Aertsz Hacke en Michiel Aertsz Hacke, zijn broer, vervangende Cornelis Ghijsbrechtsz in Charlois, hun zwager, machtigen Cornelis Pietersz Nieuwenboer en Wouter Jansz in de Linde, hun zwagers, om uit hun naam te mogen eisen voor de Gerechten van Odolphusland of -plaat al zodanige
penningen als de voorschreven comparant als erfgenamen van Ghijsbrecht Pietersz Meeuwenhil en Marichge Adriaen Aelbrechtsdr. , hen lieden oom en (schoon-) moeder sprekende hebben op Johan Haeck, wonende binnen Odolphusland genaamd Oolkensplaat.
--
Dingboek Mijnsheerenland.
28 mei 1607 :
Cornelis Gijsbrechtsz. uit Charlois, gehuwd met Cunera Aart Gijsbrechtsdr., Cornelis Pietersz. Nieuweboer, gehuwd met Nelleken Gijsbrechtsdr., en Wouter Jansz., gehuwd met Maritje Gijsbrechtsdr., altezamen mede-erfgenamen en cohetiers van wijlen Gijsbrecht Pietersz. Meeuwenhil en Maritge Adriaan Albrechtsdr., machtigen Adriaan Aartsz. Hacke, mede erfgenaam van Maritge Adriaansdr., zijn moeder, om te procederen tegen Pieter Cornelisz. alias jonge Romeijn, gehuwd met de weduwe van Jacob Jacobsz.,eertijds inner van de verkochte goederen van voornoemde Meeuwenhil en diens huisvrouw, verkocht op 3 november 1603.
--
17 mei 1608:
De weduwe van Aart Pietersz. Lopiker deponeert bij de rechtbank 2 gouden Engelse penningen, geslagen door Jacobus, het stuk voor 11 Karolusgulden en 4 stuivers. Dit als betaling of afbetaling van een huis en erf, door bovengenoemde weduwe of haar zaliger man gekocht van de erfgenamen van Gijsbert Pietersz. Meeuwenhil en Maritje Adriaan Albrechtsdr.
--
(G/T) Zerk, afm. 111 x 57,5 cm; randschr.: HIER LEIT BE/ GRAVEN MARIKEN
AERIENS D DIE HVIS/ VROV VAN GISBERT PIETERSZ/ inschr.: MEEVWEN/ HIL
SI/ STERF DEN/ 8 AVGVSTI/ 1607
--
Zij is weduwe van Aert Gijsbrechts Hacke, met wie zij trouwde (1), 29 of 30 jaar oud, op 22-10-1583 in Mijnsherenland.
Kind uit dit huwelijk:
I. Marichgen Ghijsbrecht Pietersdr Meeuwenhil, geboren in Mijnsherenland (zie 7189).
14388 Pieter Lenaertsz in ’t Veld, geboren in 1553 in Barendrecht. Hij is overleden vóór 1634 in ’s - Gravendeel, ten hoogste 81 jaar oud.
Hij trouwde met
14389 Neeltje N.n., geboren in 1555 in ?. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Coenraat Pietersz in ’t Veld, geboren in 1580 in Barendrecht (zie 7194).
14390 Adriaen Jacobsz Hordijck, geboren in 1540 in Barendrecht. Hij is overleden in 1598 in Barendrecht, 57 of 58 jaar oud.
Hij trouwde, 29 of 30 jaar oud, in 1570 in Barendrecht met de 25 of 26-jarige
14391 Margarethe in ’t Veld, geboren in 1544 in Ridderkerk. Zij is overleden op 02-04-1604 in Barendrecht, 59 of 60 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Wijntje Hordijck, geboren in 1581 in Barendrecht (zie 7195).
14396 Cornelis Pieters Viskil, geboren in 1575 in ?. Hij is overleden in ?.
Hij trouwde met
14397 Annetge Jans van Engel, geboren in 1575 in ?. Zij is overleden in 1620 in Streijen, 44 of 45 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Cornelis Cornelisz Viskil, geboren in 1601 in ? (zie 7198).
14398 Fleuris N.n., geboren in ?. Hij is overleden in ?.
Hij trouwde met
14399 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Willemtje Fleurisse, geboren in ? (zie 7199).
14672 Leendert Cornelisz Roobol, geboren in 1525 in Rhoon. Hij is overleden in 1600 in Rhoon, 74 of 75 jaar oud. Hij is begraven op 01-06-1600 in Rhoon.
Notitie: Beroep: Boer, kooiker te Rhoon.
Functie: Mede-taxateur der 10e penning.
Functie: Ontvanger der Armen.
Functie van 1576 tot 1580: Schepen van Rhoon.
Functie van 1584 tot 1597: Schout van Rhoon.
Hij trouwde met
14673 Maartje Dirksdr Koorneef, geboren omstreeks 1530 in Rhoon. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Cornelis Leendertsz Roobol, geboren omstreeks 1581 in Rhoon (zie 7336).
14674 Cornelis Adriaensz Leeuwenburg, geboren omstreeks 1545 in ?. Hij is overleden op 01-06-1599 in Ridderkerk, ongeveer 54 jaar oud.
Notitie: Notities bij Cornelis Aartsz Leeuwenburg
ook bekend als Karssenboom de jonge
Beroep Boer
op hofstede den Leeuwenborch in de Nieuw-Reijerwaard
Beroep tussen 1575 en 1582 Ridderkerk, Zuid-Holland, NLD Zoek alle personen met gebeurtenissen in deze plaats
Heemraad
Overleden na 4 jan 1593
kinderen
1. Jacob Cornelisz Leeuwenburg, ovl. na 21 mei 1604, Poortugaal, Zuid-Holland,
2. Aert Cornelisz Leeuwenburg, ovl. ca. 1615
3. Ploentgen Cornelisdr Leeuwenburg, ovl. Ja, datum echter onbekend
4. Sijken Cornelisdr Kersseboom, ged. 31 mrt 1580, Ridderkerk, Zuid-Holland, NLD , ovl. 8 okt 1606, Ridderkerk, Zuid-Holland, NLD
5. Neeltgen Cornelisdr Leeuwenburg, ged. 16 mrt 1582, Rijsoord, Zuid-Holland, NLD begr. 8 jan 1669, Ridderkerk, Zuid-Holland, NLD
6. Teuntje Cornelisdr Leeuwenburg, ged. 3 mei 1587, Ridderkerk, Zuid-Holland, NLD
bron: http://www.voorouder.nl/genealogie/getperson.php?personID=I6352&tree=voorouders
Notities bij Cornelis Adriaens de Jonge Leeuwenburg
NATI Nederlandse
SURN Karssenboom
Ook bekend als KARSSENBOOM, geb. ca. 1540 in Ridderkerk, ovl. na 1 Jun 1599 in Ridderkerk, beroep boer. Zijnvoorgeslacht is ontleend aan het artikel van K.J. Slijkerman in OV 1999 bldz 223. Hij is sedert 1570 boer op hofstedeDen Leeuwenborch in de Nieuw-Reijerwaard, waaraan hij en zijn nakomelingen de familienaam te danken hebben. Hij islandeigenaar en huurder te Ridderkerk ca 1570. Heemraad van Ridderkerk (1560,1563,1565,1575,1582).
Hij trouwde, ongeveer 35 jaar oud, op 31-03-1580 in ? met
14675 Jenneke Aertsdr, geboren in ?. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Teuntje Cornelisse Leeuwenburg, geboren in Ridderkerk (zie 7337).
14716 Cornelis Jansz de Gruijter, geboren omstreeks 1590 in ?. Hij is overleden in ?.
Hij trouwde met
14717 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Aart Cornelisz de Gruijter, geboren omstreeks 1615 in ? (zie 7358).
14718 Lambert Hendriksz, geboren in ?. Hij is overleden in ?.
Hij trouwde met
14719 Marrigje Gerrits, geboren in ?. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Annigje Lamberts, geboren in ? (zie 7359).
14720 Bastiaan Groeneweg, geboren omstreeks 1560 in ?. Hij is overleden in ?.
Hij trouwde met
14721 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Willem Bastiaansz Groeneweg, geboren omstreeks 1590 in Puttershoek (zie 7360).
14722 Arie Willemsz Beut, geboren in ?. Hij is overleden in 1627 in ?.
Hij trouwde met
14723 Aechtje Jansdr, geboren in ?. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Leentje Ariens Beut, geboren in ? (zie 7361).
14752 Hendrik Willemsz Dijckgraeff, geboren omstreeks 1550 in Poortugaal. Hij is overleden vóór 19-04-1614 in Amsterdam, ten hoogste 64 jaar oud.
Notitie: Overleden vóór 19 apr 1614 Amsterdam, North Holland, Nederland Zoek alle personen met gebeurtenissen in deze plaats
Aantekeningen
bron; kwartier 8944 de hek Opgestart door : P. Werkman Montferland 9 2716 CB Zoetermeer Tel. 079-3212111
Heemraad van West-Barendrecht 1598, dijkgraaf van West-Barendrecht en Carnisse 1585-1611.
In 1585 volgde Hendrick Willemsz, Bastiaen Louwen op als dijkgraaf van West-Barendrecht en Carnisse. Van hem zijn verschillende zegels bewaard gebleven (wapen: drie ketelhaken of schoorsteenhalen, paalsgewijs geplaatst). In een akte gedateerd 14 juni 1600 stelde Heijndrick Willemsz, dijkgraaf van West-Barendrecht, zich op 16 juli 1600 (in de marge van deze akte opgetekend) borg voor Marten Willemsz in Barendrecht in diens zaak tegen Arijn Tonisz, schout van Barendrecht. Hendrick en Marten kunnen broers of halfbroers geweest zijn.
Op 7 februari 1604 transporteerden de voogden van de weeskinderen van Sijmon Jansz aan Heijndrick Willemsz Dijckgraeff, wonende in Barendrecht, een halve merge land in Dirk Smeetsland onder de ban van Charlois in het groote block. Aan de westzijde grensde dit perceel aan de grond van Heijndrick.
Op 27 mei 1612 werd een Arend Maertensz beëdigd als dijkgraaf van West-Barendrecht en Carnisse, zodat het mogelijk is dat zijn voorganger Hendrick Willemsz toen reeds overleden was. Met zekerheid kan dit gesteld worden voor 19 april 1614, toen de erfgenamen van Heijndrick Willemsz genoemd werden als belenders van een stuk land in het Nieuwe Bedijkte
Land van West-Barendrecht.
Tot op heden werd de echtgenote van Hendrick in geen enkele bron vermeld gevonden. Denkelijk zal zij in 1614 niet meer in leven zijn geweest.
Bron: De oudere generaties van het geslacht met de takken Hoogewerff, Jongendijckgraef, Bootser, Cranendonck en Nieuwenboer uit Barendrecht, door K.J. Slijkerman; De Nederlandsche Leeuw maart-april 1989.
Hij trouwde met
14753 Trijntje Jorisse, geboren omstreeks 1550 in ?. Zij is overleden omstreeks 1625 in ?, ongeveer 75 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Willem Hendriksz Hoogewerf, geboren op 05-05-1579 in Poortugaal (zie 7376).
14754 Aert Hendriksz van Driel ( groenendijk ), geboren omstreeks 1520 in Poortugaal. Hij is overleden op 12-07-1596 in Poortugaal, ongeveer 76 jaar oud.
Notitie bij overlijden: Hij is begraven in een zerk in de kerk.
Hij trouwde, ongeveer 38 jaar oud, in 1558 in Poortugaal met de ongeveer 28-jarige
14755 Geertruid Adriaans van Driel, geboren omstreeks 1530 in Poortugaal. Zij is overleden op 25-12-1598 in Poortugaal, ongeveer 68 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Neeltje Aertsdr van Driel, geboren in 1573 in Poortugaal (zie 7377).
14808 Hendricx Carrebijn, geboren omstreeks 1553 in ?. Hij is overleden in ?.
Hij trouwde met
14809 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Joost Jan Carrebijn, geboren omstreeks 1585 in Rhoon (zie 7404).
14812 Cornelis Cornelisz Soeteman, geboren omstreeks 1551 in Pernis. Hij is overleden omstreeks 1622 in Pernis, ongeveer 71 jaar oud.
Hij trouwde met
14813 Teuntje Ariens, geboren in Hoogvliet. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Cornelis Cornelisz Soeteman, geboren omstreeks 1586 in Pernis (zie 7406).
14832 Jan Leenderts Comans, geboren na 1545 in Rhoon. Hij is overleden op 15-12-1603 in Rhoon, ten hoogste 58 jaar oud.
Hij trouwde, ten hoogste 52 jaar oud, in 1597 in Rhoon met de ten hoogste 32-jarige
14833 Heiltje Huijbrechts de Wercker, geboren na 1565 in Rhoon. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Jan Jans Coman, geboren na 1580 in Pernis (zie 7416).
14834 PieterJans Wagemaker, geboren omstreeks 1566 in Poortugaal. Hij is overleden in ?.
Hij trouwde, ongeveer 28 jaar oud, op 08-12-1594 in Poortugaal met de ongeveer 15-jarige
14835 Grietje Pieters Vermaat, geboren omstreeks 1579 in Poortugaal. Zij is overleden vóór 21-07-1601 in Poortugaal, ten hoogste 22 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Trijntje Pietersdr Wagemaker, geboren in 1600 in Poortugaal (zie 7417).
15232 Claes Stortenbeeker, geboren omstreeks 1600 in Alphen a/d Rijn. Hij is overleden in ?. Hij trouwde (2), ongeveer 32 jaar oud, op 25-07-1632 in Rotterdam met Maertje Pieters (geb. ±1600), ongeveer 32 jaar oud.
Hij trouwde (1), ongeveer 25 jaar oud, op 06-04-1625 in Hillegersberg met de ongeveer 25-jarige
15233 Neeltgen Maertens, geboren omstreeks 1600 in Hillegersberg. Zij is overleden omstreeks 1630 in Alphen a/d Rijn, ongeveer 30 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Jan Stortenbeeker, geboren omstreeks 1625 in Alphen a/d Rijn (zie 7616).
15252 Abraham du Fresnoy, geboren op 11-02-1596 in Sedan ( Frankrijk ). Hij is overleden vóór 1654 in Sedan ( Frankrijk ), ten hoogste 58 jaar oud.
Hij trouwde met
15253 Jeanne Malazie, geboren in ?. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Thomas du Fresnois, geboren op 30-11-1631 in Sedan ( Frankrijk ) (zie 7626).
15254 Jean Desroches, geboren in ?. Hij is overleden op 02-12-1658 in Sedan ( Frankrijk ).
Hij trouwde met
15255 Cathérine Collas. Zij is overleden op 26-07-1654 in Sedan ( Frankrijk ).
Kind uit dit huwelijk:
I. Sara Desroches, geboren op 29-10-1632 in Sedan ( Frankrijk ) (zie 7627).
15520 Helmert Jansz van Lockhorst, geboren in 1533 in ?. Hij is overleden in ?.
Hij trouwde met
15521 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Jan ( Johan ) Helmerts van Lockhorst, geboren in 1565 in ? (zie 7760).
15528 Frans Hendricksz van Overeem, geboren omstreeks 1537 in Renswoude. Hij is overleden vóór 1599 in Woudenberg, ten hoogste 62 jaar oud.
Hij trouwde, ongeveer 28 jaar oud, omstreeks 1565 in Woudenberg met de ongeveer 21-jarige
15529 Dirkgen Franzen, geboren omstreeks 1544 in Woudenberg. Zij is overleden vóór 1614 in Woudenberg, ten hoogste 70 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Helmert Fransz van Overeem, geboren omstreeks 1575 in Woudenberg (zie 7764).
15530 Frans Adriaensz van Triest, geboren in 1560 in Woudenberg. Hij is overleden omstreeks 1652 in Woudenberg, ongeveer 92 jaar oud.
Hij trouwde, 29 of 30 jaar oud, in 1590 in Woudenberg met de ongeveer 5-jarige Jannigje Fransen van Ravensloot.
Notitie bij het huwelijk van Frans Adriaensz van Triest en Jannigje Fransen van Ravensloot: Hij was Schout.
15531 Jannigje Fransen van Ravensloot, geboren omstreeks 1585 in Woudenberg. Zij is overleden omstreeks 1635 in Woudenberg, ongeveer 50 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Gijsbertgen Frans van Triest, geboren in 1593 in Woudenberg (zie 7765).
15534 Gerrit de Cruijff, geboren omstreeks 1580 in ?. Hij is overleden in ?.
Hij trouwde met
15535 Bertje Meusen, geboren omstreeks 1585 in ?. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Willemijntje Gerritsen de Cruijff, geboren omstreeks 1610 in ? (zie 7767).
15544 Rijk Cornelissen van Blootenburg, geboren in ?. Hij is overleden vóór 10-1605 in ?.
Hij begon een relatie met
15545 Claesgen Dircksen, geboren in ?. Zij is overleden op 15-10-1603 in ?.
Kind uit deze relatie:
I. Gerrit Rijcks van Blootenburg, geboren in 1570 in Woudenberg (zie 7772).
15546 Frans Adriaensz van Triest, geboren in 1560 in Woudenberg. Hij is overleden omstreeks 1652 in Woudenberg, ongeveer 92 jaar oud.
Notitie: Hij was schout en Herbergier.
Hij trouwde, 29 of 30 jaar oud, in 1590 in Woudenberg met de ongeveer 25-jarige
15547 Jannigje Fransen van Ravensloot, geboren omstreeks 1565 in Woudenberg. Zij is overleden omstreeks 1635 in Woudenberg, ongeveer 70 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Adriaentgen Fransdr van Triest, geboren in 1590 in Woudenberg (zie 7773).
15548 Matheus Gerritsz van Langelaer, geboren omstreeks 1560 in Scherpenzeel. Hij is overleden in 1615 in Scherpenzeel, ongeveer 55 jaar oud.
Hij trouwde, ongeveer 25 jaar oud, omstreeks 1585 in Scherpenzeel met de ongeveer 20-jarige
15549 Ariaantje Sanders van Wolfswinkel, geboren omstreeks 1565 in Scherpenzeel. Zij is overleden op 13-04-1628 in Scherpenzeel, ongeveer 63 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Cornelis Matheusdr van Langelaer, geboren in 1595 in Scherpenzeel (zie 7774).
Generatie 15 (stamoudgrootouders)
18424 Cornelis Philipsz van der Maet, geboren omstreeks 1507 in Utrecht. Hij is overleden in ?.
Notitie: Hij was brouwer en biersteker.
Hij trouwde, ongeveer 21 jaar oud, omstreeks 1528 in Rotterdam met de ongeveer 23-jarige
18425 Katrijn Jansdr Coning, geboren in 1505 in Rhoon. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Philip Cornelisz Vermaat, geboren in 1530 in Rhoon (zie 9212).
18426 Gerrit van Rhoon, geboren omstreeks 1510 in Rhoon. Hij is overleden in 1601 in ?, ongeveer 91 jaar oud.
Notitie: Notities bij Gerrit van Rhoon
Gerrit was joncheer. (OV 1999) Schildknaap, Baljuw van Rhoon, Putten en Geervliet.
Eigenaar van het slot Valckensteijn onder Portugaal (1578 - 82).Heemraad van Rhoon
Hij trouwde (2), ongeveer 50 jaar oud, omstreeks 1560 in ? met Catharina van der Does.
Hij trouwde (1), ongeveer 24 jaar oud, omstreeks 1534 in ? met de ongeveer 24-jarige
18427 Katrijna Clementsdr, geboren omstreeks 1510 in ?. Zij is overleden vóór 10-03-1559 in ?, ten hoogste 49 jaar oud.
Notitie: Notities bij Katrijna Clementsdr.
De moeder van Helena van Rhoon blijkt uit een acte van 10 maart 1559 in het Weeskamer Archief Ùts-Gravenhage 124, blz. 108,
waarin Aernt Clementsz. en Annetge Clementsdr. verklaren dat Adriaentge Andriesdr., weduwe Clement Aertsz. dezer wereld is
overleden, achterlatende de beide comparanten met nog een natuurlijk (onwettig) kindskind genaamd Helena Gerritsdr. de welke een Gerijt van Roen geprocreerd heeft bij saliger Katrijna Clementsdr., haar dochter; over Helena worden voogden aangesteld, zij is dan dus nog minderjarig. (F. Kwekel)
Kind uit dit huwelijk:
I. Helena Gerritsdr van Rhoon, geboren omstreeks 1535 in ’s - Gravenhage (zie 9213).
28752 Daem Cornelisz, geboren omstreeks 1510 in ?. Hij is overleden vóór 26-07-1565 in ?, ten hoogste 55 jaar oud.
Notitie: Notities bij Daem Cornelisz
NATI Nederlandse
K.J. Slijkerman: boer, landgebruiker in Nieuw-Reyerwaard, overl. voor 26-7-156(5?) tr. Maeritgen Ariaensdr., overl. na 26-7-156(5?), dochter van Adriaen Wijtensz., boer aan de Drogendijck onder Ridderkerk, waarsman van De Ziedewij, en Baertgen Symonsdr. In het kohier van de 10e penning over de huizen te Ridderkerk over 1553 is het huis van Daem Cornelisz. aangeslagen. Blijkens het kohier van de 10e penning van Ridderkerk over 1557 hield Daem Cornelisz. de gehele’Neel Daemen houff van 12 mergen’ in Nieuw-Reyerwaard in huur van verscheidene eigenaars. Uit de naamgeving van di perceel blijkt wel dat zijn vader dit ook had gebruikt en hieraan zijn naam had gegeven. Tevens had Daem in Nieuw-Reyerwaard 2 mergen in ’Den Danckerts houff van 9½ mergen’en de gehele ’Pieter Hugez. houff van 13½ mergen’ ingebruik. Met al deze huurlanden komt hij ook voor in het kohier over 1561. In het ca. 1570/1575 opgemaakte kohier van de 6e penning" blijken al deze landerijen door zijn broer Matheus Cornelisz. in huur te zijn overgenomen, zodat na het overlijden van Daem de pacht van diens brui landen op Matheus waren overgegaan. Baertgen Symonsdr., met voogdhand voo haar zelf, Wijt Ariaensz., Tonis Ariaensz., Cleys Ariaensz., Comelis Geritsz., als man en voogd van Ariaenge Ariaensdr.,Daem Cornelisz., als man en voogd van Maeritgen Ariaensdr. en Yngeken Ariaensdr., verkochten gezamenlijk op 26-7-156(5?)(akte beschadigd) aan Joris Diercxz. een ’huys, worff, berch, scuyer, boegert, telynge’ etc. aan de Drogendijck, welke aan de zuidzijde was belend aan de Zwijndrechtse Waard en noordelijk aan de Drogendijck.
Hij trouwde met
28753 Maeritgen Ariaensdr, geboren in 1515 in Ridderkerk. Zij is overleden op 26-07-1565 in ?, 49 of 50 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Jan Damen van der Linden, geboren in ? (zie 14376).
28754 Lenart Gerritsz Cranendonck, geboren in 1505 in ?. Hij is overleden na 01-01-1581 in ?, minstens 76 jaar oud.
Notitie: Hij was bouwman en heemraad te Ridderkerk.
Notities bij Lenert Gerritszoon Cranendonck
Lenert Gerritsz. Cranendonck, geboren rond 1511 te Ridderkerk, overleden na 01-06-1581 aldaar. Hij was landeigenaar in de Oud-Reijerwaard, o.a. tussen de Zeedijk en de Tiendweg, en van buitendijks land. Lenert was meer dan twintig jaar heemraad van Ridderkerk (1553-73 en 1577). Hij huwde met Mariken Woutersdr., overleden na 1579 te Ridderkerk.
Uit het huwelijk van Lenert en Mariken: Grietje Lenertsdr. Cranendonck. Zie XIII.
Hij trouwde, ongeveer 20 jaar oud, omstreeks 1525 in Ridderkerk met de ongeveer 15-jarige
28755 Mariken Woutersdr, geboren in 1510 in Ridderkerk. Zij is overleden in 1579 in ?, 68 of 69 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Syken Lenartsdr Cranendonck, geboren in 1554 in Ridderkerk (zie 14377).
28756 Pieter Cornelissen Joostensz Meeuwenhil, geboren in 1522 in Mijnsherenland. Hij is overleden op 29-05-1603 in Mijnsherenland, 80 of 81 jaar oud.
Notitie: Notities bij Pieter Cornelis Joosten
SURN Pieter Cornelissen Joostensz Meeuwenhil
Op 27-03-1543 werd Pieter meerderjarig genoemd. Hij was bouwman in het Oudeland onder Mijnsheerenland en van 1546 tot1566 waarsman van deze polder en in 1575 Heilige Geestmeester. Op 22-02-1580 was hij heemraad van het Ambacht vanMijnsheerenland vanMoerkerken. Tussen 05-12-1545 en 04-07-1550 huwde hij (1e) Ariaentje Ariaens, weduwe Jan Heijnensz.
R.A. Mijnsheerenland. EXXIV-6, d.d. 4 januari 1626.
Joost joostensz aan de Blaeck in huwelijk hebbende Marichie Cornelis Joostendr. en Pieter Cornelis Meeldijck in huwelijkhebbende Adriaantje Pieter Cornelis Joostendr erfgenamen van Pieter Cornelisz, in de wandeling genaamd Pieter Eliasz endat van moederswegen Pieter Pietersz Doesburg is een zoon van Pieter Cornelis Joostendr en had nog 3 broeders en 5zusters, Adriaan, Joost, Bouwen, Neelgen, Clartgen, Marietje, nu nog levende Adriaentje en Malubge.
4 juli 1550 (116ve)
Evert Adriaensz. van Dordrecht va Adriaen Aelbrechtsz. een jaarlijkse losrente van 12 Cgld, verzekerd op 10 morgen landin het OvM, voet onder voet met Jacob Adriaensz., zijn broeder.
Deze 10 morgen zijn gelegen in een weer land ter grootte van 20 morgen, hetwelk land nu gebruikt wordt door PieterCornelis Joostenz. met zijn huisvrouw Adriaentge Adriaensdr., (eerder weduwe van Jan Heyensz.); aan de oostzijde vandeze landerijen is gelegen het cijnsland van Jan Gerritsz. met zijn consoorten, aan het zuideinde de Maas, aan dewestzijde het land van het Heilig Geestgasthuis te Dordrecht en de Heilige Geest te Mijnsheerenland en aan hetnoordeinde de Jan Heyensz.weg.
1 juni 1551 (127ve - 128)
Kaveling van landerijen van de erfgenamen van Truijtge, wijlen echtgenote van Kors Pietersz. In den eersten is PieterKors Pietersz. gekaveld aan de ene helft van 6½ morgen eigen land in het Oudeland van Moerkercken bij Ariaentge, JanHeyensz. weduwe,en nu huisvrouw van Pieter Cornelis Joostenz. Verder is Pieter Kors Pietersz. nog gegrondkaveld aan 3morgen cijnsland, genaamd De Gheer, eveneens gelegen in het OvM. Willem Korsz., Dirck Korsz., Thonis Jacobsz., AdriaenPietersz., Pieter Korsz. en Dirck Lenertsz. zijn aanbedeeld 16½ morgen eigen land in Westmaas-Nieuwland, dat eensdeelsDirck Lenertsz. en anderdeels Kors Pietersz. gebruikt; hetwelk door hun 1539 van het zoute in het verse is bedijkt.Bovendien blijven zij bedeeld aan 6½ morgen vrij land bij Ariaentge Jan Heyens en aan 6 morgen cijnsland aan de weg bijJoost Jorisz. aldaar. Voorts is onder hen half en half gedeeld de havelijke goederen als paarden, koeien, horenbeesten,varkens en schapen, insgelijks de huisraad etc.
c.a. 1553
Zonder datum (156)
Dit zijn die eijghenaers van den sevenden cavele op de gront van Mijnsheerenlant onder de
dijckage van Beijerland1:
Jan Jansz. de Coninck
Janneke van der Schoor
De Regulieren Sinte Jans binnen Amersfoort
Pieter Cornelis Joostensz.
Steven Jansz.
Willem Kors Pietersz.
10 juni 1553 (24)
Pieter Cornelis Joostenz. is schuldig aan Gerrit Jansz., azijnbrouwer binnen Dordrecht, een jaarlijkse losrente van 3gouden Cgulden ten prijze van 40 groten Vlaams. Hij verzekert op 5 morgen cijnsland omtrent zijn huis en op debeterschap van zijn erf, keten en bergen.
15 december 1553 (5)
Pieter Cornelis Joosten, eertijds ev Ariaentge Adriaensdr., eerder weduwe van Jan Heyensz., verkoopt in tegenwoordigheidvan Cornelis Heyensz., Heynrick Jan Heyensz., en Jacob Cornelisz. van de Blaak aan Adriaen en Crijn Jan Heyesz. eenjaarlijkse losrente van 16 gouden Cgld verzekerd op zijn geheel huis, berg en op 5 mrg cijnsland in het OvM.
14 december 1553 (9ve)
Heynrick Jan Heyensz., Adriaen Jan Heyensz., Jacob Cornelisz., ev Heyltge Jan Heyensdr., Rochus Adriaensz., ev LijntgeJan Heyensdr., en Cornelis Heyensz., vervangende de onmondige Crijn Jan Heyensz., alle erfgenamen van AdriaentgeAdriaensdr., hun moeder en schoonmoeder, va Pieter Cornelis Joosten de helft v. 5 mrg cijnsland in het OvM en de helftvan de bouwstede, staande over de straat tegenover het Hof van Moerkercken.
1562: (augustus 23) Gedane schatting ten opzichte van de 10e Penning door de taxateurs Gerrit Engelsz., Pieter CornelisJoostenz., Lenert Adriaansz. en Jacob Cornelisz.
6 mei 1563:
Pieter Cornelis Joostensz. bekent overgedragen te hebben aan Reijer Jansz., koopman te Delft, een schuldbrief tergrootte van 60 Karolusgulden sprekende op Jan Willemsz. Bont te Delft en opgemaakt op 7 november 1562.
6 mei 1563:
Pieter Cornelis Joostensz. bekent overgedragen te hebben aan Reijer Jansz., koopman te Delft, een schuldbrief tergrootte van 60 Karolusgulden sprekende op Jan Willemsz. Bont te Delft en opgemaakt op 7 november 1562.
Dyngdach beropen in de kerck op 2 maart 1563 stilo ?:
Pieter Cornelis Joostenz. zal korting mogen hebben op zijn laatste omslag van het koren.
Genoemd: Roelant de molenaar. Het gerecht besluit dat men Jacob Cornelisz. (aan de Blaak) nog eens zal laten dagen opkosten van ongelijk.
12 november 1571 (61ve)
Pieter Cornelis Joostenz., wonende in Mijnsheerenland, is schuldig aan de eerzame Willemke van DrenckwaardWillemsdochter, weduwe van Screvel Ockersz. te Dordrecht, 1222 Cgulden als rest van een hoofdschuld vanwege de koop van7 morgen land in het Oudeland van Moer-kercken. Pieter Cornelis Joostenz. hypothekeert op deze 7 morgen land en op alzijn andere goederen.
Dyngdach beropen in de kerck op 2 november 1571 (f.131):
Pieter Cornelis Joostenz. zegt de voogdijschap op van zijn broers en zusters, verwekt door zijn overleden vader bijdiens echtgenote Ariaantje Bouwensdr. De kinderen zijn inmiddels tot hun mondige dagen gekomen en waren bij de opzeggingaanwezig met hun broer Adriaan Cornelis Joostenz., pastoor in Mijnsheerenland. Pieter Cornelis Joostenz. belooft tebetalen aan zijn stiefbroers en -zuster met namen Bouwen, Bastiaan en Maritje 8 Karolusgulden, die Jan Hermansz. zijnbroers en zuster schuldig is.
4 januari 1626 (329ve)
De 62-jarige Gerrit Pietersz. Steen verklaart op verzoek van Pieter Pietersz. Dousburch dat hem kennelijk is, dat PieterPietersz. Dousburch een natuurlijke zoon is van Pieter Cornelis Joostensz., gewoond hebbende in Moerkercken, welkePieter CornelisJoostensz. nog 3 broers en 5 zusters heeft gehad, namelijk: Adriaen Cornelis Joostensz., Joost CornelisJoostensz., Bouwen Cornelis Joostensz., Neeltge Cornelis Joostendr., Claertge Cornelis Joostendr., Marichge CornelisJoostendr., echtgenote van Joost Joostenz. aan de Blaak onder Heinenoord, Ariaentge Cornelis Joostendr. en MachteltgeCornelis Joostendr. Van welke personen gedescendeert zijn volgende personen: Van Pieter Cornelis Joostensz. devoornoemde Pieter Pietersz. Dousburch, nog 1 broer en2 zusters. Adriaen Cornelis Joostensz. heeft nagelaten 7 kinderen,waarvan nog 1 zoon, genaamd Adriaen Adriaensz. metselaer, 1 zoon heeft nagelaten, tegenwoordig wonende in Rotterdam.Joost Cornelis Joostensz. heeft 1 zoon nagelaten met name Adriaen Joostensz. Bouwen Cornelisz. heeft 3 kinderennagelaten, waarvan nog 1 dochter in leven is. Neeltge Cornelis Joostendr. heeft 8 kinderen nagelaten, waarvan nog 2 inleven zijn en kindskinderen. Claertge Cornelis Joostensz. heeft 3 kinderen nagelaten, waarvan nog 1 dochter in leven is.Marichge Cornelis Joostendr. is nog in leven en huisvrouw van Joost Joostensz. Ariaentge Cornelis Joostendochter heeft 5kinderen nagelaten, waarvan 5 nog in leven zijn. Machteltge Cornelis Joostendr. heeft 1 zoon nagelaten, verwekt bijCornelis Pietersz., genaamd Pieter Cornelisz. of anders geheten Pieter Eliasz., omdat zijn huisvrouw een dochter is vanElias Bastiaensz., eertijds secretaris op Heinenoord, die gestorven is zonder enige kinderen na te laten. De attestantverklaarde van moeders zijde de gerechte erfgenaam te zijn van de overleden Pieter Cornelisz.
Hij trouwde (2), 30 of 31 jaar oud, in 1553 in Mijnsherenland met Aeriaentje Ariens.
Hij trouwde (1) met
28757 Maertge Adriaensdr, geboren omstreeks 1525 in ?. Zij is overleden in 1553 in ?, ongeveer 28 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Ghijsbrecht Pieters Meeuwenhil, geboren omstreeks 1550 in ? (zie 14378).
28758 Adriaen Aelbrechtsz Roos, geboren in 1512 in ?. Hij is overleden in 1578 in Mijnsherenland, 65 of 66 jaar oud.
Notitie: Notities bij Adriaen Aelbrechtsz
Adriaen was in 1542 kerkmeester van Westmaas. Hij huwde (2e) vóór 08-07-1553 Maritge Jacobs Huygen, weduwe van Michiel Jansz. uit Mijnsheerenland. In 1573 was hij heemraad van Westmaas-Nieuwland en Mijnsheerenland van Moerkerken.
--
Omstreeks 1536 was Adr. Aalbr. getrouwd met ene Beatrix, weduwe van Heynen.
--
Adriaan was in 1536 gebruiker van een perceel gorzen in de Heerlijkheid Cromstrijen.
--
ORA Mijnsheerenland.
--
8 juli 1553 (154)
Adriaen Jan Dircksz., Sebastiaen Cornelisz., Heynrick Cornelisz. (gezworen landmeter van Mijnsheerenland ?), Adriaen Jansz., ev Neeltge Cornelis Heyensdr., Rochus Adriaensz. van Ridderkerk, ev Machteld Adriaensdr., va Adriaen Aelbrechtsz., ev Maritge Jacobsdr., 1½ morgen land in het OvM; hebbende op het oosten de Oostweg en op het noorden de Achterweg.
Genoemd: Wijlen Michiel Jansz., Heer Cornelis Jansz. (van der) Bies, pastoor, Aert Jansz., Sebastiaen Cornelisz., Simon Cornelis Heyensz., Janneken Cornelis Heyensdochter, Maritge Cornelis Heyensdr., erfgenamen van Michiel Jan Dircksz.
--
8 november 1553 (3ve)
Rochus Adriaensz. van Ridderkerk, ev Machteld Aelbrechtsdr., va Adriaen Aelbrechtsz. een jaarlijkse losrente van 6 gouden Cgld verzekerd op de landerijen van Dirck Cors Pietersz., dezelfde Dirck Cors Pietersz. aanbedeeld van zijn moeder Truytge, gelegen in het OvM. Genoemd: wijlen Adriaen Aelbrechtsz., Jan Heynricksz. van der Vest en Marichge Jacobsdr.
--
15 april 1554 na Pasen (26ve)
Vas Wittenz. is schuldig aan Adriaen Aelbrechtsz., nasaet van Michiel Jansz., 35 Cgulden en 18 stuivers vanwege een jaarlijkse losrente van 16 Cgulden en 8 stuivers.
--
26 april 1554 = 1555 (14ve)
Adriaen Jan Dircksz., Sebastiaen Cornelisz. Heyesz., vervangende zijn broer Simon Cornelisz. en Adriaen Jansz., ev Neeltge Cornelis Heyesdr. en gemachtigde van Maritge Cornelisdr., zuster van zijn huisvrouw. Rochus Adriaensz. van Ridderkerk, ev Machteld Adriaensdr., alle erfgenamen van Michiel Jan Dircksz., va Adriaen Aelbrechtsz., ev Maritge Jacobsdr., wed. van Michiel Jansz., 3 mrg 83 roe en 2 voet land in het NvM.
--
24 juli 1554 (22ve)
Adriaen Aelbrechtsz. en Maritge Jacobsdr., eerder weduwe van Michiel Jansz., va Adriaen Rochus Adriaensz. en Grietgen Rochusdr., alle kinderen van Rochus Adriaensz. Ridderkerk en verwekt bij Machteld Adriaensdr., een jaarlijkse losrente van 24 gouden Cgld verzekerd op 3 mrg 85 roe land in het NvM. Als executeurs-testamentair worden genoemd: Aert Jansz., Heer Cornelis Jansz. Bies, pastoor.
--
20 maart 1555 = 1556 (43ve)
Adriaen Aelbrechtsz., ev Maritge Jacobdr., eerder weduwe van Michiel Jan Dircksz., va Adriaen Rochusz. van Ridderkerk een jaarlijkse losrente van 18 gouden Cgld verzekerd op 3 mrg 83 roe land in het Westmaas-Nieuwland.
Genoemd: Grietgen en Leentgen Rochus Adriaensdr. Heer Cornelis Jansz. Bies, pastoor, en Aert Jansz.
--
30 juli 1556 (49ve)
Wouter Pietersz. va Adriaen Aelbrechtsz. 2 mrg 26 roe land, hem aangekomen bij dode van Jan Zoetelief Jansz. en diens echtgenote Willempje.
Genoemd: Pieter Pietersz. alias kooman Pier.
--
20 oktober 1556 (51ve)
Adriaen Aelbrechtsz., ev Maritge Jacobsdr., eerder weduwe van Michiel Jansz., va Adriaen Rochusz. een jaarlijkse losrente van 12 Cgld verzekerd op 3 mrg 83 roe in het NvM (Westmaas- Nieuwland).
--
26 mei 1557 (36)
Maerten Huijmansz. is schuldig aan Adriaen Aelbrechtsz. de som van 12 Cgulden en dit vanwege deugdelijke gerekende schulden.
--
22 september 1557 (59)
Heynrick Adriaensz., wonende in Westmaas-Nieuwland, va Adriaen Aelbrechtsz. 4 mrg cijnsland in het OvM achter het huis van Dirck Kors Pietersz.
--
13 december 1557 (38ve)
Aelbert Ghijssen is schuldig aan Adriaen Aelbrechtsz. 23 ponden groten Vlaams vanwege de koop van een geheel huis en erf, staande op het dorp van Mijnsheerenland, beoosten van de kerk. Oost: het huis van de kleermaker Simon Reyersz. Zuid: des Heerenstraat. West: het kerkslop, noordwaarts strekkende aan de Kerksloot. Bovengenoemd huis is belast met een jaarlijkse erfpacht t.g.v. de pastorij van Mijnsheerenland.
--
29 januari 1557 = 1558 (63)
Machteld Adriaensdr., ev wijlen Rochus Adriaensz. tot Ridderkerk, va Herman van der Bies Heynricksz. te Dordrecht een jaarlijkse losrente van 12 gouden Cgld verzekerd op 3 mrg 83 roe land in het NvM.
Genoemd: Adriaen Aelbrechtsz., Jan Jorisz., schout van Ridderkerk.
--
26 februari 1569 stilo ?:
Adriaan Jansz., getrouwd met Cornelia Adriaansdr., eerder weduwe van Willem Albrechtsz., transporteert aan Simon Jacobsz. Meijnert, voogd van Neeltje Willem Albrechtsdr., het recht op een brief of cedulle van A,B,C,D,E, sprekende op Adriaan Jacobsz., in Mijnsheerenland.
Dit tot zekerheid en betaling van het moederlijk besterf van Neeltje Willem Albrechtsdr., bedragende 323 Karolusgulden en 10 stuivers. Simon Jacobsz. Meijnert zal de brief in bewaring nemen totdat de 323 Karolusgulden opgebracht zullen zijn.
24 februari 1557 = 1558 (73)
Adriaen Aelbrechtsz. van de Westmaas va Dirck Lenertsz. 5 hond en 32 roe land in de 5e kavel, gelegen binnen de dijkage van Beijerland op de grond van Moerkercken over de Stougiesdijk in de Tien Kavelen.
--
24 februari 1557 = 1558 (74)
Dirck Lenertsz. verkoopt aan Adriaen Aelbrechtsz. van de Westmaas een jaarlijkse losrente van 12 Cgld verzekerd op 5 hond 32 roe land, gelegen in de dijkage van Beijerland op de grond van Moerkercken.
--
3 februari 1557 = 1558 (82ve)
Yeman Adriaensz. va Adriaen Aelbrechtsz. van de Westmaas 551 roe land, gelegen onder de dijkage van Beijerland op de grond van Moerkercken in de 10e kavel.
--
16 maart 1557 = 1558 (83)
Cornelis Adriaensz. Bel van Heinenoord va Adriaen Aelbrechtsz. 75 roe land gelegen in het Nieuwland van Mijnsheerenland op De Bosschen aldaar, weleer gekocht van de erfgenamen van Michiel Jansz.
--
12 december 1559 (42ve)
Daem Ynghe Oirbaertsz. is schuldig aan Adriaen Aelbrechtsz. 32 Cgulden als resterend bedrag van een rente daar Daem Ynghensz. huis mede belast was vanwege Pieter Jansz. Kindermaker. Hij verzekert deze som op 3 van zijn beste koeien.
Nota: Adriaen Aelbrechtsz. heeft te mijnre presente ghekent de vierden marty 64 stilo curie Hollandie deze willekoor betaelt te wezen van Daem Dammasz./nasaet van Dam (?) Daem Ynghe Oirbertsz.
--
10 maart 1560 stilo ? (45)
Aelbert Ghijssen is schuldig aan Adriaen Aelbrechtsz. 5 ponden groten Vlaams vanwege de koop van een rode bleste merry met een veulen.
--
1561 juni 12: Adriaen Aelbrechtsz. laat Jacob Cornelisz. panden vanwege 36 Karolusgulden, die hij schuldig is aan Lijntge, weduwe van Lambrecht Pietersz. Hij heeft van haar een paard gekocht en nog steeds niet betaald.
--
10 december 1562 (128)
Adriaen Aelbrechtsz. van de Westmaas, ev Maritge Jacobsdr., eerder weduwe van Michiel Jansz. (Michiel Jan Dircksz.), vertoont aan schout en heemraden het testament v. Michiel Jansz., geordonneerd met zijn vrouw Marichge op 27 februari 1552 = 1553 ten 1 uur na de middag.
Genoemd: Jan Jansz. Zoetelief, ev Willempje, grootvader en grootmoeder, Wouter Pietersz., Aechgen Jan Jansdr., ev Pieter Pietersz. alias Kooman Pier, die 353 roeden land, liggende in het Westmaas-Nieuwland, 1539 van het zoute in het verse bedijkt hebben. Zij legateren in dit testament 3 mrg 267 roe land aan de Heilige Geest in Mijnsheerenland, welk land hen niet geheel toebehoort.
