Vervolg 1 Robert Herman
204288 Lubbert van Westriene, geboren omstreeks 1400 in Neder-Betuwe. Hij is gedoopt omstreeks 1400 in Neder-Betuwe. Hij is overleden op 16-06-1468 in Lede ( in de Aldenweerd ), ongeveer 68 jaar oud.
Notitie: Notities bij Lubbert van Westriene

Bartolomeus van Westreenen koopt van de weduwe van Hendrik van Westreenen in 1489 een huis in de Marsch bij Rhenen
Hij trouwde met
204289 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Hendrik Lubbertsz van Westriene, geboren in ? (zie 102144).
204416 Steven Vonck van Lienden, geboren omstreeks 1375 in ?. Hij is overleden in ?.
Hij trouwde met
204417 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Hillebrant Stevensz Vonck van Lienden, geboren omstreeks 1400 in Lienden (Gelderland) (zie 102208).
204432 Reinald III van Gelre, geboren op 13-05-1333 in ?. Hij is overleden op 04-12-1371 in ?, 38 jaar oud.
Notitie: Reinoud III of Reinald III (13 mei 1333 - 4 december 1371) was hertog van Gelre en graaf van Zutphen. Hij was een zoon van Reinoud II van Gelre en Eleonora van Engeland. Op 1 juli 1347 huwde hij in Tervuren met Maria van Brabant, een dochter van hertog Jan III van Brabant en Maria van Évreux.

Na de dood van hun vader ontstond tussen Reinoud III (als oudste zoon de wettelijke troonopvolger) en zijn jongere broer Eduard een elf jaar durende opvolgingsstrijd. Reinoud werd gesteund door de factie van de Heekerens, Eduard door hun tegenstanders de Bronkhorsten.

In mei 1361 werd Reinoud III tijdens een slag bij Tiel gevangengenomen door zijn broer en opgesloten in kasteel De Nijenbeek (ten noordoosten van Voorst, Gelderland). Tijdens zijn verblijf in gevangenschap zou Reinoud zo corpulent geworden zijn dat hij zijn cel niet meer uitkon en de deur open kon blijven.

In augustus 1371 sneuvelde Eduard in de Slag bij Baesweiler en werd Reinoud bevrijd (volgens de legende moesten de muren worden uitgehakt) en opnieuw uitgeroepen tot hertog van Gelre. Zijn tweede regeerperiode mocht echter niet lang duren. Reinoud III stierf zonder officiële, wettelijke erfgenaam na te laten in december 1371. Wel had hij een natuurlijk kind, een bastaardzoon, thans bekend als Jan van Hattem.

Jan van Hattem
Op 19 september 1361 wordt voor het eerst het "Huis van Hattem" genoemd. Tien jaar later, in 1371, schonk Reinoud aan zijn bastaardzoon Johan (Jan) van Hattem de burcht, de stad en de heerschappij vande stad Hattem met het kerspel en de hoge en lage rechtspraak. Op 3 december 1371 werd dat bevestigd door Machteld, de zuster van Reinoud . Jan bezat ook ’enige goederen en erven in de Neder-Betuwe als Ingen, Oijen, (Op)Heusden, Eck en Maurik’; hij trouwde voor 1369 en overleed na 1422
Notitie bij publiceren: Reinoud III of Reinald III (13 mei 1333 - 4 december 1371) was hertog van Gelre en graaf van Zutphen. Hij was een zoon van Reinoud II van Gelre en Eleonora van Engeland.
Op 1 juli 1347 huwde hij in Tervuren met Maria van Brabant, een dochter van hertog Jan III van Brabant en Maria van Évreux.

Na de dood van hun vader ontstond tussen Reinoud III (als oudste zoon de wettelijke troonopvolger) en zijn jongere broer Eduard een elf jaar durende opvolgingsstrijd.
Reinoud werd gesteund door de factie van de Heekerens, Eduard door hun tegenstanders de Bronkhorsten.