--
17 februari 1563 = 1564 (148)
Willem Aelbrechtsz. van de Westmaas, gemachtigd van Lijntge, weduwe van Lambrecht Pietersz., va Jan Willemsz. van Nuissenburg, gemachtigde van Herman van der Bies Heynricksz., zijn schoonvader, 3 mrg land in het Oudeland van Moerkercken en in de garinge van Heinenoord.
Genoemd: Bastiaen Adriaensz., ev Mariken Lambrecht Pietersdr., en Adriaen Adriaensz., ev Machteld Lambrecht Pietersdr.
--
4 december 1565 (168ve)
Testament van Adriaen Aelbrechtsz. en Mariken Jacobsdr. Zij bezitten een aanzienlijk huis met keten, bergen, timmerage en anders, ten westen van het Kerkslop, ten zuiden de Heerenstraat en op het westen het huis van Jacob Aertsz. en op het noorden eensdeels het gehuurde weiland en eensdeels het gekochte erf van Jacob Dircksz., met nog een huisje door hen gekocht van Adriaen Cornelisz., smit, en gekomen van Pontiaen Thonisz.
--
4 december 1565 (171ve)
Maritge Jacobsdr., ev Adriaen Aelbrechtsz., bekennen voor schout en heemraden van Mijnsheerenland, dat zij om sunderlinghe en merckelijcke redenen geordonneerd en gemaakt hebben hun uiterste wil. Zij vermaken aan Maritge Aelbert Ghijssen, door Aelbrecht verwekt aan Anna Adriaensdr., die een dochter was van de broer van Maritge Jacobsdr., 3½ morgen land in het Westmaas-Nieuwland op De Bosschen benevens 100 Cgld en dat altezamen voor haar portie en aandeel van alzulk sucessie als dezelfde MaritgeAelbertsdr. mag succederen bij het overlijden van haar oude moeie Maritge Jacobsdr.
--
1565; niet afgemaakt (171ve)
Adriaen Aelbrechtsz. verklaart wegen zunderlinghe saken, dat hij de goederen van zijn zoon Jan Adriaensz. zal verhogen tot aan zijn huwelijken staat, zoals hij ook gedaan heeft met de goederen van zijn zoon Bastiaen en van zijn dochter Mariken, als dank voor zijn goede en getrouwe dienst aan hem, Adriaen Aelbrechtsz., gedaan.
--
1567 (194)
Adriaen van Moesienbroek Govertsz. va Adriaen Aelbrechtsz. 5 mrg land in het Oudeland van Moerkercken in een weer van 10 morgen. In de 5 morgen land zijn begrepen de ene helft van de betimmerde erven op het dorp van Mijnsheerenland ten oosten van deAchterweg, Adriaen Govertsz. aangekomen bij het overlijden van Willem van Drenckwaard op 16 juni 1567.
--
7 juli 1567 (195)
Adriaen Aelbrechtsz. va Adriaen van Moesienbroek Govertsz. te Dordrecht een jaarlijkse losrente van 43 Cgld en 15 stuivers, die hij hem verzekert op 5 morgen land in het OvM in een weer van 10 morgen land.
Genoemd: Cornelis Moesienbroek Adriaensz
--
3 september 1567 (197)
Andries Zegersz. va Adriaen Aelbrechtsz. 1 mrg en 1½ hond cijnsland bewesten de Westweg.
--
13 maart 1574 (62 ve)
Maritge, weduwe van Cornelis Meeusz., bekent ter presentatie van haar zoon Adriaen Cornelisz. schuldig te zijn aan Adriaen Aelbrechtsz., wijlen man en voogd van Maritge Jacob Hugensdr., 16 Cgulden en 10 stuivers die de weduwe Maritge op rente houdenzal vanwege de ene helft van een willekoor door Cornelis Meeusz. op 7 februari 1545 t.b.v. Michiel Jansz. verleden. Zij verzekert op 2 van haar beste koeien en voort op haar huis en andere goederen.
--
13 mei 1575 (65)
Cornelis Dammasz., wonende aan de Reedijk van Heinenoord, echtgenoot van Machteld ? Pietersdr., en erfgenaam van Lijn Jacobsdochter, dochter van genoemde Machteld, dewelke mede-erfgenaam is van Maritge Jacobsdochter, haar zuster, in het laatst van haar leven echtgenote van Adriaen Aelbrechtsz., is schuldig aan Jan Adriaensz. Troost op Heinenoord 34 Cgulden uit zake van een gerechte 3e deel van 16 ponden groten Vlaams, daar deze Cornelis Damasz. voor zijn portie als derde erfgenaam van zijn overleden schoonmoeder, welke jaarlijkse losrente van 16 ponden groten Vlaams door voornoemde Jan Adriaensz. Troost verzekerd waren op zeker land dat Lijn Jacobsdr. ten deel gevallen was bij de besterfenis van Mariche Jacobsdr., haar overleden zuster. Cornelis Damasz. hypothekeert deze som op 8 hont 137 roeden en 8 voeten land in het Nieuweland van Moerkercken.
--
23 februari 1575 stilo ? (65ve)
Adriaen Aelbrechtsz. is schuldig aan Dirck Kors Pieterz. 100 Cgulden en 11 stuivers als rest van een hoofdsom uit zake van de koop van 8½ hont land in het Oudeland van Moerkercken naast het kerkhof. Gemeen voet onder voet met Adriaen Corn. Meusz., echtgenoot van Janniche Adriaensdochter.
--
1 mei 1576 (67)
Jan Adriaensz. Troost, wonende op Heinenoord, is schuldig aan Adriaen Adriaensz. Huisman, achtergelaten kind van Marichen Adriaensdochter, zijn overleden moeder, 100 Cgulden uit zake van het testament van Marichge Jacobsdr., in het laatst van haar leven echtgenote van Adriaen Aelbrechtsz. Genoemde som zal Jan Adriaensz. onderhouden gedurende de tijd van 3 jaren.
--
20 januari 1576 stilo ? (67)
Adriaen Cornelis Meeusz., echtgenoot van Janniche Adriaensdochter is schuldig aan Adriaen Aelbrechtsz. 51 Cgulden vanwege een restschuld over de koop van land.
--
10 februari 1578 na gemeen schrijven (69ve)
Cornelis Cornelisz., wonende op ?t Stoutge, is schuldig aan Adriaen Aelbrechtsz. 75 Cgulden als rest voor de laatste helft over de koop van 475 roeden land, gelegen in de 10e Kavel op de grond van Moerkercken onder de dijkage van Beijerland, door Cornelis gekocht.
--
13 april 1578 stilo ? (folio 24):
Neeltje Cornelisdr. is toegevallen aan de boel van de overleden Adriaan Albrechtsz. één vierde deel van een bed met hoofdpeul, 2 dekens, een cantoorkleed, een blauw gordijn, 2 quade zitkussens en een weinig linnen- en tinnegoed, hetwelk tesamen getaxeerd is op 22 Karolusgulden.
Dingboek Mijnsheerenland.
Genoemd: Jan Adriaansz., oom van Neeltje Cornelisdr., vervangende haar andere broers en susters van moeders kant.
--
15 februari 1564 stilo ?:
Adriaan Albrechtsz. pandt het land daar hij jaarlijks 16 Karolusgulden en 8 stuivers op sprekende heeft. Jan Lenertsz. van Klaaswaal pandt Baris Adriaansz. vanwege een bepaalde som, waarvan de akte opgemaakt werd te Cromstrijen.
--
1566
De heemraden Aart Jansz., Adriaan Albrechtsz., Dirk Kors Pietersz., Gerrit Engelsz., Dirk Laurisz., Andries Zegersz. en Aart Gijsbrechtsz. stellen zich borg voor Maarten Huijmansz., die 2 Karolusgulden en 10 stuivers schuldig is aan Job Hermansz. Maarten Huijmansz. moet deze som binnen 12 nachten na Kerstmis vereffenen.
--
8 september 1567:
Adriaan Albrechtsz., gewezen waarsman binnenbans, machtigt Cornelis Splintersz. om voor hem de 2 omslagen te innen en te procederen.
--
19 februari 1567 stilo ?:
De beste koe van Adriaan Claasz. wordt t.b.v. Adriaan Albrechtsz. geschat op 20 Kgld.
--
6 december 1568:
Adriaan Albrechtsz. vertoont het gerecht 2 rentebrieven sprekende op het land van wijlen Vas Wittensz., welk land na diens overlijden verkocht en gegrondkaveld is. Adriaan Albrechtsz. verzoekt om een kopie van de overdracht met namen van de eigenaars.
--
26 februari 1569 stilo ?:
Adriaan Jansz., getrouwd met Cornelia Adriaansdr., eerder weduwe van Willem Albrechtsz., transporteert aan Simon Jacobsz. Meijnert, voogd van Neeltje Willem Albrechtsdr., het recht op een brief of cedulle van A,B,C,D,E, sprekende op Adriaan Jacobsz., in Mijnsheerenland.
Dit tot zekerheid en betaling van het moederlijk besterf van Neeltje Willem Albrechtsdr., bedragende 323 Karolusgulden en 10 stuivers. Simon Jacobsz. Meijnert zal de brief in bewaring nemen totdat de 323 Karolusgulden opgebracht zullen zijn.
--
24 november 1571:
Willem Evertsz., getrouwd met Barbara Witte, accordeert met Adriaan Albrechtsz. en Aart Jansz., kerkmeesters in Mijnsheerenland, betreffende de huur en gebruik van 1½ morgen kerkland aan de Polderweg in het Oostmolenblok. Willem Evertsz. zegt de huur op en is daarmede ontlast van de pacht, omslagen en de 100e Penning. Hem worden 7 Karolusgulden toegewezen die Cornelis Dirksz. op Puttershoek aan de kerk nog schuldig is. Genoemd als verdere pachter van het kerkland: Hubert Hermansz.
--
11 november 1574:
Adriaan Albrechtsz. heeft geaccordeert en toegelaten dat de arme mensen in Mijnsheerenland de ene helft van de pacht van het land dat Cleijs Jansz. gebruikt in de uiterwaard van de Vrouwe van Moerkercken zullen ontvangen. Ook de erfgenamen van Lijn Lammen, namelijk Machteld Lammen, die tot voogd gekozen had Adriaan Adriaansz. Verboudt, die voor hem zelf en als echtgenoot van Ariaantje met Jan Adriaansz. Troost uit de naam van zijn broer, weduwe van Maritje Lammen, geven toestemming dat de armenmensen in Mijnsheerenland voor een derde deel van de andere ene helft 2 Karolusgulden, 4 stuivers en 8 miten ontvangen zullen. In dezelfde zaak consenteren ook Pieter Dirksz., echtgenoot van Jannetje Adriaansdr., en Pieter Adriaansz., die de armen mensen van het andere derde deel eveneens 2 Karolusgulden, 4 stuivers en 8 miten willen laten toekomen.
Hij is weduwnaar van Beatix N.n., met wie hij trouwde (1), ongeveer 30 jaar oud, omstreeks 1542 in ?. Hij is weduwnaar van Nelletje Roelen (1513-1551), met wie hij trouwde (2), 38 of 39 jaar oud, in 1551 in ?.
Hij trouwde (3), 40 of 41 jaar oud, op 08-07-1553 in Mijnsherenland met
28759 Maritge Jacobs Huygen, geboren in ?. Zij is overleden vóór 01-01-1573 in Mijnsherenland.
Kind uit dit huwelijk:
I. Marichie Adriaens Aelbrechtsdr Roos, geboren in 1553 in Klaaswaal (zie 14379).
28780 Jacob Adriaen Gerritse Hordijck, geboren in 1510 in IJsselmonde. Hij is overleden in 1575 in Barendrecht, 64 of 65 jaar oud.
Hij trouwde, ongeveer 28 jaar oud, omstreeks 1538 in ? met de ongeveer 18-jarige
28781 Margrieta Japhetsdr, geboren omstreeks 1520 in Barendrecht. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Adriaen Jacobsz Hordijck, geboren in 1540 in Barendrecht (zie 14390).
28782 Japhet Andriesz in ’t Veld, geboren in 1515 in Barendrecht. Hij is overleden in 1571 in IJsselmonde, 55 of 56 jaar oud.
Notitie: Notities bij Japhet Andriesz in ’t Veld
Schepen en Heemraad van de ambtsheerlijkheid Oost-IJsselmonde (1554 - 1571) en Langheemraad van de polder IJsselmonde
Hij trouwde, 23 of 24 jaar oud, in 1539 met de 23 of 24-jarige
28783 Sebastaentgen Cornelisdr, geboren in 1515 in ?. Zij is overleden vóór 1577 in ?, ten hoogste 62 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Margarethe in ’t Veld, geboren in 1544 in Ridderkerk (zie 14391).
28792 Pieter Florisz Viskil, geboren in 1545 in ?. Hij is overleden in 1572 in ?, 26 of 27 jaar oud.
Hij trouwde met
28793 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Cornelis Pieters Viskil, geboren in 1575 in ? (zie 14396).
28794 Jan van Engel, geboren in ?. Hij is overleden in ?.
Hij trouwde met
28795 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Annetge Jans van Engel, geboren in 1575 in ? (zie 14397).
29344 Cornelis Jansz Roobol, geboren omstreeks 1495 in Rhoon. Hij is overleden op 26-07-1538 in Rhoon, ongeveer 43 jaar oud.
Notitie: Vanaf 1521 was hij schepen van Rhoon.
Hij trouwde, ongeveer 35 jaar oud, omstreeks 1530 in Rhoon met
29345 N.N. Erckgen, geboren in ?. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Leendert Cornelisz Roobol, geboren in 1525 in Rhoon (zie 14672).
29346 Dirk Cornelisz Koorneef, geboren in 1505 in Poortugaal. Hij is overleden op 06-09-1571 in Rhoon, 65 of 66 jaar oud.
Notitie: Notities bij Dirk Cornelisz Koorneef
schout van rhoon 1540-1555.
De naam "Coornneef" zou een samenvoeging kunnen zijn geweest van "Cornelis" en "neef".
Dirrick behoorde tot de toplaag van de Rhoonse boerenbevolking.
Blijkens een akte van 13 juli 1546 had Dirrick Cornelisz 5 gemeten land te Rhoon in pacht van Dirrick van Duvenvoirde, echtgenoot van jonkvrouwe Baerte van Rhoon.
Bij een onbekende vrouw had hij een zoon, Cornelis Dircks.
Beroepen: [bron:Slijkerman6]
Boer vanaf 26 juli 1538 tot 1561
1540-1555.taxateur 10e Penn.
Schout van Rhoon. (Met tussenpozen.)
Wapen: Zegelde Met Een Molenrad. Helmteken Een Vlucht.
Hij trouwde, ongeveer 20 jaar oud, omstreeks 1525 in Rhoon met de ongeveer 20-jarige
29347 Neeltje Cornelis Doensdr van Driel, geboren in 1505 in Poortugaal. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Maartje Dirksdr Koorneef, geboren omstreeks 1530 in Rhoon (zie 14673).
29348 Adriaen Adriaensz Leeuwenburg, geboren omstreeks 1525 in ?. Hij is overleden op 03-09-1566 in ?, ongeveer 41 jaar oud.
Hij trouwde met
29349 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Cornelis Adriaensz Leeuwenburg, geboren omstreeks 1545 in ? (zie 14674).
29504 Willem Dijckgraeff, geboren omstreeks 1520 in Poortugaal. Hij is overleden in ?.
Hij trouwde, ongeveer 29 jaar oud, omstreeks 1549 in ? met
29505 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Hendrik Willemsz Dijckgraeff, geboren omstreeks 1550 in Poortugaal (zie 14752).
29508 Hendrik Aerts van Driel (nn), geboren omstreeks 1486 in Barendrecht. Hij is overleden op 21-04-1551 in Barendrecht, ongeveer 65 jaar oud.
Hij trouwde, ten hoogste 24 jaar oud, vóór 1510 in ? met de ten hoogste 25-jarige
29509 Lijsbeth Pietersdr van Driel, geboren omstreeks 1485 in IJsselmonde. Zij is overleden in 1574 in Barendrecht, ongeveer 89 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Aert Hendriksz van Driel ( groenendijk ), geboren omstreeks 1520 in Poortugaal (zie 14754).
29510 Adriaan Beijensz van Driel, geboren omstreeks 1490 in Poortugaal. Hij is overleden in 1543 in Poortugaal, ongeveer 53 jaar oud.
Hij trouwde, ongeveer 38 jaar oud, in 1528 in Poortugaal met de ongeveer 21-jarige
29511 Geertke Ariens, geboren omstreeks 1507 in Poortugaal. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Geertruid Adriaans van Driel, geboren omstreeks 1530 in Poortugaal (zie 14755).
29666 Huijbrecht de Wercker, geboren omstreeks 1521 in ?. Hij is overleden omstreeks 1549 in Rhoon, ongeveer 28 jaar oud.
Hij trouwde met
29667 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Heiltje Huijbrechts de Wercker, geboren na 1565 in Rhoon (zie 14833).
29668 Jan Wagemaker, geboren omstreeks 1537 in Poortugaal. Hij is overleden in ?.
Hij trouwde met
29669 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. PieterJans Wagemaker, geboren omstreeks 1566 in Poortugaal (zie 14834).
29670 Pieter Cornelis Vermaat, geboren omstreeks 1540 in Poortugaal. Hij is overleden in 1601 in ?, ongeveer 61 jaar oud. Hij is begraven op 24-03-1601 in ?.
Notitie: Hij was meester chirurgijn, barbier, schout, schepen, en dijkgraaf.
Notities bij Pieter Cornelis Vermaat
Geboren ca. 1540, barbier en chirurgijn, schout en schepen van Poortugaal 1584-1585, dijkgraaf van Poortugaal,Albrandswaard en Lokhorstland, pacht een perceel weiland onder Hoogvliet, genaamd de Matte 1575, pacht de accijns op demengelen van de vaten 1593.
Oud Rechterlijk Archief Albrandswaard, inv.nr. 1, (1649-1714).
fol. 40v. 03-05-1658:
comp. Pieter Cornelisz. Vermaat, schepen van Poortugaal, en geeft gifte aan Jan Joosten Visser van 2 gemet 75 roedenland, gelegen aan de Langesantelseweg, belend NW de voorsz. weg, NO Cornelis Willemsz. van der Weijde, ZO Doen Jansz.Hoogwerf en ZW de voorn Cornelis van der Weijde.
fol. 78. 25-06-1666:
comp. Pieter Cornelisz. Vermaat en geeft gifte aan Claas Leendertsz. Roobol, als erfgenaam van zijn vader LeendertJansz. Roobol zaliger, van 1 gemet 150 roeden land, gelegen in het Kijfland, belend O Philips Cornelisz. Vermaat, Z deheer Ramp, W Hendrik Leendertsz. en N de kade.
fol. 115. 02-05-1678:
comp. Pieter Cornelisz. Vermaat en heeft getransporteerd op Hendrik Leendertsz. Groenendijk, mede wonende Poortugaal,200 roeden land, gelegen in het buiten Kijfland, belend: O Jan Jansz. Vrijlandt, Z Jannetje Willems, W de schout Biemonden N de Kade.
Hij trouwde, ongeveer 29 jaar oud, omstreeks 1569 in Poortugaal met de ongeveer 34-jarige
29671 Maertge Cornelis van Driel, geboren omstreeks 1535 in Poortugaal. Zij is overleden op 21-06-1601 in Poortugaal, ongeveer 66 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Grietje Pieters Vermaat, geboren omstreeks 1579 in Poortugaal (zie 14835).
30464 Jan Stortenbeeker, geboren omstreeks 1575 in Alphen a/d Rijn. Hij is overleden in Alphen a/d Rijn.
Hij trouwde met
30465 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Claes Stortenbeeker, geboren omstreeks 1600 in Alphen a/d Rijn (zie 15232).
30504 Jean du Fresnoy, geboren in ?. Hij is overleden in ?.
Hij trouwde met
30505 Marson Corbion, geboren in ?. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Abraham du Fresnoy, geboren op 11-02-1596 in Sedan ( Frankrijk ) (zie 15252).
30510 Jean Collas, geboren op 17-12-1573 in Sedan ( Frankrijk ). Hij is overleden op 14-06-1628 in Sedan ( Frankrijk ), 54 jaar oud.
Hij trouwde met
30511 Maria Subite, geboren in ?. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Cathérine Collas (zie 15255).
31040 Jan van Lockhorst, geboren in ?. Hij is overleden in ?.
Hij trouwde met
31041 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Helmert Jansz van Lockhorst, geboren in 1533 in ? (zie 15520).
31056 Hendrick Andriesz van Overeemdt, geboren omstreeks 1510 in Renswoude. Hij is overleden in ?.
Hij trouwde met
31057 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Frans Hendricksz van Overeem, geboren omstreeks 1537 in Renswoude (zie 15528).
31058 Frans ( Hendriksz ), geboren omstreeks 1514 in ?. Hij is overleden in ?.
Hij trouwde met
31059 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Dirkgen Franzen, geboren omstreeks 1544 in Woudenberg (zie 15529).
31060 Adriaanz van Triest, geboren in 1527 in Woudenberg. Hij is overleden omstreeks 1580 in Woudenberg, ongeveer 53 jaar oud.
Hij trouwde met
31061 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Frans Adriaensz van Triest, geboren in 1560 in Woudenberg (zie 15530).
31062 Frans Jansen van Ravensloot, geboren in 1535 in ?. Hij is overleden in ?.
Hij trouwde met
31063 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Jannigje Fransen van Ravensloot, geboren omstreeks 1585 in Woudenberg (zie 15531).
31092 Adriaanz van Triest, geboren in 1527 in Woudenberg. Hij is overleden omstreeks 1580 in Woudenberg, ongeveer 53 jaar oud.
Hij trouwde met
31093 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Frans Adriaensz van Triest, geboren in 1560 in Woudenberg (zie 15546).
31096 Gerrit Metheusz van Langelaer, geboren in 1530 in ?. Hij is overleden in ?.
Hij trouwde, 22 of 23 jaar oud, in 1553 in ? met de ongeveer 18-jarige
31097 Reijertje, geboren omstreeks 1535 in ?. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Matheus Gerritsz van Langelaer, geboren omstreeks 1560 in Scherpenzeel (zie 15548).
31098 Alexander Marcelisz van Wolfswinkel, geboren omstreeks 1533 in Scherpenzeel. Hij is overleden in 1628 in ?, ongeveer 95 jaar oud.
Hij trouwde met
31099 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Ariaantje Sanders van Wolfswinkel, geboren omstreeks 1565 in Scherpenzeel (zie 15549).
Generatie 16 (stamoudovergrootouders)
36848 Philip Luytensz van der Mathe, geboren omstreeks 1477 in Utrecht. Hij is overleden omstreeks 1531 in Utrecht, ongeveer 54 jaar oud.
Notitie: Notities bij Philip Luytenszn van der Mathe
Philip was burger te Utrecht. Philip had zijn brouwerij aan de O.Z. van de Oude Gracht, dit kan worden afgeleid
uit de verkoop van huizen na zijn overlijden.
Hij trouwde, ongeveer 25 jaar oud, in 1502 in Utrecht met de ongeveer 27-jarige
36849 Gherychgen Thomasdr, geboren omstreeks 1475 in Utrecht. Zij is overleden vóór 1542 in ?, ten hoogste 67 jaar oud.
Notitie: Notities bij Gherychgen Thomasd
Gherychgen, de weduwe van Jan Ghysbertsz., bij wie zij drie kinderen had. Twee jongens die beiden brouwer werden en een dochter die met een beeldsnijder trouwde. (OV 1999)
Zij is weduwe van Jan Gysbertsz, met wie zij trouwde (1), ongeveer 20 jaar oud, omstreeks 1495 in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Cornelis Philipsz van der Maet, geboren omstreeks 1507 in Utrecht (zie 18424).
36850 Jan Jacobsz de Coning, geboren omstreeks 1465 in Utrecht. Hij is overleden vóór 1509 in Rotterdam, ten hoogste 44 jaar oud.
Notitie: Jan Jacobsz. de CONING, Brouwer. Overleden voor 1509. Woonde in Rotterdam, vermeld als belender van het naast de brouwerij gelegen huis 11-03-1490, leende geld van Ghijsbrecht JANSZ. (vader van Jan GHIJSBRECHTSZ. op) 21-02-1492.
Gehuwd met Ariaentje Pieter GIJSBRECHTSDR. Overleden voor 1514.
Uit dit huwelijk:
1. Katrijn Jansdr. (Trijntje) (de KONING), geboren circa 1505 te Rotterdam (zie 69741).
Hij trouwde, ongeveer 33 jaar oud, omstreeks 1498 in Rotterdam met de ongeveer 28-jarige
36851 Ariaentje Pieters Gijsbertsdr, geboren omstreeks 1470 in ?. Zij is overleden vóór 1514 in Rotterdam, ten hoogste 44 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Katrijn Jansdr Coning, geboren in 1505 in Rhoon (zie 18425).
36852 Pieter V van Rhoon, geboren omstreeks 1460 in Rhoon. Hij is overleden op 19-02-1534 in Rhoon, ongeveer 74 jaar oud. Hij is begraven in Rhoon.
Notitie: Notities bij Pieter V van Rhoon
Pieter was ambachtsheer van Rhoon (1502-34) en Pendrecht (1520-34), eigenaar van een huis aan het Westeinde te Den Haag.
Hij trouwde, ongeveer 41 jaar oud, op 17-06-1501 in ? met de 26-jarige
36853 Anna Raes van Grave, geboren op 05-01-1475 in Leuven. Zij is overleden op 06-03-1549 in Rhoon, 74 jaar oud.
Notitie: Notities bij Anna van Grave
wapen van aan van graven op een gebrandschilderd raam in het kasteel van Rhoon.
Kind uit dit huwelijk:
I. Gerrit van Rhoon, geboren omstreeks 1510 in Rhoon (zie 18426).
36854 Clement Aerts, geboren omstreeks 1480 in ?. Hij is overleden in ?.
Hij trouwde met
36855 Adriaentge Andriesdr, geboren omstreeks 1480 in ?. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Katrijna Clementsdr, geboren omstreeks 1510 in ? (zie 18427).
57504 Cornelis Daemen, geboren in 1480 in Reijerwaard. Hij is overleden in 1533 in ?, 52 of 53 jaar oud.
Notitie: Notities bij Cornelis Daemen
NATI Nederlandse
K.J.Slijkerman zegt van hem: vermeld in Nieuw-Reyerwaard (1497-1533), landgebruiker in Nieuw-Reyerwaard, overl.1533-1542, tr. (laatstelijk) Aeltgen N.N., overl. na 1542. Voor de eerste maal werd hij in de bronnen vermeld gevonden in de rekening van de waarsman van Nieuw-Reyerwaard over 1497 toen hij als Neel Daemez(oon) betaald kreeg vanwege ’dier eysen’. Vanaf 1507 tot in 1514 komt Cornelis of Neel Daemsz. vele malen voor in het wilkeurboek van Ridderkerk als vorderaar en borg. Zo trad hij in een akte van 15-10-1507 op als borg voor Daem Dircksz., die mogelijk zijn vader was (diens weduwe in wilkeurboek genoemd op 26-7-1512). Naast deze Cornelis of Neel Daemsz. Of Damen komt tevens veelvuldig Cornelis Damasz. in dit deel voor. Zeer wel mogelijk betrof het hier één en dezelfde persoon, hoewel het mijn ervaring is dat de voornaam of het patroniem Daem en Dammis toch duidelijk onderscheiden werden. Voorzichtigheid blijft in deze geboden.
Belangwekkend is dan een van 7-4-1583 daterend extract van een akte van 27-7-1530, waarin een ca. 61 jaar oude Cornelis Dammisz. als inwoner van het ambacht van Ridderkerk attesteerde met twaalf mede-inwoners over vroegere innundaties en bedijkingen.’In het katern, waarin deze akte zich bevindt, is een ongedateerde akte toegevoegd waarin de ca. 69 jaaroude Cornelis Dammis als inwoner van het dorp Ridderkerk attesteerde. Deze akte zal dus omstreeks 1538 zijn opgemaakt.In de rekening van de waarsman van Nieuw-Reyerwaard over 1509 kreeg Neel Damen voor verrichtte arbeid betaald. Wellichtwas hij dan ook weer identiek met de Cornelis Damisz. die in de rekening over 1518 geboekt staat vanwege hout. In de rekeningen van de waarsman van Nieuw-Reyerwaard over de jaren 1521-1524 werd Neel of Cornelis Damen betaald voor vervoervan hout en planken. Op 21-6-1529 verklaarde een zekere Cornelis Daemsz. op verzoek van de dijkgraaf en van de ambachtsheer van Ridderkerk dat hij ten tijde van Herman Cornelisz., dijkgraaf en rentmeester van Ridderkerk, in zijn funktie van gezworen landmeter een scheiding tussen de Ridderwaert en Swijndrecht vanaf den Oostendam had opgemeten. Hetkomt mij enigszins onwaarschijnlijk voor dat hij identiek was met de hier behandelde boer Neel Damen. In de rekeningen van de waarsman van Nieuw-Reyerwaard van 1528/1529 en 1529/1530 werd Neel Damen betaald voor wagenhuur, terwijl hij inlaatst genoemde rekening tevens betaald kreeg voor het verhuur van een merrie aan de klerk van het polderbestuur.Laatstelijk vond ik hem vermeld in de rekening over 1532/1533 toen hij 7 gld. betaald kreeg voor ’een oude molen’. In het kohier van de 10e penning over Ridderkerk van 1542 werd Aeltgen Cornelis Daems weduwe aangeslagen voor een huis. Het bedrag werd echter doorgestreept en in de marge werd bijgeschreven: ’dit selve huys is angebrocht in die mergentalendairt int verhuyrt is ende tourecht geset is’. In dit kohier wordt geen melding gemaakt van door de erven van Cornelis gebruikte landerijen. Dat er (huur-)landen geweest moeten zijn moge blijken uit de vermelding in het kohier van 1557 van’Neel Daemen houff van XIJ mergen’ in Nieuw-Reyerwaard, waaraan Cornelis tijdens zijn leven zijn naam moet hebben gegeven als belangrijkste of enige gebruiker. In 1557 blijkt dan ook deze gehele Hoeve door Daem Cornelisz. te zijn gehuurd, in wie zonder twijfel zijn zoon kan worden gezien.
In 1542 kunnen de kinderen van dit echtpaar dan ook nog onmondig zijn geweest. Indien dan hun vader inderdaad omstreeks1469 was geboren moet Aeltgen een veel jongere vrouw zijn geweest. Het ligt dan voor de hand om te veronderstellen dat Neel Damen meerdere huwelijken heeft gesloten en dat Aeltgen zijn laatste en veel jongere vrouw is geweest.
Hij trouwde met
57505 Aeltgen N.n., geboren in ?. Zij is overleden in 1542 in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Daem Cornelisz, geboren omstreeks 1510 in ? (zie 28752).
57506 Adriaen Wytensz, geboren in ?. Hij is overleden in ?.
Hij trouwde met
57507 Baertgen Symonsdr, geboren in ?. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Maeritgen Ariaensdr, geboren in 1515 in Ridderkerk (zie 28753).
57508 Gerrit Gerritsz Cranendonck, geboren in 1460 in ?. Hij is overleden in 1530 in Ridderkerk, 69 of 70 jaar oud.
Notitie: Notities bij Gerrit Gerritsz Cranendonck
Vermeld als eigenaar van een perceel grond van 4 morgen en 70 roeden in de polder Oud-Reijerwaard. Vanaf 1504 kwam hijin aanmerking voor een jaarlijkse vergoeding vanwege de kade op zijn land. Werd voor de eerste maal vermeld in 1528.Voorts was hij waarsman van de polder Oud-Reijerwaard van 1506-1508. Heilige Geestmeester van Ridderkerk in 1513. In1522 pachtte hij een stuk land vermoedelijk aan de noordzijde van de (Hor)dijk van de Nieuw-Reijerwaard.
Notities bij Gerrit Gerritszoon Cranendonck
Waersman van Oud-Reijerwaard, geboren circa 1460 te vermoedelijk Ridderkerk, overleden voor 1530 te vermoedelijk Ridderkerk. Gerrit Gerritsz., alias Gerrit Roelen, geboren naar schatting rond 1460 , overleden voor 1530, vermoedelijkte Ridderkerk. Aan het eind van de vijftiende eeuw werd Gerrit Gerritsz. vermeld als eigenaar van een perceel van 4 morgen 70 roeden land in de polder Oud-Reijerwaard. Vanaf 1504 kwam Gerrit Gerritsz.in aanmerking voor een jaarlijkse vergoeding vanwege de kade op zijn land in Oud-Reijer waard, waarvan de andere helft aan Gerrit Roelofsz. werd uitgekeerd. In1504 ontving Gerrit Gerritsz. slechts een kwart van de vergoeding, maar vanaf 1509 was dit reeds de helft. In dezelfde periode vervulde hij ook enige functies: zo was hij waarsman van de polder Oud-Reijerwaard (1506-1508) en Heilige Geestmeester van Ridderkerk (1513). In 1522 pachtte hij de (Hor)dijk aan de noordzijde van Nieuw-Reijerwaard en het is frappant, dat Willem Gerritsz., de vermoedelijke stamvader van het geslacht Cranendonck in IJsselmonde, in de jaren daarna diverse malen met dezelfde post voorkwam in de rekeningen! Nadat Gerrit Gerritsz. in 1528 voor de laatstemaal vermeld was als gerechtigde voor de vergoeding van de kade op zijn land, werden hier vanaf 1529 (zijn zoon?) Lenert Gerritsz. en (zijn weduwe) Adriana Cleijsdochter genoemd. Hij huwde Adriana Cleijsdr., geboren naar schatting rond 1480,overleden ca.1557,vermoedelijk te Ridderkerk. Adriana Cleijsdochter komt zeer vaak voor in de bronnen voor, waarbij opmerkelijk is, dat zij eenmaal werd aangeduid als de weduwe van Gerrit Roelofsz. Gelet op haar overlijdensdatum is het echter onwaarschijnlijk dat zij de (tweede) vrouw van Gerrit Roelofsz. is geweest. Vermoedelijk werd de naam Gerrit Roelofsz. incidenteel gebruikt voor diens zoon Gerrit Gerritsz.,om deze te onderscheiden van andere personen met dat patroniem. Het lijkt erop,dat Adriana Cleijsdochter de nagelaten boedel op een voortvarende manier heeft beheerd: diverse malen komt zij voor onder de kopers van tienden in het Oudeland van Ridderkerk (1535-1537) en zij huurde daar gedurende een drietal jaren een deel van een dijk (1543-45). In de kohieren van de tiende penning van1542 en 1553, waarin niet de eigenaren maarde gebruikers van land zijn opgenomen, werd zij slechts vermeld met een huis, zodat het land dat zij bezat verhuurd zal zijn gewees. (Bron: De Geslachten Cranendonck in Holland ca.1400-1700).
Hij trouwde met
57509 Adriana Cleijsdr, geboren omstreeks 1480 in ?. Zij is overleden in 1557 in Ridderkerk, ongeveer 77 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Lenart Gerritsz Cranendonck, geboren in 1505 in ? (zie 28754).
57512 Cornelis Joostens Meeuwenhil, geboren omstreeks 1500 in ?. Hij is overleden in 1546 in Mijnsherenland, ongeveer 46 jaar oud.
Notitie: Notities bij Cornelis Joosten
NATI Nederlandse
Boer onder mijnsheerenland, pachter van een hofstede met ruim 21 mr. ald.1543; overl. tussen 8 juni 1546 en 3 febr.1563.
Bron: DJV door K.J. Slijkerman kwnr 28.632
27 maart 1543 = 1544 (50ve)
Boedelscheiding tussen Cornelis Joosten, weduwnaar van Ariaentge Ariaensdr., en de kinderen, met namen: AriaenCornelisz., Pieter Cornelisz., Joost Cornelisz., Claertge Cornelisdr., onmondig: Cornelis Cornelisz., Jan Cornelisz.,Bastiaen Cornelisz., Ariaen Cornelisz., Machteld en Neeltge Cornelisdr.
Cornelis Joosten huwde (2e) met Adriaantje Bouwens. Van hem stamt het latere geslacht "Boer".
Oud-rechtelijk archief van Moerkerken (1544-1583), inv. nr. 04:
31 oktober 1555 (30ve)
Gerrit Schildmansz. is schuldig aan Cornelis Joosten, echtgenote van Ariaentge Bouwendochter, 21 Cgulden als afbetalingvan een door hem gekocht huis, hetwelk achtergelaten was van Heijl Bouwens weduwe. En heeft gekort de 15 stuivers van dewijnkoop, alwelk voorst penningen bij accoord Cornelis Joosten te lote gevallen zijn van de successie van Heijl Bouwens(wed.), moeder van zijn echtgenote.
22 juli 1562:
Heijnrick Jansz. Visser pandt de nalatenschap die Jan Hermansz. van Maasdam aanbestorvenis bij het overlijden van zijnschoonvader Cornelis Joostensz. en dat voor de som van 5 ponden groten Vlaams. Jan Hermansz. is getrouwd met ClaartjeCornelis Joostendochter.
22 mei 1563:
Cornelis Splintersz., inner of collecteur van de nalatenschap van Cornelis Joostenz., schat de waarde van de koeien vanAart Bastiaansz. van Pudt op 18 Karolusgulden per stuk, de paarden op 40 Karolusgulden en het tinnegoed en koperwerk op4 stuivers resp. 3 stuivers voor het koperwerk.
R.A. Mijnsheerenland. EXXIV-6, d.d. 4 januari 1626.
Joost joostensz aan de Blaeck in huwelijk hebbende Marichie Cornelis Joostendr. en Pieter Cornelis Meeldijck in huwelijkhebbende Adriaantje Pieter Cornelis Joostendr erfgenamen van Pieter Cornelisz, in de wandeling genaamd Pieter Eliasz endat van moederswegen Pieter Pietersz Doesburg is een zoon van Pieter Cornelis Joostendr en had nog 3 broeders en 5zusters, Adriaan, Joost, Bouwen, Neelgen, Clartgen, Marietje, nu nog levende Adriaentje en Malubge.
Hij trouwde (2), ongeveer 44 jaar oud, in 1544 in Mijnsherenland met Adriaantje Bouwens (geb. ±1502), ongeveer 42 jaar oud.
Hij trouwde (1), ongeveer 25 jaar oud, omstreeks 1525 in Mijnsherenland met
57513 Ariaantje Ariensdr, geboren in ?. Zij is overleden op 27-03-1543 in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Pieter Cornelissen Joostensz Meeuwenhil, geboren in 1522 in Mijnsherenland (zie 28756).
57516 Aelbrecht Engelsz Roos, geboren in ?. Hij is overleden in ?.
Notitie: Notities bij Aelbrecht Engelsz
Dingboek Mijnsheerenland.
1 januari 1573 stilo curie Hollandie:
Gouchje Adriaansdr. verkiest haar oom Adriaan Albrechtsz. tot haar voogd en voorspraak, om uit haar naam te heffen en te beuren alzulke successie als haar van haar overleden neef Pieter Willemsz. en haar overleden tante Maritje Jacobsdr., in het laatst van haar leven echtgenote van Adriaan Albrechtsz. gelegateerd is.
--
Hij trouwde met
57517 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Adriaen Aelbrechtsz Roos, geboren in 1512 in ? (zie 28758).
57560 Adriaen Gerrits Hordijck, geboren in 1470 in IJsselmonde. Hij is overleden in 1538 in Barendrecht, 67 of 68 jaar oud.
Hij trouwde met
57561 Jannetje N.n., geboren in ?. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Jacob Adriaen Gerritse Hordijck, geboren in 1510 in IJsselmonde (zie 28780).
58688 Jan Cornelisz Roobol, geboren in 1450 in ?. Hij is overleden in ?.
Hij trouwde met
58689 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Cornelis Jansz Roobol, geboren omstreeks 1495 in Rhoon (zie 29344).
58692 Cornelis Koorneef, geboren in 1484 in Poortugaal. Hij is overleden op 06-11-1569 in Rhoon, 84 of 85 jaar oud.
Hij trouwde met
58693 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Dirk Cornelisz Koorneef, geboren in 1505 in Poortugaal (zie 29346).
58694 Cornelis Doens, geboren in ?. Hij is overleden in 1542 in Poortugaal.
Hij trouwde omstreeks 1505 in Poortugaal met
58695 Baartje Jansdr.
Kind uit dit huwelijk:
I. Neeltje Cornelis Doensdr van Driel, geboren in 1505 in Poortugaal (zie 29347).
59016 Aert Heinensz van Driel (nn), geboren in 1454 in aan den Hordijk. Hij is overleden in 1525 in Barendrecht, 70 of 71 jaar oud.
Hij trouwde met
59017 Niesje ( nn ), geboren omstreeks 1460 in ?. Zij is overleden na 1526 in Barendrecht, minstens 66 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Hendrik Aerts van Driel (nn), geboren omstreeks 1486 in Barendrecht (zie 29508).
59018 Pieter Dirkcksz van Driel ( van de Hordijk ), geboren omstreeks 1455 in IJsselmonde. Hij is overleden omstreeks 1533 in IJsselmonde, ongeveer 78 jaar oud.
Hij begon een relatie met
59019 Cornelis van Drielsdr van Driel, geboren omstreeks 1460 in IJsselmonde. Zij is overleden in ?.
Kind uit deze relatie:
I. Lijsbeth Pietersdr van Driel, geboren omstreeks 1485 in IJsselmonde (zie 29509).
59020 Beije Doensz van Driel, geboren in 1462 in Poortugaal. Hij is overleden in 1549 in Poortugaal, 86 of 87 jaar oud.
Notitie: Hij was Heemraad en Schepen van Poortugaal.
Hij trouwde, ongeveer 34 jaar oud, omstreeks 1496 met de ongeveer 36-jarige
59021 Maritje Claesdr, geboren omstreeks 1460. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Adriaan Beijensz van Driel, geboren omstreeks 1490 in Poortugaal (zie 29510).
59340 Cornelis Phillipsz Vermaat, geboren omstreeks 1504 in Rotterdam. Hij is overleden in Rhoon.
Notitie: Hij was brouwer biersteker.
Hij trouwde, ongeveer 33 jaar oud, op 09-08-1537 in Rotterdam met de 31 of 32-jarige
59341 Trijntje Jans Koning, geboren in 1505 in Rhoon. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Pieter Cornelis Vermaat, geboren omstreeks 1540 in Poortugaal (zie 29670).
59342 Cornelis Willemsz van Driel, geboren in ?. Hij is overleden in ?.
Hij trouwde na 1545 met
59343 Maertje Pietersdr, geboren in ?. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Maertge Cornelis van Driel, geboren omstreeks 1535 in Poortugaal (zie 29671).
61020 Jacques Collas, geboren in ?. Hij is overleden in ?.
Hij trouwde met
61021 Barbe Bourame, geboren in ?. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Jean Collas, geboren op 17-12-1573 in Sedan ( Frankrijk ) (zie 30510).
62112 Andries Heinen van Overeemdt, geboren omstreeks 1465 in ?. Hij is overleden vóór 1547 in ?, ten hoogste 82 jaar oud.
Hij trouwde met
62113 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Hendrick Andriesz van Overeemdt, geboren omstreeks 1510 in Renswoude (zie 31056).
62120 Peter Adriaensz van Triest, geboren in 1488 in ?. Hij is overleden na 1560 in ?, minstens 72 jaar oud.
Hij trouwde met
62121 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Adriaanz van Triest, geboren in 1527 in Woudenberg (zie 31060).
62184 Peter Adriaansz van Triest, geboren in 1488. Hij is overleden in 1560, 71 of 72 jaar oud.
Notitie: Hij was schout van Woudenberg.
Hij trouwde met
62185 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Adriaanz van Triest, geboren in 1527 in Woudenberg (zie 31092).
62192 Matheus Gerritsz van Langelaer, geboren omstreeks 1500 in ?. Hij is overleden in ?.
Hij trouwde met
62193 Hendrikje Jansz van Zijl, geboren in ?. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Gerrit Metheusz van Langelaer, geboren in 1530 in ? (zie 31096).
62196 Marcelis van Wolfswinkel, geboren omstreeks 1501 in ?. Hij is overleden in ?.
Hij trouwde met
62197 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Alexander Marcelisz van Wolfswinkel, geboren omstreeks 1533 in Scherpenzeel (zie 31098).
Generatie 17 (stamoudbetovergrootouders)
73696 Luyten Woutersz van der Mathe, geboren in 1435 in Houten. Hij is overleden vóór 1493 in Houten, ten hoogste 58 jaar oud.
Notitie: Notities bij Luyten Wouterszn van der Mathe
Luytgen was Luytgen Woutersz. een boer onder Schonauwen. Dat Luytgen boer is geweest kunnen we opmaken uit een akte voor schout en schepenen op 26 februari 1484, waarbij hij een halve hoeve verkoopt aan de ’Priorin ende ghemeen conneten van den Herberge elff duysent meechden Regularissen van Sint Augustijns oirde’. Luytgen was ten tijde van de verkoop van de halve hoeve ook schout en kon dus in die functie niet zijn eigen transactie behandelen. In de akte die is opgemaakt staat dan ook dat Luytgen zijn plaats als schout verliet en één van de aanwezige buren voor deze transactie de plaats van de schout innam, als zet-schout.
Hij is weduwnaar van Beatrix Ghijbert Hermansdr, met wie hij trouwde (1), ongeveer 29 jaar oud, omstreeks 1464 in Houten.
Hij trouwde (2), ongeveer 39 jaar oud, omstreeks 1474 in Houten met de ongeveer 34-jarige
73697 Cely Goyert Gherytsdr, geboren omstreeks 1440 in Houten. Zij is overleden omstreeks 1485 in Houten, ongeveer 45 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Philip Luytensz van der Mathe, geboren omstreeks 1477 in Utrecht (zie 36848).
73698 Thomas Corlink, geboren omstreeks 1440 in Utrecht. Hij is overleden in ?.
Hij trouwde met
73699 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Gherychgen Thomasdr, geboren omstreeks 1475 in Utrecht (zie 36849).
73706 Raes van Grave, geboren op 22-02-1437 in ?. Hij is overleden op 09-11-1501 in ?, 64 jaar oud.
Notitie: Hij was Heer van Heveren.
Hij trouwde, 30 jaar oud, op 09-06-1467 in Leuven met de 17-jarige
73707 Elisabeth Claesse van Sinte Guericx, geboren op 18-09-1449 in ?. Zij is overleden op 06-09-1489 in ?, 39 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Anna Raes van Grave, geboren op 05-01-1475 in Leuven (zie 36853).
115008 Daem Dircksz, geboren in 1461 in Reijerwaard. Hij is overleden op 26-07-1512 in ?, 50 of 51 jaar oud.
Hij trouwde, 18 of 19 jaar oud, in 1480 in ? met
115009 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Cornelis Daemen, geboren in 1480 in Reijerwaard (zie 57504).
115016 Gerrit Roelofs Cranendonck, geboren omstreeks 1435 in ?. Hij is overleden in 1514 in Ridderkerk, ongeveer 79 jaar oud.
Notitie: Notities bij Gerrit Roelofs Cranendonck
Bron: De geslachten Cranendonck in Holland ca. 1400 - 1700 door; Ir. C. Sigmond en K.J. Slijkerman Rotterdam 1992ISBN90-73240-10-7.
Gerrit Roelofsz. Cranendonck, geboren rond 1435, overleden rond 1514 in de Reijerwaard, begraven in de kerk van Ridderkerk. Hij was landeigenaar en heemraad (1497) in de Reijerwaard. Gezien het geld dat Gerrit in de aanbesteding van de nieuwe kerk van Ridderkerk stak, moet hij welgesteld zijn geweest. Hij huwde met Beatrijs N.N., overleden na 1514 te Ridderkerk.
Uit het huwelijk van Gerrit en Beatrijs: Gerrit Gerritsz. Cranendonck. Zie XV.
Hij trouwde met
115017 Beatrijs N.n., geboren op 12-12-1435 in Ridderkerk. Zij is overleden op 01-07-1514 in Ridderkerk, 78 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Gerrit Gerritsz Cranendonck, geboren in 1460 in ? (zie 57508).
115024 Joost Joostensz Meeuwenhil, geboren in Mijnsherenland. Hij is overleden in ?.
Hij trouwde met
115025 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Cornelis Joostens Meeuwenhil, geboren omstreeks 1500 in ? (zie 57512).
115032 Engel Jansz Roos, geboren in ?. Hij is overleden in ?.
Hij trouwde met
115033 Nelleke Pietersdr, geboren in ?. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Aelbrecht Engelsz Roos, geboren in ? (zie 57516).
117388 Doen Beijens ( de Jonge ), geboren in 1434 in Poortugaal. Hij is overleden op 15-12-1515 in Poortugaal, 80 of 81 jaar oud.
Hij trouwde, ongeveer 136 jaar oud, omstreeks 1570 in Poortugaal met de ongeveer 135-jarige
117389 Elizabeth Hogendijk, geboren omstreeks 1435 in Poortugaal. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Cornelis Doens, geboren in ? (zie 58694).
118032 Heijn Heijnsz van Driel, geboren in 1420 in ?. Hij is overleden na 1475 in IJsselmonde, minstens 55 jaar oud.
Notitie: Notities bij Heijn Heijnsz de Jonge van Driel
?Vermeld aan de Hordijk onder IJsselmonde vanaf 1466
persoon:
- Zuiderent - http://www.zuiderent.ch/kwst/gen19.htm - 134224. Jonge Heijn Heijnensz, geb. ca. 1420, ovl. na 1475 in Barendrecht of IJsselmonde, ref. nr. 27.07.2003 3vDp292, OV1987p416, DJV-III.[7],[8],3
Jonge Heijn komt verschillende keren voor in de polderrekeningen van de polder Nieuw-Reijerwaard, o.a. voor aangenomen werk. Opmerkelijk is, dat diverse werkzaamheden betrekking hadden op de Hordijk, de bakermat van dit geslacht en van 2 andere grote familiegroepen Van Driel. De Jonge Heijn was klaarblijkelijk aan of bij de Hordijk gevestigd.
Hij trouwde met NN Adriaen Michielsdr, getrouwd voor 18.09.1441.
Hij trouwde, ten hoogste 21 jaar oud, vóór 18-09-1441 in ? met
118033 Adriaen Michilsdr N.n., geboren in ?. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Aert Heinensz van Driel (nn), geboren in 1454 in aan den Hordijk (zie 59016).
118040 Doen Beijense Doensz van Driel ( de Jonge ), geboren in 1442 in Poortugaal. Hij is overleden op 16-12-1515 in Poortugaal, 72 of 73 jaar oud. Hij trouwde (2), 52 of 53 jaar oud, in 1495 in ? met Neeltje Wollebrands Jansdr Boot (geb. ±1450), ongeveer 45 jaar oud.
Hij trouwde (1), 24 of 25 jaar oud, in 1467 in Poortugaal met de ongeveer 22-jarige
118041 Haaske N.N., geboren omstreeks 1445 in Poortugaal. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Beije Doensz van Driel, geboren in 1462 in Poortugaal (zie 59020).
118042 Claes Hendrikszn, geboren in ?. Hij is overleden in ?.
Hij begon een relatie met
118043 Nelle N.N., geboren in ?. Zij is overleden in ?.
Kind uit deze relatie:
I. Maritje Claesdr, geboren omstreeks 1460 (zie 59021).
118680 Phillip Luytgensz van der Mathe, geboren omstreeks 1475 in ?. Hij is overleden na 1531 in Utrecht, minstens 56 jaar oud.
Hij trouwde, ongeveer 27 jaar oud, in 1502 in ? met de ongeveer 22-jarige
118681 Gherychen Tomasdr Corlinck, geboren omstreeks 1480 in Utrecht. Zij is overleden in ?. Zij is weduwe van Jan Gysbertsz, met wie zij trouwde (1), ongeveer 15 jaar oud, omstreeks 1495 in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Cornelis Phillipsz Vermaat, geboren omstreeks 1504 in Rotterdam (zie 59340).
118682 Jan Jacobsz de Coning, geboren omstreeks 1465 in Utrecht. Hij is overleden vóór 1509 in Rotterdam, ten hoogste 44 jaar oud.
Notitie: Jan Jacobsz. de CONING, Brouwer. Overleden voor 1509. Woonde in Rotterdam, vermeld als belender van het naast de brouwerij gelegen huis 11-03-1490, leende geld van Ghijsbrecht JANSZ. (vader van Jan GHIJSBRECHTSZ. op) 21-02-1492.
Gehuwd met Ariaentje Pieter GIJSBRECHTSDR. Overleden voor 1514.
Uit dit huwelijk:
1. Katrijn Jansdr. (Trijntje) (de KONING), geboren circa 1505 te Rotterdam (zie 69741).
Hij trouwde, ongeveer 33 jaar oud, omstreeks 1498 in ? met de ongeveer 28-jarige
118683 Ariaentje Pieters Ghijsbertsdr, geboren in 1470 in Rotterdam. Zij is overleden vóór 1514 in Rotterdam, ten hoogste 44 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Trijntje Jans Koning, geboren in 1505 in Rhoon (zie 59341).
118684 Cornelis Willem Doens de Jonge Beijens, geboren omstreeks 1480 in ?. Hij is overleden omstreeks 1556 in ?, ongeveer 76 jaar oud.
Hij trouwde met
118685 Ida Jans, geboren omstreeks 1480 in ?. Zij is overleden na 1565 in ?, minstens 85 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Cornelis Willemsz van Driel, geboren in ? (zie 59342).
118686 Pieter Teunisz, geboren omstreeks 1485 in ?. Hij is overleden in 1554 in ?, ongeveer 69 jaar oud.
Hij trouwde met
118687 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Maertje Pietersdr, geboren in ? (zie 59343).
124224 Hein Andriessen van Overeemdt, geboren omstreeks 1455 in ?. Hij is overleden in ?.
Hij trouwde met
124225 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Andries Heinen van Overeemdt, geboren omstreeks 1465 in ? (zie 62112).
124240 Adriaanz van Triest, geboren in 1456 in ?. Hij is overleden in ?.
Hij trouwde met
124241 Mechteld Gerrits van Atteveld, geboren in 1462 in ?. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Peter Adriaensz van Triest, geboren in 1488 in ? (zie 62120).
124368 Adriaanz van Triest, geboren in 1456 in ?. Hij is overleden in ?.
Hij trouwde met
124369 Mechteld Gerrits van Atteveld, geboren in 1462. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Peter Adriaansz van Triest, geboren in 1488 (zie 62184).
124384 Gerrit Reijersz van Langelaer, geboren omstreeks 1479 in ?. Hij is overleden omstreeks 1554 in ?, ongeveer 75 jaar oud.
Hij trouwde met
124385 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Matheus Gerritsz van Langelaer, geboren omstreeks 1500 in ? (zie 62192).
Generatie 18 (edelouders)
147392 Wouter Luytensz van der Mathe, geboren omstreeks 1400 in Houten. Hij is overleden na 1449 in Houten, minstens 49 jaar oud.
Hij trouwde met
147393 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Luyten Woutersz van der Mathe, geboren in 1435 in Houten (zie 73696).
147394 Goyert Gherytsz, geboren omstreeks 1400 in Houten. Hij is overleden in ?.
Hij trouwde met
147395 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Cely Goyert Gherytsdr, geboren omstreeks 1440 in Houten (zie 73697).
147412 Pieter van Grave, geboren omstreeks 1410. Hij is overleden op 06-12-1463 in Leuven, ongeveer 53 jaar oud. Hij is begraven in Leuven in de St.Machielskerk.
Hij trouwde met
147413 Agniete van Bourchove, geboren omstreeks 1415 in ?. Zij is overleden op 17-12-1478 in Leuven, ongeveer 63 jaar oud. Zij is begraven in Leuven St-Machielskerk.
Kind uit dit huwelijk:
I. Raes van Grave, geboren op 22-02-1437 in ? (zie 73706).
147414 Claes van Sinte Guericx, geboren omstreeks 1426 in Leuven. Hij is overleden omstreeks 1458 in Leuven, ongeveer 32 jaar oud.
Hij trouwde met
147415 Lijsbeth Beis, geboren omstreeks 1449 in ?. Zij is overleden omstreeks 1489 in ?, ongeveer 40 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Elisabeth Claesse van Sinte Guericx, geboren op 18-09-1449 in ? (zie 73707).
230032 Roelof Jansz Cranendonck, geboren omstreeks 1410 in ?. Hij is overleden omstreeks 1482 in Reijerwaard, ongeveer 72 jaar oud.
Notitie: Notities bij Roelof Jansz Cranendonck
Landpoorter van Dordrecht. Heemraad 1454 en schout 1459/60 van Ridderkerk, waarsman van Oud-Reijerwaard 1460, 1467/70. Presenteerde zich in 1467 namens het gemeneland bij Karel de Stoute, de nieuwe Bourgondische vorst. Uit deze afvaardiging kan men afleiden, dat Roelof beslist tot de vooraanstaande inwoners van de Reijerwaard behoorde. Hij bezat daar grote landerijen, wellicht gedeeltelijk erfgoed van zijn onbekende echtgenote.
Notitie bij Roelof: Landpoorter van Dordrecht (1445-50) wonende in de Riederwaard, heemraad (1454) en schout (1459-60)van Ridderkerk, waarsman (1460, 1467-70) van Oud-Reijerwaard.
Vermoedelijk was hij in functie van schout of heemraad toen hij tesamen met Mr. Dames in 1467 namens de gemeneland ging presenteren voor het Hof te Den Haag bij Karel de Stoute, de nieuwe hertog van Bourgondië.
Hij bezat land in de polder Reijerwaard, dat valt te verdelen in vier partijen. Het oudste bezit was het land in Jan Roelofssoen, die men heet Jan Cranendonck V 1/2 mergen, en Jan Cranendonck VI margen achter Slikkerveer. Het tweede samenhangende complex landerijen lag in drie belendende weren, genaamd Roeland Cranendonck IIII mergen, Floerissoen IIII mergen en was eigendom van Claes Loijnck (van der Giessen). Nadat Roel Cranendonck in het eerste weer 3/16 deel had verworven en het gehele tweede weer, kwamen beide weren in hun geheel aan zijn zoon Gerrit Roelofsz, vermoedelijk het erfgoed van zijn onbekende echtgenoot. Het vierde deel land lag in Jan Eggert VI mergen (het lijkt erop dat in de Nieuw-Reijerwaard de namen van de oorspronkelijke eigenaren (bedijkers) meer dan anderhalve eeuw in gebruik bleven).
Voorts ter nagedachtenis aan Roelof Jans Cranendonck een mis gelezen uit de opbrengst van een stuk land groot 2 morgen60 roeden (vermeld vanaf 1497-1561). Hij was ook bedijker van het nieuwe land van Ridderkerk. (Bron: Homepage Fam. Wijngaard)
Beroepen:
Waarsman van Oud-Reijerwaard
vanaf 1454 Heemraad van Ridderkerk
van 1459 tot 1460 Schout van Ridderkerk
Notities bij Roelof Jans Cranendonck
Roelof Jansz. Cranendonck, geboren rond 1410, overleden rond 1482/84, vermoedelijk te Ridderkerk. Hij was landpoorter van Dordrecht. Hij was heemraad (1454) en schout (1459/60) van Ridderkerk en waarsman, d.i. penningmeester, van de polder Oud-Reijerwaard (1460 en 1467-70).
Het was in zijn functie van schout of heemraad, dat Roelof zich samen met de waarsman Mr. Dames in 1467 namens het gemene land ging presenteren aan het hof te Den Haag bij Karel de Stoute, de nieuwe hertog van Bourgondië. Roelof was dus een van de vooraanstaande inwoners van de Reijerwaard. Hij bezat er vele landerijen. Een ervan, ?Roel Cranendoncx blok?, in het Nieuweland van Ridderkerk behield zijn naam tot en met de 16e eeuw. Het lijkt erop dat in de Nieuw-Reijerwaard de namen van de oorspronkelijke eigenaren (bedijkers) meer dan anderhalve eeuw in gebruik bleven.
Hij trouwde met
230033 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Gerrit Roelofs Cranendonck, geboren omstreeks 1435 in ? (zie 115016).
234776 Beije Doensz van Doens, geboren omstreeks 1418 in Poortugaal. Hij is overleden op 18-01-1484 in Poortugaal, ongeveer 66 jaar oud.
Hij trouwde, ongeveer 15 jaar oud, in 1433 in Poortugaal met de 19 of 20-jarige
234777 Lijsbeth N.N., geboren in 1413 in ?. Zij is overleden op 17-12-1485 in ?, 71 of 72 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Doen Beijens ( de Jonge ), geboren in 1434 in Poortugaal (zie 117388).
236064 Heijn Heijnsz van Driel, geboren omstreeks 1390 in ?. Hij is overleden in ?.
Notitie: Notities bij Heijns Heijnsz de Oude van Driel
persoon: Zuiderent - http://www.zuiderent.ch/kwst/gen19.htm - 268448. Oude Heijn Heijenzoen, ref. nr. 13.08.2003 3vDp292, OV1987p416, DJV-III.[5],[6],3
Vermeld in een Dordtse akte van 1469 waarin sprake is van een rentebrief op zijn naam. Stamvader van een geslacht van Driel in Zuid-Holland (Barendrecht, Poortugaal en Strijen). De naam van Driel wordt pas 4-5 generaties later via de vrouwelijke lijn aangenomen.
Hij trouwde met Abel Meeusdr.
Hij trouwde met
236065 Abeel Meeuwdr, geboren in ?. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Heijn Heijnsz van Driel, geboren in 1420 in ? (zie 118032).
236080 Beije Doensz van Doens, geboren omstreeks 1406 in Poortugaal. Hij is overleden op 18-01-1484 in Poortugaal, ongeveer 78 jaar oud.
Hij trouwde, ongeveer 27 jaar oud, in 1433 in Poortugaal met de 19 of 20-jarige
236081 Lijsbeth N.N., geboren in 1413. Zij is overleden op 17-12-1485, 71 of 72 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Doen Beijense Doensz van Driel ( de Jonge ), geboren in 1442 in Poortugaal (zie 118040).
237368 Doen Beijense Doensz van Driel ( de Jonge ), geboren in 1442 in Poortugaal. Hij is overleden op 16-12-1515 in Poortugaal, 72 of 73 jaar oud.
Notitie: Hij was schepen van Poortugaal.
Hij trouwde (2), 52 of 53 jaar oud, in 1495 in ? met Neeltje Wollebrands Jansdr Boot (geb. ±1450), ongeveer 45 jaar oud.
Hij trouwde (1), 24 of 25 jaar oud, in 1467 in ? met de ongeveer 22-jarige
237369 Haesken, geboren omstreeks 1445 in ?. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Cornelis Willem Doens de Jonge Beijens, geboren omstreeks 1480 in ? (zie 118684).
237372 Teunis Koosensz van Riede, geboren omstreeks 1454 in ?. Hij is overleden omstreeks 1504 in ?, ongeveer 50 jaar oud.
Hij trouwde met
237373 Iswij N.n., geboren in ?. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Pieter Teunisz, geboren omstreeks 1485 in ? (zie 118686).
248768 Reinier jacobsz van Langelaer, geboren omstreeks 1442 in Renswoude. Hij is overleden na 1511 in Renswoude, minstens 69 jaar oud.
Hij trouwde met
248769 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Gerrit Reijersz van Langelaer, geboren omstreeks 1479 in ? (zie 124384).
Generatie 19 (edelgrootouders)
460064 Jan Roelofs van Cranendonck, geboren omstreeks 1380 in ?. Hij is overleden na 1454 in ?, minstens 74 jaar oud.
Notitie: Notities bij Jan Roelofs Cranendonck
Hij was bastaardzoon. Hij was landpoorter van Dordrecht 1445-1450). Dit was een burger, die was vrijgesteld van deverplichting om in de stad te wonen. Met behoud van alle rechten en plichten van het poorterschap. In dit verband is een vermelding van 1438 interessant, waarin een Jan de Meijer ROELOFSZ een rente verkocht, staande een huys en erf tegenover de Schippersliedenkapel te Dordrecht. Een "meijer" was een vertegenwoordiger van de landheer, d.i. een schout, baljuw of rechterlijk ambtenaar. Hij woonde in de Riederwaard. In de periode 1443-1453 werd hij vermeld als eigenaar van 5 morgenland in de kort tevoren bedijkte polder Nieuw-Reijerwaard, gelegen achter Slikkerveer.
Notities bij Jan Roelofs Cranendonck
Jan van Cranendonck, alias Jan Roelofsz. Cranendonck, geboren rond 1380, overleden na 1454. Hij was landpoorter van Dordrecht. Een landpoorter is iemand die gevestigd is buiten de stad en die tegen jaarlijkse betaling dezelfde rechten geniet als een poorter. Vermoedelijk na de grote overstroningen, waaronder de Sint Elisabethsvloed (1421), vestigde hij zich in de nieuw bedijkte polder Nieuw-Reijerwaard, gelegen ?after Slickerveer?, waar hij 5 ½ morgen land bezat. Nog lang na zijn dood stond dit land bekend als ?Jan Roelofsz. V ½ mergen?. Zijn weduwe erfde de helft van deze grond. De andere helft werd verdeeld onder zijn zoons Willem en Roelof Cranendonck.
Hij trouwde met
460065 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Roelof Jansz Cranendonck, geboren omstreeks 1410 in ? (zie 230032).
469552 Doen Beijensz van Doens, geboren in 1376 in Poortugaal. Hij is overleden op 11-09-1452 in Poortugaal, 75 of 76 jaar oud.
Hij trouwde, 30 of 31 jaar oud, in 1407 in Poortugaal met de 29 of 30-jarige
469553 Margriet Hendriksdr Drogendijk (nn), geboren in 1377 in ?. Zij is overleden in 1446 in ?, 68 of 69 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Beije Doensz van Doens, geboren omstreeks 1418 in Poortugaal (zie 234776).
472160 Doen Beijensz van Doens, geboren in 1376 in Poortugaal. Hij is overleden op 11-09-1452 in Poortugaal, 75 of 76 jaar oud.
Hij trouwde, 30 of 31 jaar oud, in 1407 in Poortugaal met de 29 of 30-jarige
472161 Margriet Hendriksdr Drogendijk (nn), geboren in 1377. Zij is overleden in 1446, 68 of 69 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Beije Doensz van Doens, geboren omstreeks 1406 in Poortugaal (zie 236080).
474736 Beijen Doensz van Doens, geboren omstreeks 1406 in Poortugaal. Hij is overleden op 18-01-1484 in Poortugaal, ongeveer 78 jaar oud.
Notitie: Hij was schepen van Poortugaal en Leenman van Putten.
Hij trouwde, ongeveer 27 jaar oud, omstreeks 1433 in Poortugaal met de ongeveer 20-jarige
474737 Lijsbeth N.N., geboren omstreeks 1413 in Poortugaal. Zij is overleden op 17-12-1485 in Poortugaal, ongeveer 72 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Doen Beijense Doensz van Driel ( de Jonge ), geboren in 1442 in Poortugaal (zie 237368).
497536 Jacob Reijersz van Langelaer, geboren omstreeks 1423 in Renswoude. Hij is overleden omstreeks 1471 in ?, ongeveer 48 jaar oud.
Hij trouwde met
497537 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Reinier jacobsz van Langelaer, geboren omstreeks 1442 in Renswoude (zie 248768).
Generatie 20 (edelovergrootouders)
920128 Roelof Cranendonck van Emmichoven, geboren omstreeks 1330 in ?. Hij is overleden omstreeks 1388 in ?, ongeveer 58 jaar oud.
Notitie: Notities bij Roelof Cranendonck van Emmichoven
Hij was pastoor van Maarheze 1368-1388. De baronie Cranendonck ligt nabij Soerendonk en Budel ten zuiden van Eindhoven.Een heerlijkheid die vanaf het begin van de 13e eeuw in de bronnen voorkomt als bezit van een tak van het grafelijk geslacht HOORNE.
Hij is 3 maal getrouwd geweest.
Notities bij Roelof van Emmichoven
XIX Roelof van Emmichoven, geboren rond 1330, overleden in of kort na 1388. Hij was mogelijk een zoon van Dirck van Cranendonck. In ieder geval is het volgens recent onderzoek hoogst waarschijnlijk dat hij afstamt van de heren van Cranendonck. Roelof wordt vermeld van 1368 tot 1388 als pastoor van de kerk van Maarheeze onder Cranendonck. Als raad van de heer van Horne, Altena en Kurtersem zegelde hij met het familiewapen van het geslacht Cranendonck: drie jachthoorns uit het wapen van Horne, met in een vrijkwartier twee afgewende zalmen uit het wapen van Emmichoven en Altena. Roelof had drie bastaardzonen, waarschijnlijk bij drie verschillende vrouwen: Willem van Gennip, Emond van Emmichoven en Jan van Cranendonck. Zie XVIII.
Partner NN, niet getrouwd ca 1370. Partner NN,
niet getrouwd ca 1380. Partner NN, niet getrouwd ca 1385.,
Genoemd 1368-1388 als pastoor van Maarheeze (onder Cranendonck), raad van de heer van Horne en
Altena (1386).,
De twee horens in het wapen komen van het wapen van het geslacht van Horne (heeft drie horens in
haar wapen), de twee vissen (zalmen) komen van het wapen van Emmikhoven, wat weer afgeleid is van
het wapen van Altena (zie www.ngw.nl). Het wapen is dan ook het alliantiewapen van Horne-Altena.
De heerlijkheid Altena viel sinds 1242 onder Horne en Kleef.,
Wapen van het geslacht Cranendonck uit IJsselmonde: twee of drie rode hoorns (2 en 1) op een veld
van goud, soms vergezeld van een ster, met in een groen vrijkwartier twee vertikaal geplaatste
zilveren zalmen met de koppen omhoog.,
Volgens CBG: Familiewapen Cranendonck. Gevierendeeld: I en IV in goud een rood ankerkruis; II en
III in zilver drie rode jachthoorns.,
De naam Cranendonck lijkt te wijzen op een herkomst uit Brabant, waar de voormalige baronie
Cranendonck is te vinden. Een heerlijkheid die vanaf het begin van de 13e eeuw in de bronnen
voorkomt als bezit van een tak van het grafelijk geslacht Hoorne. De baronie Cranendonck ligt
nabij Soerendonk en Budel ten zuiden van Eindhoven. Willem, heer van Horne, Altena en Gaasbeek,
was gehuwd met Oda van Putten en Strijen, dochter van Nicolaas van Putten en Aleid van Strijen.,
Roelof´s nakomelingen maakte gebruik van een wapen met hoorns en zalmen, gelijk aan het
alliantiewapen van Horne-Altena.,
Roelof is bekend als de vader van "Jan Roelofsz die men heet Jan Cranendoncxz". Wellicht was
Willem Roelofsz, schout van Ridderkerk, ook een zoon van deze Roelof.,
Gezien zijn wapenvoering stamt waarschijnlijk zijn moeder uit het Altenase geslacht Van Emmichoven
(2 afgekeerde zalmen), wellicht was ze een kleindochter van Roelof van Emmichoven vermeld 1300.
Zijn vader zal een wapen met 3 hoorns gehad hebben, waarschijnlijk iemand uit het geslacht Horne
of Cranendonck. Gezien het standsverschil tussen het vasallengeslacht van Emminckhoven en het
adelijke geslacht Horne/Cranendonck is hij vermoedelijk een onwettige zoon geweest van één der
zonen van Willem II van Cranendonck en Elisabeth van Steyn. Er zijn echter ook andere hypothesen
mogelijk.
Hij trouwde met
920129 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Jan Roelofs van Cranendonck, geboren omstreeks 1380 in ? (zie 460064).
939104 Beijen Beijensz van Doens, geboren in 1344 in Poortugaal. Hij is overleden in 1408 in Poortugaal, 63 of 64 jaar oud.
Hij trouwde, 36 of 37 jaar oud, in 1381 in Poortugaal met de 26 of 27-jarige
939105 Elizabeth N.n., geboren in 1354 in Poortugaal. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Doen Beijensz van Doens, geboren in 1376 in Poortugaal (zie 469552).
944320 Beijen Beijensz van Doens, geboren in 1344 in Poortugaal. Hij is overleden in 1408 in Poortugaal, 63 of 64 jaar oud.
Hij trouwde, 36 of 37 jaar oud, in 1381 in Poortugaal met de 26 of 27-jarige
944321 Elizabeth N.n., geboren in 1354 in Poortugaal. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Doen Beijensz van Doens, geboren in 1376 in Poortugaal (zie 472160).
949472 Doen Beijensz van Doens, geboren in 1376 in Poortugaal. Hij is overleden op 11-09-1452 in Poortugaal, 75 of 76 jaar oud.
Hij trouwde, 30 of 31 jaar oud, in 1407 in Poortugaal met de 29 of 30-jarige
949473 Margriet Hendriksdr Drogendijk (nn), geboren in 1377 in ?. Zij is overleden in 1446 in ?, 68 of 69 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Beijen Doensz van Doens, geboren omstreeks 1406 in Poortugaal (zie 474736).
995072 Reynier van Langelaer, geboren omstreeks 1378 in Renswoude. Hij is overleden in ?.
Hij trouwde met
995073 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Jacob Reijersz van Langelaer, geboren omstreeks 1423 in Renswoude (zie 497536).
Generatie 21 (edelbetovergrootouders)
1840256 Diederik ( Dirck ) Cranendonck, geboren omstreeks 1305 in Maarheze. Hij is overleden vóór 20-07-1343 in Maarheze, ten hoogste 38 jaar oud.
Notitie: Dirk van Cranendonck (ca. 1305 - voor 20 juli 1343) was de zoon van Willem II van Cranendonck en Elisabeth van Steyn.
Hoewel er onduidelijkheid hieromtrent bestaat wordt aangenomen dat hij het was die Willem II opvolgde als heer van Cranendonck en Eindhoven, omdat van zijn broer Willem bekend is dat die al als jonge man is gestorven.
Dirk zou eerst pastoor te Binderveld zijn geweest maar, om zijn geslacht voor uitsterven te behoeden, trouwde hij met Aleid van Horne, dochter van Willem V van Horne. Hier was dispensatie voor nodig wegens hun nauwe verwantschap. Het huwelijk bleef echter kinderloos. Wel zou hij een bastaardzoon hebben verwekt bij een dochter van Roelof van Emmichoven (ca. 1275 - na 1325), een ridder uit het Land van Altena waar de families Cranendonck en Horne grote belangen hadden. Ook voor deze bastaard geldt dat ook Willem de vader zou kunnen zijn maar dat de kans aanmerkelijk groter is dat Dirk de vader is.
De bestaardzoon van Dirk was Roelof van Emmichoven (ca. 1340 - ca. 1388), vanaf 1368 pastoor van Maarheeze. In 1386 noemde hij zich raadsheer van de heren van Horne, Altena en Kurtersum (Kortessem?). Roelof had ten minste drie zonen, vermoedelijk bij drie verschillende vrouwen. Zijn zoon Edmond was in 1455 commandeur van de Maltezer Orde. Zijn zoon Jan (ca. 1385 - na 1454) vestigde zich in Dordrecht. In een akte wordt hij "de Meijer" genoemd, wat suggereert dat hij in Dordrecht en het Land van Altena de belangen van zijn adellijke neven behartigde. Pastoor Roelof voerde een wapen dat een combinatie was van dat van Horne (drie hoorns) en van Altena (twee zalmen). Jan en zijn nakomelingen zijn dat wapen blijven gebruiken. Zij werden boer in de omgeving van Ridderkerk en Dordrecht, en de naam Cranendonck komt nog steeds in die streek voor.
Na het overlijden van Dirk gingen de heerlijkheden Cranendonck en Eindhoven over op de geslachten Van Sevenborn, Van Milberg, Van Schoonvorst, Van Horne en Van Egmont om vervolgens aan het huis van Oranje te komen.
Hij is weduwnaar van Aleid van Horne (geb. ±1324).
Hij trouwde (2) met
1840257 N.n. Roelofs van Emmichoven, geboren in ?. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Roelof Cranendonck van Emmichoven, geboren omstreeks 1330 in ? (zie 920128).
1878208 Beijen Rutghers van Doens, geboren in 1324 in Poortugaal. Hij is overleden in 1408 in Poortugaal, 83 of 84 jaar oud.
Hij trouwde, ongeveer 25 jaar oud, omstreeks 1349 in Poortugaal met de ongeveer 21-jarige
1878209 Lijsbeth, geboren in 1328 in Poortugaal. Zij is overleden in 1408 in Poortugaal, 79 of 80 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Beijen Beijensz van Doens, geboren in 1344 in Poortugaal (zie 939104).
1888640 Beijen Rutghers van Doens, geboren in 1324 in Poortugaal. Hij is overleden in 1408 in Poortugaal, 83 of 84 jaar oud.
Hij trouwde, ongeveer 25 jaar oud, omstreeks 1349 in Poortugaal met de ongeveer 21-jarige
1888641 Lijsbeth, geboren in 1328 in Poortugaal. Zij is overleden in 1408 in Poortugaal, 79 of 80 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Beijen Beijensz van Doens, geboren in 1344 in Poortugaal (zie 944320).
1898944 Beijen Beijensz van Doens, geboren in 1344 in Poortugaal. Hij is overleden in 1408 in Poortugaal, 63 of 64 jaar oud.
Hij trouwde, 36 of 37 jaar oud, in 1381 in Poortugaal met de 26 of 27-jarige
1898945 Elizabeth N.n., geboren in 1354 in Poortugaal. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Doen Beijensz van Doens, geboren in 1376 in Poortugaal (zie 949472).
Generatie 22 (edeloudouders)
3680512 Willem II Cranendonck, geboren omstreeks 1275 in ?. Hij is overleden vóór 1321 in ?, ten hoogste 46 jaar oud.
Notitie: Willem II van Cranendonck (ca. 1275 - voor 1321) was de zoon van Willem I van Cranendonck en vermoedelijk Katharina van Kessel (ca. 1245 - na 1306).
Willem was heer van Cranendonck en Eindhoven van omstreeks 1285 tot zijn dood. Hij gebruikte het wapen van het huis Horne. Op 10 januari 1314 droeg hij de hoge rechtspraak en het brouwambt van Swalmen over aan Reinoud I van Gelre, nadat zijn leenman Seger van Swalmen deze rechten aan Reinoud had verkocht.
Willem II was gehuwd met Elisabeth van Steyn (ca. 1290 - na 1323). Zij hadden meerdere zonen. Er is sprake van Willem, Arnout en Dirk maar het was waarschijnlijk Dirk van Cranendonck die de beide heerlijkheden erfde.
Elisabeth was dochter van Arnold III van Stein (1266 - 1329) en een dochter van Dirk II van Valkenburg en Adelheid van Loon (ca. 1240 - ca. 1275). Arnold vocht in de Slag bij Woeringen en werd daar door Arnold V van Loon tot ridder geslagen. Bekende voorouders van Arnold zijn:
(1) Arnold II van Stein en Margareta van Grimbergen
(2) Arnold I van Stein (ca. 1180 - voor 1241)
(3) Herman van Elsloo (ca. 1145 - ca. 1228)
(4) Arnulfus van Elsloo
(2) Arnold Bertout van Grimbergen (ca. 1167 - na 1212) en Sophia van Altena (ca. 1190 - na 1247)
(3) Wouter II Berthout en Bonne, dochter van Lodewijk I van Loon en Agnes van Metz
(3) Gerard II van Grimbergen (ca. 1149 - 1188) en Mathilde van Ninove
(4) Gerard van Ninove (ca. 1130 - 1201) en Gisela van Petegem
(5) Amalrik II van Ninove
(6) Amalrik I van Ninove
(5) Ingelbrecht IV van Petegem (ca. 1070 - na 1135) en een dochter van Boudewijn I van Gent
(6) Ingelbrecht III van Petegem (ca. 1030 - voor 1082) en Mathilde (ca. 1050 - na 1082)
(7) Ingelbert II van Petegem (ca. 1010 - 1058) en Glismode (8) Ingelbert I van Petegem
(3) Boudewijn van Altena (ca. 1145 - 1200) en Agnes
(4) Dirk I van Altena (ca. 1120 - na 1189) en Mathilde
(5) Adela Berthouts, moeder van Dirk I van Altena
(6) Wouter I Berthout
Hij trouwde met
3680513 Elisabeth van Steyn, geboren in 1280 in ?. Zij is overleden na 1323 in ?, minstens 43 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Diederik ( Dirck ) Cranendonck, geboren omstreeks 1305 in Maarheze (zie 1840256).
3756416 Rutgheer Diddericks van Doens, geboren in 1288 in Pernis. Hij is overleden in 1357 in ?, 68 of 69 jaar oud.
Hij trouwde met
3756417 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Beijen Rutghers van Doens, geboren in 1324 in Poortugaal (zie 1878208).
3777280 Rutgheer Didderics van Doens, geboren in 1288 in Pernis. Hij is overleden in 1357, 68 of 69 jaar oud.
Hij trouwde met
3777281 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Beijen Rutghers van Doens, geboren in 1324 in Poortugaal (zie 1888640).
3797888 Beijen Rutghers van Doens, geboren in 1324 in Poortugaal. Hij is overleden in 1408 in Poortugaal, 83 of 84 jaar oud.
Hij trouwde, ongeveer 25 jaar oud, omstreeks 1349 in Poortugaal met de ongeveer 21-jarige
3797889 Lijsbeth, geboren in 1328 in Poortugaal. Zij is overleden in 1408 in Poortugaal, 79 of 80 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Beijen Beijensz van Doens, geboren in 1344 in Poortugaal (zie 1898944).
Generatie 23 (edeloudgrootouders)
7361024 Willem I Cranendonck, geboren vóór 1243 in ?. Hij is overleden omstreeks 1285 in ?, minstens 42 jaar oud.
Notitie: Willem I van Cranendonck (voor 1243 - tussen 14 november 1282 en 22 mei 1289) was de zoon van Engelbert van Horne (1242) en Ermegard van Mierlo. Hij was de eerste die zich heer van Cranendonck noemde. Ook was hij heer van Eindhoven. Hij gebruikte het wapen van Horne.
Willem was vermoedelijk getrouwd met Katharina van Kessel (ca. 1245 - na 1306). Een van hun kinderen was Willem II van Cranendonck.
Bekende voorouders van Katharina zijn:
(1) Willem van Kessel (ca. 1210 - ca. 1261)
(2) Hendrik V van Kessel (ca. 1180 - na 1236) en Uthelhildis van Hengebach, stichtten de parochiekerk van Kessel (Limburg)
(3) Hendrik IV van Kessel (ca. 1160 - ca. 1200) en Alveradis van Cuyk (ca. 1165 - na 1226), hertrouwd met Dirk II van Zeeland Van Voorne
(4) Hendrik III van Kessel (ca. 1140 - voor 1189) en Alverade van Merum (5) Hendrik II van Kessel (voor 1100 - 1144)
(4) Hendrik II van Cuyck van Malsen (ca. 1140 - 1204), heer van Cuijk en Herpen, burggraaf van Utrecht, voogd van het kapittel van Sint-Jan te Utrecht, kruisvaarder, en Sophia van Rhenen (ca. 1140 - 1191), erfdochter van Herpen
(5) Herman van Cuijk (1100-1170) en een dochter van Otto II van Chiny en Adelheid van Namen (1068 - 1124)
(5) Dirk van Rhenen (ca. 1110 - 1176), burggraaf van Utrecht, en een dochter van Hendrik van Bierbeek
Hij trouwde met
7361025 Katharina van Kessel, geboren omstreeks 1245 in ?. Zij is overleden na 1306 in ?, minstens 61 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Willem II Cranendonck, geboren omstreeks 1275 in ? (zie 3680512).
7361026 Arnold III van Steyn, geboren in 1250 in ?. Hij is overleden in 1300 in ?, 49 of 50 jaar oud.
Notitie: Notities bij Arnold III van Steyn
Beroep: ridder, heer van Stein en Elsloo.
Er bestaat een schilderij van het kasteel van Stein (dit hangt in het Kasteel Merode bij Düren in Duitsland). Dit schilderij dateert van 1728. Uit dezelfde periode stamt een gobelin van het kasteel Stein dat bewaard wordt op het oude kasteeel Westerloo in België. Aanvankelijk was het een Borg of Slot, ook wel "Het Huys van Steyn" genaamd (Gen Hous; vandaar de naam: Ondergenhousweg).
De burcht dateert uit het begin van de 13e eeuw toen Stein ontstond als een zelfstandige en onafhankelijke heerlijkheid uit een vroeger Karolingisch koningsgoed onder souvereiniteit van een heer of baron. Zowel ter beveiliging en bescherming van zijn gebied en zijn onderdanen, als ter erkenning van zijn opperheerschappij had hij behoefte aan een statussymbool.
Mogelijk gaf Arnold III (1266-1329) de aanzet tot de aanleg van de thans nog gedeeltelijk resterende burcht. Hierbij werd begonnen met de bouw van een donjon.
In de loop der eeuwen is kasteel Stein bewoond door vele kasteelheren. Zo nam Arnold III onder de graaf van Loon in 1288 deel aan de beroemde slag van Woeringen en werd daar tot ridder geslagen.
Hij trouwde met
7361027 Maria van Valkenburg, geboren in 1254 in Hoogeloon. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Elisabeth van Steyn, geboren in 1280 in ? (zie 3680513).
7595776 Rutgheer Didderics van Doens, geboren in 1288 in Pernis. Hij is overleden in 1357 in ?, 68 of 69 jaar oud.
Hij trouwde met
7595777 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Beijen Rutghers van Doens, geboren in 1324 in Poortugaal (zie 3797888).
Generatie 24 (edeloudovergrootouders)
14722048 Engelbert van Horne, geboren omstreeks 1195 in ?. Hij is overleden omstreeks 1265 in ?, ongeveer 70 jaar oud.
Notitie: Engelbert van Horne (ca. 1195 - ca. 1265) was een jongere zoon van Willem van Horne en Margaretha van Altena.
Na de dood van zijn oom Dirk II van Altena erfde Engelbert zijn bezittingen in de omgeving van Maarheeze. Engelbert liet daar het Kasteel Cranendonck bouwen tussen Maarheeze en Soerendonk. Hij verwierf de voogdij over de kerkelijke goederen te Budel van de abdij te Aken en wist deze rechten uit te breiden.
Hij was de stamvader van een zijtak van het geslacht Van Horne die Heer zou worden van Cranendonck en Eindhoven. Het wapen van Eindhoven toont dat van deze zijtak, namelijk drie witte hoorns op een rood veld. Engelberts zoon Willem I van Cranendonck was de eerste die zich Heer van Cranendunc noemde. Het geslacht werd daarom voortaan Van Cranendonck genoemd. Na enige tijd stierf het echter uit in de mannelijke lijn. Cranendonck en Eindhoven hebben de gehele verdere geschiedenis door dezelfde heren gehad. Nakomelingen in de vrouwelijke lijn gebruiken de naam (in verschillende spellingen) nog steeds.
Engelbert was getrouwd met Ermegard (?) van Mierlo en ze kregen ten minste één zoon: Willem I van Cranendonck.
Bekende voorouders van Engelbert zijn:
(1) Willem van Hoorne (ca. 1170 - ca. 1195) en Margaretha van Altena (ca. 1175 - 1207)
(2) Engelbertus III van Horne en een dochter van ene Willem
(3) Engelbert II van Horne (ca. 1110 - voor 1160) en een dochter van Hendrik van Kessel
(4) Reginbaldus van Horne (ca. 1080 - voor 1140)
(5) Engelbertus van Hurnin (ca. 1045 - na 1102)
(4) Hendrik II van Kessel (ca. 1100 - 1144)
(2) Boudewijn van Altena (ca. 1145 - 1200), deelnemer aan de derde Kruistocht, en Margaretha van Bornem van Gent
(3) Dirk I van Altena (ca. 1120 - na 1189) en Mathilde
(4) Adela Berthouts en haar man, ouders van Dirk,
(5) Wouter I Berthout
(3) Steppo van Viggezele van Bornem, heer van Viggezele, Bornem, burggraaf van Gent, voogd van Temse, en Aleidis van Gent (ca. 1110 - voor 1154), erfdochter van Gent, weduwe van Hugo van Encre
(4) Seger I van Gent (ca. 1090 - 1122)
(5) Wenemar I van Gent (ca. 1065 - na 1117) en Gisele van Guines (ca. 1070 - ca. 1140), erfdochter van Guines
(6) Lambert II van Gent en Geyla
(7) Volkaard I van Gent
(8) Lambert I van Gent
(9) Wenemar van Gent
(6) Boudewijn I van Guînes en Adelheid van Holland (ca. 1040 - 1085)
Bekende voorouders van Ermegard zijn:
(1) Hendrik I van Mierlo (ca. 1195 - voor 1256) en Heilwig (2) Roelof van Rode (van Myerle) (ca. 1160 - voor 1220) en Didradis Hendriks van Rixtel (3) Arnold III van Rode (ca. 1125 - na 1180) en een dochter van Tilborgh (4) Gijsbert I van Rode (5) Arnold I van Rode (ca. 1060 - na 1116)
(3) Henrick van Rixtel en een dochter van Herbert van Heeze (4) Didradis van Rixtel, moeder van Henrick, bekend van een schenking
(4) Herbert I van Heeze (ca. 1105 - na 1173) (5) Reinard I van Millen (6) Herbert I van Millen
Hij trouwde met
14722049 Ermegard van Mierlo, geboren in ?. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Willem I Cranendonck, geboren vóór 1243 in ? (zie 7361024).
14722052 Arnold II van Steyn, geboren in 1220 in ?. Hij is overleden in 1275 in ?, 54 of 55 jaar oud.
Notitie: Notities bij Arnold II van Elsloo Heer van Stein
Heer van Stein. Treedt op als voogd van de onmondige zoon van Oda van Grimbergen in 1236.
Hij trouwde (2), 44 of 45 jaar oud, in 1265 in ? met Margrethe van Grimbergen.
Hij trouwde (1), 24 of 25 jaar oud, in 1245 in ? met de 14 of 15-jarige
14722053 Elisabeth van Limburg-Monschau, geboren in 1230 in ?. Zij is overleden in 1265 in ?, 34 of 35 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Arnold III van Steyn, geboren in 1250 in ? (zie 7361026).
14722054 Dirk II van Valkenborch, geboren in ?. Hij is overleden in ?.
Kind van (14722054) uit onbekende relatie:
I. Maria van Valkenburg, geboren in 1254 in Hoogeloon (zie 7361027).
Generatie 25 (edeloudbetovergrootouders)
29444096 Willem I van Horne, geboren in 1200 in ?. Hij is overleden in 1264 in ?, 63 of 64 jaar oud.
Notitie: Willem I van Horne was een edelman uit het Huis Horne die leefde van 1200-1264. Hij was heer van Horn en ook onder meer van Helmond.
In 1222 verkocht hij de heerlijkheid Helmond aan hertog Hendrik I van Brabant, waarna deze heerlijkheid onder invloed van de hertog van Brabant kwam.
Hij trouwde in 1230 met Heilwig van Altena, zus van Dirk III van Altena en Boudewijn van Altena. Zij was een dochter van Dirk II van Altena van het kasteel Altena te Almkerk.
Hun kinderen waren:
Margaretha van Horne (1230-)
Willem II van Horne (1240-1304)
Engelbert van Horne (1242-)
Dirk IV van Horne (-1272) heer van Altena. Hij is kinderloos overleden.
Het Huis Horne of het geslacht van Horne (ook gespeld als van Horn of van Hoorne) is een oud adellijk geslacht dat veel personen heeft geleverd die van belang zijn geweest voor de geschiedenis van de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden. De naam is afkomstig van de Limburgse plaats Horn en niet, zoals soms abusievelijk wordt gedacht, van de Noord-Hollandse stad Hoorn. De beroemdste persoon die in het algemeen bekendstaat als ’Hoorne’ heette in werkelijkheid Filips van Montmorency. Montmorency, die samen met Lamoraal van Egmont in 1568 te Brussel werd onthoofd, was weliswaar graaf van Horn, doch stamde niet uit het geslacht Horne.
Het geslacht van Horne behoorde tot de hogere adel van Nederland. Tal van heerlijkheden hadden gedurende enige tijd heren die uit dit geslacht afkomstig waren. Tegenwoordig is dit geslacht uitgestorven.
De jaartallen van de vroegste leden van dit geslacht berusten op gissingen. Bovendien zijn er nog meer Hornes, die niet altijd even goed zijn te traceren.
De eerste Hornes komen geïsoleerd voor in documenten en we weten er nauwelijks iets van. Ook de jaartallen wisselen in de verschillende genealogieën, of ze zijn onvolledig dan wel inconsistent. Zelfs van de persoon van Willem I van Horne is nog nauwelijks iets bekend.
De diverse beschikbare stambomen geven totaal verschillende beelden voor de eerste Willems, die soms ook weer andere nummeringen krijgen, en andere echtgenotes. Pas vanaf Gerhard I begint het beeld enigszins consistent te worden. We maakten hier vooral gebruik van de Genealogische Databank van de Europese adel.
Hij trouwde, 29 of 30 jaar oud, in 1230 in ? met
29444097 Heilwich van Altena, geboren in ?. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Engelbert van Horne, geboren omstreeks 1195 in ? (zie 14722048).
29444104 Arnold I van Steyn, geboren in ?. Hij is overleden in ?.
Hij trouwde met
29444105 Margretha van Bosinchem, geboren in ?. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Arnold II van Steyn, geboren in 1220 in ? (zie 14722052).
29444106 Walram V van Monschau, geboren in 1205 in ?. Hij is overleden in 1247 in ?, 41 of 42 jaar oud.
Hij trouwde, 12 of 13 jaar oud, in 1218 in ? met de 25 of 26-jarige
29444107 Elizabeth van Bar, geboren in 1192 in ?. Zij is overleden op 01-08-1262 in ?, 69 of 70 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Elisabeth van Limburg-Monschau, geboren in 1230 in ? (zie 14722053).
Generatie 26 (edelstamouders)
58888194 Dirk II van Altena, geboren in ?. Hij is overleden in ?.
Kind van (58888194) uit onbekende relatie:
I. Heilwich van Altena, geboren in ? (zie 29444097).
58888212 Walram IV van Limburg, geboren in ?. Hij is overleden in ?.
Hij trouwde met
58888213 Kunegonde van Lotharingen, geboren in ?. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Walram V van Monschau, geboren in 1205 in ? (zie 29444106).
58888214 Theobald I van Bar, geboren in 1158 in ?. Hij is overleden op 13-02-1214 in ?, 55 of 56 jaar oud.
Notitie: Theobald I van Bar (1158 - 13 februari 1214) was een jongere zoon van Reinout II van Bar en van Agnes van Champagne.
Hij volgde in 1190 zijn broer Hendrik op als graaf van Bar. Door zijn huwelijk met Ermesinde II van Namen-Luxemburg in 1197, werd hij tevens co-graaf van Luxemburg. Als telg van het huis Champagne langs moederszijde was hij op gewestelijk vlak een tegenstander van Lotharingen en op nationaal vlak een tegenstander van Filips II van Frankrijk. Door een handige huwelijkspolitiek wist Theobald zijn macht uit te breiden, onder meer naar Luxemburg.
Zijn gebied werd bij zijn dood in tweeën gesplitst, waarbij zijn zoon Hendrik II het graafschap Bar kreeg toegewezen terwijl het graafschap Luxemburg toekwam aan Ermesinde en Walram III van Limburg, die haar huwde.
Theobald was gehuwd met:
Lauretta (-1190), dochter van Lodewijk I van Loon,
Ermesinde (1189-1211), dochter van Gwijde van Brienne,
Ermesinde II van Namen (1186-1247), dochter van Hendrik I van Namen,
en werd de vader van:
Agnes (-1226), in 1189 gehuwd met Ferry II van Lotharingen (-1213)
Hendrik II (-1239)
Agnes, gehuwd met Hugo V van Saint-Pol (-1248),
Margaretha, in 1221 gehuwd met Herman III van Salm (1191-1228) en met Hendrik van Dampierre (-1259)
Reinout, heer van Briey
Elisabeth (-1242), gehuwd met Walram van Limburg, heer van Monschau,
Margaretha, gehuwd met Hugo III van Vaudémont en met Henri van Blois.
Hij is weduwnaar van Lauretta van Loon (±1160-vóór 1190), met wie hij trouwde (1), ongeveer 17 jaar oud, omstreeks 1175 in ?. Hij trouwde (2), ten hoogste 32 jaar oud, vóór 1190 in ? met Ermesinde van Brienne (±1170-1211), ten hoogste 20 jaar oud.
Hij trouwde (3), 38 of 39 jaar oud, in 1197 in ? met de 10 of 11-jarige
58888215 Ermesinde II van Namen- Luxemburg, geboren in 07-1186 in ?. Zij is overleden op 17-12-1247 in ?, 61 jaar oud. Zij is begraven in Abdij van Clairefontaine.
Notitie: Ermesinde II van Namen en Luxemburg (juli 1186 - 17 december 1247), een dochter van Hendrik I van Namen/Hendrik IV van Luxemburg was van 1197 tot haar dood in 1247 gravin van Luxemburg. Zij huwde in 1197, op 11-jarige leeftijd, met graaf Theobald I van Bar en in 1214 met hertog Walram III van Limburg. Uit dat tweede huwelijk werd haar opvolger, Hendrik, geboren en met hem begon ook het tweede Luxemburgse huis.
Onder het voorwendsel dat zij als vrouw geen recht had op de bezittingen van haar vader, maakte haar achterneef Filips, zoon van Boudewijn V van Henegouwen, hierop aanspraak. Vóór zijn dood had haar vader haar echter verloofd met de 28 jaar oudere Theobald I van Bar, die dapper streed om haar bezittingen te verdedigen. In 1199 werd een compromis gesloten, waarbij Filips het graafschap Namen kreeg en Ermesinde de graafschappen Luxemburg, Durbuy en La Roche-en-Ardenne, en de abdijen van Stavelot en Malmedy. Na de dood van Theobald huwde Ermesinde met Walram III van Limburg, waardoor haar zoon ook het graafschap Aarlen zou erven.
Ermesinde verleende stadsrechten aan Luxemburg, Echternach en Aarlen.
Zij werd begraven in de abdij van Clairefontaine, niet ver van Aarlen.
Kind uit dit huwelijk:
I. Elizabeth van Bar, geboren in 1192 in ? (zie 29444107).
Generatie 27 (edelstamgrootouders)
117776428 Reinoud II van Bar, geboren in 1122 in ?. Hij is overleden op 25-07-1170 in ?, 47 of 48 jaar oud.
Notitie: Reinoud II van Bar (1122 - 25 juli 1170) was de erfzoon van Reinoud I van Bar en van Gizela van Vaudémont.
Samen met zijn vader en zijn broer Hugo nam Reinoud deel aan het concilie van Metz in 1135. Met zijn broer Diederik vergezelde hij ook hun vader die deelnam aan de Tweede Kruistocht in 1147. Nadat zijn vader tijdens de terugkeer van de kruistocht omgekomen was, werd Reinoud graaf van Bar en hernamen de wrijvingen met Lotharingen en Metz. In 1152 viel Reinoud de abdij van Saint-Michiel aan, maar hij werd in de ban geslagen en moest veel boete doen en grote schenkingen overmaken aan de abdijen.
Reinoud was in 1155 gehuwd met Agnes (1138-1207), dochter van Theobald IV van Blois, en werd de vader van:
Hendrik I (1158-1190)
Theobald I (1158-1214)
Reinoud (-1217), bisschop van Chartres
Hugo, kanunnik in Chartres.
Hij trouwde, 32 of 33 jaar oud, in 1155 in ? met de 16 of 17-jarige
117776429 Agnes van Blois, geboren in 1138 in ?. Zij is overleden in 1207 in ?, 68 of 69 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Theobald I van Bar, geboren in 1158 in ? (zie 58888214).
117776430 Hendrik I van Namen- IV van Luxemburg, geboren omstreeks 1112 in ?. Hij is overleden op 14-08-1196 in ?, ongeveer 84 jaar oud.
Notitie: Hendrik (ca. 1112 – 14 augustus 1196), bijgenaamd de Blinde, was de zoon van Ermesinde I van Luxemburg en graaf Godfried van Namen. Van zijn vader erfde hij de titel graaf van Namen als Hendrik I en van zijn moeder de titel graaf van Luxemburg als Hendrik IV. Ook was Hendrik heer van Longwy, La Roche-en-Ardenne en Durbuy.
Pas als rijpe man huwde hij aanvankelijk Laureta, dochter van graaf Diederik van de Elzas, de graaf van Vlaanderen. Zij was echter voordien al wel driemaal gehuwd en recent gescheiden van Hendrik II van Limburg, huwelijk dat werd ontbonden in 1162. Dit eerste huwelijk bleef kinderloos en eindigde in een echtscheiding. Nadien huwde hij Agnes van Gelre, dochter van graaf Hendrik I van Gelre.
Hendrik voerde veel oorlog met zijn buurlanden Loon, Luik en Vlaanderen. Daardoor werd hij een machtig vorst. Toch verloor hij aan het eind van zijn regeerperiode Namen aan Henegouwen. In 1140 raakte hij in strijd met Adalbero, de bisschop van Luik, en plunderde hij de stad Fosse. In 1144 sloot hij vrede met de bisschop. In 1169 begon Godfried I van Brabant een oorlog tegen Hendrik, die gesteund werd door de graaf van Henegouwen en zijn zoon. De jonge Boudewijn V van Henegouwen kwam later zijn oom Hendrik van Namen te hulp in diens strijd tegen de hertog van Limburg.
De blinde en kinderloze graaf Hendrik had Boudewijn, de zoon van Boudewijn IV van Henegouwen tot zijn erfgenaam gekozen. Nadien vormde zijn echtscheiding schijnbaar een nog grotere verzekering voor de Naamse erfenis ten gunste van Boudewijn. Nadat Hendrik echter hertrouwde met Agnes van Gelre, dochter van graaf Hendrik I van Gelre, kreeg hij op gezegende leeftijd alsnog een kind, namelijk Ermesinde, die hij snel verloofde met de graaf van Champagne. Deze gebeurtenissen zorgden voor een conflict tussen Namen en Henegouwen. Keizer Frederik I van het Heilige Roomse Rijk kwam tussenbeide en kende Namen aan Boudewijn toe. Hendrik begon daarop een oorlog tegen Henegouwen, maar deze oorlog werd door Boudewijn gewonnen. Daardoor werd Boudewijn I van Namen in 1190 door de keizer tot markgraaf en rijksvorst verheven. Hendrik was gedwongen zich te verzoenen met Boudewijn en ze begonnen samen een nieuwe oorlog, ditmaal niet tegen elkaar, maar met elkaar. Tijdens de veldslag van Noville (1195) kwam Boudewijn echter om het leven.
Bij zijn dood op 14 augustus 1196 werd Hendrik in Luxemburg opgevolgd door zijn dochter Ermesinde, maar keizer Hendrik VI, duidde zijn broer Otto aan als graaf van Luxemburg.
Hij is weduwnaar van Laureta van de Elzas, met wie hij trouwde (1), ongeveer 68 jaar oud, in 1180 in ?.
Hij trouwde (2), ongeveer 68 jaar oud, in 1180 in ? met de 44 of 45-jarige
117776431 Agnes van Gelre, geboren in 1135 in ?. Zij is overleden na 1186 in ?, minstens 51 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Ermesinde II van Namen- Luxemburg, geboren in 07-1186 in ? (zie 58888215).
Generatie 28 (edelstamovergrootouders)
235552856 Reinout I van Bar, geboren omstreeks 1076 in ?. Hij is overleden in 1149 in ?, ongeveer 73 jaar oud.
Notitie: Reinoud I van Bar (ca. 1076 - op de Middellandse Zee, 1149) was de tweede zoon van Diederik I van Montbéliard en van Ermentrude van Bourgondië.
In 1102 werd Diederik benoemd tot voogd van Saint-Pierremont (Vosges). Bij het overlijden van zijn vader in 1105 werd hij graaf van Bar en van Mousson, en kreeg hij het graafschap Verdun in leen van de bisschop van die stad. In hetzelfde jaar stichtte hij de abdij van Froidefontaine. In 1106 verkocht Reinoud het fort van Commercy aan de abt van Saint-Mihiel.
In 1111 ontstond er een conflict tussen de paus en keizer Hendrik V over de benoeming van een nieuwe bisschop in Verdun. Reinoud koos de kant van de paus maar nam wel zijn gezant gevangen. Reinoud had nu zowel een conflict met de keizer als met de paus. De bisschop nam hem de voogdij over Dieulouard af en gaf deze aan de hertog van Luxemburg. In 1114 werd Reinoud gevangengenomen door keizer Hendrik V en deze liet hem pas vrij nadat hij een eed van trouw had gezworen. Reinoud onderhandelde een compromis met Willem I van Luxemburg en verwierf zo Stenay en Mouzay. Hij kreeg ook het graafschap Verdun terug maar zou het bij twisten over de volgende bisschopsbenoeming én weer kwijtraken (1120), én weer terugkrijgen (1124). Bij zijn intrede in de stad in 1114 raakte Reinoud overigens gewond.
Reinoud deed in 1128 de gelofte om op kruistocht te gaan. Hij verwierf het graafschap Briey en ruilde Verdun uiteindelijk in 1134 voor het graafschap van Clermont-en-Argonne. Reinoud beweerde als verwant van Godfried van Bouillon erfrechten te hebben op Bouillon. Toen onderhandelingen mislukten, veroverde hij Bouillon in 1134 maar in 1141 was hij gedwongen het kasteel weer op te geven.
Reinoud nam met twee van zijn zoons deel aan de Tweede Kruistocht. Hij overleed op zee, tijdens de terugreis.
Hij was in 1120 gehuwd met Gizela (ca. 1090 - 26 december na 1141), dochter van Gerard I van Vaudémont en weduwe van Reinoud III van Toul, en werd de vader van:
Hugo (gesneuveld Bouillon, 29 september 1041), begraven te Saint-Mihiel.
Reinoud II
Diederik († 1171), 1128 aartsdeken van Metz, 1137 bestuurder van de geestelijken in Metz, 1156 aartsdeken van Verdun, 1163 bisschop van Metz, begraven in de kathedraal van Metz.
Agnes, in 1140 gehuwd met Albert I van Chiny
Clementia, in 1140 gehuwd met Reinoud II van Clermont (1070-1162) en met Theobald III van Crépy
Mathilde, gehuwd met Koenraad I van Kyrburg
Stephania, gehuwd met Hugo III van Broyes, ze kregen vier kinderen
Gizela kreeg drie zoons uit haar eerste huwelijk.
Hij trouwde met
235552857 Gisela van Vaudemont, geboren in ?. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Reinoud II van Bar, geboren in 1122 in ? (zie 117776428).
235552858 Theobald IV van Blois, geboren op 02-04-1090 in ?. Hij is overleden op 10-01-1152 in Lagny-sur-Marne, 61 jaar oud.
Notitie: Theobald IV van Blois (2 april 1090 – Lagny-sur-Marne, 10 januari 1152), bijgenaamd de Grote, was de tweede zoon van Stefanus II van Blois en van Adela van Engeland.
Omdat Theobalds oudere broer Willem door zijn moeder onbekwaam werd geacht, erfde Theobald in 1102 de graafschappen Blois, Châteaudun, Chartres, Sancerre, Provins en Meaux, van zijn vader. Zijn moeder regeerde als regentes tot 1107 en had ook daarna een grote invloed op het bestuur, tot zij in 1120 in het klooster trad.
Theobald steunde aanvankelijk koning Lodewijk VI van Frankrijk maar kwam met hem in conflict over het graafschap Corbeil, waar Theobald aanspraak op maakte toen de graaf zonder erfgenamen overleed. Vanaf 1115 was hij een bondgenoot van Hendrik I van Engeland, die ook hertog van Normandië was, tegen Lodewijk. De paus dwong Theobald echter zich in 1119 te verzoenen met Lodewijk. In 1124 steunde hij Lodewijk toen een inval van keizer Hendrik V in Frankrijk dreigde. In 1125 erfde Theobald het graafschap Champagne van zijn oom Hugo. Twee jaar later steunde Theobald de poging van kanselier Stephanus van Garlande om de macht te grijpen in Frankrijk. Als vergelding verwoestte Lodewijk Champagne.
Na de dood van Hendrik van Engeland, was zijn dochter Mathilde van Engeland de wettige erfgename. De Normandische adel steunde echter Theobald als kandidaat voor de koningstitel van Engeland. Theobalds broer Stefanus van Engeland was een van de machtigste en rijkste hovelingen van Engeland, en samen met hun derde broer bisschop Hendrik van Winchester greep hij zelf de macht in Engeland. Met een klein leger bezette Stephanus Dover, Canterbury en Londen terwijl Hendrik de koninklijke schatkist bemachtigde. Theobald kon nu niet anders meer doen dan Stephanus steunen als koning. In 1137 werd hij als dank door Stephanus benoemd tot regent van Normandië.
Vanaf 1141 kwam Theobald in conflict met de jonge koning Lodewijk VII van Frankrijk. Eerst over de benoeming van de bisschop van Bourges en daarna omdat Lodewijk zijn trouwe vazal Roeland I van Vermandois liet trouwen met zijn schoonzuster, waarvoor Roeland zijn toenmalige echtgenote, en nicht van Theobald, moest verstoten. Lodewijk viel Champagne binnen en de strijd bereikte een trieste climax toen zijn troepen de kerk van Vitry-en-Perthois in brand staken, waarbij meer dan duizend mensen die in de kerk waren gevlucht, de dood vonden. Lodwijk staakte daarop de vijandelijkheden. Theobald wist met steun van de paus op alle punten zijn zin te krijgen. Maar doordat Theobald zijn handen vol had in Champagne, kon hij zijn broer niet helpen in de strijd tegen Mathilde en haar tweede echtgenoot Godfried V van Anjou. Zo kon Godfried het hertogdom Normandië veroveren.
Theobald was bevriend met Bernard van Clairvaux en bood Petrus Abaelardus een toevluchtsoord. Hij stichtte onder meer de abdijen van Clairvaux, Trois-Fontaines-l’Abbaye en Pontigny. Theobald was zich bewust van het belang van de internationale handel en bevorderde de beurzen in Champagne, dat stilaan het zwaartepunt van zijn vorstendom werd.
Theobald was in 1123 gehuwd met Mathilde (ca. 1106 - Abdij van Fontevraud, 13 december 1160 of 1161), dochter van graaf Engelbert van Karinthië, en werd vader van:
Hendrik I van Champagne, graaf van Champagne
Maria (1128 - Abdij van Fontevraud, ca. 1090), in 1145 gehuwd met Odo II van Bourgondië, regentes voor haar zoon, 1165 non in de abdij van Fontevraud, 1174 abdis.
Theobald V, graaf van Blois
Elisabeth/Isabella, gehuwd met hertog Rogier III van Apulië (1118-1148) en met Willem IV van Montmiral
Stefanus I, graaf van Sancerre
Willem († 1202), bisschop van Chartres, aartsbisschop van Reims en van Sens, kardinaal
Hugo, abt van Cîteaux
Mathilde († 1184), gehuwd met graaf Rotrud IV van Perche († 1191)
Agnes, in 1155 gehuwd met graaf Reinout II van Bar († 1170)
Adelheid, in 1160 gehuwd met Lodewijk VII van Frankrijk als zijn derde vrouw
Margaretha, non in Fontevraud
Theobald had een buitenechtelijke zoon: Hugo, monnik in de abdij van Tiron, abt van St. Benet’s Abbey in Holme, Chertsey en Lagny-sur-Marne.
Theobald is begraven in de abdij van Lagny-sur-Marne. Na de dood van Theobald werd Mathilde non in de abdij van Fontevraud.
Hij trouwde, 32 of 33 jaar oud, in 1123 in ? met de ongeveer 17-jarige
235552859 Mathilde van Karinthië, geboren omstreeks 1106 in ?. Zij is overleden op 13-12-1160 in Abdij van Fontevraud, ongeveer 54 jaar oud. Zij is begraven in Abdij van Fontevraud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Agnes van Blois, geboren in 1138 in ? (zie 117776429).
235552860 Godfried van Namen, geboren in 1067 in ?. Hij is overleden in 1139 in Floreffe, 71 of 72 jaar oud.
Notitie: Godfried van Namen (1067-Floreffe, 1139) was een zoon van graaf Albert III van Namen en Ida van Saksen. Hij was graaf van Namen van 1102 tot 1139 in opvolging van zijn vader Albert III, maar was al voordien medegraaf.
Godfried was een trouw aanhanger van keizer Hendrik IV en leverde aan deze troepen toen hij door zijn zoon verdreven werd naar Luik. Hij verdedigde ook zijn broer Frederik, tot bisschop van Luik verkozen in 1119 , tegen zijn tegenstrever Alexander. In 1121 stichtte hij de abdij van Floreffe. In 1136 raakte hij in onmin met zijn schoonbroer Godfried met de Baard over de aanduiding van een abt in Gembloers. Godfried trok zelfs ten strijde tegen zijn schoonbroer en stak Gembloers in brand, zonder daarbij de stad te kunnen innemen. Korte tijd nadien overweldigde hij wel de stad, met de hulp van zijn schoonzoon, graaf Boudewijn IV van Henegouwen. Godfried trok zich ten slotte terug in de abdij van Floreffe en overleed er in 1139.
Hij huwde in 1087 Sibylle, de dochter van Roger, graaf van Château-Porcien. Zij kregen de volgende kinderen:
Elisabeth (1087-), gehuwd met Gervais van Rethel
Flandrina, moeder van heer Hugo van Antoing
Sybille verliet Godfried toen ze zwanger werd van haar minnaar Engelram I van Coucy. Het paar scheidde in 1104. Godfried voerde jarenlang strijd met Engelram.
In 1109 huwde hij met Ermesinde van Luxemburg, dochter van graaf Koenraad I van Luxemburg en van Clementia van Poitiers. Zij kregen de volgende kinderen:
Albert (ovl. na 1125)
Hendrik I van Namen
Clemencia, gehuwd met Koenraad I van Zähringen.
Beatrix (ca. 1115 - 1160), gehuwd met Ithier van Rethel
Adelheid (1124 - eind juli 1169), gehuwd met Boudewijn IV van
Hij trouwde (1), 19 of 20 jaar oud, in 1087 in ? met Sybille van Château-Porcien. Dit huwelijk werd ontbonden in 1104.
Hij trouwde (2), 41 of 42 jaar oud, in 1109 in ? met de ongeveer 29-jarige
235552861 Ermesinde I van Namen, geboren omstreeks 1080 in ?. Zij is overleden op 24-06-1143 in ?, ongeveer 63 jaar oud.
Notitie: Ermesinde I van Namen (ca. 1080 - 24 juni 1143) was, als dochter van Koenraad I van Luxemburg en door het uitsterven van alle mannelijke familieleden, erfgename van het graafschap Luxemburg en van Longwy. Ze droeg echter het bestuur vrijwel meteen over aan haar zoon Hendrik I van Namen zodat ze niet daadwerkelijk heeft geregeerd. Zij is vooral bekend door een aantal schenkingen aan kerken en kloosters. Tegen het eind van haar leven trok Ermesinde zich terug in een klooster.
Ermesinde trouwde in 1096 met Albert van Moha (ca. 1065 - 24 augustus 1098), graaf van Dagsburg, Eguisheim, Metz en Moha (België), voogd van Altorf. Albert was in zijn eerste huwelijk getrouwd geweest met Heilwig van Dagsburg en Eguisheim. Uit dat huwelijk was een zoon Hugo geboren die hem zou opvolgen. Albert en Ermesinde kregen twee dochters:
Mathilde (ovl. na 1157), gehuwd met Folmar, graaf van Metz en Hombourg (Frankrijk), stichter van de abdij van Beaupré (1135)
onbekende dochter, gehuwd met een graaf "Aiulf", alleen bekend uit een oorkonde van Ermesinde uit 1124 waarin haar kleinzoon Eberhard, "zoon van graaf Aiulf" wordt genoemd.
In 1109 hertrouwde Ermesinde met Godfried van Namen, een zoon van Albert III van Namen. Godfried was in zijn eerste huwelijk getrouwd geweest met Sybille van Porcien. Met haar kreeg hij twee dochters maar Sybille verliet Godfried toen ze zwanger werd van haar minnaar Engelram I van Coucy. Het paar scheidde in 1104.
Godfried en Ermesinde kregen de volgende kinderen:
Albert (ovl. na 1125)
Hendrik I van Namen
Clemencia, gehuwd met Koenraad van Zähringen.
Beatrix (ca. 1115 - 1160), gehuwd met Ithier van Rethel
Adelheid (1110 - eind juli 1169), gehuwd met Boudewijn IV van Henegouwen
Zij is weduwe van Albert van Moha, met wie zij trouwde (1), ongeveer 16 jaar oud, in 1096 in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Hendrik I van Namen- IV van Luxemburg, geboren omstreeks 1112 in ? (zie 117776430).
235552862 Hendrik I van Gelre, geboren omstreeks 1117 in ?. Hij is overleden in 1182 in ?, ongeveer 65 jaar oud.
Notitie: Hendrik I van Gelre (tussen 1117 en 1120 - tussen 27 mei en 10 september 1182) was graaf van Gelre.
Hendrik volgde in 1131/1133 zijn vader op als graaf Geldern en Wassenberg, in 1138 erfde hij het graafschap Zutphen van zijn moeder. Hendrik had goede relaties met het aartsbisdom Keulen en met keizer Frederik I van Hohenstaufen. Daardoor wist hij zijn positie in het hele gebied van Friesland tot aan de Maas uit te breiden met een aantal versnipperde bezittingen. Hij verkeerde daardoor op gespannen voet met de bisschoppen van Utrecht, Luik, Münster (stad) en Paderborn (stad), en met de abt van Corvey. Daarom sloot Hendrik een verbond met de stad Utrecht maar moest dat onder Hollandse druk weer opzeggen.
Hendrik overleed in 1182 en werd opgevolgd door zijn zoon Otto I. Hij werd begraven in het klooster Kamp.
Hendrik was een zoon van Gerard II van Gelre en Ermgard van Zutphen. Hij trouwde (ca. 1135) met Agnes van Arnstein (ca. 1130 - voor < 1179), erfdochter van Arnstein. Zij kregen de volgende kinderen:
Gerard van Gelre, kort voor zijn vader overleden en begraven in Zutphen. Gehuwd met Ida van Boulogne in haar tweede huwelijk, maar ze kregen geen kinderen.
Otto, opvolger van zijn vader
Agnes, in 1168 gehuwd met graaf Hendrik I van Namen. Zij verliet Hendrik en trok in een klooster, ondanks diens beroep op paus Alexander III. Uiteindelijk werd een verzoening bemiddeld tussen Agnes en Hendrik, door graaf Filips van Vlaanderen en de aartsbisschop van Keulen. Hendrik had namelijk geen erfgenamen en het was voor deze heren wenselijk dat er wel een erfgenaam zou komen omdat anders graaf Boudewijn IV van Henegouwen zijn bezittingen zou erven. Agnes en Hendrik kregen uiteindelijk een dochter. Agnes werd begraven in Echternach.
Adelheid (ovl. na 1212), voor 1179 gehuwd met graaf Gerard van Loon
Margaretha, gehuwd met graaf Engelbert I van Berg (-1189)
Hij trouwde, ongeveer 18 jaar oud, in 1135 in ? met de ongeveer 27-jarige
235552863 Agnes van Arnstein, geboren omstreeks 1108 in ?. Zij is overleden vóór 1179 in Echternach, ten hoogste 71 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Agnes van Gelre, geboren in 1135 in ? (zie 117776431).
Generatie 29 (edelstambetovergrootouders)
471105712 Diederik I van Montbéliard, geboren in ?. Hij is overleden in ?.
Hij trouwde met
471105713 Ermentrude van Bourgondië, geboren in ?. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Reinout I van Bar, geboren omstreeks 1076 in ? (zie 235552856).
471105716 Stefanus II van Blois, geboren in 1045 in ?. Hij is overleden op 19-05-1102 in Ramla, 56 of 57 jaar oud.
Notitie: Stefanus II Hendrik van Blois (?, 1045 - Ramla, 19 mei 1102) was graaf van Blois, Chartres, Dunois en Meaux, en was een van de leiders van de Eerste Kruistocht.
Hij was de oudste zoon van Theobald III van Blois en zijn, vrij snel verstoten, eerste echtgenote Garsende van Maine.
Als jonge man nam Stefanus deel aan de oorlog van Blois tegen Anjou in 1061. In 1074 kreeg hij van zijn vader het bestuur over Blois en Chartres. Hij trouwde in 1080 met Adela van Normandië, een zus van Robert van Normandië en dochter van Willem de Veroveraar. Stefanus nam in 1088 deel aan de mislukte opstand tegen koning Filips I van Frankrijk. Daarna onderwierp hij zich aan de koning. In 1089 volgde hij zijn vader op als graaf van Blois, Chartres, Dunois, Châteaudun, Sancerre en Meaux, en deed hij een schenking aan de abdij van Pontylevoy voor het zielenheil van zijn ouders. Stefanus onderdrukte voor de koning een opstand van graaf Bouchard van Corbeil. Ook verwierf hij door erfenis het graafschap van de Champagne.
Stefanus nam deel aan de Eerste Kruistocht en ontpopte zich als een van de leiders van de onderneming. Twee van zijn enthousiaste brieven aan zijn vrouw zijn bewaard gebleven. Stefanus was de leider van het beraad van de kruisvaarders tijdens het beleg van Nicea en een van de aanvoerders tijdens het Beleg van Antiochië. Stefanus begon eraan te twijfelen of de stad kon worden ingenomen en kreeg genoeg van de maandenlange ontberingen en gevaren van het beleg. Daarom verliet hij het beleg en keerde terug naar huis, twee dagen na zijn vertrek werd de stad door de kruisvaarders ingenomen. Stefanus kwam thuis met grote schatten maar kreeg al snel de reputatie van een lafaard. Toen hij in 1100 de kans kreeg om met de Kruisvaart van 1101 mee te gaan, stond zijn vrouw erop dat hij meeging. Deze kleine kruistocht wist nog Ankara te veroveren maar was daarna eigenlijk een mislukking. Stefanus wist na de nederlaag bij Mersivan (waar hij Raymond IV van Toulouse wist te redden) via Tarsus naar Antiochië te vluchten, in februari 1102 kwam hij met de overblijfselen van de kruisvaarders aan in Jeruzalem. Stefanus reisde af naar huis maar zijn schepen werden door een storm gedwongen terug te keren naar Jaffa. Daarop nam hij deel aan de Slag bij Ramla, tijdens deze slag werd Stefanus gedwongen om zich met andere ridders terug te trekken in een uitkijktoren. Tijdens de gevechten rond de toren werd Stefanus gedood voordat de hoofdmacht van de kruisvaarders de toren kon ontzetten.
Stefanus en Adela kregen de volgende kinderen:
mogelijk Humbert, graaf van Vertus
Willem I van Sully, graaf van Chartres en door zijn vrouw graaf van Sully. Dwong in 1103 de burgers van Chartres tot een eed dat zij de bisschop van Chartres zouden doden. Werd onterfd omdat hij onbekwaam zou zijn voor het bestuur en behield alleen het graafschap Sully.
Theobald IV (?-1152)
Odo
Mathilde (?-1120), in 1115 gehuwd met Richard van Avranches, graaf van Chester, verdronken bj het vergaan van het White Ship
mogelijk Agnes, gehuwd met Hugo III van Puiset (?-1132), burggraaf van Chartres
mogelijk Adela, in 1112 gehuwd met Miles van Montlhery, burggraaf van Troyes (?-1118), gescheiden in 1113
Eleonora, gehuwd met graaf Roeland I van Vermandois (?-1152)
Stefanus van Blois, koning van Engeland
mogelijk Alice, gehuwd met Reinout III van Joigny.
Hendrik (ovl. 1171), kapelaan van keizerin Mathilde van Engeland, in 1118 door keizer Hendrik V benoemd tot bisschop van Verdun maar dit stuitte op verzet van de paus. Toen de paus eindelijk akkoord ging verzette keizer Hendrik zich weer tegen de benoeming. Dit leidde tot gewapende conflicten en Hendrik kon ternauwernood uit Verdun ontsnappen door de Maas over te zwemmen. Hendrik werd monnik in Cluny en werd later abt van Bermondsey. In 1124 werd een vrede bereikt en werd Hendrik weer bisschop van Verdun. In 1126 werd hij ook abt van Glastonbury. Hendrik gaf in 1129 het bisdom van Verdun op, en werd bisschop van Winchester. In 1136 werd hij benoemd tot aartsbisschop van Canterbury.
Stefanus zou voor zijn huwelijk nog een dochter hebben gehad: Emma, getrouwd met Herbert FitzHenry, kamerheer van de koning van Engeland
Hij trouwde, 34 of 35 jaar oud, in 1080 in Breteuil met de ongeveer 18-jarige
471105717 Adela van Engeland, geboren omstreeks 1062 in ?. Zij is overleden op 08-03-1137 in Marcigny-sur-Loire, ongeveer 75 jaar oud.
Notitie: De heilige Adela (Normandië, circa 1062 - Marcigny-sur-Loire, 8 maart 1137), ook bekend als Adela van Engeland en Adela van Normandië was de jongste dochter van Willem de Veroveraar en huwde in 1081 te Breteuil met Stefanus II van Blois (Hendrik ’de Wijze’).
Adela had in haar jeugd een goede opleiding gehad: ze beheerste Latijn en had een brede interesse. In de periode 1095-1098 was ze regentes van het grote feodale bezit van haar man, toen die deelnam aan de Eerste Kruistocht. Omdat Stefanus de kruistocht voortijdig had verlaten, zette Adela hem ertoe aan om deel te nemen aan de kruisvaart van 1101. Adela werd opnieuw regentes en Stefanus sneuvelde in het Heilige Land; Adela bleef tot 1107 regentes. Als regentes stuurde ze in 1101 honderd ridders om Filips I van Frankrijk te helpen bij het beleg van Montmorency (Val-d’Oise). In 1105 bemiddelde ze in een conflict tussen paus Paschalis II en haar broer Hendrik I van Engeland en in 1107 ontving ze de paus te Chartres. Ze onterfde haar zoon Willem omdat die onbekwaam was, en benoemde haar volgende zoon Theobald tot opvolger van zijn vader. Ook na haar aftreden als regentes bleef ze zich met intensief met het bestuur bemoeien. In 1113 en 1118 bemiddelde ze nog in conflicten tussen Hendrik en Theobald enerzijds, en Lodewijk VI van Frankrijk anderzijds. Adela trad als non in het klooster van Marcigny in 1120 en overleed daar 17 jaar later. Adela werd begraven in de abdij van Heilige Drie-eenheid te Caen.
Adela maakte een cultureel centrum van Chartres. Ze correspondeerde met Ivo van Chartres, Anselmus van Canterbury, Hildebert van Laverdin en Hugo van Fleury. De dichter Baudri van Bourgueil was een van haar bestuurders. Volgens zijn beschrijving had haar ontvangstkamer wandtapijten met scènes uit Genesis, de Griekse mythologie en een kleinere versie van het tapijt van Bayeux, was het plafond beschilderd met sterren en tekens van de dierenriem en was op de vloer een wereldkaart weergegeven. Zij betoonde zich zeer edelmoedig voor abdijen en kerken.
Adelheid en Stefanus kregen de volgende kinderen:
mogelijk Humbert, graaf van Vertus
Willem I van Sully, graaf van Chartres en door zijn vrouw graaf van Sully. Dwong in 1103 de burgers van Chartres tot een eed dat zij de bisschop van Chartres zouden doden. Werd onterfd omdat hij onbekwaam zou zijn voor het bestuur en behield alleen het graafschap Sully.
Theobald IV (?-1152)
Odo
Mathilde (?-1120), in 1115 gehuwd met Richard van Avranches, graaf van Chester, verdronken bj het vergaan van het White Ship
mogelijk Agnes, gehuwd met Hugo III van Puiset (?-1132), burggraaf van Chartres
mogelijk Adela, in 1112 gehuwd met Miles van Montlhery, burggraaf van Troyes (?-1118), gescheiden in 1113
Eleonora, gehuwd met graaf Roeland I van Vermandois (?-1152)
Stefanus van Blois, koning van Engeland
mogelijk Alice, gehuwd met Reinout III van Joigny.
Hendrik (ovl. 1171), kapelaan van keizerin Mathilde van Engeland. Werd in 1118 door keizer Hendrik V benoemd tot bisschop van Verdun maar dit stuitte op verzet van de paus. Toen de paus eindelijk akkoord ging, verzette keizer Hendrik zich weer tegen de benoeming. Dit leidde tot gewapende conflicten en Hendrik kon ternauwernood uit Verdun ontsnappen door de Maas over te zwemmen. Hendrik werd monnik in Cluny en later abt van Bermondsey. In 1124 werd een vrede bereikt en werd Hendrik weer bisschop van Verdun. In 1126 werd hij ook abt van Glastonbury. Hendrik gaf in 1129 het bisdom van Verdun op, en werd bisschop van Winchester. In 1136 werd hij benoemd tot aartsbisschop van Canterbury.
Haar feestdag is op 24 februari.
Kind uit dit huwelijk:
I. Theobald IV van Blois, geboren op 02-04-1090 in ? (zie 235552858).
471105720 Albert III van Namen, geboren in ?. Hij is overleden in ?.
Hij trouwde met
471105721 Ida van Saksen, geboren in ?. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Godfried van Namen, geboren in 1067 in ? (zie 235552860).
471105722 Koenraad I van Luxemburg, geboren in ?. Hij is overleden in ?.
Hij trouwde met
471105723 Clementia van Poitiers, geboren in ?. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Ermesinde I van Namen, geboren omstreeks 1080 in ? (zie 235552861).
471105724 Gerard II van Gelre, geboren in ?. Hij is overleden in ?.
Hij trouwde met
471105725 Ermgard van Zutphen, geboren in ?. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Hendrik I van Gelre, geboren omstreeks 1117 in ? (zie 235552862).
471105726 Lodewijk II van Arnstein, geboren in ?. Hij is overleden in ?.
Hij trouwde met
471105727 Udenhild van Odenkirchen, geboren in ?. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Agnes van Arnstein, geboren omstreeks 1108 in ? (zie 235552863).
Generatie 30 (edelstamoudouders)
942211432 Theobald III van Blois, geboren in ?. Hij is overleden in ?.
Hij trouwde met
942211433 Garsende van Maine, geboren in ?. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Stefanus II van Blois, geboren in 1045 in ? (zie 471105716).
942211434 Willem I ( De Veroveraar ), geboren omstreeks 1028 in Falaise. Hij is overleden op 09-09-1087 in Gisors, ongeveer 59 jaar oud. Hij is begraven in Abbaye aux Hommes te Caen.
Notitie: Willem I (Falaise, c. 1028 – 9 september 1087), ook bekend als Willem de Veroveraar (Guillaume le Conquérant), was de eerste Normandische Koning van Engeland van Kerstmis 1066 tot zijn dood. Hij was ook Hertog van Normandië van 3 juli 1035 tot zijn dood, onder de naam Willem II. Vóór zijn verovering van Engeland, stond hij bekend als Willem de Bastaard omdat hij een buitenechtelijk kind was. Om zijn aanspraken op de Engelse kroon kracht bij te zetten viel Willem in 1066 Engeland binnen. Hij leidde een leger van Normandiërs, Bretons, Vlamingen en Fransen (van Parijs en Île-de-France) naar de overwinning op de troepen van de Engelse Koning Harold II in de Slag bij Hastings. De daaropvolgende Engelse opstanden werden door hem onderdrukt in wat bekend is geworden als de Normandische verovering van Engeland.
Willem was de buitenechtelijke zoon van Robert de Duivel en Herleva, dochter van een leerlooier genaamd Fulbert. Hij werd geboren in het Normandische Falaise, zo’n 30 km ten zuiden van Caen. Zijn vader werd ervan verdacht aan de macht te zijn gekomen na zijn oudere broer te hebben vergiftigd. Vermoedelijk om die reden ging Robert in 1034 op een pelgrimstocht naar Jeruzalem. Voor zijn vertrek liet hij de Normandische edelen hun trouw zweren aan Willem. Hoewel Willem buitenechtelijk was, was dit niet vreemd omdat in Normandië nog altijd het oude gewoonterecht van de Vikingen gold (de "more Danico") waardoor een man meerdere vrouwen kon hebben, en hun kinderen wettige erfgenamen waren. Willems politieke tegenstanders zouden wel dit gegeven zijn leven lang tegen hem blijven gebruiken. Robert overleed tijdens zijn pelgrimstocht in 1035, en Willem volgde hem op als hertog van Normandië. Willem was toen nog geen tien jaar oud en de werkelijke macht lag bij zijn hovelingen, in het bijzonder bij zijn voogden. Er werd door de Normandische adel fel om deze posities gevochten en meerdere voogden sneuvelden of werden vermoord. Ook werden meerdere aanslagen op Willem zelf gepleegd.
In 1044/1045 steunde Normandië koning Hendrik I van Frankrijk tegen Godfried II van Anjou. Willem zal rond deze tijd meerderjarig zijn geworden (16 jaar oud). Hij werd in 1046 nog geconfronteerd met een gevaarlijke opstand van een deel van de Normandische adel die zijn neef Guy (zoon van zijn tante Adelheid van Normandië (1005-1038)) tot hertog wilden uitroepen. Willem vluchtte naar het hof van Hendrik. In 1047 keerde hij samen met Hendrik terug en versloeg zijn tegenstanders in een twee dagen durende veldslag bij Val-es-Dunes, aan de rivier de Orne bij Caen. Veel van zijn vluchtende tegenstanders werden gedood, het rad van een watermolen in de Orne zou door lijken zijn verstopt. Willem had nog drie jaar nodig om Guy en zijn aanhangers te onderwerpen. Hij gebruikte de Godsvredebeweging daarbij als een belangrijk hulpmiddel. Willem veroverde het opstandige Alençon en liet de handen van de burgers afhakken als straf omdat ze tijdens het beleg dierenhuiden aan de muren hadden gehangen, als verwijzing naar de nederige afkomst van Willems moeder die dochter van een leerlooier was. Nadat hij ook enkele veldtochten tegen Maine had gevoerd, was zijn positie als hertog verzekerd. Willem koos Caen als zijn hoofdstad en begon zijn regering als hertog.
Als jonge hertog werkte Willem gestaag aan het versterken van zijn macht en onafhankelijkheid. In 1051 of 1052 bezocht hij in Londen zijn achterneef Eduard de Belijder, koning van Engeland, die als jonge man voor zijn eigen veiligheid een tijd aan het Normandische hof had geleefd. Eduard was toen in conflict met zijn machtigste earl, Godwin van Wessex. Willem beweerde later dat Eduard, die kinderloos was, hem bij deze gelegenheid de Engelse troon had beloofd.
In 1053 bevestigde Willem de goede banden met Vlaanderen door een huwelijk in de kathedraal van Eu (Seine-Maritime) met zijn achternicht Mathilde van Vlaanderen, verwant in de vijfde graad. Dit huwelijk was zowel voor de paus (wegens bloedverwantschap) als voor koning Hendrik (wegens het machtige verbond tussen Normandië en Vlaanderen) niet te accepteren. Hendrik probeerde in 1054 en in 1056 Willem met een leger te onderwerpen, maar werd beide keren door Willem verslagen. Toen de paus in 1059 alsnog instemde met het huwelijk en Willem in 1062 ook nog Maine wist te veroveren, was zijn succes compleet.
In 1064 leed Harold, zoon van Godwin van Wessex, schipbreuk op de kust van Ponthieu. Harold werd door de lokale heer gevangengenomen maar Willem zorgde voor zijn vrijlating en ontving Harold als zijn gast. Harold zou hebben deelgenomen aan een veldtocht van Willem en verloofde zich met Willems dochter Adelheid. Willem liet Harold zweren dat hij zijn aanspraken op de Engelse troon zou ondersteunen. Harold verklaarde later dat die eed onder dwang was afgelegd, en daarom niet geldig was. Na het overlijden van de kinderloze Eduard de Belijder (4 januari 1066), werd Harold door de witenagemot evenwel zelf tot koning uitgeroepen.
Engeland was een goed georganiseerd koninkrijk met goed werkende belastingheffingen. Vooral dat laatste maakte het voor Willem aantrekkelijk om zijn aanspraken op de troon door te zetten. De verschijning van de komeet van Halley in april 1066 zag hij als een goed voorteken. Hij kreeg hulp van edelen uit Bretagne, Vlaanderen en het hele westen van Frankrijk en verzamelde een vloot van bijna 700 schepen. Harold stationeerde een leger en een vloot in het zuiden van Engeland om deze dreiging het hoofd te kunnen bieden maar op 8 september moest hij, gedwongen door de wet, zijn leger ontbinden en zijn vloot op Londen terugtrekken. Harolds leger bestond vooral uit dienstplichtige boeren, die bij het aanbreken van de oogsttijd het recht hadden om het leger te verlaten. Willem was juist door slecht weer vertraagd: zijn expeditie was vertrokken uit de Divesmonding maar had enkele weken moeten schuilen in de Sommemonding. Daardoor landde hij pas op 28 september 1066 bij Pevensey op de Engelse kust, zonder tegenstand te ontmoeten. Willem bleef aan de kust en bouwde bij Hastings een kasteel dat hij in kant-en-klare onderdelen uit Normandië had meegenomen, als verdediging tegen een mogelijke aanval over zee.
Harold was toen met zijn kleine beroepsleger ver weg in York, waar hij Harald III van Noorwegen en zijn eigen broer Tostig Godwinson had verslagen in de slag van Stamford Bridge. Na het nieuws van de Willems landing trok hij in haast naar het zuiden, waarbij hij onderweg zo veel mogelijk troepen verzamelde. Op 14 oktober vond de slag bij Hastings plaats, waarbij na een dag van zware gevechten Harold werd gedood en Willem de overwinning behaalde.
De slag bij Hastings was nog lang niet de definitieve beslissing. De Engelsen kozen Edgar Ætheling als koning. Willem trok via Dover en Canterbury naar Londen. Hij probeerde via London Bridge de stad te veroveren maar deze aanval werd afgeslagen. Willem liet versterkingen uit Normandië komen en stak de Theems over. Een nieuwe aanval op Londen lukte wel. Op 25 december werd Willem in de Westminster Abbey tot koning gekroond. Zijn verovering is het onderwerp van het beroemde Tapijt van Bayeux.
Willem werd voortdurend met Engelse opstanden geconfronteerd, wat in 1068 uitliep op een grote opstand in Mercia en Northumbria onder leiding van Edgar. Edgar werd verslagen en vluchtte naar Schotland, waar zijn zuster trouwde met koning Malcom III. Northumberland kwam weer in opstand en York werd veroverd. De opstand werd gesteund door een inval uit Schotland en Denemarken (ook de Deense koning maakte aanspraken op de Engelse kroon). De opstandelingen kwamen tot Lincoln maar werden daar gestuit en uiteindelijk in Yorkshire verslagen. Willem begon toen een campagne van verschroeide aarde in het noorden van Engeland (de zogenaamde Harrying of the North) wat tot grote hongersnood en ontvolking leidde. De gevolgen daarvan waren 100 jaar later nog merkbaar en zelfs de paus zou Willem hebben vermaand over de behandeling van zijn onderdanen. De adel in het noorden werd op grote schaal vervangen door Willems volgelingen en de Denen werden afgekocht en gingen naar huis. In 1072 viel Willem Schotland binnen en sloot uiteindelijk een verdrag met Malcolm. Edgar gaf zich over in 1074. De laatste echte opstand in Engeland was vooral een opstand van Normandische edelen, hoewel de laatste Saksische earl Waltheof II van Northumbria ook aan de opstand deel nam en er weer steun was vanuit Denemarken. Willem was ten tijde van deze opstand in Normandië maar de opstand werd neergeslagen door zijn halfbroer Odo van Bayeux.
Willem introduceerde het feodale stelsel in Engeland, en benoemde veel Franse edelen in Engelse posities. Daarbij gaf hij ze bezittingen die over grote gebieden waren versnipperd zodat ze geen echte machtsbasis konden opbouwen. Hij bouwde ongeveer 80 kastelen, waaronder de Tower of London. In 1085 liet Willem het Domesday Book opstellen met een gedetailleerde inventarisatie van bezittingen in land en vee, voor een doelmatige belastingheffing en om de nieuwe bezitsverhoudingen permanent vast te leggen. Tegen deze tijd had de oorspronkelijke Angelsaksische adel en geestelijkheid nog maar 8% van het land in bezit. De Normandiërs drukten ook qua recht, cultuur en architectuur gedurende de volgende eeuwen een sterk stempel op Engeland.
Opmerkelijk aan de verovering van Engeland is dat deze trekken heeft van een commerciële onderneming. In de Normandische administratie werd vastgelegd wat ieders bijdrage in schepen aan Willems invasievloot was geweest. Er bestaat een zichtbaar verband tussen de grootte van deze investeringen en de grootte en het belang van de Engelse functies en bezittingen die deze investeerders na 1066 kregen toebedeeld.
Zie ook Normandische verovering van Engeland
Willem tussen zijn halfbroers Odo en Robert
In 1076 dreigde een oorlog tegen Bretagne maar onder druk van koning Filips I van Frankrijk werd een vrede bereikt die werd bezegeld door de verloving van Willems dochter Constance met Alan IV van Bretagne, de erfgenaam van de hertog van Bretagne.
Willems zoons kregen grote ruzie met elkaar in 1079. Robert, de oudste, werd door zijn broers in een modderpoel gegooid. De ruzie die hieruit voortvloeide leidde tot een complete oorlog waarin Willem aan de kant van zijn jongere zoons kwam te staan. Robert had een sterke positie in Normandië en Willem kon hem alleen maar bedwingen met hulp van koning Filips. Willem werd zelfs tijdens een veldslag door Robert uit zijn zadel geworpen en verwond, omdat Robert hem niet herkende. Willem moest zich terugtrekken in Rouen om te herstellen. Zijn vrouw Mathilde wist in 1080 een vrede te bemiddelen in de familie.
Willem liet in 1080 zijn halfbroers nog aanvallen uitvoeren op Schotland en Northumbria maar in 1082 zette hij zijn halfbroer Odo van Bayeux gevangen, en liet hem later weer vrij.
Van Willem is één bot bewaard gebleven. Op basis daarvan wordt geschat dat Willem ongeveer 1,75 m groot en sterk gespierd was. Daarmee was hij vrij lang voor zijn tijd maar zijn gespierde bouw was niet zo bijzonder: middeleeuwse ridders moesten heel sterk zijn om met succes in hun zware wapenrusting met hun zware wapens te kunnen vechten. Bekend is dat Willem vanaf zijn paard de boog kon hanteren en dat hij zijn hele leven een goede gezondheid had. Wel werd hij op latere leeftijd erg dik, zodat hij volgens de Franse koning wel op een zwangere vrouw leek.
In de zomer van 1087 viel Willem van zijn paard tijdens het beleg van Mantes en liep door de klap tegen zijn zadelknop inwendige verwondingen in zijn buik op. Na vijf weken van grote pijn bezweek hij. Op zijn doodsbed heeft hij zijn meeste tegenstanders begenadigd. Willems lichaam werd naar Caen vervoerd voor de begrafenis in de Stephanusabdij. Maar hij was behoorlijk dik en zijn lichaam was door de warmte bovendien opgezet. Bisschoppen probeerden zijn lichaam in de voor hem bestemde sarcofaag te proppen maar daarbij barstte zijn buik open en werd de kerk met een ondraaglijke stank vervuld. Bij Willems begrafenis bleek dat het land van het graf nog niet was betaald en de eigenaar eiste betaling van 60 schellingen voordat de begrafenis door kon gaan. Het bedrag werd ter plekke door zijn zonen voldaan.
Willem en Mathilde kregen de volgende kinderen:
Robert Curthose, erft het hertogdom Normandië
Richard (ca. 1055 - 1075 of 1081), verongelukt tijdens de jacht in New Forest, begraven in de kathedraal van Winchester
Adelheid, verloofd met Harold Godwinson in 1064 maar niet met hem getrouwd, non in Préaux
Mathilde (ovl. ca. 1113), abdis van la Trinité te Caen
Cecilia (ovl. juli 1126/1127), abdis van la Trinité te Caen als opvolgster van Mathilde, begraven in Caen
Willem Rufus, erft het koninkrijk Engeland
Constance (ovl. 13 augustus 1090), getrouwd met Alan IV van Bretagne, begraven in een kerk bij Redon
Agatha
Adela
Hendrik Beauclerc
Hij trouwde, ongeveer 25 jaar oud, in 1053 in Eu ( Seine-Maritime ) met de ongeveer 22-jarige
942211435 Mathilde van Vlaanderen, geboren omstreeks 1031 in ?. Zij is overleden op 02-11-1083 in Caen, ongeveer 52 jaar oud. Zij is begraven in Abbaye aux Dames te Caen.
Notitie: Mathilde van Vlaanderen (ca. 1031 - Caen, 2 november 1083) was een dochter van Boudewijn V van Vlaanderen en van Adelheid van Frankrijk.
Mathilde trouwde rond 1051 met Willem de Veroveraar en werd al snel een van zijn belangrijke adviseurs. In 1059 stichtte ze de Abbaye-aux-Dames te Caen. Hun huwelijk hielp Willem niet alleen aan Vlaamse steun voor de inval in Engeland in 1066 maar ook rustte ze van eigen geld een schip uit voor de invasievloot. Met pinksteren 1068 werd ze tot koningin van Engeland gekroond in Westminster Abbey. Ze kreeg van Willem grote bezittingen in Engeland. Mathilde regeerde bij afwezigheid van Willem in zijn naam, waarbij Mathilde steeds in Engeland was als Willem in Normandië was en omgekeerd. In 1079 steunde ze haar opstandige zoon Robert Curthose tegen zijn broers en later zelfs tegen Willem, maar in 1080 wist ze een verzoening te bereiken. Ze is begraven in de Abbaye-aux-Dames. Haar dood was volgens tijdgenoten de oorzaak van Willems tirannieke bestuur in zijn laatste jaren.
Sommigen beweren dat Mathilde het Tapijt van Bayeux gemaakt heeft maar dat is zeker niet het geval. Het is in Engeland gemaakt op bestelling van bisschop Odo, een halfbroer van Willem.
Lange tijd werd algemeen aangenomen dat Mathilde bijzonder klein was maar dit berust op een schrijffout. Uit de oorspronkelijke aantekeningen van de metingen aan haar skelet blijkt dat ze 1,52 m was, voor haar tijd een heel gewone lengte.
Willem en Mathilde kregen de volgende kinderen:
Robert Curthose, erft het hertogdom Normandië
Richard (ca. 1055 - 1075 of 1081), verongelukt tijdens de jacht in New Forest, begraven in de kathedraal van Winchester
Adelheid, verloofd met Harold II van Engeland in 1064 maar niet met hem getrouwd, non in Préaux (Seine-Maritime)
Mathilde (ovl. ca. 1113), abdis van la Trinité te Caen
Cecilia (ovl. juli 1126/1127), abdis van la Trinité te Caen als opvolgster van Mathilde, begraven in Caen
Willem Rufus, erft het koninkrijk Engeland
Constance (ovl. 13 augustus 1090), getrouwd met Alan IV van Bretagne, begraven in een kerk bij Redon (plaats)
Agatha
Adela
Hendrik Beauclerc
Vanwege het grote aantal kinderen dat ze hadden, en omdat er van Willem geen buitenechtelijke kinderen bekend zijn, wordt er algemeen van uit gegaan dat Willem en Mathilde een goed huwelijk hadden.
Kind uit dit huwelijk:
I. Adela van Engeland, geboren omstreeks 1062 in ? (zie 471105717).
Generatie 31 (edelstamoudgrootouders)
1884422868 Robert van Normandië, geboren omstreeks 1005 in ?. Hij is overleden op 02-07-1035 in ?, ongeveer 30 jaar oud.
Hij trouwde met
1884422869 Herleva van Falaise, geboren omstreeks 1015 in ?. Zij is overleden in 1050 in ?, ongeveer 35 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Willem I ( De Veroveraar ), geboren omstreeks 1028 in Falaise (zie 942211434).
1884422870 Boudewijn V van Vlaanderen, geboren omstreeks 1013 in ?. Hij is overleden op 01-09-1067 in Rijsel, ongeveer 54 jaar oud. Hij is begraven in Gent St-Pietersabdij.
Notitie: Boudewijn V van Rijsel, ook bijgenaamd de Grote (ca. 1013 - Rijsel?, 1 september 1067) was graaf van Vlaanderen van 1035 tot aan zijn dood.
In 1028 huwde hij met Adela van Frankrijk (1009 - Mesen, 8 januari 1079), dochter van koning Robert II van Frankrijk en Constance van Arles. Zij was eerder verloofd geweest met hertog Richard III van Normandië die echter in 1027 overleed. Adela zou de drijvende kracht zijn geweest achter Boudewijns opstand tegen zijn vader, om een groter aandeel in het bestuur te krijgen. In 1030 verzoende Boudewijn zich met zijn vader en kreeg inderdaad een taak in het bestuur. In 1033 veroverde hij Ename en slechtte de muren van de vesting. In 1035 werd Boudewijn graaf van Vlaanderen als opvolger van zijn vader.
Boudewijn verwierf Zeeland en Lens (Frankrijk). Hij steunde de rebellie van hertog Godfried II van Lotharingen en plunderde de palts van Nijmegen en het prinsbisdom Luik. Daarom werden hem zijn Duitse rijkslenen in 1046 ontnomen, met name de mark Valencijn. In 1049 viel keizer Hendrik III Vlaanderen aan maar moest zich na een plundertocht terugtrekken, en dit gebeurde nog een keer in 1054. Na het plotseling overlijden van keizer Hendrik III (1056) en de minderjarigheid van diens zoon Hendrik IV werden door de Lotharingse rijksedelen, aartsbisschop Anno II van Keulen en paltsgraaf Hendrik I van Lotharingen, de vredesbesprekingen van Andernach (1056 en 1059) met Boudewijn gevoerd. Hierna kwam hij in 1056/1059 definitief in het bezit van Ename en verkreeg hij ook het markgraafschap Antwerpen. Dit waren belangrijke Lotharingse bolwerken (ten oosten van de Schelde, van oudsher de scheidingslijn tussen Frankrijk en het Duitse rijk). Hij consolideerde aldus met succes de door zijn vader begonnen politiek om ook Duitse rijkslenen te verwerven. Zijn opvolgers werden aldus leenmannen van de keizer. Het betrokken gebied wordt daarom ook Rijks-Vlaanderen genoemd.
Boudewijn dwong Richilde van Henegouwen, weduwe van Herman van Bergen (overleden 1051), tot een huwelijk met zijn zoon Boudewijn (VI). Door zijn toedoen werden de kinderen uit Richildis’ eerste huwelijk van hun erfrechten beroofd en lijfde hij de facto Henegouwen bij Vlaanderen in. Na de verzoening met de Duitse keizer werd ook dit wegens bloedverwantschap canoniek ongeldige huwelijk door de paus kort nadien gelegitimeerd.
Boudewijn bood in 1049 onderdak aan de verbannen Swein Godwinson, graaf van Herefordshire. In 1051 bood hij ook onderdak aan diens verbannen vader Godwin van Wessex. Kort voor zijn dood steunde Boudewijn V nog de expeditie naar Engeland (1066) van zijn schoonzoon Willem de Veroveraar, die gehuwd was met zijn dochter Mathilde van Vlaanderen. Deze stellingname was echter niet zonder risico’s: de opkomst van het Anglo-Normandisch blok, dat voor Vlaanderen gevaarlijk kon worden, werd er niet door tegengewerkt. Een van de redenen van Boudewijns keuze was waarschijnlijk dat hij op die manier de kans zag om een deel van de dissidente adel die Willem op zijn tocht vergezelde, kwijt te raken.
Door het huwelijk van Boudewijns tweede zoon, Robrecht de Fries, met Geertrui, weduwe van de graaf van Holland, strekte de Vlaamse invloedssfeer zich over een groot deel van de Nederlanden uit. Zo groot was Boudewijns aanzien, dat hij bij de dood van de Franse koning Hendrik I (1060) voogd werd over diens minderjarige troonopvolger Filips I.
Op het binnenlandse vlak heeft Boudewijn het grafelijke gezag verstevigd door het territoriale bestuur te reorganiseren (kasselrijen in plaats van gouwen) en de bevoegdheden van de kloostervoogden in te krimpen (mede door de invloed van de kerkelijke hervormingsbeweging van Richard van Saint-Vanne). Om het dunbevolkte en ongecultiveerde centrale gedeelte van zijn graafschap beter te verbinden met de rijke steden, die zich aan de kust en de Schelde ontwikkelden, legde hij een gordel van nieuwe steden aan in Binnen-Vlaanderen: Torhout, Ieper, Mesen, Rijsel, Kassel en Ariën. Deze nieuwe stichtingen werden hoofdplaats van een kasselrij en kregen een jaarmarkt om de kooplieden aan te trekken. Boudewijn V overleed op 1 september 1067 en werd begraven in de Sint-Pietersabdij (Gent). Na zijn dood trok zijn weduwe Adela zich als non terug in een klooster te Mesen, waar zij in 1079 overleed.
Boudewijn was zoon van Boudewijn IV en van Otgiva van Luxemburg en volgde zijn vader op bij diens dood. Boudewijn en Adela kregen de volgende kinderen:
1.Boudewijn VI van Vlaanderen
2.Mathilde van Vlaanderen
3.Robrecht I van Vlaanderen
Hij trouwde, ongeveer 15 jaar oud, in 1028 in Parijs met de 18 of 19-jarige
1884422871 Adela van Frankrijk, geboren in 1009 in ?. Zij is overleden op 08-01-1079 in Mesen, 69 of 70 jaar oud.
Notitie: De zalige Adela van Mesen, geschiedkundig bekend als Adela van Frankrijk, (1009 - Mesen, 8 januari 1079) was een dochter van koning Robert II van Frankrijk en van Constance van Arles.
Adela was eerst verloofd met Richard III van Normandië maar trouwde na diens overlijden met graaf Boudewijn V van Vlaanderen. Haar bruidsschat was Corbie.
Hun kinderen waren:
1.Boudewijn VI van Vlaanderen
2.Mathilde van Vlaanderen
3.Robrecht I van Vlaanderen
Adela speelde een belangrijke rol in de hervorming van de kerkelijke instellingen van het graafschap. Ook was ze betrokken bij de stichting van de kapittels van Ariën (1049), Rijsel (1050) en Harelbeke (1064) en de abdijen van Mesen (1057) en Ename (1063). Na Boudewijns (V) overlijden in 1067 trok zij naar Rome en kreeg uit de handen van de paus de sluier van een non, en trok zich terug in de abdij van Mesen. Desondanks probeerde ze in 1071 nog steun te vinden voor haar kleinzoon Arnulf III van Vlaanderen tegen haar zoon Robrecht. Zij is begraven in de abdij van Mesen.
Kind uit dit huwelijk:
I. Mathilde van Vlaanderen, geboren omstreeks 1031 in ? (zie 942211435).
Generatie 32 (edelstamoudovergrootouders)
3768845740 Boudewijn IV van Vlaanderen, geboren omstreeks 980 in ?. Hij is overleden op 30-05-1035 in ?, ongeveer 55 jaar oud.
Notitie: Boudewijn IV bijgenaamd met de Baard (ca. 980 - 30 mei 1035) was graaf van Vlaanderen van 988 tot aan zijn dood.
Boudewijn met de Baard was de zoon van Arnulf II en Rosela van Italië, dochter van Berengarius II van Italië, de door keizer Otto I onttroonde koning van Italië. Toen zijn vader in 988 overleed, was Boudewijn nog minderjarig en werd de autonomie van het graafschap Vlaanderen bedreigd door het koninkrijk Frankrijk, waartoe het nominaal behoorde. Een tweede huwelijk van Boudewijns moeder, Rosela, met Robrecht II de Vrome, zoon en opvolger van de Franse koning Hugo Capet, kon dit gevaar echter bezweren.
Bij zijn meerderjarigheid nam Boudewijn het bestuur stevig in handen: hij stelde paal en perk aan de onder zijn vader ontstane gezagscrisis in het noorden van het graafschap (Gent, Waasland, Kortrijk) en dwong bij de graven in het zuiden (Boulogne, Guînes, Hesdin en Saint-Pol) de erkenning van zijn suzereiniteit af. Boudewijn benoemde de heer van Gistel tot zeegraaf, belast met de kustverdediging.
Boudewijn verplaatste de belangstelling van de Vlaamse graven, die tot dan toe op het zuiden was gericht, naar het oosten en veroverde aanzienlijke gebieden op de rechteroever van de Schelde. In 1006 veroverde hij, samen met Lambert I van Leuven, de markgraafschappen Valencijn en Ename. Een gezamenlijke tegenaanval door keizer Hendrik II de Heilige en koning Robert II, werd afgeslagen. In 1007 veroverde Hendrik de burcht van Gent. Uiteindelijk verzoenden Lambert en Boudewijn zich in Aken (stad) met Hendrik en trokken zij zich terug uit Valencijn. Boudewijns gebieden binnen het Heilige Roomse Rijk bleven afhankelijk van de Duitse keizer, en kregen de naam Rijks-Vlaanderen.
In 1012 werd Boudewijn beleend met Walachria-Bevelandia (Zeeland bewesten Schelde) en het gebied dat later de Vier Ambachten zou worden. Dankzij gewiekste onderhandelingen met de keizer verkreeg hij in 1015 de mark Valencijn, in ruil voor de belofte zich afzijdig te houden in het interne Lotharingse conflict tussen de Reiniers en de graven van Verdun. Het lang begeerde markgraafschap Ename in het gouwgraafschap Brabant werd hem echter niet door de keizer gegund, zelfs niet na de inname (en verwoesting) van de hertogelijke burcht te Ename in 1033/1034.
Boudewijn stichtte de abdij van Sint-Winoksbergen in 1022, in de nabijheid van zijn kasteel daar. In 1028 arrangeerde hij het huwelijk van zijn zoon Boudewijn met Adela van Mesen, een dochter van Robert II, koning van Frankrijk. Na zijn huwelijk kwam Boudewijn V in opstand en Boudewijn IV moest naar Normandië vluchten. Hij nam daar Eleonora, dochter van Richard II van Normandië tot tweede echtgenote en wist met Normandische steun de opstand snel te onderdrukken (12 september 1028 te Oudenaarde). Nadien kreeg Boudewijn V wel een rol in het bestuur. In 1031 steunde Boudewijn Robert I van Bourgondië in zijn poging om koning van Frankrijk te worden in plaats van zijn broer Hendrik I van Frankrijk.
Boudewijns expansiepolitiek was duidelijk gericht op de beheersing van het Scheldebekken, waarvan hij het economisch belang begreep. Tijdens zijn bewind begon de lakenindustrie ook vaste vorm aan te nemen. Boudewijn was eigenaar van de schorren langs de kust, waar schapen werden gefokt, en hij was waarschijnlijk de eerste wolleverancier van de Atrechtse draperie. Graaf Boudewijn spande zich ook in om de godsvrede te laten respecteren in zijn graafschap. Tijdens zijn bewind werd Duinkerke gesticht, kreeg Brugge de eerste stadsrechten en ook zou hij Rijsel hebben gesticht.
Boudewijn IV van Vlaanderen huwde;
1.In 1012 met Otgiva (ca. 990 - Gent, 21 februari 1028), dochter van Frederik van Luxemburg, graaf in de Moezelgouw (zoon van Siegfried I van Luxemburg), en Irmentrude van de Wetterau
2.In 1028 met Eleonora (ca. 1010 - 23 december 1035), dochter van hertog Richard II van Normandië en Judith van Bretagne
Uit het eerste huwelijk:
Boudewijn V van Rijsel
Ermengarde
waarschijnlijk nog een dochter, later echtgenote van Reinier van Leuven, zoon van Lambert I van Leuven
Uit het tweede huwelijk:
Judith Fausta van Beieren, gehuwd in 1051 met Tostig Godwinsson, graaf van Northumberland, en in 1071 met Welf IV, hertog van Beieren
Hij trouwde (1) met Eleonora van Normandië (±1010-1035).
Hij trouwde (2), ongeveer 32 jaar oud, in 1012 in ? met de ongeveer 26-jarige
3768845741 Otgiva van Luxemburg, geboren omstreeks 986 in ?. Zij is overleden op 21-02-1030 in ?, ongeveer 44 jaar oud.
Notitie: Otgiva van Luxemburg (ca 986 - 21 februari 1030) was als eerste echtgenote van graaf Boudewijn IV van Vlaanderen door haar huwelijk gravin van Vlaanderen.
Zij was een dochter van graaf Frederik van Luxemburg, graaf in de Moezelgouw, en van diens vrouw Irmentrude van de Wetterau (stammoeder van de graven van Gleiberg), een dochter van graaf Herbert van de Wetterau. Via haar vaders lijn was zij een nicht van keizerin Cunegonde van Luxemburg. Haar zuster Irmentrude was met Welf II van Altdorf uit het huis der Welfen getrouwd.
Kind uit dit huwelijk:
I. Boudewijn V van Vlaanderen, geboren omstreeks 1013 in ? (zie 1884422870).
3768845742 Robert II van Frankrijk, geboren op 27-03-972 in Orleans. Hij is overleden op 20-07-1031 in Melun, 59 jaar oud.
Hij trouwde met
3768845743 Constance van Arles, geboren in 986 in ?. Zij is overleden op 25-07-1034 in Melun, 47 of 48 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Adela van Frankrijk, geboren in 1009 in ? (zie 1884422871).
Generatie 33 (edelstamoudbetovergrootouders)
7537691480 Arnulf II van Vlaanderen, geboren omstreeks 960. Hij is overleden op 30-03-988 in Gent, ongeveer 28 jaar oud.
Notitie: Arnulf II (ca. 960 – Gent, 30 maart 988), zoon van Boudewijn III en Mathilde van Saksen-Billung, was graaf van Vlaanderen van 965 tot aan zijn dood. Zijn vader werd in 958 door graaf Arnulf I tot mederegent aangesteld, maar overleed reeds in 962. Bij de dood van graaf Arnulf I was zijn kleinzoon, de jonge Arnulf II, vier jaar.
Arnulf volgde dus in 965 zijn grootvader op, aanvankelijk onder de voogdij van de koning van Frankrijk, Lotharius, die vóór de dood van Arnulf I had beloofd dat hij ervoor zou zorgen dat de Vlaamse edelen de jonge graaf niet zouden manipuleren voor hun eigen belang, een belofte waaraan hij zich inderdaad ook zou houden. De graven Boudewijn van Kamerijk en Dirk II van Holland traden op als regenten en wisten te voorkomen dat Vlaanderen als “onbezet” leen terugviel aan de kroon. Arnulf verloor Boulogne, Saint-Pol en Guînes aan Frankrijk, Gent en het Waasland aan Dirk II van Holland, maar keizer Otto I van het Heilige Roomse Rijk kwam tussenbeide en stopte verdere Franse veroveringen. Otto richtte de markgraafschappen Antwerpen, Ename en Valencijn in om de Franse expansie te beteugelen.
Rond 976 liet koning Lotharius de regering aan Arnulf over, maar onthield hem het gezag over de door diens grootvader veroverde gebieden Oosterbant, Artesië, Ponthieu en Amiens.
Arnulf weigerde in 987 Hugo Capet, zoon van Hugo de Grote, als koning te accepteren omdat hij als afstammeling van Karel de Grote een voorkeur had voor de karolinger Karel van Neder-Lotharingen, die ook van Karel de Grote afstamde. Nadat Hugo echter Vlaanderen aangevallen had, erkende Arnulf hem toch nog als koning. Hij overleed aan een ziekte (hete koorts), en werd begraven te Gent.
Arnulf II was in 968 gehuwd met Rosela van Ivrea (945 - Gent, 26 januari 1003, dochter van Berengarius II van Italië, koning van 950 tot 963, en van Willa van Toscane. Arnulf en Rosela kregen de volgende kinderen:
Mathilde (? - 995)
Boudewijn IV (ca. 980 - 1035
Hij trouwde, ongeveer 8 jaar oud, in 968 in ? met de ongeveer 18-jarige
7537691481 Suzanna van Italië, geboren omstreeks 950 in ?. Zij is overleden op 26-01-1003 in ?, ongeveer 53 jaar oud. Zij is begraven in Gent.
Notitie: Suzanna van Italië of, Rosala van Ivrea, (ca. 950 - 26 januari 1003) was een dochter van Berengarius II van Italië en van Willa van Toscane. In haar jeugd was ze hofdame geweest van keizerin Adelheid (heilige). In 968 huwde zij met Arnulf II van Vlaanderen en werd de moeder van:
1. Mathilde (-995)
2. Boudewijn IV van Vlaanderen (980-1035)
Na het overlijden van Arnulf hertrouwde zij in 988 met Robert de Vrome die zeker twintig jaar jonger was dan zij, tegen de zin van Robert maar overeenkomstig de wil van zijn vader Hugo Capet. Zij bracht een mooie bruidsschat mee: Montreuil-sur-Mer en Ponthieu. Na de dood van zijn vader verstootte Robert Suzanna echter spoedig onder het voorwendsel dat ze te oud was om nog kinderen te krijgen, om te trouwen met Bertha van Bourgondië. Suzanna trok zich terug in Vlaanderen en er ontstond een conflict tussen Vlaanderen en de koning omdat die weigerde om Montreuil terug te geven, zijn enige "eigen" zeehaven. Na een periode waarin Vlaanderen de tegenstanders van de koning had gesteund, werd een compensatie overeengekomen. Suzanna/Rosala had een belangrijk aandeel in het bestuur van Vlaanderen en overleed in 1003. Ze werd begraven te Gent.
Kind uit dit huwelijk:
I. Boudewijn IV van Vlaanderen, geboren omstreeks 980 in ? (zie 3768845740).
7537691482 Frederik van Luxemburg, geboren omstreeks 965 in ?. Hij is overleden op 06-10-1019 in ?, ongeveer 54 jaar oud.
Notitie: Frederik van Luxemburg (ca. 965 – 6 oktober 1019), was graaf van de Moezelgouw, voogd van de dubbelabdij Stavelot-Malmedy en de abdij van Sint-Maximinius te Trier terwijl zijn oudste broer, Hendrik I, graaf was van Luxemburg. Frederik was de tweede zoon van graaf Siegfried van Luxemburg en Hedwig van Nordgau.
Sinds het begin van de elfde eeuw had hij het Karolingische domein Baelen-sur-Vesdre in handen. Hier zou zijn zoon, eveneens Frederik genaamd rond 1030 een versterking bouwen in de vorm van een mottekasteel . In 1008 kwam Frederik in opstand tegen zijn zwager, keizer Hendrik II, en zat daarom van 1011-12 gevangen, maar verzoende zich later met hem.
Na zijn dood ging de Moezelgauw op in het graafschap Luxemburg. Het voogdschap van de dubbelabdij Stavelot-Malmedy ging over op zijn zoon Frederik.
Frederik trouwde rond 985 met Irmentrude van de Wetterau (ca. 967 - ca. 1020), erfgename van het kasteel Gleiberg (in de huidige gemeente Wettenberg). Zij was dochter van Herbert van de Wetterau en Irmtrud van Avalgau (957 - 1020).
Van Frederik en zijn vrouw Irmtrud zijn de volgende kinderen bekend:
Hendrik (ca. 990-†14 oktober 1047), graaf van Luxemburg;
Frederik (1003-1065), hertog van Neder-Lotharingen, heerser over het land van Limburg;
Adalbero (ca.999- † 13 november 1072), bisschop van Metz;
Giselbert (ca. 995-† 14 augustus 1059), graaf van Luxemburg (1047) en Longwy;
Diederick (ca.992-† 11 november 1045), vader van Diederick II van Luxemburg (†1075) graaf en voogd van de abdij van Sint-Maximinius, Hendrik van Laach paltsgraaf van Lotharingen, Poppo 1092-1103 bisschop van Metz;
Herman, mogelijk dezelfde als Herman van Gleiberg, paltsgraaf van Lotharingen;
Otgiva (986-†21 februari 1030), getrouwd met graaf Boudewijn IV van Vlaanderen;
Gisela (ca. 1009-† 1058), getrouwd met Rodulf, heer van Aalst;
Irmtrud (ca. 987-† na 21 augustus 1055), begraven in Altomünster, getrouwd met Welf II van Altdorf, graaf in Lechrain;
Oda (ca. 988), kanunnikes te Remiremont, abdis van Saint Rémy te Lunéville.
Hij trouwde, ongeveer 20 jaar oud, omstreeks 985 in ? met de ongeveer 13-jarige
7537691483 Irmentrude van de Wetterau, geboren omstreeks 972 in ?. Zij is overleden in 1015 in ?, ongeveer 43 jaar oud.
Notitie: Irmentrude van de Wetterau (ook: Irmtrud; ca. 972; gestorven voor 1015) was de dochter van graaf Herbert van de Wetterau en Kinziggau uit het geslacht van de Konradijnen en diens vrouw Irmentrude, dochter van graaf Megingoz. Zij was de erfgename van het graafschap Gleiberg en werd de stammoeder van het eerste, Luxemburgse grafelijke huis van Gleiberg, dat eind 11e eeuw in de mannelijke lijn uitstierf.
Kind uit dit huwelijk:
I. Otgiva van Luxemburg, geboren omstreeks 986 in ? (zie 3768845741).
Generatie 34 (voorouders)
15075382960 Boudewijn III van Vlaanderen, geboren omstreeks 940 in ?. Hij is overleden op 01-11-962 in ?, ongeveer 22 jaar oud.
Notitie: Boudewijn III (ca. 940 - 1 november 962) was medegraaf van Vlaanderen van 958 tot aan zijn dood.
Boudewijn III was de enige zoon van graaf Arnulf I en van Aleidis (of Adela) van Vermandois. Zijn vader stelde hem in 958 aan tot medegraaf, en droeg het bestuur van het zuidelijke deel van het graafschap aan hem over. Boudewijn onderkende het belang van economische ontwikkeling en bevorderde de lakenweverij en de viltvervaardiging en stichtte jaarmarkten onder andere te Brugge en Kortrijk. Hij overleed aan de pokken tijdens een veldtocht (onder aanvoering van Lotharius van Frankrijk) tegen Normandië.
In 961 huwde hij met Mathilde van Saksen (942 - 25 mei 1008), dochter van Herman Billung, hertog van Saksen, en van Hildegarde van Westerburg. Ze kregen een zoon:
1. Arnulf II.
Na Boudewijns dood huwde Mathilde met graaf Godfried van Verdun
Hij trouwde, ongeveer 21 jaar oud, in 961 in ? met de 18 of 19-jarige
15075382961 Mathilde van Saksen-Billung, geboren in 942 in ?. Zij is overleden op 25-05-1008 in ?, 65 of 66 jaar oud. Zij is begraven in Sint-Pietersabdij (Gent).
Notitie: Mathilde van Saksen (942 - 25 mei 1008) was een dochter van Herman Billung, hertog van Saksen. Rond 961 huwde zij met Boudewijn III van Vlaanderen en na zijn dood, met Godfried van Verdun, bijgenaamd de Gevangene. Zij is begraven in de Sint-Pietersabdij (Gent).
Uit haar huwelijk in 961 met Boudewijn III van Vlaanderen, werd geboren:
1. Arnulf II van Vlaanderen.
Uit het huwelijk in 963 met Godfried werden de volgende kinderen geboren:
1. Adalbero (-Italië, 19 april 988), 984 benoemd tot bisschop van Verdun door zijn oom Adalbero van Reims die daarover in conflict kwam met koning Lotharius die niet om toestemming was gevraagd. Adalbero is begraven in de kathedraal van Verdun.
2. Frederik (±970- Verdun, 6 januari 1022), graaf van Verdun
3. Herman van Ename (- 28 mei 1029), graaf van Brabant en graaf van Verdun
4. Godfried de Kinderloze (- 26 september 1023), hertog van Neder-Lotharingen
5. Gozelo (-1044), hertog van Neder- en Opper-Lotharingen
6. Adela, gehuwd met graaf Godizo van Aspelt en Heimbach, graaf van de Luikgouw
7. Ermgard van Verdun (-1042), gehuwd met Otto I van Zutphen (Hammerstein)
8. Ermentrudis, gehuwd met heer Aarnoud van Florennes-Rumigny
9. mogelijk Regelinde, gehuwd met Arnold van Wels en Lambach
10. mogelijk Gerberga, gehuwd met graaf Folmar IV van Metz
Daarnaast is bekend dat Rudolf, abt van Saint-Germain de Montfaucon te Cernay-en-Dormois, een neef van Adalbero was. Dit suggereert de mogelijkheid van nog een zoon of dochter van Godfried en Mathilde.
Zij trouwde (2), minstens 20 jaar oud, na 962 in ? met Godfried van Verdun.
Kind uit dit huwelijk:
I. Arnulf II van Vlaanderen, geboren omstreeks 960 (zie 7537691480).
15075382962 Berengarius II van Italië, geboren in ?. Hij is overleden in ?.
Hij is de biologische vader van het kind van
15075382963 Willa van Toscane, geboren in ?. Zij is overleden in ?.
Kind van (15075382962):
I. Suzanna van Italië, geboren omstreeks 950 in ? (zie 7537691481).
15075382964 Siegfried van Luxemburg, geboren in ?. Hij is overleden in ?.
Hij is de biologische vader van het kind van
15075382965 Hedwig van Nordgau, geboren in ?. Zij is overleden in ?.
Kind van (15075382964):
I. Frederik van Luxemburg, geboren omstreeks 965 in ? (zie 7537691482).
15075382966 Herbert van de Wetterau, geboren omstreeks 930 in ?. Hij is overleden in 992 in ?, ongeveer 62 jaar oud.
Notitie: Herbert van de Wetterau (ca. 930 - 992), was zoon van Udo van de Wetterau en een dochter (vermoedelijk heette ze Kunigunde) van Herbert I van Vermandois en Bertha van Morvois. Herbert was een belangrijk edelman in centraal-Duitsland en leider van de Konradijnen.
Na de dood van zijn vader Udo van de Wetterau in 949 werd Herbert graaf van de Kinziggau, de Engersgouw, en de Wetterau. Ook erfde hij de burcht Gleiberg, hoog op een basaltrots in het huidige Gießen (district). In 976 kreeg Herbert de grafelijke rechten voor de Gleiberg en omgeving: het graafschap Gleiberg. Herbert verwierf ook de titel van paltsgraaf. In 981 volgde hij keizer Otto II naar Italië en nam in 982 deel aan de rampzalig verlopen slag bij Crotone tegen de Saracenen.
Hij trouwde met Irmtrud van Avalgau (957 - 1020), dochter van Megingoz en Gerberga (dochter van Godfried, paltsgraaf van Lotharingen en Ermentrudis, dochter van Karel de Eenvoudige en achterkleindochter van Otto I van Saksen, de man die de basis legde voor de macht van de Ottonen).
Herbert en Irmtrud kregen de volgende kinderen:
Otto van Hammerstein
Gebhard (-8 november 1016)
Gerberga van Gleiberg, (ca. 970 - na 1036), gehuwd met Hendrik van Schweinfurt
Irmentrude van de Wetterau (ca. 978 - ca. 1020), gehuwd met Frederik van Luxemburg
Hij trouwde met
15075382967 Irmentrude van Avalgau, geboren in 957 in ?. Zij is overleden in 1020 in ?, 62 of 63 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Irmentrude van de Wetterau, geboren omstreeks 972 in ? (zie 7537691483).
Generatie 35 (voorgrootouders)
30150765920 Arnulf I van Vlaanderen, geboren omstreeks 889 in ?. Hij is overleden op 27-03-965 in ?, ongeveer 76 jaar oud. Hij is begraven in St-Pietersabdij te Gent.
Notitie: Arnulf I, bijgenaamd de Grote (ca. 889 – 27 maart 965) was graaf van Vlaanderen van 918 tot zijn dood in 965.
Na de dood van zijn vader Boudewijn II erfde Arnulf het grootste (noordelijke) deel van het graafschap, zijn broer Adalolf erfde het zuidelijke deel.
Arnulf vocht in 923 aan de kant van koning van West-Francië, Karel de Eenvoudige in de Slag bij Soissons (923) tegen tegenkoning Robert van Bourgondië.
In 924 veroverde hij samen met zijn broer Adalolf en Herbert II van Vermandois de stad Eu op Rollo, de eerste graaf van Normandië. Arnulf versloeg de Vikingen in 926 maar gaf in 928 het graafschap Guînes in leen aan de Deen Siegfried en gaf hem later zijn dochter tot vrouw.
Vanaf 930 kwam het tot een krachtmeting met Herbert II van Vermandois. Om diens expansie te beteugelen veroverde Arnulf in 931 Dowaai en Mortagne-du-Nord. In 932 verwierf Arnulf het graafschap Artesië en versterkte de abdij van Sint-Vaast. Na het overlijden van zijn broer in 933 eigende hij zich diens graafschappen Terwaan en Boulogne toe, met voorbijgaan aan de rechten van zijn minderjarige neefjes. Hij adopteerde wel Adalolfs onechte zoon Boudewijn. In 934 kwam het tot een vrede met Herbert en trouwde Arnulf in 934 met Herberts dochter Adelheid. Dit bezegelde niet alleen een vrede maar ook een bondgenootschap tegen Hugo de Grote, zoon van Robert van Bourgondië.
Na de vrede met Herbert kon Arnulf zich richten op de Vikingen uit Normandië. In 939 veroverde hij de stad Montreuil op Herluinus II van Ponthieu om de invallen van de Normandiërs tegen te gaan maar de Normandische troepen wisten de stad snel te heroveren. In 942 nodigde Arnulf graaf Willem I van Normandië uit voor een bespreking te Picquigny om de kwestie Montreuil te regelen. Daar aangekomen werd Willem echter door mannen van Arnulf vermoord. In 949 kreeg Arnulf Montreuil definitief in handen.
Vervolgens bracht Arnulf een bondgenootschap tot stand met koning Lodewijk IV van Frankrijk, zoon Karel de Eenvoudige, en Otto I de Grote, koning van Duitsland tegen Normandië. De coalitie belegerde Rennes maar de jeugdige Normandische graaf Richard wist het bondgenootschap uiteen te spelen, en Arnulf trok zich terug naar Vlaanderen. Uit wraak plunderde het leger van Otto Vlaanderen en liet die een kasteel bouwen bij Gent op de grens van zijn rijk aan de Schelde, waar hij een burggraaf plaatste. Na de verzoening tussen Arnulf en Otto kreeg Arnulf het kasteel in handen en liet hij de burggraaf, Wichman van Hamaland, met een van zijn dochters trouwen.
Arnulf verwierf nadien ook Amiens, Oosterbant en werd lekenabt van de abdij van Sint-Bertinus in Saint-Omer.
Om zijn grenzen te verzekeren huwde Arnulf al zijn dochters uit aan zijn Lotharingse buren en hoge Duitse adel. Politiek koos hij steeds positie tegen de graven van Normandië en de hertogen van de Franken.
Hij voerde kloosterhervormingen door met hulp van Gerardus van Brogne en regeerde vooral met hulp van de geestelijkheid, en zo veel mogelijk zonder vazallen.
In 958 benoemde Arnulf zijn zoon Boudewijn tot medegraaf en ging hij feitelijk met pensioen (ongeveer 70 jaar oud). Nadat Boudewijn in 962 op jonge leeftijd overleed, kwamen de zoons van zijn broer Adalolf in opstand en herwonnen de graafschappen van hun vader. Arnulf sloot toen een overeenkomst met koning Lotharius van Frankrijk, zoon van Lodewijk IV van Frankrijk: in ruil voor al zijn veroveringen zou Lotharius de opvolging van zijn jonge kleinzoon in het oorspronkelijke graafschap garanderen.
Arnulf steunde nog de bisschop van Kamerijk tegen zijn opstandige stedelingen en kreeg in ruil daarvoor de kerkelijke bezittingen bij Lambres. Volgens een overlevering zou Arnulf zijn vermoord door een nakomeling van Herluinus II van Ponthieu.
Arnulf stichtte de kerk van Torhout, het Sint-Donaaskapittel te Brugge, de Sint-Janskapel te Gent en herbouwde de abdij van Saint-Amand. Arnulf is begraven in de Sint-Pietersabdij (Gent).
Arnulf was zoon van Boudewijn II en van Ælfthryth van Wessex.
Hij trouwde in 934 met Aleidis van Vermandois (ook Adelheid genoemd), dochter van Herbert II van Vermandois en Adelheid van Parijs. Omdat Arnulf ten tijde van dit huwelijk al ongeveer 45 jaar oud moet zijn geweest, is het aan te nemen dat hij al een of meer eerdere huwelijken heeft gehad waarvan geen gegevens van bekend zijn.
Dochter Hildegard van Vlaanderen huwde in 945 met Dirk II, graaf van West-Friesland. Gezien de datum van het huwelijk van zijn dochter is zij vermoedelijk een kind uit een eerder huwelijk van Arnulf.
Arnulf en Aleidis kregen de volgende kinderen:
1. Liutgard van Vlaanderen (ca. 935 - 29 september 964), in 955 gehuwd met Wichman IV, graaf van Hamaland
2. Boudewijn III (tussen 935/940 - 1 januari 962)
3. Hildegard van Vlaanderen (ca. 936 - 10 april 990)
4. Egbert (ovl. voor 10 juli 953)
5. Elftrude (ovl. na 965), in 950 gehuwd met Siegfried I van Guînes
Hij trouwde, ongeveer 45 jaar oud, in 934 in ? met
30150765921 Aleidis van Vermandois, geboren in ?. Zij is overleden in ?.
Notitie: Herbert II van Vermandois en Adelheid van Parijs
Kind uit dit huwelijk:
I. Boudewijn III van Vlaanderen, geboren omstreeks 940 in ? (zie 15075382960).
30150765922 Herman Billung, geboren omstreeks 908 in ?. Hij is overleden op 27-03-973 in Quedlinburg, ongeveer 65 jaar oud.
Notitie: Herman Billung (ook wel Herman van Saksen) (tussen 900/912 - Quedlinburg, 27 maart 973) Hij is een kleinzoon van Egbert Billung. Hij was een van de belangrijkste vazallen van Otto I de Grote.
In 936 werd hij wegens zijn verdiensten in de onderwerping van de Redariërs door Otto aangesteld tot markgraaf van de Redariërs, Abodriten, Wagriërs en Denen. In die functie onderwierp hij de Slaven aan de Oder. In 940 was hij graaf van de Wetigau. In 953 benoemde Otto hem tot zijn plaatsvervanger in Saksen, waardoor hij de rol van hertog kreeg, maar niet de titel had. In die hoedanigheid onderdrukte hij een opstand van zijn neven Wichman II en Egbert Eénoog, die zich verbonden hadden met Otto’s opstandige zoon Liudolf van Zwaben en de Slaven. Otto gaf hem in 955 de graafschappen Tilithigau en Marstengau, en in 956 werd hij tot markgraaf benoemd.
Op 19 oktober 955 versloeg hij de Abodriten waar zijn neven onderdak hadden gevonden in de slag bij de Recknitz: de legers waren gescheiden door de rivier en konden elkaar niet aanvallen totdat het leger van Herman verderop een oversteekplaats vond en zo de Abodriten kon verrassen. In 961 en 965 werd hij opnieuw tot plaatsvervanger (procurator) van Otto in Saksen benoemd, tijdens Italiaanse reizen van Otto. Nu kwam hij in conflict met de graven van Werl en Stade, en versloeg in 962 de Polen. In 968 werd Herman door de aartsbisschop van Maagdenburg ontvangen met de eerbewijzen die alleen de koning toekwamen, waarna de bisschop door Otto werd bestraft.
Billung had eigen bezittingen rond Lüneburg. Hij was stichter en voogd van het Sint Michaelsklooster te Lüneburg, hier werd hij ook begraven. De begrafenis had nogal wat voeten in de aarde omdat Herman bij zijn dood blijkbaar nog geëxcommuniceerd was en de bisschop van Verden hem daarom niet in de kerk wilde begraven.
Herman was gehuwd met Oda en met Hildesuith en de vader van:
1. Bernhard I van Saksen (-1011)
2. Liudger (- 26 februari 1011), gehuwd met de H. Emma van Lesum, graaf in Saksen en begraven in het Sint Michaelsklooster te Lüneburg.
3. Mathilde (942-1008), in 961 gehuwd met graaf Boudewijn III van Vlaanderen (940-962) en in 963 met graaf Godfried van Verdun (930-1002).
4. Suanehilde (- 26 november 1014), gehuwd met markgraaf Thietmar I van Meißen (-979) en met markgraaf Ekhard I van Meißen (-1002), begraven in een klooster in Jena, in de 13e eeuw herbegraven in de St Joriskerk van Naumburg (Saale)
5. Imma, abdis in Herford
Kind van (30150765922) uit onbekende relatie:
I. Mathilde van Saksen-Billung, geboren in 942 in ? (zie 15075382961).
30150765932 Udo van de Wetterau, geboren in ?. Hij is overleden in ?.
Hij is de biologische vader van het kind van
30150765933 Kunigunde van Vermandois, geboren in ?. Zij is overleden in ?.
Kind van (30150765932):
I. Herbert van de Wetterau, geboren omstreeks 930 in ? (zie 15075382966).
30150765934 Megingoz IV van Avalgau, geboren omstreeks 920 in ?. Hij is overleden in 998 in ?, ongeveer 78 jaar oud.
Notitie: Megingoz (± 920 - 998/1001) (bijgenaamd de Bruine) was van onbekende afkomst. Hij speelde aan het einde van de 10e eeuw een rol in de geschiedenis van wat later het graafschap Gelderland ging heten. Rond 970 werd zijn dochter Adelheid in Geldern geboren.
Megingoz wordt genoemd als graaf van de Avalgouw.
Hij trouwde met Gerberga van Gulik. Zij was een dochter van Godfried van Gulik uit de familie van Matfrieden en Ermentrude, mogelijk de oudste dochter van koning Karel de Eenvoudige, die ook koning van Lotharingen was, maar in 923 werd afgezet. Van vaderskant was zij een kleindochter van Gerard I van de Metzgau en Oda van Saksen, dochter van hertog Otto I van Saksen, de man die de basis legde voor de macht der Ottonen.
Toen zijn zoon Godfried in 977 werd gedood tijdens een veldtocht van Otto II in Bohemen, trok Megingoz IV zich terug en bestuurde zijn bezittingen.
Gerberga, de echtgenote van Megingoz, stichtte de abdij van Vilich, ten noordoosten van Bonn. Zij stierf in 995. Megingoz stierf kort daarop, na 998.
Kinderen[bewerken]
Samen met zijn vrouw Gerberga van Gulik kreeg hij de volgende kinderen
Godfried († 977), Op jonge leeftijd gesneuveld in een veldtocht tegen de Bohemen
Ermentrude van Avalgouw (957), getrouwd met de veel oudere Heribert, graaf van de Kinziggouw, (Konradijnen)
Adelheid (960/970, † 3 februari 1010/1021), abdis van Vilich
Alberada
Bertrada, († 1000), abdis in Keulen,
Hij trouwde, ongeveer 25 jaar oud, in 945 in ? met de ongeveer 20-jarige
30150765935 Gerberga van Gulik, geboren omstreeks 925 in ?. Zij is overleden in 995 in ?, ongeveer 70 jaar oud.
Notitie: Gerberga van Gulik (± 925 - 995) was een dame uit de hoogste Europese adel die in de tweede helft van de 10e eeuw de echtgenote werd van Megingoz.
Zij was een dochter van Godfried van Gulik uit de familie van Matfrieden en Ermentrudis, mogelijk de oudste dochter van koning Karel de Eenvoudige, die ook koning van Lotharingen was, maar in 923 werd afgezet. Van vaderskant was zij een kleindochter van Gerard I van de Metzgau en Oda van Saksen, dochter van hertog Otto I van Saksen, de grondlegger van de macht der Ottonen.
Rond 945 trouwde zij met Megingoz.
Gerberga van Gulik stichtte de abdij van Vilich, ten noordoosten van Bonn. Zij stierf in 995. Megingoz stierf kort daarop, na 998.
Kind uit dit huwelijk:
I. Irmentrude van Avalgau, geboren in 957 in ? (zie 15075382967).
Generatie 36 (voorovergrootouders)
60301531840 Boudewijn II van Vlaanderen, geboren omstreeks 865 in ?. Hij is overleden op 10-09-918 in ?, ongeveer 53 jaar oud. Hij is begraven in Sint-Pietersabdij van Gent.
Notitie: Boudewijn II van Vlaanderen (ca. 865 – 10 september 918), de Kale, was van 879 tot 918 graaf van Vlaanderen en van 896 tot 918 graaf van Boulogne. Zijn bijnaam was een bewuste verwijzing naar zijn grootvader Karel de Kale en onderstreepte dat Boudewijn een afstammeling van Karel de Grote was, wat in die tijd nog een factor van politiek belang was.
Boudewijn werd graaf als opvolger van zijn vader, Boudewijn I, en kreeg direct te maken met een periode van invallen van de Vikingen:
879 Terwaan
880 Gent
881 Doornik
882 Kamerijk en Atrecht
883 Boulogne, Sint-Omaars, Saint-Riquier, Veurne, Terwaan, Gent en Atrecht. Boudewijn moest in de moerassen van Sint-Omaars zijn toevlucht zoeken.
884 Boudewijn trouwde met een dochter van Alfred de Grote, vermoedelijk om zo meer steun tegen de Vikingen te krijgen
885 de Vikingen bouwen een versterking in Condé
886 de Vikingen bouwen een versterking in Kortrijk
Boudewijn wist langzaam het verloren terrein terug te winnen maar de Vikingen werden pas verjaagd nadat ze in 892 bij de slag aan de Dijle (op de plaats waar nu Leuven ligt) door koning Arnulf van Karinthië waren verslagen. Boudewijn bouwde versterkingen om zijn graafschap tegen de Vikingen te kunnen beschermen in: Ieper, Kortrijk, Sint-Winoksbergen, Sint-Omaars, Brugge en Gent.
In 888 steunde Boudewijn de keuze van niet-Karolinger Odo I van Frankrijk tot koning van West-Francië. Hij kreeg echter direct een conflict met Odo over de abdij van Sint-Bertinus in Sint-Omaars. Odo achtervolgde Boudewijn tot aan Brugge maar kon de stad niet innemen. Als reactie daarop trok Boudewijn nog in datzelfde jaar naar Arnulf van Karinthië in Worms en vroeg hem om ook koning van West-Francië te worden, maar Arnulf sloeg die uitnodiging af. Toen in 892 de abt van Sint-Bertinus overleed, wachtte Boudewijn niet op de formele procedures maar bezette de abdij.
Boudewijn was een van de edelen die in 893 de kroning van Karel de Eenvoudige, Karolinger, tot tegenkoning van West-Francië steunden maar tegelijkertijd zocht hij ook toenadering tot Zwentibold die in 895 tot koning van Lotharingen was benoemd. Door handig te opereren in het spanningsveld tussen Karel en Zwentibold wist Boudewijn zijn positie te versterken.
In 896 verkreeg hij het graafschap Boulogne. Boudewijn liet zijn broer Rudolf Péronne en de Vermandois binnenvallen, die toen net aan Herbert I van Vermandois waren toegewezen. Herbert wist Rudolf echter in een hinderlaag te doden en het Vlaamse leger werd teruggedreven.
Toen de koning in 900 bisschop Fulco van Reims, een bondgenoot van Herbert, benoemde tot abt van Sint-Bertinus, kon Boudewijn dit niet accepteren en hij liet Fulco vermoorden. Boudewijn werd daarop geëxcommuniceerd maar Karel de Eenvoudige was niet in staat om strafmaatregelen door te voeren.
Omdat de politieke situatie voor Boudewijn nu niet erger kon worden, had hij geen belemmering meer om Artesië met inbegrip van de rijke abdij van Sint-Vaast te veroveren. Ook liet Boudewijn door een sluipmoordenaar Herbert van Vermandois vermoorden.
Met zijn harde en gewelddadige politiek had Boudewijn in de jaren na 900 zijn positie en die van zijn graafschap veilig gesteld. De laatste periode van zijn bewind tot zijn dood in 918 is rustig verlopen. Boudewijn werd begraven in de abdij van Sint-Bertinus maar werd na de dood van zijn vrouw (929) bij haar begraven in de Sint-Pietersabdij van Gent.
Boudewijn II was de zoon van Boudewijn I en van Judith.
In 884 huwde hij Ælfthryth van Wessex (ook Aelftrud of Elfrida) (Wessex, 868 - 7 juni 929), dochter van Alfred de Grote, koning van Engeland van 871 tot 899, en van Ealhswith van de Gaini.
Boudewijn en Aelftrud kregen de volgende kinderen:
1. Arnulf I de Grote, graaf van Vlaanderen
2. Adalolf (of Adelulf, Aethelwulf) (ca. 895 - 13 november 933), graaf van Boulogne en van Terwaan, lekenabt van Sint-Bertinus
3. Ealswid
4. Ermentrude
Opmerking: Abt Hildebrand van Sint-Bertinus en Sint Vaast, was een zoon van Ealswid of Ermentrude, of van een onbekende zuster.
Hij trouwde, ongeveer 19 jaar oud, in 884 in ? met de 15 of 16-jarige
60301531841 Ælfthryth van Wessex, geboren in 868 in Wessex. Zij is overleden op 07-06-929 in ?, 60 of 61 jaar oud.
Notitie: Ælfthryth van Wessex (ook Elftrude of Elfrida) (Wessex, 868 - 7 juni 929) was een dochter van Alfred de Grote en van Aelhswyth van de Gaini.
De kroniekschrijver Asser schreef hoe zij en haar broer aan het koninklijk hof van Wessex werden opgevoed. Ælfthryth leerde alles wat passend was voor mensen van hoge geboorte. Zij bestudeerde de Psalmen en Angelsaksische boeken en vooral de Angelsaksische liederen, waar haar vader erg van hield.
In 884 trad zij in het huwelijk met graaf Boudewijn II van Vlaanderen en werd de moeder van:
1. Arnulf I de Grote, graaf van Vlaanderen
2. Adalolf (of Adelulf, Aethelwulf) (ca. 895 - 13 november 933), graaf van Boulogne en van Thérouanne, lekenabt van Sint-Bertinus
3. Ealswid
4. Ermentrude
Na de dood van haar vader in 899 erfde zij Chippenham en twee andere landgoederen in Wiltshire. In 912 gaf zij Lewisham met de daaraan verbonden plaatsen Greenwich en Woolwich (alle drie deze plaatsen liggen nu in Zuid-Londen) aan de Sint-Pietersabdij in Gent.
Ælfthryth was de over-overgrootmoeder van Mathilde van Vlaanderen, die getrouwd was met Willem de Veroveraar, de eerste monarch van het Huis van Normandië. Dit betekent dat na de Normandische verovering van Engeland en de dood van Willem I alle vorsten van Engeland afstammelingen waren van het Huis van Wessex. Ælfthryth was dus degene die de vorsten uit het koninkrijk Wessex verbond met de Engelse koningen van na de Normandische verovering.
Kind uit dit huwelijk:
I. Arnulf I van Vlaanderen, geboren omstreeks 889 in ? (zie 30150765920).
60301531870 Godfried van Gulik, geboren in 905 in ?. Hij is overleden in 949 in ?, 43 of 44 jaar oud.
Notitie: Godfried van Gulik (ca. 905 - 26 maart na 949) was de zoon van graaf Gerard van de Metzgau en van Oda van Saksen, een dochter van Otto I van Saksen. Godfried kwam uit het geslacht der Matfrieden en was graaf van de Gulikgouw. Via zijn moeder was hij een neef van Hendrik de Vogelaar en verder was hij de jongste broer van Wigfried, die aartsbisschop van Keulen was en kanselier van zijn neef, keizer Otto I de Grote.
Hij was gehuwd met Ermentrudis, mogelijk de oudste dochter van koning Karel de Eenvoudige, die tevens koning van Lotharingen was, maar in dat gebied in 923 werd afgezet.,
In een onbekende periode was Godfried een tijd lang als paltsgraaf de vertegenwoordiger van de hertog van Lotharingen. Het ambt werd van 911-915 door Reinier I van Henegouwen (als markgraaf) en aansluitend door Wigerik uitgeoefend. Aangezien Wigerik voor 922 is overleden en Karel III in 923 is afgezet, blijft er slechts een kort tijdsvenster over, waarin Gottfried (ondanks zijn jeugd) als plaatsvervanger van zijn schoonvader in Lotharingen als paltsgraaf kan hebben gefunctioneerd.,
Aangezien Gotfried gelijktijdig echter nauw verwant was met Hendrik de Vogelaar en Otto I de Grote en tevens een broer was van Otto I’s belangrijke adviseur en latere kanselier Wigfried, is het ook mogelijk dat hij deze positie na 923 ondanks zijn betrekking met de afgezette Karel III, wist te behouden. Het feit dat zijn zoon Godfried I van Neder-Lotharingen in 959 zelf hertog van Neder-Lotharingen werd, in eerste instantie nog als plaatsvervanger van aartsbisschop Bruno van Keulen, de broer van Otto I de Grote en de opvolger van Wigfried in beide posten, spreekt er voor dat relaties met de Saksische dynastie belangrijker waren dan relaties met de West-Franken.,
Kinderen van Godfried en Ermentrudis waren:,
1. Godfried van Neder-Lotharingen (925/935 - zomer 964) in Rome, Graaf van Henegouwen, Eerste hertog von Neder-Lotharingen, 959-964,
2. Gerberga (925/935 - voor 24 mei 996 gehuwd met Megingoz (de ouders van Adelheid van Vilich),
3. Gerard II van Metz (925/935 - 963), graaf van Metz, voogd van Remiremont, overgrootvader van Gerard IV van Metz,
4. Gebhard (925/935 - ), "stamvader van belangrijke Franken?,
5. Adalhard (925/935 - ), "stamvader van belangrijke Franken? .,
Hij trouwde met
60301531871 Ermentrudis van West-Francië, geboren omstreeks 910 in ?. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Gerberga van Gulik, geboren omstreeks 925 in ? (zie 30150765935).
Generatie 37 (voorbetovergrootouders)
120603063680 Boudewijn I van Vlaanderen, geboren omstreeks 840 in Laon ( Frankrijk ). Hij is overleden op 02-01-879 in St-Omaars, ongeveer 39 jaar oud. Hij is begraven in Abdij van Sint-Bertinus.
Notitie: Boudewijn I (Laon?, ca. 840 – Abdij van Sint-Bertinus, Sint-Omaars, 2 januari 879), bijgenaamd Boudewijn met de IJzeren Arm of Boudewijn de Goede staat bekend als de eerste graaf van Vlaanderen.
Traditioneel wordt de forestier Odoaker als zijn vader gezien, maar Odoaker (als vader van Boudewijn) en zijn voorouders worden tegenwoordig als speculatief beschouwd omdat dit alleen is gebaseerd op teksten uit de twaalfde eeuw. Een andere theorie is dat Boudewijns vader wel Odoaker heette maar een lagere hoveling was.
]Boudewijn is bekend als grondlegger en eerste graaf van het graafschap Vlaanderen. Hij schaakte op kerstmis 861 Judith van West-Francië, dochter van de koning van West-Francië, Karel de Kale. De 17-jarige Judith was al twee keer weduwe: zowel van koning Aethelwulf van Wessex als van diens zoon koning Aethelbald.
Haar vader wilde haar natuurlijk een derde keer gunstig uithuwelijken, maar ze vluchtte met Boudewijn. Het stel werd daarbij geholpen door Judiths broer Lodewijk de Stamelaar, die steeds in conflict was met zijn vader. Ze vluchtten naar het noorden. Maar Karel de Kale stuurde brieven aan Rorik van Dorestad en bisschop Hunger van Utrecht dat zij de vluchtelingen geen onderdak mochten geven. Karel liet het paar door bisschoppen excommuniceren. Het paar reisde via Lotharingen naar Rome en bepleitten hun zaak bij paus Nicolaas I, waarop de excommunicatie door de paus werd ongedaan gemaakt. Twee jaar lang schreef paus Nicolaas brieven naar de woedende vader, Karel de Kale, waarin hij voor verzoening pleitte.
Op 13 december 863 volgde het officiële huwelijk te Auxerre met de uiteindelijke toestemming van Karel, alhoewel hij niet bij het huwelijk aanwezig was.
Boudewijn was vaak te gast aan het Karolingisch hof en kende Lodewijk, later bekend als Lodewijk de Stamelaar, zoon van keizer Karel en broer van Judith. Lodewijk verving zijn vader tijdelijk toen die probeerde het graafschap Provence bij Frankrijk te voegen. Toen Lodewijk Judith in een klooster te Senlis opzocht, nam hij Boudewijn mee. Een huwelijk tussen beiden gaf Judith de kans om aan het kloosterleven te ontsnappen, terwijl Boudewijn lid werd van de Karolingische dynastie.
Ook Lodewijk trouwde later zonder toestemming van zijn vader en zijn jongere broer Karel. Hincmar, de aartsbisschop van Reims, tekende het verhaal van de vlucht en het huwelijk op. Hij excommuniceerde Judith ook en beriep zich daarvoor op de canon 10 van het Romeins concilie van 721. Die slaat echter op roof van een vrouw met geweld en aangezien zij instemde kon er geen sprake zijn van roof.
Het Brugse Beertje van de Loge verwijst naar de schaking van Judith: toen Boudewijn met Judith naar Vlaanderen terugkeerde, werden zij in het bos aangevallen door een reusachtige witte beer (een bruine beer wit van sneeuw), volgens de legende "de oudste bewoner van Brugge". Deze beer was al eerder gesignaleerd omdat hij de omgeving onveilig maakte. Reizigers die zich buiten de muren van Brugge waagden, werden vaak door de beer aangevallen. En dus ook Boudewijn I. Hij wierp zich zonder aarzelen in de strijd met de beer. Niemand durfde dichterbij te komen, ook niet om hun leenheer te helpen. Op een bepaald moment stelde de beer zich recht op zijn achterste poten en ging met zijn rug tegen een boom staan om zo met meer kracht opnieuw aan te vallen. Maar net op dat moment sprong Boudewijn vooruit en doorboorde de beer met zijn lans. De stoot was zo hevig en krachtig dat de lans zich door de beer onwrikbaar in de boom vaststak. Boudewijn was zijn naam met den ijzeren arm dus waardig. Volgens de legende schonk de stad Brugge Boudewijn een gebeeldhouwde, rechtopstaande beer toen later zijn aanstelling als nieuwe leenheer gevierd werd.
Vandaag is in de gevel van de Poortersloge aan het Jan van Eyckplein in Brugge nog een beeldje van een rechtopstaande, schilddragende beer te zien. De beer die een schild vasthoudt, verscheen echter pas in 1304, dus het gaat niet om hetzelfde beeldje als het geschenk aan Boudewijn. De Poortersloge was van 1417 tot 1715 het lokaal van het Genootschap van de Witte Beer, een selectieve steekspelvereniging die een tijdje na de heldendaad van Boudewijn werd opgericht. Het belangrijkste evenement dat ze organiseerden was de Wapenpas van de Gouden Boom, van 3 tot 11 juli 1468, ter gelegenheid van het huwelijk van Karel de Stoute met Margaretha van York. In 1417 had het gezelschap van de stad de toestemming gekregen een beeldje van hun mascotte, een rechtopstaande beer, in de gevel te plaatsen.
Als onderdeel van de verzoening kreeg Boudewijn het bestuur over de pagus Flandrensis, het gebied rond Torhout, Gistel, Oudenburg en Brugge. Dit was in de ogen van Karel waarschijnlijk een onbetekenende functie: Vlaanderen lag in een uithoek van zijn koninkrijk en werd geteisterd door de Vikingen.
Boudewijn bleek echter een succesvol bestuurder. Hij wist de invallen van de Vikingen te stoppen en bouwde daarvoor versterkingen in Arras, Gent en Brugge. In Brugge bouwde hij een kerk die aan Donatianus van Reims werd gewijd en gaf relieken van de heilige aan de kerk. In Veurne stichtte hij een Benedictijner klooster, waaraan hij relieken van heilige Walburgis schonk. In 870 werd zijn bezit uitgebreid en was hij heer van geheel Vlaanderen en Ternois. Hetzelfde jaar werd hij lekenabt van de Sint-Pietersabdij in Gent.
In 877 steunde hij Lodewijk de Stamelaar bij de opvolging van Karel de Kale. Kort daarna trok hij zich terug en werd monnik in de abdij van Sint-Bertinus, waar hij ook werd begraven.
Boudewijn en Judith van West-Francië hadden vier kinderen:
1. Karel, geb. ca. 864, jong gestorven
2. Boudewijn
3. Rudolf van Kamerijk
4. vermoedelijk nog een dochter, want kronieken van het klooster van Waulsort vermelden dat bij de moord op Rudolf van Kamerijk een zekere Walter, zoon van Rudolfs zuster, hem probeerde te wreken.
Gunhilda, gehuwd in 877 met Wilfred I el Velloso, graaf van Urgel en Barcelona, wordt ook vaak als dochter van Boudewijn en Judith genoemd, maar dit is gebaseerd op een verkeerde interpretatie van een middeleeuwse tekst. Zij was afkomstig uit de omgeving van Barcelona.
Hij trouwde, ongeveer 23 jaar oud, op 13-12-863 in Auxerre ( Frankrijk ) met de 18 of 19-jarige
120603063681 Judith van West-Francië, geboren in 844 in ?. Zij is overleden in 870 in ?, 25 of 26 jaar oud.
Notitie: Judith van West-Francië (oktober 844 - 870), ook wel Judith Martel genoemd, was een Frankische prinses, gehuwd met twee opeenvolgende koningen van Wessex en uiteindelijk met de eerste Graaf van Vlaanderen.
Judith was het eerste kind van keizer Karel de Kale (823-877) en diens eerste echtgenote Ermentrudis van Orléans (830-869). Daarmee was ze een zuster van Lodewijk de Stamelaar (846-879). Ze was een achterkleinkind van Karel de Grote en kreeg haar naam van haar grootmoeder Judith van Beieren.
Op 1 oktober 856, op twaalfjarige leeftijd, werd ze door haar vader uitgehuwelijkt aan de 51-jarige koning Aethelwulf van Wessex, zelf vader van vier zonen. Hij was een man met hoog aanzien, een christen en een bekwaam legeraanvoerder die de Vikingen in 851 een verpletterende nederlaag had toegebracht in Surrey. Karel en Aethelwulf ontmoetten elkaar toen de laatste, samen met zijn toen zesjarige zoon Alfred, op weg was naar Rome. Bij zijn terugkeer in juni 856 verloofde Aethelwulf zich met Judith en ze huwden op 1 oktober van hetzelfde jaar in de Paltskapel van Verberie-sur-Oise. Gezien Parijs en Tours hetzelfde jaar door de Vikingen werden afgebrand, had Karel belang bij het huwelijk van zijn dochter met een overwinnaar van de Vikingen. Aethelwulf nam zelf risico bij dit huwelijk. Als Judith hem zonen zou baren kon dit leiden tot broederstrijd. Aethelwulf stierf al op 13 januari 858 en het huwelijk bleef kinderloos.
In datzelfde jaar 858 huwde ze voor de tweede keer, nu met Aethelwulfs zoon koning Aethelbald, dus met haar eigen stiefzoon. Aethelbald overleed al in 860. Judiths laatste huwelijk werd later nietig verklaard op grond van bloedverwantschap (niet letterlijk, maar omdat ze zijn stiefmoeder was), en zij werd teruggezonden naar haar vader. Judith was na haar huwelijk met Aethelwulf tot gemalin van de koning gekroond, zodat zij op hetzelfde niveau kwam als de koning. Dat zorgde later voor wrevel bij de Saksische bevolking.
Voor de derde maal trouwde ze met Boudewijn I met de IJzeren Arm, die haar rond Kerstmis 861 uit het klooster in Senlis had ontvoerd. Om uit de klauwen van haar woedende vader te blijven, zwierven ze een tijdje in Europa rond en schuilden ze tot in oktober bij haar oom Lotharius II. Ze vluchtten op bedevaart naar Rome, en door tussenkomst van paus Nicolaas I traden ze 13 december 863 officieel in het huwelijk in Auxerre.
Uit het huwelijk met Boudewijn kwamen vier kinderen:
1. Karel, geboren ca. 864, jong gestorven
2. Boudewijn
3. Rudolf van Cambrai
4. vermoedelijk nog een dochter, de kronieken van het klooster van Waulsort vermelden bij de dood van Rudolf van Cambrai dat Wouter, de zoon van Rudolfs zuster, probeerde hem te wreken.
Gunhilda, gehuwd in 877 met Wilfred I el Velloso, graaf van Urgel en Barcelona, wordt ook vaak als dochter van Boudewijn en Judith genoemd maar dit is gebaseerd op een verkeerde interpretatie van een middeleeuwse tekst. Zij was afkomstig uit de omgeving van Barcelona.
Zij is weduwe van Aethelwulf van Wessex (ovl. 858), met wie zij trouwde (1), 11 of 12 jaar oud, op 01-10-856 in Verberie-sur-Oise. Zij is weduwe van Aethelbald (ovl. 860), met wie zij trouwde (2), 13 of 14 jaar oud, in 858 in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Boudewijn II van Vlaanderen, geboren omstreeks 865 in ? (zie 60301531840).
120603063682 Alfred de Grote, geboren omstreeks 848 in Wantage ( Oxfordshire ). Hij is overleden op 26-10-899 in Winchester, ongeveer 51 jaar oud.
Notitie: Alfred de Grote (Oudengels: Ælfred, Ælfr?d; Wantage (Oxfordshire), 848/849 - Winchester, 26 oktober 899) was koning van Wessex van 871 tot 899.
Alfred staat bekend voor zijn verdediging van de Angelsaksische koninkrijken van Zuid-Engeland tegen de Denen, waardoor aan hem het epitheton "de Grote" wordt toegekend. Alfred was de eerste koning van Wessex die zichzelf de "koning van de Angelsaksen" noemde. Details van zijn leven worden beschreven in een werk van de 10e-eeuwse Welshe geleerde en bisschop Asser. Alfred was een geleerd man, hij moedigde onderwijs aan, en hij verbeterde het rechtssysteem en de militaire structuur van zijn koninkrijk. Hij wordt beschouwd als een heilige door sommige katholieken, maar werd nooit officieel heilig verklaard. De Anglicaanse Gemeenschap vereert hem als een christelijke held, met een feestdag op 26 oktober. Hij kan vaak gevonden worden in gebrandschilderd glas in parochiekerken van de Anglicaanse Kerk.
Alfred werd geboren in een tijd dat Engeland verdeeld was in meerdere Angelsaksische koninkrijken. De Denen waren in grote delen van het oosten en midden van Engeland (de ’Danelaw’) aan de macht en de Noren waren aanwezig in het noordwesten van het land.
Als jongste zoon was Alfred voorbestemd om geestelijke te worden. Dat was vermoedelijk de reden van zijn goede opleiding, die zijn bijzondere belangstelling voor geloof en literatuur stimuleerde.
In 854 reisde Alfred met zijn vader Æthelwulf naar Rome en bezocht met hem, op de terugweg, het hof van de Franse koning Karel de Kale. Maar bij terugkomst weigerden zijn oudere broers, die als regent hadden opgetreden tijdens hun afwezigheid, de macht terug te geven en in 856 werd Æthelwulf afgezet als koning.
Tijdens de korte regeerperioden van zijn twee oudste broers, Æthelbald van Wessex en Æthelberht van Wessex, werd Alfred niet genoemd. Zijn openbare leven begon pas toen zijn derde broer, Æthelred I van Wessex, in 866 de troon van het Koninkrijk Wessex besteeg. Het is gedurende deze periode dat bisschop Asser hem met de unieke titel "secundarius" aanduidt, een positie die verwant kan zijn aan die van de Keltische tanist, een erkende opvolger die nauw verbonden is aan de regerende monarch. Het is mogelijk dat deze regeling door de vader van Alfred, of door de Witan werd gesanctioneerd om te waken tegen het gevaar van een omstreden opvolging mocht Æthelred in de strijd vallen. De regeling om een opvolger als koninklijk prins en militair bevelhebber te kronen is ook bekend onder andere Germaanse stammen, zoals de Zweden en Franken, stammen aan wie de Angelsaksen nauw waren verwant.
In 868 vochten de broers een vergeefse strijd om de Denen uit het aangrenzende Koninkrijk Mercia te weren. Daarna bleef Wessex vervolgens bijna twee jaar lang van aanvallen gespaard, omdat Alfred de Vikingen een schatting betaalde om het koninkrijk Wessex met rust te laten. De Denen concentreerden zich in deze periode op de verovering van het koninkrijk East Anglia, een doel dat zij in 870 wisten te verwezenlijken. Met de komst van het Grote zomerleger onder leiding van de Deense koning Bagsecg was het echter met de relatieve rust in Mercia en Wessex gedaan. Bacsegc voegde zich met zijn troepen bij het Grote heidense leger dat in 865 onder leiding van Ivar de Beenderloze en Halfdan Ragnarsson aan de Engelse oostkust was geland. Vanaf 31 december 870 begon een half jaar van heftige strijd met de Denen. Voor het koninkrijk Wessex was het nu erop of eronder:
31 december 870: Æthelred en Alfred versloegen de Denen in Berkshire.
4 januari 871: Æthelred en Alfred vielen de Denen aan bij Reading. Ze werden daar echter teruggedreven waarbij aan beide zijden grote verliezen worden geleden.
8 januari 871: de slag bij de niet meer bekende plaats Ashdown in Berkshire. Volgens de overlevering hadden de Angelsaksische troepen een gunstige positie maar besloot Æthelred om voor de slag nog een mis bij te wonen. Alfred besloot om niet op hem te wachten omdat hij bang was dat de Denen hun positie zouden verbeteren. Alfred viel aan en toen op een cruciaal moment Æthelred alsnog verscheen, wonnen de Angelsaksen de slag. Aan beide zijden vielen veel slachtoffers, waaronder de Deense koning, Bagsecg en vijf van diens jarls.
22 januari 871: de Angelsaksen werden verslagen bij Basing in het noorden van Hampshire
22 maart 871: de Angelsaksen werden verslagen bij Merton (het is niet bekend waar deze plaats ligt). Hier werd Æthelred gedood en Alfred de nieuwe koning. Tijdens de begrafenis versloegen de Denen de Angelsaksen nog een keer
mei 871: de Angelsaksen werden verslagen bij Wilton in Wiltshire waarbij ook Alfred aanwezig was.
Na de campagne van 871 begreep Alfred dat zijn militaire situatie niet kansrijk was en sloot in ruil voor een groot geldbedrag een vrede voor 5 jaar. Na het verstrijken van deze periode vallen de Denen prompt weer aan en trekken om het Engelse leger heen, naar Dorset. In 877 stelden de Denen onderhandelingen voor maar veroverden ondertussen wel Exeter. Alfred belegerde ze daar en een Deense vloot werd door een storm overvallen. De Denen moesten zich daarna terugtrekken naar Mercia. In januari 878 veroverden de Denen Chippenham, een residentie van Alfred die met een kleine groep strijders ternauwernood wist te ontsnappen. Alfred vestigde zich na Pasen op Athelney, een droog gebied tussen grote kustmoerassen, en bestreed de Denen daarvandaan met een strijdmacht die hij vormde uit lokale milities. In deze periode speelt de populaire legende dat Alfred incognito onderdak krijgt van boeren en op het brood moet letten dat de boerin aan het bakken is. Alfred laat in gedachten verzonken het brood verbranden en krijgt vervolgens vreselijk op zijn kop van de boerin. Ook zou Alfred, vermomd als minstreel, het kamp van de Denen zijn binnengegaan om zo hun plannen te weten te komen. Een Deense expeditie werd bij Cannington vernietigend verslagen door de lokale Saksische milities. De rest van het Deense leger werd door Alfred verslagen bij Edington (Somerset). De Denen die hebben kunnen vluchten werden door de honger gedwongen om uit de bossen tevoorschijn te komen en zich over te geven. Alfred sloot met de Denen het verdrag van Wedmore, waarbij zij de Danelaw (het gebied in het noorden en oosten van Engeland, inclusief Londen) behouden. De Deense aanvoerders lieten zich dopen.
In 884 viel een Deense vloot (uit Denemarken) aan in Kent. De Engelse Denen sloten zich bij hen aan. Alfred ging in de tegenaanval en heroverde in 886 Londen. Er werd een nieuw vredesverdrag gesloten, waarbij Alfred Kent en Londen behield. Ook werden uitgebreide afspraken gemaakt om het vreedzaam naast elkaar leven van Denen en Angelsaksen te waarborgen, zoals: regelingen voor weergeld bij moord, verbod om elkaars bevolking te dwingen om dienst te nemen in het leger, afspraken over rechtszaken, verbod om vee of slaven te kopen zonder dat betrouwbare getuigen borg stonden voor de herkomst daarvan, en het recht om over en weer contact te hebben en handel te drijven.
In 893 vielen twee vloten uit Denemarken met strijders en kolonisten (met vrouwen en kinderen) opnieuw Kent aan. In 894-895 werd een van deze legers verslagen door Alfreds zoon Edward. Alfred zelf trok naar Exeter dat door de Engelse Denen werd belegerd, en ontzette de stad. Het tweede Deense leger trok langs de Thames landinwaarts maar werd bij de grens met Wales verslagen door een leger onder leiding van lokale Saksische edelen. De Denen trokken zich uiteindelijk terug in Chester. Een jaar later dwongen voedseltekorten de Denen om zich terug te trekken naar Essex. Daarna trokken de Denen met hun schepen de Lea (een zijrivier van de Thames) op en bouwden een fort, 30 km ten noorden van Londen. Aanvallen op het nieuwe Deense fort mislukten maar Alfred wist wel de rivier te blokkeren zodat de Denen opgesloten waren met hun schepen. Uiteindelijk trokken de Denen zich terug. In 897 had Alfred de controle over bijna geheel Engeland. De Denen hadden alleen nog de macht in East Anglia en de kuststreken rond York.
Gedurende zijn regering waren de Welshe aanvoerders zijn bondgenoten tegen de Denen. Alfred zou ook goede contacten met Ierland hebben gehad.
Alfreds succes tegen de Denen is vooral te danken aan zijn organisatievermogen. Zo creëerde hij een staand leger door een soort roterende dienstplicht in te voeren, waarbij dus altijd een deel van de weerbare bevolking onder de wapenen was. Dit was een hele verbetering ten opzichte van de oude situatie waarbij het leger pas werd geformeerd als er een concrete dreiging of zelfs aanval was, en waarbij het ook gebruikelijk was om versterkingen niet te bemannen. Het systeem had wel kinderziekten zoals bleek toen in 893 het leger dat aan het einde van zijn termijn was, abrupt stopte met de belegering van een stad en naar huis ging, voordat Alfreds aflossing was aangekomen. Ook begint Alfred met georganiseerde zeestrijdkrachten, echter nog zonder veel succes. Wel wordt Alfred daardoor beschouwd als de grondlegger van de Britse marine. Alfred sticht een aantal burchten die ook zijn bedoeld als kern van stedelijke ontwikkeling. Het is niet zo dat Alfred het districtenstelsel (shires) heeft uitgevonden maar hij heeft het systeem wel consequent doorgevoerd in de gebieden die hij op de Denen had veroverd. Hij plaatste shires (graafschappen) onder het gezag van een earl (Oud-Engels ealdorman of ’oudste’). Hij benoemde ook ’sheriffs’ die zijn gezag ter plaatse moesten uitoefenen. De witenagemot, een vergadering van de rijksgroten, besprak de staatszaken en moest uit de nakomelingen van Alfred een opvolger kiezen. Alfred liet een nieuw wetboek samenstellen in de volkstaal, op basis van het traditionele Saksische recht maar ook gebaseerd op de tien geboden en ethische regels uit de bijbel.
Alfred had goede contacten met de paus, correspondeerde met de patriarch van Jeruzalem en had contact met de kalief van Bagdad. Alfred had een goede ontwikkeling en intellectuele ambities en leerde op latere leeftijd zelfs Latijn. De oorlogen met de Denen hadden echter een zware slag toegebracht aan de kloosters en aan de wetenschap. Alfred stichtte daarom enkele kloosters en een hofschool, waarvoor hij talentvolle leraren uit het buitenland liet overkomen. Hij liet een aantal belangrijke Latijnse teksten vertalen, en heeft daar zelf ook een belangrijke bijdrage aan geleverd:
Dialogen van Gregorius, Cura pastoralis (Herdelijke zorg) door Gregorius de Grote
Historiae Adversus Paganos Libri Septem (Algemene geschiedenis) door Orosius
Confessiones van Augustinus
Historia ecclesiastica gentis Anglorum volk door Beda, in een verkorte versie
De consolatione philosophiae door Boethius –vrij bewerkt
Daarnaast heeft Alfred vermoedelijk opdracht gegeven, en misschien meegewerkt aan, de Angelsaksische Kroniek, een beschrijving van Saksische martelaren en een vertaling van de eerste 50 psalmen.
Alfred stierf op 26 oktober van het jaar 899 in Wantage en werd begraven in de Old Minster in Winchester. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Eduard de Oudere. Het lichaam van Alfred werd later overgebracht naar de New Minster. Op de plaats van de New Minster is later nog de Kathedraal van Winchester gebouwd. Alfreds graf is verloren gegaan en er zijn bij archeologisch onderzoek wel stoffelijke resten gevonden die aan Alfred worden toegeschreven, maar dat is zeer twijfelachtig.
Alfred wordt als heilige vereerd in de Anglicaanse en de Oosters-orthodoxe Kerk.
Alfred trouwde in 868 te Winchester met Ealhswith van de Gaini (overleden te Winchester, 5 of 8 december 905). Ealhswith stichtte de Maria-abdij in Winchester en werd daar na de dood van haar man non. Zij is daar begraven en later herbegraven in de kathedraal van Winchester. Zij was dochter van Æthelred Mucil, ealdorman van Gainis in Mercia, en Eadburga uit het koningsgeslacht van Mercia. Zij en Alfred kregen de volgende kinderen:
1. Æthelflæd trouwde met Æthelred II, ealdorman van Mercia
2. Eadmund, jong overleden
3. Eduard de Oudere (871-924)
4. Elfreda
5. Æthelgiva, non en vanaf 888 abdis van de abdij van Shaftesbury, daar ca. 896 overleden en begraven
6. Ælfthryth van Wessex trouwde met graaf Boudewijn II van Vlaanderen
7. Æthelward (ca. 880 - 16 oktober 922, begraven in de kathedraal van Winchester). Vader van Turketul, kanselier van koning Æthelstan van Engeland, en van Ælfwin en 8. Æthelwin die voor Æthelstan vochten en sneuvelden in de slag bij Brunanburh in 937.
Hij trouwde, ongeveer 20 jaar oud, in 868 in Winschester met
120603063683 Ealhswith van de Gaini., geboren in ?. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Ælfthryth van Wessex, geboren in 868 in Wessex (zie 60301531841).
120603063740 Gerard I van de Metzgau, geboren omstreeks 875 in ?. Hij is overleden op 22-06-910 in ?, ongeveer 35 jaar oud.
Notitie: Beroep: graaf van Metz.
Hij is overleden op 22 juni 910. [in gevecht met een Beiers leger],
Gerard van de Metzgau (ca. 875 - 22 juni 910) was graaf van Metz, die samen met zijn broer tevergeefs probeerde om de macht over Lotharingen te verwerven.
Gerard kwam in 897 in conflict met koning Zwentibold van Lotharingen. Die ontnam hem eerst zijn positie maar Gerard en Zwentibold verzoenden zich weer. Het conflict was echter niet opgelost en Gerard en zijn broer Matfried (graaf van de Eiffel) namen de leiding op zich van een opstand, en versloegen en doodden Zwentibold in 900 in een veldslag bij Susteren. Gerard trouwde direct met Zwentibolds weduwe Oda (ca. 880 - na 952), een dochter van Otto I van Saksen, maar het lukte Gerard en Matfried niet om hun gezag over Lotharingen te vestigen. In 903 werd Gebhard van Franconie tot hertog van Lotharingen benoemd. Gerard was in 906 in conflict met een graaf Koenraad, vermoedelijk Koenraad I van Franken (een neef van Gebhard) die door Koenraad de Oudere (een broer van Gebhard) met een leger was gezonden om Gebhard te ondersteunen. Gerard sneuvelde in 910 in gevecht met een Beiers leger.
Gerard was zoon van Adelhard van Metz (ca. 850 - 2 januari 890), graaf van Metz en lekenabt van Echternach, die zoon was van Adalhard de Seneschalk, en van een dochter van Matfried van de Eifelgouw (ca. 820 - na 18 september 882). Matfried wordt in 843 al genoemd als graaf van de Eifelgouw en in 877 staat hij op een lijst van edelen die de koning van West-Francië zullen bijstaan als die de Maas zou oversteken.
Gerard en Oda kregen de volgende kinderen:
1. Wigfried, aartsbisschop van Keulen (924-953),
2. Uda van Metz (905-963), gehuwd met Gozelo van de Ardennen,
3. onbekende dochter,
4. Godfried van Gulik, paltsgraaf van Lotharingen (-949)
Oda hertrouwde met Eberhard van de Opper-Lahngouw.
Hij trouwde met
120603063741 Oda van Saksen, geboren omstreeks 880 in ?. Zij is overleden na 952 in ?, minstens 72 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Godfried van Gulik, geboren in 905 in ? (zie 60301531870).
120603063742 Karel III van West-Francië, geboren op 17-09-879 in ?. Hij is overleden op 07-10-929 in Péronne, 50 jaar oud.
Notitie: Karel III, bijgenaamd de Eenvoudige of in Latijn Carolus Simplex (17 september 879 - Péronne, 7 oktober 929), uit het Karolingische Huis, was koning van West-Francië van 898 tot 922 en koning van Lotharingen van 911 tot 923. Hij heeft zijn bijnaam gekregen omdat hij altijd gewoon simpel en duidelijk was in communicatie, niet omdat hij dom zou zijn.
Karel werd geboren als een postume zoon van Lodewijk II de Stamelaar en diens tweede echtgenote Adelheid van Parijs. Door zijn jonge leeftijd, de twijfels over de geldigheid van het huwelijk van zijn ouders (wegens mogelijke bloedverwantschap) en doordat politieke tegenstanders geruchten verspreidden dat Lodewijk helemaal zijn vader niet was, werd hij in eerste instantie gepasseerd voor het koningschap. Eerst koos men in 882 voor Karel III van Oost-Francië en in 888 werd er een koning gekozen die geen Karolinger was: Odo, graaf van Parijs.
Karel verbleef in zijn jongste jaren veilig aan het hof van de machtige hertog Ranulf II van Poitiers. Op 28 januari 893 werd de dertienjarige Karel, met steun van Arnulf van Karinthië, door bisschop Fulco van Reims, Herbert I van Vermandois en Pepijn van Senlis, in Reims tot tegenkoning uitgeroepen. Maar toen Arnulf korte tijd later de kant van Odo koos, werd Karels positie onhoudbaar. In 895 moest Karel naar Bourgondië vluchten. Door bemiddeling van Zwentibold van Lotharingen werd er echter een overeenkomst bemiddeld: Karel erkende Odo als koning, en Odo wees Karel aan als zijn opvolger. In 896 hield Karel nog een bespreking met de koningen Lambert van Italië en Rudolf I van Bourgondië te Remiremont. Na de dood van Odo op 1 januari 898 werd Karel, zoals overeengekomen, koning van West-Francië. Hij had echter weinig macht, de hertogen en de belangrijke graven waren stuk voor stuk praktisch onafhankelijk en machtiger dan hun koning.
De aanvallen van Vikingen waren een steeds terugkerend probleem in West-Francië. Maar toen de Vikingen in 911 de stad Chartres belegerden werden ze verslagen door Ebalus van Aquitanië, Richard I van Bourgondië en Robert van Parijs. Karel sloot daarop het akkoord van Saint-Clair-sur-Epte met de Vikingleider Rollo. De locatie van Saint-Clair-sur-Epte was gekozen omdat het halverwege Parijs en de kust lag. Als onderdeel van het verdrag werd aan Rollo het gebied dat later het hertogdom Normandië zou vormen, in leen gegeven. In ruil zou hij de toegang tot de Seine verdedigen tegen aanvallen door andere Vikingen.
In 911 werd Karel ook in Lotharingen tot koning uitgeroepen omdat de Lotharingse edelen, na het overlijden van de Duitse koning Lodewijk IV het Kind, de keuze van de nieuwe Duitse koning (hertog Koenraad I van Frankenland), niet wilden steunen. Daarna noemt Karel zichzelf "rex Francorum" (koning van de Franken), en sprak daarmee de pretentie uit dat hij koning van het gehele oude Frankische Rijk zou moeten zijn. In 912 leverde Karel drie veldslagen tegen Koenraad, die Lotharingen niet wilde opgeven, en veroverde de Elzas.
In het jaar 915 overleden Reinier I van Henegouwen en bisschop Radbod van Trier. Na het wegvallen van deze twee machtige edelen dacht Karel de autonomie van Lotharingen te kunnen inperken, maar wegens de weerstand van de Lotharingse adel kon hij zijn plannen niet doorvoeren. Als gevolg daarvan ging Karel steeds meer vertrouwen op zijn Lotharingse adviseur Haganon, mogelijk een neef van hem. Maar in West-Francië leidde de steeds grotere invloed van Haganon tot weerstand. In 919 vielen de Hongaren Karels koninkrijk binnen maar zijn vazallen negeerden zijn oproep om een gezamenlijk leger te vormen. In 920 werd Karels positie zo benauwd dat hij zijn toevlucht moest zoeken bij de bisschop van Reims. Giselbert II van Maasgouw verklaarde Lotharingen onafhankelijk van Karel maar uiteindelijk wist Karel de macht over Lotharingen te behouden wat blijkt uit het feit dat hij nog in 920 in staat was om een nieuwe bisschop van Luik te benoemen. Datzelfde jaar probeerde Karel nog te profiteren van het overlijden van koning Koenraad door een veldtocht naar het Oost-Frankische Rijk op te zetten. Hij kwam echter niet verder dan Worms. Op 11 november 921 moest Karel in Bonn een verdrag sluiten met Hendrik de Vogelaar waarbij de bestaande grenzen werden bevestigd en de koningen elkaar als gelijkwaardig erkenden - hoewel Hendrik geen Karolinger was.
In 922 schonk Karel de abdij van Chelles aan Haganon. Dit klooster was traditioneel aan de hoge adel en de koningen verbonden, en daarom was deze schenking onverteerbaar voor de West-Frankische adel. Er brak een opstand uit en Robert van Parijs (broer van Odo) werd gekozen tot tegenkoning. Na enkele korte gevechten rond Reims en Laon moest Karel naar Lotharingen vluchten. Daar verzamelde hij een leger om tegen Robert te vechten. De schenking op 15 juni 922 van goederen te Egmond aan de Friese graaf Dirk I moet waarschijnlijk in dit licht worden gezien. Op 15 juni 923 werd Karel verslagen in een veldslag bij Soissons, hoewel Robert werd gedood. Roberts schoonzoon Rudolf I van Frankrijk werd gekozen tot koning. Karel werd uitgenodigd voor onderhandelingen in Saint-Quentin (Aisne) maar werd daar door Herbert II van Vermandois (een zwager van de dode koning Robert) gevangengenomen en opgesloten in Péronne (Somme). Karels vrouw Eadgifu vluchtte met haar zoon naar haar familie in Engeland. In 928 werd Karel nog voor korte tijd vrijgelaten omdat dit paste in de politieke doelen van Herbert, maar daarna weer opgesloten. Karel overleed het jaar daarop in gevangenschap en werd begraven in de St Fursy te Péronne.
Karel huwde (in april 907) met Frederune (- 10 februari 917), de zus van de bisschop van Châlons-en-Champagne en mogelijk ook zus van Mathilde van Ringelheim. Zij kregen de volgende kinderen:
1. Ermentrudis, gehuwd met Godfried, paltsgraaf van Lotharingen
2. Frederuna
3. Adelheid, gehuwd met Rudolf II van Vexin
4. Gisela, gehuwd met de Vikingaanvoerder Rollo
5. Rotrude
6. Hildegarde
Later trouwde hij (917 - 919) met Eadgifu van Engeland (ook Hedwig van Wessex genaamd), dochter van Eduard de Oudere. Uit dit huwelijk is geboren:
Lodewijk van Overzee (920 - 954), gehuwd met Gerberga van Saksen (914 - 984).
Zijn weduwe hertrouwde in 951 met Herbert de Oude van Vermandois.
Bij verschillende minnaressen had Karel de volgende kinderen:
Arnulf
Drogo
Rorico (- 20 december 976), bisschop van Laon, begraven in de St. Vincent te Laon
Alpais
Hij trouwde (2), ongeveer 39 jaar oud, omstreeks 918 met Eadgifu van Engeland.
Hij trouwde (1), 27 of 28 jaar oud, in 907 in ? met
120603063743 Frederune, geboren in ?. Zij is overleden op 10-02-917 in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Ermentrudis van West-Francië, geboren omstreeks 910 in ? (zie 60301531871).
Generatie 38 (vooroudouders)
241206127362 Karel de Kale, geboren op 13-06-823 in Frankfurt am Main ( Duitsland ). Hij is overleden op 06-10-877 in Avrieux ( Frankrijk ), 54 jaar oud. Hij is begraven in Saint-Denis.
Notitie: Karel de Kale (Frans: Charles le Chauve) (Frankfurt am Main, 13 juni 823 - Avrieux, Savoye, 6 oktober 877), koning van West-Francië (840/843-877), tot keizer gekroond van Heilige Roomse Rijk (875-877) als Karel II, met de grenzen van zijn land vastgesteld door het Verdrag van Verdun in 843, was de jongste zoon van keizer Lodewijk de Vrome en zijn tweede vrouw Judith van Beieren.
Karel werd geboren als jongste zoon van keizer Lodewijk de Vrome, de enige uit diens tweede huwelijk met Judith van Beieren. Karel werd opgevoed in het klooster van Reichenau door Walahfrid Strabo, een bekende intellectueel van zijn tijd.
In 817 had Lodewijk zijn rijk al verdeeld tussen de drie zoons uit zijn eerste huwelijk door de Ordinatio Imperii. Judith zette zich uit alle macht in om ook haar zoon Karel een erfdeel te geven, en werd daarbij gesteund door een invloedrijke factie van hovelingen. In die periode kreeg Karel zijn bijnaam "de Kale", wat in deze context "zonder bezit" betekent. In 839 had Judith succes en kreeg Karel, Allemannië toegewezen, vermoedelijk omdat hij dat jaar 16 werd en als meerderjarig werd beschouwd.[bron?] Dit was een inbreuk op het evenwicht van de Ordinatio Imperii, wat leidde tot onvrede bij zijn halfbroers – vooral bij Lotharius I, die het meest werd benadeeld door de nieuwe verdeling.
De halfbroers van Karel en andere tegenstanders van Judith, Karel en hun factie aan het hof, hebben voortdurend geruchten verspreid dat Karel het kind zou zijn uit overspel van Judith met Bernhard van Septimanië. Bernhard was de leider van Judiths factie aan het hof.
In 832 waren de spanningen zo hoog opgelopen dat Pepijn I van Aquitanië, de tweede zoon van keizer Lodewijk de Vrome, in opstand kwam tegen zijn vader. Lodewijk ontnam Pepijn zijn koninkrijk en gaf het aan Karel. Nu kwamen Lotharius en Lodewijk de Duitser, de broers van Pepijn, ook in opstand. In 834 was Lodewijk de Vrome gedwongen om de situatie van voor 832 te herstellen. In 837 vroeg Lodewijk de Vrome de landdag van Crémieux om Karel als koning tussen Friesland en de Seine te erkennen, wat leidde tot een nieuwe opstand. Na de dood van Pepijn in 838 werd Karel in 839 op de landdag van Worms tot koning van West-Francië benoemd.
Na de dood van Lodewijk de Vrome in 840 brandde de strijd om de verdeling van het rijk echt los. Lotharius en de zoon van Pepijn, Pepijn II van Aquitanië vielen Karel aan, die een bondgenootschap met Lodewijk de Duitser sloot. Op 25 juni 841 versloegen Karel en Lodewijk hun tegenstanders bij Fontenoy. Lotharius moest zich terugtrekken op Aken maar moest later ook die stad opgeven. Op 14 februari 842 bevestigden Karel en Lodewijk hun verbond te Straatsburg met de Eed van Straatsburg. Karel werd datzelfde jaar in Aken tot koning van West-Francië benoemd.
Op 11 augustus 843 sloten Karel, Lodewijk en Lotharius het verdrag van Verdun. Dat bevestigde Karel als geheel zelfstandige koning van West-Francië.
In november 843 sloot Karel het verdrag van Coulaines met de adel en de geestelijkheid van West-Francië waarin de rechten en plichten van de drie partijen ten opzichte van elkaar werden vastgelegd. Dit document wordt beschouwd als een eerste "grondwet" van feodaal Europa. Later zou hij in 864 met het Edict van Pîtres een aantal belangrijke sociaal-economische hervormingen doorvoeren (beperkt lijfeigenschap door schuld, hervormt het muntwezen en verbiedt het op eigen gezag bouwen van vestingen, geeft opdracht om in alle riviersteden versterkte bruggen aan te leggen om de Vikingen te kunnen tegenhouden, en verplicht alle eigenaren van paarden tot militaire diensten en legt zo de kiem voor de ridderstand). Karel, die in een klooster was opgevoed, vestigde zijn bestuur op de geestelijkheid.
Bernhard van Septimanië werd in 844 op bevel van Karel geëxecuteerd omdat hij tijdens de burgeroorlog zijn beloften aan Karel had gebroken en uiteindelijk de kant van Pepijn II had gekozen. Bretagne wist de onafhankelijkheid van West-Francië te behouden doordat de hertogen Nominoë (845) en Erispoë (851) Karel wisten te verslaan. In 848 wist Karel definitief Aquitanië te verwerven toen Pepijn II werd afgezet en gevangengenomen.
Op uitnodiging van Aquitaanse edelen stuurde Lodewijk de Duitser in 854 zijn zoon Lodewijk III de Jonge met een leger, om koning te worden in Aquitanië. Lodewijk III bereikte zonder tegenstand Limoges. Karel liet als tegenzet Pepijn II van Aquitanië vrij uit zijn gevangenschap. Pepijn wist een grote aanhang te mobiliseren in Aquitanië en Lodewijk moet zich terugtrekken.
De regering van Karel werd geplaagd door plundertochten van Vikingen. Karel was meerdere malen gedwongen om een dreigende inval met grote geldbedragen af te kopen. In de ogen van veel leidende edelen was dit een gebrek aan daadkracht. In 858 bracht dit een grote groep edelen onder Robert de Sterke ertoe om een beroep op Lodewijk de Duitser te doen. Die was er namelijk wel in geslaagd om zijn koninkrijk te vrijwaren van de Vikingen. Lodewijk wist Karel te verslaan bij Brienne. Lodewijk trok met zijn leger naar Orléans en werd daar gehuldigd door de meeste edelen van Aquitanië, Bretagne en Neustrië. Karel vluchtte naar Bourgondië. De bisschoppen eisten echter dat Lodewijk zich zou terugtrekken en om hen tegemoet te komen, zond hij een deel van zijn leger terug naar Oost-Francië. Toen het daarna bij Soissons tot een confrontatie tussen Karel en Lodewijk kwam, zag Lodewijk dat Karel een overmacht had en trok hij zich terug.
Ook hierna bleven de plundertochten van de Vikingen aanhouden.
Zes jaar later is het hoogtepunt van zijn macht: annexatie van de Karolingische deelrijken Bourgondië en Italië en de keizerskroon in Rome
De decennia na de dood van Lotharius I (855) werden gedomineerd door het onvermogen van zijn zoons, Lodewijk van Italië, Lotharius II en Karel van Provence om in Midden-Francië een duurzame staat te vestigen, en door hun onvermogen om wettige mannelijke nakomelingen te produceren. Uiteindelijk leidde dit ertoe dat Karel en Lodewijk de Duitser het gehele Middenrijk onder elkaar verdeelden. Vooral het opportunisme dat Karel daarbij aan de dag legde, zorgde ervoor dat Karel en Lodewijk regelmatig met elkaar in conflict kwamen:
859 Lotharius II gaf de gebieden ten zuiden van de Jura, die werden gedomineerd door de opstandige hertog Hugbert, aan Lodewijk de Duitser. Toen Lodewijk probeerde om Hugbert te onderwerpen, ging Karel Hugbert steunen.
863 na het kinderloos overlijden van Karel van Provence probeerde Karel de Kale om diens koninkrijk te annexeren. Dit mislukte door het verzet onder leiding van Girard II van Roussillon en dreiging van Lodewijk de Duitser. Uiteindelijk erfde Lotharius II het grootste deel van het koninkrijk van Karel van Provence, zijn tweede broer, Lodewijk van Italië kreeg de rest. Karel de Kale en Lodewijk de Duitser sloten in Koblenz een verdrag om hun geschillen bij te leggen.
Karel en Lodewijk saboteerden eendrachtig de pogingen van Lotharius II om van zijn kinderloze echtgenote te scheiden en te trouwen met zijn minnares om haar kinderen te echten. In 868 sloten Karel en Lodewijk een verdrag over de verdeling van zijn koninkrijk, indien Lotharius II inderdaad zonder kinderen zou komen te overlijden.
869 na het overlijden van Lotharius II annexeerde Karel diens gehele koninkrijk omdat Lodewijk ziek was en zijn leger door oorlogen aan zijn oostelijke grenzen was gebonden.
870 onder dreiging van oorlog stemde Karel op 22 januari toe in het verdrag van Meerssen waarbij alsnog een verdeling van Lotharingen en het koninkrijk van Karel van Provence, dat Lotharius II had geërfd, werd geregeld. De grens liep van langs de Maas, Ourthe en Moezel in Lotharingen en in het zuiden langs de Saône en de Rhône (hoewel Karel ook de graafschappen Besançon, Lyon en Vienne, op de oostelijke oevers van deze rivieren kreeg). Karel steunde bijzonder op de lokale sterke man, Bosso van Provence, een niet-Karolinger, voor zijn plaatselijk Karolingisch bestuur.
875 na het overlijden van Lodewijk II van Italië bood de Italiaanse adel Karel de koningstitel aan, ondanks de afspraken die Lodewijk van Italië met Lodewijk de Duitser had gemaakt dat diens zoon Karloman zijn erfgenaam zou zijn. Op 25 december werd Karel in Rome door paus Johannes VIII tot keizer van het Roomse Rijk gekroond.
876 Karel werd in Pavia uitgeroepen tot koning van Italië. Lodewijk de Duitser viel met zijn leger West-Francië binnen. Karel haastte zich terug en liet het bestuur van Italië over aan de vicekoning Bosso van Provence, op wie hij opnieuw steunt. Na het overlijden van Lodewijk probeerde Karel door een snelle veldtocht Oost-Francië te veroveren, maar hij werd op 8 oktober verslagen bij Andernach, een oversteekplaats van de Rijn.
Karel de Kale vaardigde in 864 het Edict van Pîtres uit. Met dit edict realiseerde Karel een groot aantal sociale en monetaire hervormingen. Zo werd de lijfeigenschap wegens het niet kunnen aflossen van een lening, beperkt tot zeven jaar en werd het muntwezen ingrijpend hervormd. In het vervolg zou de koning het alleenrecht hebben op het slaan van munten. Het edict somde ook de erkende munthuizen op, zoals Quentovic, Rouen, Reims en Parijs. Het bevatte tevens maatregelen die het bouwen van privévestingen moesten tegengaan.
Op verzoek van de paus keerde Karel terug naar Italië om de dreiging van de Saracenen het hoofd te bieden. Hij wist dat hij bij zijn vertrek West-Francië in de zwakke handen van zijn zoon Lodewijk de Stamelaar achterliet, daarom verklaarde hij voor de periode van zijn afwezigheid alle titels en functies erfelijk. Zo hoopte hij tijdens zijn afwezigheid twisten tussen edelen te voorkomen als er edelen bij de veldtocht in Italië om het leven zouden komen. Achteraf gezien was dit een belangrijke stap in de ontwikkeling van het feodale stelsel. Karels eigen edelen (ook Boso, zijn onderkoning in Italië) verzetten zich tegen de veldtocht en tegelijk trok Karloman van Beieren ook naar Italië. Onder deze omstandigheden besloot Karel om terug te keren, maar hij overleed bij het overtrekken van de Col du Mont Cenis aan een plotselinge ziekte. Zowel zijn joodse lijfarts als zijn tweede echtgenote werden ervan verdacht Karel te hebben vergiftigd.
Het lukte niet om zijn lichaam terug naar Parijs te brengen, omdat de dragers de stank van zijn rottende lichaam niet konden verdragen, ook niet toen het in een met leer gevoerd vat werd gestopt. Karel werd met vat en al begraven in Nantua. Later werd hij herbegraven in Saint-Denis.
Karel trouwde op 13 december 842 met Ermentrudis van Orléans. Nadat haar broer Willem in 866 in conflict met Karel was gedood, verliet zij Karel en trad in een klooster. Zij hadden de volgende kinderen:
1. Judith (ca. 844-na 870), was eerst gehuwd met twee Engelse koningen (Æthelwulf en Æthelbald van Wessex) en leefde als weduwe aan het hof van haar vader. Werd daar in 861 (ze was dus nog geen 20 jaar oud) geschaakt door Boudewijn I van Vlaanderen. Karel wendde al zijn invloed aan om te voorkomen dat ze ergens onderdak zouden krijgen. Uiteindelijk vluchtten Judith en Boudewijn naar Rome, waarna de paus een verzoening wist te bemiddelen.
2. Lodewijk II van West-Francië (846-879).
3. Karel (ca. 847 - Buzzancais, 29 september 866) begraven te Bourges. 855 gekozen tot koning van Aquitanië, trouwde 862 tegen de zin van zijn vader met de weduwe van de graaf van Bourges. Verloor daarom zijn titel maar kreeg die terug nadat het huwelijk was geannuleerd. Kreeg ernstig hersenletsel en overleed daaraan na twee jaar.
4. Carloman de Blinde (847 - Echternach, ca. 876), in 854 ingetreden in de geestelijke stand. Werd in 860 abt van de Sint-Medardusabdij te Soissons. Nam deel aan een samenzwering tegen zijn vader in 870, verloor zijn abdijen en moest vluchten. In 873 door West-Frankische bisschoppen uit de kerk gezet en daarna werden op bevel van Karel zijn ogen uitgestoken. Hij werd opgesloten in de abdij van Corbie maar ontsnapte naar zijn oom Lodewijk de Duitser, die hem abt van de abdij van Echternach maakte.
5. Lotharius ( - Auxerre, 865), vanaf zijn geboorte verlamd, abt van Moutiers-Saint-Jean en later van de abdij van Sint-Germanus van Auxerre.
6. Hildegardis, (856 - ?, jong gestorven)
7. Ermentrudis, ( - na 877) abdis van Hasnon en Oostervant.
8. Gisela.
9. Rothrudis ( - na 889), abdis van Sainte-Radégonde te Poitiers en van Andlau.
Op 12 oktober 869 (vijf dagen na het overlijden van zijn eerste vrouw) trouwde Karel met Richildis, dochter van Bivinus van Metz. Het huwelijk werd op 22 juni 870 te Aken bevestigd. Ze kregen de volgende kinderen:
10. Rothildis (871-929), in 890 gehuwd met Rogier van Maine, verwerft de abdijen van Notre-Dame en St.-Jan te Laon en de Abdij van Chelles. Trok zich in 922 terug in Chelles. Toen ze deze abdij moest afstaan op bevel van Karel de Eenvoudige was dat de aanleiding voor een opstand onder Robert van Bourgondië (vader van een schoonzoon van Rothildis), die in plaats van Karel koning werd.
11. en 12. tweeling: Drogo en Pepijn, (ca. 873) allebei ongeveer een jaar oud overleden, begraven in de Sint-Amandsabdij te Atrecht
13. zoon (23 maart 875), kort na zijn doop overleden
14. Karel (10 oktober 876 - voor 7 april 877), begraven te Saint-Denis
Hij trouwde (2), 46 jaar oud, op 12-10-869 in ? met Richildis van Metz.
Hij trouwde (1), 19 jaar oud, op 13-12-842 met
241206127363 Ermentrudis van Orléans, geboren in ?. Zij is overleden op 07-10-869 in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Judith van West-Francië, geboren in 844 in ? (zie 120603063681).
241206127480 Adelhard van Metz, geboren omstreeks 850 in ?. Hij is overleden op 02-01-890 in ?, ongeveer 40 jaar oud.
Notitie: Beroep: graaf van Metz en lekenabt van Echternach.
Kind van (241206127480) uit onbekende relatie:
I. Gerard I van de Metzgau, geboren omstreeks 875 in ? (zie 120603063740).
241206127482 Otto I van Saksen, geboren in ?. Hij is overleden in ?.
Kind van (241206127482) uit onbekende relatie:
I. Oda van Saksen, geboren omstreeks 880 in ? (zie 120603063741).
241206127484 Lodewijk II de Stamelaar, geboren in ?. Hij is overleden in ?.
Hij is de biologische vader van het kind van
241206127485 Adelheid van Parijs, geboren in ?. Zij is overleden in ?.
Kind van (241206127484):
I. Karel III van West-Francië, geboren op 17-09-879 in ? (zie 120603063742).
Generatie 39 (vooroudgrootouders)
482412254724 Lodewijk de Vrome, geboren op 11-04-778 in Chasseneuil ( Franrijk ). Hij is overleden op 20-06-840 in Ingelheim am Rhein ( Duitsland ), 62 jaar oud. Hij is begraven in abdij St Arnulph te Metz.
Notitie: Lodewijk de Vrome (Chasseneuil bij Poitiers, 11 april 778 – Ingelheim am Rhein, 20 juni 840), ook wel de Eerlijke en de Joviale, was de koning van Aquitanië vanaf 781. Hij was ook koning der Franken en medekeizer (als Lodewijk I) met zijn vader, Karel de Grote, vanaf 813. Als de enige overlevende volwassen zoon van Karel de Grote en Hildegard, werd hij de enige heerser der Franken na het overlijden van zijn vader in 814, een positie die hij bekleedde tot zijn overlijden, met uitzondering van de periode 833-834, waarin hij was afgezet.
Tijdens zijn bewind in Aquitanië werd Lodewijk belast met de verdediging van de zuidwestelijke grens van het rijk. Hij veroverde Barcelona op de moslims in 801 en liet de Frankische autoriteit gelden over Pamplona en de Basken ten zuiden van de Pyreneeën in 812. Als keizer nam hij zijn volwassen zonen - Lotharius I, Pepijn I van Aquitanië en Lodewijk de Duitser - op in de regering en zocht naar een geschikte verdeling van het rijk tussen hen. Het eerste decennium van zijn bewind werd gekenmerkt door tragedies en vernederingen, met name de brutale behandeling van zijn neef Bernhard van Italië. In de jaren 830 werd zijn rijk verscheurd door een burgeroorlog tussen zijn zonen, verergerd door pogingen van Lodewijk om zijn zoon Karel de Kale op te nemen in zijn opvolgingsplannen. Hoewel zijn bewind eindigde op een hoge noot, met orde grotendeels hersteld, werd het gevolgd door drie jaar burgeroorlog. Lodewijk wordt over het algemeen ongunstig vergeleken tegenover zijn vader, maar hij werd dan ook geconfronteerd met heel andere problemen.
Terwijl Karel de Grote in Noord-Spanje op veldtocht was, beviel zijn vrouw Hildegard, hetzij op 11 april, in juni of augustus 778 in de palts van Chasseneuil bij Poitiers van een tweeling. Na Karels terugkeer werden ze als Lodewijk en Lothar gedoopt. De Karolingische koningsnamen Karel, Karloman en Pepijn waren al aan Karels eerder geboren zonen vergeven, zodat er besloten werd terug te grijpen op de namen van de belangrijkste Merovingische koningen Chlodowech I, oftewel Clovis, en Chlotarius I. De kleine Lothar overleed al in 779, maar Lodewijk overleefde.
Ten tijde van de geboorte van Lodewijk begon Karel de Grote een politiek van decentralisatie van bestuur en militair bevel vorm te geven. Doel daarvan was om in alle strategische grensgebieden een permanent aanwezige macht te hebben, onafhankelijk van de verblijfplaats van Karel zelf. Hiertoe creëerde Karel koninkrijken voor zijn zoons, die daar moesten gaan wonen en het bestuur en het militaire bevel op zich moesten nemen. Lodewijk, drie jaar oud, werd in 781 koning van Aquitanië en daarmee belast met de confrontatie met de Omajjaden van Andalusië, onder regentschap van een hofhouding van ervaren hovelingen, bestuurders en bevelhebbers, die zijn taken voor hem waarnamen.
Lodewijk ontving als kind goed onderwijs, hij sprak vloeiend Latijn en beheerste ook Grieks. Hij werd verder opgevoed volgens de gebruiken en wetten van Aquitanië.
In 797 verwierf Lodewijk Barcelona nadat de Arabische gouverneur van die stad in opstand was gekomen en toen zijn opstand mislukte de stad liever aan de Franken overdroeg. In 799 ging Barcelona verloren maar in 800 leidde Lodewijk met Willem met de Hoorn en zijn zoon Bera, een leger van Aquitaniërs, Basken, Visigoten (uit Septimanië en de Provence) en belegerde Barcelona, de stad valt uiteindelijk in 801. Hiermee ontstond de Spaanse Mark.
In 806 regelde Karel de Grote zijn erfenis. Volgens deze verdeling zou Karel de Jongere vermoedelijk koning worden boven zijn broers en kreeg hij de kern van het rijk, Pepijn kreeg Italië en gedeelten van Zuid-Duitsland en Lodewijk kreeg Aquitanië, een gedeelte van Bourgondië en de Provence.
In 812 bedwong Lodewijk een Baskische opstand. Hij ging voor zijn vader minstens een keer op campagne tegen Benevento in Zuid-Italië.
In zijn eerste huwelijk (795) was Lodewijk getrouwd met Irmingard van Haspengouw. Ze hadden een goed huwelijk en Irmingard had een grote invloed op haar man. Zij kregen de volgende kinderen:
1. Lotharius (± 795-855), koning van Italië, volgde zijn vader op als keizer en werd koning van het Middenrijk
2. Pepijn (± 797-838), koning van Aquitanië; hij overleed voordat het Frankische Rijk in 843 bij het Verdrag van Verdun in drie delen werd verdeeld
3. Rotrude (± 800-?), gehuwd met Gerard van Auvergne
4. Bertha, waarvan het geboortejaar onbekend gebleven is
5. Hildegarde, (± 802/804 - 857), tweede echtgenote van Gerard van Auvergne, abdis van Notre Dame en Saint Jean te Laon, steunt Lotharius tegen Karel de Kale
6. Lodewijk (± 806-876), koning van Beieren en na 843 van het Oost-Frankische Rijk.
Na het overlijden van Irmingard op 3 oktober 818 is Lodewijk op aandrang van zijn edelen hertrouwd. Na een soort schoonheidswedstrijd trouwde hij 1 februari 819 te Aken met Judith van Beieren. Zij kregen de volgende kinderen:
7. Gisela (ca. 820 - 874), getrouwd met Eberhard van Friuli
8. Karel de Kale (13 juni 823 - 6 oktober 877), koning van het West-Frankische Rijk
9. een onbekende dochter.
Bij zijn minnares Theodelinde van Sens had hij de volgende kinderen:
10. Alpais, (ca. 794 - 852), getrouwd met Bego van Toulouse
11. Arnulf, (geb. 794), graaf van Sens en bondgenoot van Lotharius.
Door het overlijden van zijn beide oudere broers, Pepijn en Karel de Jongere, was Lodewijk de enige overgebleven erfgenaam. Op 11 september 813 kwamen de rijksgroten te Aken bijeen en waren zij getuige van de feestelijke verheffing van de zoon van Karel de Grote tot mederegent en exclusieve erfgenaam van het Rijk, met de daaraan verbonden konings- en keizerstitels. In 814 werd Lodewijk koning van de Franken als opvolger van zijn vader. Hij regeerde bijna het gehele rijk zelf, alleen Italië had met Bernhard van Italië, een zoon van Pepijn, nog een eigen koning.
Het beleid van Lodewijk werd sterk bepaald door de invloed van zijn hovelingen (waaronder veel van zijn vertrouwelingen uit Aquitanië) en zijn echtgenotes. Hij begon een intensieve periode van wetgeving en staatkundige en kerkelijke hervorming. Lodewijk verplichtte alle kloosters de leefregels van Benedictus te volgen en hij moderniseerde de rechtspraak. Hij stuurde al zijn ongetrouwde (half)zusters naar het klooster om zo machtsvorming rondom toekomstige zwagers bij voorbaat te voorkomen. Zijn onwettige halfbroers liet hij met rust maar zijn neven (behalve Bernhard) dwong hij ook om in het klooster te treden, hoewel die juist bijzonder trouw waren geweest. Zijn belangrijkste raadslieden waren graaf Bernhard van Septimanië en Ebbo, de zoon van zijn min en dus een soort broer, die hij in 816 aartsbisschop van Reims werd. Hij hield ook ministers van zijn vader zoals Elisachar (abt van St Maximin te Trier) en Hildebold (aartsbisschop van Keulen) aan. In 815 maakte hij zijn zoons, Lotharius en Pepijn respectievelijk gouverneur van Beieren en gouverneur van Aquitanië. In 816 ten slotte werd Lodewijk door paus Stephanus, te Reims, tot keizer van het Westen gekroond.
Conflicten tussen Lodewijk en zijn zoons, en tussen de zoons onderling, worden hieronder apart behandeld.
815: een opstand van de hertog van Gascogne, maar die werd verslagen en vervangen door Wolf III Centullus van Gascogne, die in 818 op zijn beurt zou worden vervangen
816: een opstand van de Sorben en de Obodriten wordt voor een paar jaar onderdrukt.
817: Vikingen plunderden langs de Elbe
818: onderwerping van Bretagne. Vikingen plunderden langs de Loire
820: campagne tegen de Arabieren in Spanje loopt op niets uit omdat de verantwoordelijke edelen (o.a. Hugo van Tours) de expeditie vertragen. Vikingen plunderden in Vlaanderen.
822: Lodewijk ondertekende het Pactum cum Pashali pontiff, met Paus Paschalis I, die de onafhankelijkheid verkreeg van de Kerkelijke Staat.
827-829: Lodewijk steunt opstandige Slavische stammen in het Eerste Bulgaarse Rijk, maar krijgt lik op stuk. (zie Omoertag).
827: Moren belegerden Barcelona
832: Moren hielden plundertochten tot bij Marseille en in het Rhônedal
Oorkonde van Lodewijk de Vrome, verleend aan de Sint-Baafsabdij, waarin Lodewijk haar immuniteit bevestigt die ze reeds ontvangen had van Lodewijks vader (in het Stadsmuseum Gent)
Tijdens een kerkelijke feestdag in 817 in Aken, stortte een houten loopbrug tussen het paleis en de kerk in. Ook Lodewijk was op die loopbrug aanwezig maar bleef ongedeerd, hoewel er veel slachtoffers vielen. Deze gebeurtenis was voor Lodewijk een van de redenen om zijn opvolging te regelen. In het document Ordinatio Imperii benoemde hij zijn oudste zoon Lotharius tot eerste erfgenaam en medekeizer en zijn andere zoons Pepijn (Aquitanië, Gascogne, Toulouse, Carcassonne, Autun, Avallon, Nevers) en Lodewijk (Beieren en aanliggende marken) en hun neef Bernhard (Italië) tot onder-koningen. Hij probeerde hiermee te bereiken dat de eenheid van zijn rijk na zijn eventueel overlijden zou worden bewaard en dat zo een burgeroorlog zou kunnen worden voorkomen. Eigenlijk heeft Lodewijk door het benoemen van koningen in grensgebieden met sterke tegenstanders teruggegrepen op de staatsinrichting van Karel de Grote:
Pepijn tegen de Omajjaden van Andalusië
Bernhard tegen de Aghlabiden en het Byzantijnse Rijk in Italië
Lodewijk tegen het Bulgaarse Rijk en andere volken uit Oost-Europa
Bernhard vond dat zijn positie door de Ordinatio Imperii was verzwakt en was bang dat hij uiteindelijk in een ondergeschikte positie ten opzichte van de zoons van Lodewijk zou worden gedwongen. Aan zijn hof werden wilde plannen gemaakt over een onafhankelijk koninkrijk en hij stuurde troepen om de Alpenpassen te bezetten. Lodewijk trok met zijn leger naar Chalon-sur-Saône en nodigde Bernhard uit hem daar te bezoeken. Toen bleek dat een aantal van zijn belangrijke edelen een opstand niet zouden steunen, had Bernhard geen keuze dan te gaan en zich uiteindelijk over te geven. Hij werd ter dood veroordeeld, maar daarna begenadigd. Wel werden zijn ogen uitgestoken. Nadat deze straf in Aken onoordeelkundig was uitgevoerd, overleed Bernhard alsnog na twee dagen ondragelijk lijden. Bisschop Theodulf van Orléans, een van de grootste geleerden van het rijk, werd van medeplichtigheid beschuldigd en opgesloten in een klooster, waar hij niet lang daarna onder verdachte omstandigheden overleed. Het lot van Bernhard en Theodulf bezorgde Lodewijk een groot schuldgevoel, dat hem de rest van zijn leven zou belastten. Hij zou de dood van zijn vrouw in 818 zien als een straf van God, hoewel er ook geruchten waren dat Ermengarde zelf de hand in de dood van Bernhard had gehad.
Als reactie op de opstand van Bernhard dwong Lodewijk zijn halfbroers om toe te treden tot de geestelijkheid. In 822 deed Lodewijk voor zijn hof en voor de paus een publieke schuldbekentenis, waar hij de verantwoordelijkheid voor het overlijden van Bernhard op zich nam. Hij beleed daarbij ook een aantal andere zonden. Dit was niet goed voor zijn imago bij de edelen. Hij liet zijn neven toen weer uit het klooster en gaf ze weer functies aan het hof.
Op aandringen van zijn tweede echtgenote, Judith, benoemde Lodewijk in 829 hun zoon Karel tot hertog (niet koning, dus formeel geen inbreuk op de Ordinatio Imperii) van Allemannië (Elzas, Zwaben, Raetië en een deel van Bourgondië). Dit ging natuurlijk ten koste van het erfdeel van Lotharius. Op aandrang van Wala van Corbie, een achteroom van Lodewijk de Vrome, die weer uit het klooster was gelaten, en andere edelen die waren verdrongen door gunstelingen van Judith, begonnen de broers Lotharius, Pepijn en Lodewijk een opstand tegen hun vader en vooral ook tegen de invloed, die Judith op Lodewijk had. Ebbo en Hildwin steunden de opstand net als een aantal bisschoppen. Bernhard van Septimanië, de belangrijkste hoveling en een bondgenoot van Judith, werd beschuldigd van overspel met Judith - hij zou misschien zelfs de vader van Karel zijn.
In 830 overtuigde Wala Pepijn van het gevaar van Bernhard van Septimanië. Pepijn trok met een leger naar Parijs en ontmoette met zijn leger zijn broer Lodewijk de Duitser even ten noorden van Parijs. Hun vader, Lodewijk de Vrome, keerde terug van weer een campagne tegen Bretagne (juist begonnen om door een externe vijand te bestrijden de eenheid te bewaren) en ging naar Compiègne. Daar werd hij door Pepijn gevangengenomen. Judith werd in Poitiers gevangengezet en Bernhard van Septimanië vluchtte naar Barcelona. De oudste broer en eerste erfgenaam, Lotharius, trok in 831 met een groot leger naar het noorden en riep in Nijmegen een rijksdag bijeen. Lodewijk de Vrome had Pepijn en Lodewijk de Duitser echter een groter deel in de erfenis beloofd dan Lotharius aanbood en ook de lokale edelen bleven trouw aan Lodewijk de Vrome. Op de rijksdag moesten de zoons hun vader weer als koning erkennen. Lotharius werd begenadigd, maar werd wel naar Italië verbannen. Judith moest een eed zweren dat zij onschuldig was. Wala en andere belangrijke edelen en geestelijken die achter de opstand zaten, werden verbannen. Het gebied van Pepijn werd uitgebreid tot aan de Somme. Het gebied van Lodewijk de Duitser werd uitgebreid tot aan de Rijn. Karel kreeg het tussenliggende gebied van de Moezel tot aan de Provence. Lotharius hield alleen Italië over.
In 832 werd Pepijn aan het hof ontboden, waar hij kil werd ontvangen, als gevolg waarvan hij het hof zonder toestemming van zijn vader verliet. Lodewijk de Vrome was bang voor een opstand en stuurde een leger naar Aquitanië. Ondertussen trok Lodewijk de Duitser Zwaben (wat volgens de regeling van 831 binnen zijn gebied viel) binnen met Slavische bondgenoten. Lodewijk de Vrome onderwierp Lodewijk de Duitser bij Augsburg en Pepijn bij Limoges. Hij was zo boos dat hij Pepijn en Lodewijk al hun gebieden ontnam. Vervolgens benoemde hij Karel tot koning van Aquitanië en wees de rest van het keizerrijk aan Lotharius toe. Lotharius koos echter voor een machtsgreep, verbond zich met Pepijn en Lodewijk de Duitser en marcheerde in 833 naar het noorden. De legers van Lodewijk de Vrome aan de ene kant en de drie opstandige broers aan de andere kant, ontmoetten elkaar bij Colmar. Er werd dagenlang onderhandeld maar ondertussen hadden de broers, met hulp van de paus, een deel van het leger van Lodewijk omgekocht of overgehaald om hun kant te kiezen. Lodewijk beval zijn resterende troepen uiteindelijk om niet meer te vechten om een kansloos bloedbad te voorkomen, en werd gevangengenomen en opgesloten in de Sint-Medardusabdij te Soissons. De plaats van de veldslag, die niet doorging, ging de geschiedenis in als het Lügenfeld (niet van leugen, maar van lueg - hinderlaag - die de drie zoons hier tegen hun vader gespannen hadden door zijn soldaten om te kopen). Karel de Kale werd opgesloten in de abdij van Prüm en Judith in Tortona. Lodewijk de Vrome werd door een synode (onder voorzitterschap van Ebbo) in Soissons afgezet en moest te Compiègne een openbare schuldbekentenis doen. Hij werd in Reims symbolisch van de drempel van de kerk verbannen.
Lodewijk de Duitser (inmiddels getrouwd met Emma, een zuster van Judith) begon onder invloed van zijn familie en schoonfamilie weer toenadering tot Lodewijk de Vrome te zoeken. Uit boosheid over het gedrag van Lotharius en de vernedering van Lodewijk de Vrome kozen ook steeds meer edelen in Neustrië en Austrasië de kant van Lodewijk de Vrome. Lotharius werd gedwongen om zich terug te trekken op Bourgondië. In 834 wilde Lotharius de situatie van de Ordinatio Imperii van 817 herstellen, waarbij hij als keizer dus boven zijn broers zou staan. Pepijn en Lodewijk waren hier niet van gediend, want zij wilden vasthouden aan de verdeling van 831 (zonder Karel) en als zelfstandige koningen regeren, zij verdreven Lotharius naar Italië en maakten hun vader weer keizer. In 835 verloren de belangrijkste partijgangers van Lotharius tijdens de synode van Diedenhoven hun ambten en een aantal van hen overleed tijdens een epidemie in Italië.
De crisis was voorbij, maar Lodewijk zou de rest van zijn regering voortdurend in conflict blijven met zijn zoons.
De laatste jaren van het bewind van Lodewijk werden gekenmerkt door steeds wisselende allianties met zijn zonen, waarbij die geregeld titels en gebieden kregen en weer kwijtraakten. Ook in deze jaren vonden gewapende confrontaties met zijn zoons plaats. De aanvallen van de Vikingen werden heftiger.
836 - Vikingen plunderden Antwerpen en Utrecht.
837 - Vikingen veroverden Nijmegen, maar werden door Lodewijk de Vrome verjaagd. Karel werd tot koning van Alemannië en Bourgondië gekroond. Dit ging vooral ten koste van Lodewijk de Duitser, die prompt in opstand kwam. Lodewijk de Vrome gaf in reactie alle gebieden van Lodewijk de Duitser behalve Beieren aan Karel.
838 - Vrede met de Vikingen. Lodewijk de Vrome beval de bouw van een Noordzee-vloot en stelde gezanten aan voor Friesland. Na het overlijden van Pepijn benoemde Lodewijk Karel ook tot koning van Aquitanië, maar de edelen kozen Pepijns zoon: Pepijn II. Lodewijk dreigde met een aanval.
839 - Lodewijk de Duitser viel Zwaben binnen, Pepijn II trok naar de Loire. De Vikingen vielen Friesland binnen en plunderden Dorestad. Lotharius koos door bemiddeling van Judith nu de kant van Lodewijk de Vrome. Pepijn II werd verslagen en onterfd.
840 - Karel werd erkend als koning van Aquitanië. Lodewijk dreef Lodewijk de Duitser terug tot aan de Oostmark. Het keizerrijk werd door Lodewijk opnieuw verdeeld: Karel kreeg Neustrië en Aquitanië, Lodewijk de Duitser kreeg Beieren en de rest van het rijk was voor Lotharius.
Op 20 juni 840 overleed Lodewijk na een ziekte in de palts van Ingelheim, op een eiland in de Rijn. Lodewijk ligt begraven in de abdij van St Arnulph te Metz. Na drie jaar spanning en strijd zouden zijn zoons uiteindelijk zelf bepalen hoe het rijk werd verdeeld.
De gebruikelijke munteenheid was de denarius, ook wel Penning genoemd. Op de voorkant staat meestal een kruis, op de achterkant een tempeltje. De zilveren denarius was al tijdens de Romeinse Republiek, vanaf 223 v.Chr., in gebruik. De ondergang van het West-Romeinse Rijk in 476 betekende ook het verdwijnen van de denarius. De vader van Lodewijk, Karel de Grote herintroduceerde de penning. De muntslag van Lodewijk de Vrome vond onder andere plaats in Utrecht en Dorestad.
Hij is weduwnaar van Irmingard van Haspengouw (ovl. 818), met wie hij trouwde (1), 16 of 17 jaar oud, in 795 in ?.
Hij trouwde (2), 40 jaar oud, op 01-02-819 in Aken ( Duitsland ) met
482412254725 Judith van Beieren, geboren in ?. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Karel de Kale, geboren op 13-06-823 in Frankfurt am Main ( Duitsland ) (zie 241206127362).
Generatie 40 (vooroudovergrootouders)
964824509448 Karel de Grote, geboren op 02-04-747 in Herstal ( Belgie ). Hij is overleden op 28-01-814 in Aken ( Duitsland ), 66 jaar oud.
Notitie: Karel de Grote (Duits: Karl der Große; Frans en Engels: Charlemagne; Latijn: Carolus Magnus of Karolus Magnus) (vermoedelijk Herstal, waarschijnlijk 2 april 747 of 748 - Aken, 28 januari 814), afkomstig uit het geslacht der Karolingen, was vanaf 9 oktober 768 koning der Franken en vanaf 25 december 800 keizer van het Westen.
Deze kleinzoon van Karel Martel kreeg reeds tijdens zijn leven de bijnaam "de Grote" en geldt sinds de middeleeuwen als een van de belangrijkste heersers van het Westen. Het Frankische Rijk kende onder hem haar grootste omvang. Met zijn kroning door paus Leo III op eerste kerstdag 800 in Rome, werd het keizerschap in West-Europa in ere hersteld. Op initiatief van keizer Frederik Barbarossa werd Karel de Grote op 29 december 1165 door de tegenpaus Paschalis III heilig verklaard. Reeds in het epos Karolus Magnus et Leo Papa (eind 8e eeuw) werd hij tot "Pater Europae" ("Vader van Europa") uitgeroepen. Karel de Grote wordt beschouwd als een persoonlijkheid die het collectief Europees historisch bewustzijn heeft vormgegeven.
Zowel de Duitsers als de Fransen voeren het begin van hun nationale geschiedenis terug tot Karel de Grote. De stad Aken stelde in 1949 als erkenning voor zijn verdiensten de Internationale Karelsprijs Aken in, die jaarlijks wordt uitgereikt.
De feiten over Karel de Grotes leven zijn voor sommige delen van zijn leven zeer schaars, terwijl we over andere delen juist zeer goed geïnformeerd zijn. Terwijl er voor het midden en het einde van zijn leven in vergelijking met andere middeleeuwse heersers een ongewoon rijk bronnenmateriaal voorhanden is, is er nauwelijks iets over zijn kindertijd en jeugd bekend. Zelfs zijn geboortedatum is onderwerp van speculatie. Zijn klaarblijkelijk aanzienlijke vorming kon hij pas op volwassen leeftijd hebben verworven. Mogelijkerwijs werd hij net als zijn broer Carloman in Saint-Denis opgevoed. Wie zijn leermeesters waren, is onbekend. Of daar op dat ogenblik reeds het volledige programma van de septem artes liberales, de zeven vrije kunsten, werd onderwezen, is onduidelijk. Karel zette zich later in het kader van zijn onderwijshervorming in voor het herstel van deze zeven vrije kunsten, wat erop lijkt te wijzen dat deze tijdens zijn jeugd niet tot het vaste curriculum behoorden. Maar in elk geval was elementaire wereldoriëntatie ook reeds een onderdeel van de eerste van de zeven kunsten, de grammatica, die niet alleen Latijns taalonderricht omvatte, maar ook alle kennis die noodzakelijk was voor een competente omgang met teksten. Ook als volwassene nam Karel nog levendig deel aan onderwijsvragen van velerlei aard. Vooral aan theologische en filosofische discussies zoals de beeldenstrijd, waarin hij in de kanttekeningen van de libri Carolini persoonlijk stelling nam. Hij mengde zich ook in de discussie over het Adoptianisme en belastte hofgeleerden zoals Alcuinus met de opheldering van zulke vragen. De rijkelijk overgeleverde veeleisende, vaak ook uitgesproken onderhoudende dichtkunst uit de hofkringen zal Karel in ieder geval hebben kunnen waarderen, daar zijn kennis van het Latijn en literatuur meer dan behoorlijk was. Latijn was ongetwijfeld een van de hoftalen, en gezien de internationale samenstelling van de hofhouding zelfs de enige taal die allen of in elk geval de meesten beheersten. Daarnaast was er ook de constante aanwezigheid van het Latijn als liturgische taal. Ook aan het onderwijs van zijn eigen kinderen hechtte hij grote waarde. Behalve het literaire onderwijs, dat op dat ogenblik geen vanzelfsprekendheid was voor jonge edelen (het aantal geschoolde leken nam pas vanaf de tweede helft van de 8e eeuw weer toe), moeten ook de omgang met wapens en de jacht, die Karel nog tot op hoge leeftijd bedreef, een hoog aanzien hebben genoten.
Karel was de oudste zoon van de latere koning Pepijn de Korte en Bertrada van Laon, bijgenaamd "Bertrada met de grote voet". Zijn geboortejaar is omstreden, zijn geboorteplaats is niet gekend, temeer omdat meerdere plaatsen in aanmerking komen.
Karels biograaf Einhard schreef in zijn Vita Karoli Magni, dat er over de kindertijd en de jeugd van de keizer niets schriftelijk was overgeleverd en dat er bij de aanvatting van zijn werk - ongeveer vijftien jaar na Karels dood - niemand meer in leven was die erover kon vertellen.
Karel werd in 754 samen met zijn broer Carloman door Paus Stefanus II (III) gezalfd in de kathedraal van Saint-Denis bij Parijs.
Na de dood van zijn vader in 768 werd diens koninkrijk verdeeld onder Karel en Carloman. Op 9 oktober 768, het feest van Dionysius van Parijs, werd Karel in Noyon gekroond en Carloman in het nabijgelegen Soissons.[3] Karel kreeg de gebieden langs de westelijke en noordelijke kusten: het westen van Aquitanië, de grootste delen van Neustrië en Austrasië, en Thüringen. Carloman kreeg Bourgondië, Alemannië, de resterende delen van Aquitanië, Neustrië en Austrasië, de Provence, en het indirecte gezag over Beieren.
In 769, kort na de dood van Pepijn de Korte, probeerde hertog Hunold van Aquitanië zich onafhankelijk te maken van de Karolingers. Karel begon daarop een veldtocht tegen hem, zonder de beloofde steun van zijn broer Carloman.
Hij dwong Hunold te vluchten naar hertog Lupus II van Gascogne. Deze was echter zo geïntimideerd door Karels dreigementen, dat hij naast de uitlevering van Hunold en diens vrouw, ook zijn eigen hertogdom onderwierp aan Karel (769).
In 770 sluit hij door bemiddeling van abt Sturmius van Fulda een verdrag met Tassilo III van Beieren. In datzelfde jaar treedt hij in het huwelijk met de Longobardische prinses Desiderata. Dit zeer tegen de zin van paus Stefanus III, die de samenwerking met de Franken in gevaar zag komen.[20] Carlomans rijk werd hierdoor namelijk omsingeld door dat van Karel (in het westen) en zijn nieuwe bondgenoten (in het oosten).
Op 4 december 771 overlijdt Carloman echter te Samoussy, nabij Laon. Karel trok daarop naar Corbeny, waar de groten van Carlomans rijk hem hulde kwamen brengen en hem accepteerden als hun vorst ten nadele van Carlomans zoontjes.
In de zomer van 772 begonnen de (met onderbrekingen) tot 804 durende Saksenoorlogen. De strijd werd aanvankelijk alleen ter pacificatie van de grensregio gevoerd, totdat het doel veranderde in de met aanzienlijke wreedheid doorgedreven onderwerping, kerstening en integratie van het Saksische volk in het Frankische Rijk. In 777 werd Saksen in bisdommen ingedeeld. In 782 werd de Frankische indeling in graafschappen ingevoerd. Het Saksische verzet onder leiding van Widukind duurde echter, ondanks de hardere Frankische tegenmaatregelen en militaire overwinningen van Karel op de Saksen, nog lange tijd voort. De Saksische adel werkte uiteindelijk in meerderheid mee (zelfs Widukind onderwierp zich in 785), maar toch brak er in 792 opnieuw een Saksische opstand uit. Karel reageerde zowel met deportatie als met een verbetering van de juridische status van de Saksen in het koninkrijk. In 802 werd het Saksische volksrecht opgetekend en door Karel erkend. Saksen werd kort daarop als definitief gepacificeerd en als deel van het christelijke Frankische Rijk gezien.
In maart 773 kwam een pauselijke ambassadeur bij het hof van Karel om hulp vragen tegen de Langobarden. Karel ging in op dit verzoek, en in 774 veroverden de Franken Pavia. Karel zette de laatste Langobardenkoning Desiderius af. Karel was op dat moment ook getrouwd met Desiderius’ dochter (die vermoedelijk Gerperga heette), die hij kort daarop verstootte. Hij liet zich vervolgens zelf tot koning van de Langobarden kronen. In het zuiden bleef het Hertogdom Benevento tot de verovering door de Noormannen in de 11e eeuw zelfstandig, hoewel het ook tot de satellietstaten van het Frankische Rijk moet worden gerekend.
Een expeditie naar Spanje in 778 was niet zo succesvol als die tegen de Langobarden. Aanleiding voor deze expeditie was een verzoek om bijstand van Suleiman ibn Yaqzan al-Arabí al-Kelbi, de door zichzelf uitgeroepen gouverneur van Zaragoza, die om ondersteuning tegen emir Abd al-Rahman I van Córdoba verzocht. Tijdens de terugtocht werd een deel van het Frankische leger door heidenen (aldus contemporaine bronnen) in de slag bij Roncevaux weggevaagd. Hierbij viel ook de graaf van de Bretonse mark, Hruotland, de bevelhebber van de vernietigde Frankische achterhoede. Deze gebeurtenis werd later in het Roelantslied heropgepikt. Aquitanië werd als een onderkoninkrijk voor Karels minderjarige zoon Lodewijk ingericht. Samen met zijn tot onderkoning van Italië uitgeroepen broer Pepijn werd hij in 781 door de paus gezalfd en gekroond. De verhoudingen in de Pyreneeënregio konden zo voor het eerst worden gestabiliseerd. Het machtsgebied van de Franken werd - al was het maar tijdelijk - uitgebreid tot Girona, Cerdagne, Urgell en Barcelona. Slechts als gevolg van de latere conflicten met de Saracenen - zoals de Moren in de late middeleeuwen werden genoemd - werd in 806 de Spaanse Mark aan de overkant van de Pyreneeën opgericht.
Een gevolg van de militaire aanwezigheid van de Franken in dit gebied zou het ontstaan van het vorstendom Andorra zijn geweest, dat claimt sinds de tijd van Karel de Grote de jure onafhankelijk te zijn geweest. In El Gran Carlemany, het Andorraanse volkslied, word Karel de Grote uitbundig bezongen.
In 797, volgens andere bronnen 801, knoopte Karel diplomatieke betrekkingen aan met Haroen ar-Rashid, de kalief van Bagdad. Ze kwamen overeen, steeds andere geloven bij hun onderdanen te dulden, en overwogen eventuele bondgenootschappen tegen de kaliefen van Córdoba enerzijds, respectievelijk het Oost-Romeinse Rijk anderzijds, die echter niet gerealiseerd werden. De kalief schonk Karel onder meer een Aziatische olifant, genaamd Abul-Abbas.
Bretagne wist gedurende de hele regering van Karel zijn onafhankelijkheid te bewaren. In 786 trokken de Frankische troepen nog plunderend door Bretagne, maar konden het land niet onderwerpen. In 790 benoemde Karel zijn negenjarige zoon Karel de Jongere tot markgraaf van de Bretonse Mark en koning van Neustrië. Ook hier waren het bestuur en de militaire leiding in handen van ervaren hovelingen. Een veldtocht in 811 bleef ook zonder resultaten.
In 788 werd ook Baiern (oude schrijfwijze van Beieren) definitief in het Rijk ingelijfd, in het oosten werd de Avaarse Mark (vanaf 856 Marchia Orientalis genoemd) als grensmark tegen de Awaren opgericht en onder Frankisch gezag gesteld. De laatste Beierse stamhertog Tassilo III, die zijn leen in 757 van Pepijn had bekomen, zocht tevergeefs, de onafhankelijkheid door een bondgenootschap met de eigenlijk al reeds onderworpen Langobarden te redden. Aan de opstand tegen de Franken, waarvan men dacht dat ze door de twisten met de Saksen hun handen vol hadden, nam ook hertog Arechis II van Benevento deel. De insubordinaties van de Italische bondgenoten van Tassilo waren onder andere door de belegering van Capua en Salerno in 786/787 beëindigd geworden. Het Beierse gebied, dat vanaf 798 vanuit Salzburg tot een eigen kerkprovincie werd uitgebouwd, bleef na de inlijving in het Rijk evenwel als politieke entiteit behouden. Onder de “prefecten” genoemde ambtsdragers van de koning (in de 9e eeuw als onderkoninkrijk) behield het beslist een bijzondere positie binnen het Frankische Rijksverband. De integratie van “Baiern” in het Frankenrijk was samen met de onderwerping van de Saksen een belangrijke voorwaarde voor de latere vorming van het Heilige Roomse Rijk.
In 795 werd Paus Leo III tot paus gekozen. Hij verzekerde zich onmiddellijk van de ondersteuning van de Frankenkoning en stuurde Karel de Grote, de schutsheer van de kerk (patricius romanorum), de sleutel tot het graf van Petrus, evenals de banier van Rome toe. Het pausdom was sedert enige tijd onder de invloed geraakt van de in diverse fracties versplinterde Romeinse stadsadel, die bij de pauskeuze doorslaggevend was. In 799 werd de confrontatie met de adel ten top gedreven: het hoofd van de kerk was doelwit van een aanslag en poging tot afzetting. Leo III, wie onder andere een onwaardige levenswandel (waaronder echtbreuk en meineed) werd verweten, vluchtte naar Karel in Paderborn (vgl. Karolus Magnus et Leo Papa). Het is onduidelijk of er daar en onder welke omstandigheden zaken werden afgesproken: mogelijkerwijs werd hier voor het eerst, maar mogelijk ook reeds jaren tevoren de keizerskroning overeengekomen. Het is echter ook mogelijk dat er hierover helemaal geen afspraken zijn gemaakt. Het historisch onderzoek stort zich vooral op de bij Einhard vermelde opmerking van Karel toen hij de kerk verliet: "Indien ik met het plan van de paus vooraf bekend was geweest, zou ik, in weerwil van de heiligheid van het feest, niet in de kerk verschenen zijn." Een andere bron, de Annales Laureshamenses, spreekt daarentegen van een synode van de Frankische en Romeinse bisschoppen, waarbij men de Frankenheerser de keizerlijke waardigheid heeft aangeboden. Mogelijkerwijs verwijst de opmerking bij Einhard niet op de keizerskroning zelf, maar op de omstandigheden en hun protocollaire afloop.
Karel trok in elk geval in de zomer van 800 naar Rome. Leo III ontving hem eind november ver voor de poorten van de Eeuwige Stad en legde op 23 december een reinigingseed af, die hem van de beschuldigingen van de samenzweerders uit de adellijke facties zou ontlasten. In hoeverre hij dit vrijwillig heeft gedaan, zal nooit bekend worden.
Op de Eerste Kerstdag van 800 werd Karel door Paus Leo III in de Oude Sint-Pietersbasiliek tot keizer gekroond. Deze titel was sinds de afzetting van Romulus Augustulus in 476 in West-Europa niet meer gevoerd, hoewel de opeenvolgende Oost-Romeinse/Byzantijnse keizers aanvankelijk ook in het westen erkend werden. Karels volledige titel luidde vanaf 800: Karolus serenissimus Augustus a Deo coronatus magnus pacificus imperator Romanum gubernans imperium, qui et per misericordiam dei rex Francorum atque Langobardorum (vrij vertaald: „Karel, doorluchtige Augustus, door God gekroond, grote vrede stichtende keizer, het Romeinse Rijk regerend, bij Gods genade ook koning van de Franken en Langobarden“). Een (belangrijke) reden voor de kroning was de afzetting van de (vorige) Byzantijnse keizer door Irene van Byzantium (het Byzantijnse Rijk was de staatsrechtelijke opvolger van het Romeinse Rijk). Daar volgens het Romeinse recht een vrouw geen keizer(in) kon zijn, beschouwden enkele bronnen volgens Paus Leo III de Romeinse keizerstroon als vacant (hoewel eerder machtspolitieke redenen een rol speelden).
Als patronus et advocatus van de kerk had Karel nu de Byzantijnse keizer vervangen - zoals tevoren reeds de Langobard Desiderius. De patriarch van Jeruzalem stuurde de sleutel van het Heilig Graf naar Karel als symbolische erkenning van Karels beschermheerschap over de christenheid. De kroning tot keizer betekende bijgevolg een provocatie voor het Byzantijnse keizerschap (Basileus), waartegenover Karel zich nu als gelijkwaardig opstelde - zo niet zelf meer dan gelijkwaardig.
Karel zag zichzelf als Augustus Imperator Renovati Imperii Romani (Augustus Keizer van het Hernieuwde Romeinse Rijk) en aldus als directe opvolger van de Romeinse keizer. Zijn Frankische Rijk was daarmee volgens de opvatting van menig geleerde de opvolger van het Romeinse keizerrijk (weliswaar slechts ideëel, niet staatsrechtelijk, daar het Oost-Romeinse/Byzantijnse Rijk in het oosten verder was blijven bestaan, zie: Tweekeizersprobleem). De eenheid van kerk en rijk was nu officiële staatsdoctrine. Als beschermheer van de paus en het christelijk geloof lette Karel de Grote er erg op, dat in zijn rijk iedereen het Pater Noster (Onze vader) kende. Tijdelijk stond op het belasteren van priesters of van het christendom en zijn symbolen zelfs de doodstraf.
Karolingische ruiterij uit het Psalterium Aureum (St. Gallen, Stiftsbibliothek, Cod. 22, saec. IXex, p. 140 als illustratie bij Ps 60 (veldtocht van Joab).
Met de Frankische landname in Saksen doken ook in het noordoosten de Slaven als nieuwe buur op in het politieke bewustzijn van de Franken. In plaats van naar een territoriale uitbreiding van het rijk streefde Karel aanvankelijk naar de oprichting van een rijksgrens aan de Elbe en de pacificatie van de aangrenzende gebieden. Als schadeloosstelling voor de gedeporteerde Saksen liet Karel de Grote in het noordoosten van het rijk (Noordalbingië) Wendische Abodriten en ook Franken zich vestigen. Vanaf 804 kwam het tot conflicten met de Denen, wier koning Göttrik (ook: Gudfred) naar Friesland, respectievelijk Saksen uithaalde en met de steun van de Wilzen de Abodriten bevocht. Volgens de aantekening in de Annales Regni Francorum voor het jaar 808 zou Göttrik toentertijd het Danevirke tussen Treene en Schlei als verdediging tegen de Franken hebben opgetrokken. In werkelijkheid was het echter reeds in 737 om onbekende redenen opgetrokken. In 810 plunderden de Denen Friesland en de Friese eilanden. De Abodriten in het oosten van Holstein slaagden erin zich (met Frankische bijstand) van Deense onderhorigheid te vrijwaren. Ze sloten in 811 evenwel een vredesverdrag met de Denen. De betrekkingen tussen Franken en Abodriten bleven evenwel ambivalent, zoals de omstandigheden van de oprichting van de Saksenwallen (Limes Saxoniae) rond 810 aantonen.
Om die reden sloten de Franken in 780 een verbond met de Abodriten tegen de Saksen en Wilzen, dat op een leenrechtelijke afhankelijkheid van de Abodriten schijnt te wijzen. De door Karel aangestelde koningen Witzan en Drasco hadden herhaaldelijk een legergevolg op te richten, rond 789 tegen de Wilzen of in 798 in de slag bij Bornhöved tegen de Saksen. Ondanks de succesvolle veldtocht tegen de Wilzen en de overwinning in Noordalbingië hield Karel aan de Elbe als rijksgrens vast. De onderworpen Wilzen leverden gijzelaars, en Karel liet in 804, na de deportatie van de Saksen, zijn Abodritische bondgenoten zich in Noordalbingië vestigen. Deze zouden de noordgrens tegen de Denen beschermen en tegelijk de Saksen hun terugtocht naar de Denen afsnijden.
De overwinning van de Deense koning Göttrik (ook: Gudfred) over de Abodriten in 808 dwong Karel tot een verandering van politiek. Noordalbingië werd tot aan de Eider in het rijk geïntegreerd en weer aan de Saksen toevertrouwd. Hun gebied van vestiging grensde Karel in het oosten met de Limes Saxoniae tegen dat van de Abodriten af. Tegen die Denen richtte hij de vesting Esesfelth op. Vervolgens plunderde Göttrik in 810 Friesland en de Friese eilanden. Nadat hij in 810 was vermoord, sloot zijn opvolger Hemming vrede met de keizer.
De betrekkingen met de Slavische stammen ten oosten van Saksen en Thüringen waren eveneens tweeslachtig: in 789 voerden de Franken een veldtocht tegen de Wilzen.
Na de langdurige onderwerping van de Saksen, werden ook de Sorben, in 789 nog bondgenoten van Karel tijdens de veldtocht tegen de Wilzen, in 806 door de Franken verslagen, nadat hun hertog Miliduch was gedood. Volgens contemporaine bronnen probeerden zij in de daarop volgende decennia echter meermaals hun onafhankelijkheid terug te winnen. Het lijkt erop dat ook hier een of zelfs meer grensmarken zijn geweest. De stand van het onderzoek hierover is echter onduidelijk (zie ook: Limes Sorabicus).
Bohemen viel na een campagne in 805 en 806 onder Frankische afhankelijkheid en werd tribuutplichtig. In een oorkonde uit 817, waarin de provincies en volken van het Frankenrijk worden opgesomd, worden de Beheimi als een van de afhankelijke volken genoemd. Ook zij werden langzamerhand met succes gekerstend: in 845 lieten veertien hertogen uit Bohemen zich in Regensburg dopen. De Beierse clerus was hierbij de voornaamste drijvende kracht achter de missionering. Vanaf het midden van de 9e eeuw – Karels kleinzoon Lodewijk de Duitser was sinds 843 koning (zie: Verdrag van Verdun) – werd Bohemen steeds meer tot een twistappel tussen het Oost-Frankische Rijk en het Groot-Moravische Rijk van Svatopluk I. Vanaf 862 werd ook Hongarije een probleem. De expansie van de Franken in dit gebied vestigde – naast de vestigingsgolf onder de Premysliden – de blijvende Duitse politieke en culturele invloed in oostelijk Midden-Europa in de volgende eeuwen (zie: Oostkolonisatie; Samo (persoon)).
Tegen de uit het Donaugebied (buiten de rijksgrenzen) komende Avaren voerde Karel in 791 aanvankelijk persoonlijk een mislukte veldtocht. Daarna volgde na zorgvuldige voorbereiding (bouw van de Fossa Carolina tussen Altmühl en Rezat) in 795/796 onder leiding van Erik van Friuli en koning Pepijn van Italië een tweede veldtocht met overtuigend succes. De zeer grote Avarenschat viel in de handen van de Franken en de staat van de Avaren werd met steun van de Bulgaarse heerser Kroem verslagen. De rest van de bevolking werd gedwongen gekerstend. Aanvankelijk werd hun nog een eigen politieke organisatie binnen het Frankenrijk toegestaan. Ten laatste in de 10e eeuw verdwenen ze definitief uit de geschiedenis.
Nikephoros I, Byzantijnse keizer („Basileus“) sinds 802, ervoer de Keizerlijke waardigheid van Karel als aanmatiging en weigerde diens erkenning. Een in 803 in Constantinopel aangekomen Frankisch gezantschap moest onverrichter zaken terugkeren. Het conflict verscherpte zich noch, toen Karel de door Byzantium geclaimde regio’s Dalmatië en Venetië als tot zijn machtsbereik toebehorend behandelde. Nikephoros zond daarop in 806 de Oost-Romeinse vloot en stelde een zeeblokkade tegen Venetië in. Karels zoon Pepijn, koning van Italië, kon echter Venetië veroveren, wat blijkbaar Nikephoros meer bereid tot onderhandelingen maakte. Een eind 810 in Italië aangekomen Byzantijns gezantschap, die eigenlijk de intussen gestorven koning Pepijn (8 juli 810) hadden willen bereiken, werd door Karel naar Aken ontboden en in 811 met een vriendelijke, in antwoord op de keizersvraag evenwel compromisloos schrijven teruggestuurd. Bij hun terugkeer was echter de Byzantijnse keizer Nikephoros I tijdens een veldtocht tegen de Bulgaren in de slag aan de Warbizapas gevallen (26 juli 811). Zijn schoonzoon Michaël I Rhangabes trok kort daarop de macht naar zich toe. Anders dan zijn voorganger was hij in een duurzame overeenkomst met het westen geïnteresseerd. Daarom zond keizer Michaël I nu van zijn kant een Byzantijns gezantschap naar Aken, dat daar in 812 aankwam. In een publieke ceremonie huldigde deze Karel de Grote en noemde hem „keizer“. Daarmee was het keizerschap van Karel de Grote door het Byzantijnse Rijk diplomatiek erkent. Karel moest daarvoor in de vrede van Aken evenwel weer aan Venetië en Dalmatië verzaken.
Daarenboven zagen de Byzantijnse keizers zich als hogerstaand: de opvolger van Michael I voegden aan hun titel keizer alras de genitief van de Romeinen toe. Daarmee zouden hun unieke rang als enige opvolger van de Romeinse keizer gedocumenteerd worden. De Karel de Grote volgende Westelijke keizers noemden zich daarentegen aanvankelijk slechts imperator augustus (verheven keizer). De titulatuur verheven keizer van de Romeinen (Romanorum imperator augustus) komt men in het westen, dat is in het Heilige Roomse Rijk, pas voor het eerst voor sinds Otto III in 996.
Met gedeeltelijk ingrijpende hervormingen, die zijn zoon en opvolger Lodewijk de Vrome grotendeels verder bespoedigde, reorganiseerde Karel de Grote het Frankenrijk ook intern. Het eerste doel was, de voorwaarden voor een bestuurspraktijk op schriftelijke grondslag te creëren. Om deze reden nam de onderwijs hervorming een aanvang. Abten en bisschoppen werden door verschillende documenten (bijv. Epistola de litteris colendis of Admonitio generalis) de opdracht gegeven, om onderwijs te verzorgen. Aan het hof werden geleerden uit heel Europa samengebracht, aan wie belangrijke hofambten, bisdommen en rijksabdijen werden toegewezen. Begaafde leerlingen konden hier hun opleiding vervolmaken. Het hof werd de draaïschijf, waarlangs informatie, persoonlijke betrekkingen, en boeken werden overgedragen. De stamhertogdommen schafte Karel af, waarbij de juridische autonomie van de stammen evenwel werd bewaard. Hij beval bovendien de optekening van stamrechten. In de Lex Frisionum bijvoorbeeld werden de Friezen in het noordwesten en noorden van het koninkrijk op basis van hun traditionele wetten en geplogenheden belangrijke privileges toegestaan. Zij werden als "Vrijen" bestempeld en mochten onder andere hun potestaat zelf kiezen. Ook de indeling van Friesland in drie duidelijke afgebakende districten werd in de - hier als voorbeeld genomen - Lex Frisionum schriftelijk vastgelegd.
Het rijksbestuur, dat Karel de Grote trachtte te unificeren, droeg hij vooral over aan zijn hofclerus en een nieuw opgerichte dienstadel. De hofkapel was het centrale bestuursorgaan van de wereldlijke en geestelijke structuur in het rijk. De uitvoering van het bestuur van het rijk lag in de handen van de graven. Deze fungeerden in het kader van de zogenaamde graafschapstichting als koninklijke ambtsdragers bij de uitoefening van de regalia (gravenban) en waren in bepaalde gebieden plaatsvervanger van de koning (Mark-, Burg- en Paltsgraven). Bijzonder belangrijk waren de markgraven: zij waren de regenten in de nieuw ingerichte grensmarken en hadden in dit gebied verreikende voorrechten, zowel als militair bevelhebber als ambachtsheer. De landgraven moesten zorgen voor de dienstplichtigen.
Met de overdracht van ambten en lenen aan de leidende adellijke families (de „Groten“) verzekerde hij zich van diens loyaliteit en stichtte een nieuwe rijksaristocratie. De graafschapsinrichting werd tot belangrijkste instrument ter bewaring van de eenheid van het rijk, hoewel het in de verschillende tradities in het westen respectievelijk het oosten van het rijk (Romeinse Civitas versus Germaanse gouw) zijn grenzen vond.
Met de capitularia werd bovendien een verregaande uniforme wetgeving geschapen, alsook het rechtswezen en de rechtspraak hervormt (onder andere invoering van Volksgetuigen (Rügezeugen) en lekenrechters). De regeerbaarheid van Karels rijk zou vooral door de zogenaamde zendgraven, de missi dominici, worden verzekerd. Deze werden meestal paarsgewijs uitgestuurd (een wereldlijke en een geestelijke afgevaardigde), om instructies en verordeningen van de keizer door te voeren. Ze konden in een toegewezen gebied indien nodig ook het onmiddellijk rijksgezag uitoefenen.
Een vooraanstaande rol bij de reorganisatie en consolidatie in het binnenland speelde de kerk, die Karel door de stevig uitbouw van de klerikale infrastructuur - er werden onder andere talrijke nieuwe bisdommen gesticht, waarbij Karel zich het richt voorbehield, de bisschoppen zelf te benoemen -, door omvangrijke schenkingen, de bekrachtiging van het tiendegebod en door hervormingen tot waarschijnlijk belangrijkste eenheidsband van zijn rijk maakte. De invoering van de metropolitaanstatuten, het regelmatig houden van synodes en de uitvoering van visitaties, maar vooral de bevordering van het vormingsniveau van de clerus waren de beslissende maatregelen voor het uitroeien van kerkelijke mistoestanden. Door een onder leiding van Benedictus van Aniane doorgevoerde en onder Karels opvolger Lodewijk de Vrome verder voorgezette monastische hervorming werden de Regula Benedicti (ora et labora) alsook de algemeen geldende, deze regel aanvullende consuetudines bindend voor kloosters. Nu eerst kwam het tot een duidelijke afbakening tussen monniken en seculiere clerus. Voor de kanunnikstiften en het domkapitel werden het vita communis ("gemeenschapsleven") dwingend voorgeschreven (vgl. Capitula e canonibus excerpta, 813; Institutio canonicorum Aquisgranensis, 816), waardoor ook hier een strengere toezicht op de levenswandel mogelijk werd, wanneer ook de regels minder ascetisch waren als in de klooster. De door Pepijn begonnen liturgiehervorming naar Romeins voorbeeld werd verder doorgevoerd. Het doel was, het oorspronkelijk, aan Paus Gregorius de Grote toegeschreven Sacramentarium in plaats van het in de 8e eeuw in omloop gekomen zogenaamde iunggelasianische Sacramentarium in te voeren. Paus Adrianus I zond op vraag van Karel een modelexemplaar naar Aken, het Sacramentarium Gregorianum-Hadrianum. Benedictus van Aniane of Alcuinus schreef ter aanvulling op het geheel op de Romeinse kerkdienst afgestemde Gregorianum-Hadrianum het Supplementum Anianense.
Het eertijds volkomen uiteenlopend geldwezen werd eveneens hervormd. De gouden standaard werd opgegeven, de zilveren denarius als over het hele rijk geldende en voorkomende valuta ingevoerd. Eén solidus respectievelijk schilling was 12 denarii; één pond (libra), waarvan het gewicht tegenover de antieke maatstaf werd verhoogd, kwam overeen met 20 solidi. In Karels muntverordening werd vastgelegd, dat uit een pond zilver 240 penningen (denarius) moesten worden geslagen. De Angelsaksische koning Offa van Mercië nam in die tijd deze regeling, die in Engeland tot 1971 van kracht was.
Naar oud Frankisch gebruik regelde Karel in 806 zijn opvolging door een rijksdelingsplan, de zogenaamde Divisio Regnorum. Nadat zijn beide oudere zonen echter vroeg gestorven waren, verhief Karel in 813 zijn – naar toenmalige begrippen – enige legitieme erfgenaam Lodewijk de Vrome tot medekeizer. In 814 volgde hij zijn vader op op de troon.
Na een 47-jarige heerschappij stierf Karel de Grote op 28 januari 814 in Aken en werd in de paltskapel, de zogenaamde Mariakerk, bijgezet. De doodsoorzaak (geïnfecteerd met borstvliesontsteking?) is niet met absolute zekerheid uitgeklaard. Einhard vermeldt dat hij nadat hij hevige koorts had gehad, waarbij de dokters hem hadden aangeraden te vasten, een ontsteking in de zij hebben opgelopen, waarna de verzwakte Karel na een zevendaags ziektebed is heengegaan.
Reeds vroeg zag Karel zich als de enige rechtgelovige verdediger en bewaarder van de christenheid, en daarom werd hij op zijn grafschrift geroemd als imperator orthodoxus, die het regnum Francorum (het Frankenrijk) grootmoedig (nobiliter) heeft uitgebreid.
Echtgenotes
1. Himiltrude (omstreeks 768)
2. In 769 huwde hij een dochter van de Langobardenkoning Desiderius, die hij in 770, ten laatste begin 771 verstootte. Zij wordt meestal onder de naam Desiderata vermeld (vermoedelijk heette ze in werkelijkheid Gerperga).
3. In 771 huwde hij voor 30 april Hildegard (de gente Suaborum, 758 - 30 april 783), dochter van graaf Gerold en Imma, een dochter van de Alemaanse dux Hnabi
4. Rond oktober 783 huwde hij met Fastrade (- 10 augustus 794, Frankfurt am Main), dochter van (de vermoedelijk Thürings-Mainfrankische) graaf Radulf
5. In 794 of de herfst van 796 huwde hij met Luitgarde (- 4 juni 800), een Alemaanse prinses
Gekende bijvrouwen van Karel de Grote waren:
1. Madelgarde
2. Gerswinde
3. Regina (800)
4. Addelinde (806)
Afstammelingen uit zijn verbintenis met Himiltrude:
1. Pepijn de Gebochelde (770 - 811)
uit zijn huwelijk met Hildegarde:
2. Karel de Jongere (772/773 - 811), vanaf 788 koning in Neustrië
3. Adalhaid/Adalais (september 773/juni 774 - juli/augustus 774, Zuid-Gallië)
4. Rotrudis (ca. 775 - 6 juni 810)
5. Karloman (777 - 8 juli 810), als Pepijn koning van Italië
6. Hludowic/Lodewijk de Vrome (778 - 840)
7. Lotharius I (795-855)
8. Pepijn I (koning van Aquitanië; 838)
9. Rotrude (± 800-?)
10. Bertha (?)
11 .Hildegarde (± 802/804 - 857)
12. Lodewijk II († 876)
13. Karel II (koning van het West-Frankische Rijk, keizer in 875; - 877)
14. Gisela (ca. 820 - 874)
15. Lotharius (juni/augustus 778, Chasseneuil bij Poitiers - 779)
16. Bertha (779/780 - na 14 januari 828),[80] in 814 van het Hof verwezen Bertha had een verhouding met Karels hofgeestelijke Angilbert, waaruit de kinderen Nithard (790 - 844/45) en Hartnid (813) voortkwamen. Bertha’s liaison was de inspiratie voor de sage van Eginhard und Emma (Wilhelm Busch).
17. Gisela (voor mei 781 - na 800)[83]
18. Hildegard (na 8 juni 782 - tussen 1 en 8 juni 783)[84]
uit zijn huwelijk met Fastrada:
19. Theodrada (ca. 785 - 9 januari 844/853, klooster Schwarzach am Main), voor 814 abdis van Argenteuil
20. Hiltrude (ca. 787 - na 800)
van een onbekende vrouw:
21. Hruodhaid (ca. 787 - na 800)
uit zijn verbintenis met Madelgarde:
22. Ruothild (- 24 maart 852), abdis van Faremoutiers
uit zijn verbintenis met Gerswinde:
23. Adalthrude
uit zijn verbintenis met Regina:
24. Drogo (17 juni 801 - 8 december 855), vanaf 818 geestelijke, in 820 Abt van Luxeuil, vanaf 823 bisschop van Metz, vanaf 834 aartsbisschop en aartskapellaan
25. Hugo (802/806 - 14 juni 844), vanaf 818 geestelijk, monnik in de abdij van Charroux, vanaf 822/823 abt van Saint- Quentin, vanaf 836 Abt van Saint-Bertin, vanaf 834 tot 840 aartskanselier van Lodewijk de Vrome
uit zijn verbintenis met Addelinde:
26.Theoderich (807 - na 818), in 818 geestelijke geworden
Culturele betekenis, Karolingische renaissance.Het signum van Karel de Grote onder een op 31 augustus 790 in Kostheim uitgevaardigde oorkonde: eigenhandig geschreven is slechts de V-vormige "Vollziehungsstrich" binnen de ruitvormige O van het zogenaamde "Karelmonogram", waardoor de bovenste helft van de O tegelijkertijd als A (voor KAROLVS) wordt gelezen. De lineaire tekst aan weerszijden van het kruisruitmonogram luidt Signum Karoli gloriosissimi regis ("Zegel van de meest glorierijke koning Karel").
Nuvola single chevron right.svg Zie Karolingische renaissance voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Karels heerschappij staat op cultureel vlak bekent als de periode van de zogenaamde Karolingische renaissance. Kunst, literatuur en