In mei 1361 werd Reinoud III tijdens een slag bij Tiel gevangengenomen door zijn broer en opgesloten in kasteel De Nijenbeek (ten noordoosten van Voorst, Gelderland).
Tijdens zijn verblijf in gevangenschap zou Reinoud zo corpulent geworden zijn dat hij zijn cel niet meer uitkon en de deur open kon blijven.

In augustus 1371 sneuvelde Eduard in de Slag bij Baesweiler en werd Reinoud bevrijd (volgens de legende moesten de muren worden uitgehakt) en opnieuw uitgeroepen tot hertog van Gelre. Zijn tweede regeerperiode mocht echter niet lang duren. Reinoud III stierf zonder officiële, wettelijke erfgenaam na te laten in december 1371.
Wel had hij een natuurlijk kind, een bastaardzoon, thans bekend als Jan van Hattem.

Jan van Hattem

Op 19 september 1361 wordt voor het eerst het "Huis van Hattem" genoemd. Tien jaar later, in 1371, schonk Reinoud aan zijn bastaardzoon Johan (Jan) van Hattem de burcht, de stad en de heerschappij van de stad Hattem met het kerspel en de hoge en lage rechtspraak. Op 3 december 1371 werd dat bevestigd door Machteld, de zuster van Reinoud . Jan bezat ook ’enige goederen en erven in de Neder-Betuwe als Ingen, Oijen, (Op)Heusden, Eck en Maurik’; hij trouwde voor 1369 en overleed na 1422.
Hij trouwde, 14 jaar oud, op 01-07-1347 in Tervuren ( Belgie ) met de 21 of 22-jarige Maria van Brabant.
Notitie bij het huwelijk van Reinald III van Gelre en Maria van Brabant: Op 1 juli 1347 huwde hij in Tervuren met Maria van Brabant, een dochter van hertog Jan III van Brabant en Maria van Évreux.
204433 Maria van Brabant, geboren in 1325 in ?. Zij is overleden in 1399 in Turnhout, 73 of 74 jaar oud.
Notitie: Maria van Brabant (1325-1399) was de derde dochter van hertog Jan III van Brabant en van Maria van Évreux.

Hertog Jan III van Brabant was met Reinoud II van Gelre, hertog van Gelre en graaf van Zutphen, in Tervuren overeengekomen dat zijn jongste dochter Maria zou huwen met de Gelderse zoon Reinoud III van Gelre, ofwel de Dikke. Het kasteel van het Land van Turnhout zou als bruidsgift dienen. Koning Eduard III van Engeland, Reinouds oom, wenste echter dat zijn neef met de dochter van zijn vriend, Van der Mark, graaf van Gulik zou huwen. Reinoud trotseerde deze wens en huwde te Antwerpen met Maria van Brabant.

Zijn jongere broer Eduard van Gelre zou een opvolgingstwist ontketenen en zette zijn broer in 1361 gevangen. In 1371, bij de dood van zijn broer Eduard, werd Reinoud bevrijd maar hij stierf kort daarna. Maria van Brabant betrok het kasteel van Turnhout, stichtte in 1395 de priorij van Corsendonk en in 1398 het kapittel van de Sint Pieterskerk van Turnhout. Ze verbleef tot aan haar dood in Turnhout.

Haar vermeende erfrechten op het hertogdom Brabant leidden tot de Brabantse Successieoorlog en de Vrede van Aat.
Kind uit dit huwelijk:
I. Jan van Hattem, geboren vóór 1371 in ? (zie 102216).
204440 Jan Bastaard van Wijck, geboren omstreeks 1360 in ?. Hij is overleden omstreeks 1415 in ?, ongeveer 55 jaar oud.
Hij trouwde met
204441 Geertruyd van Beeckesteijn, geboren omstreeks 1360 in ?. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Jan van Wijck, geboren omstreeks 1400 in ? (zie 102220).
204480 Gerrit Roelofsz Wtenweerde, geboren in ?. Hij is overleden in ?.
Hij trouwde met
204481 Mechteld, geboren in ?. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Jan Gerritse Wtenweerde, geboren in ? (zie 102240).
204488 Gerrit van Culemborg, geboren in 1381 in ?. Hij is overleden op 09-07-1466, 84 of 85 jaar oud.
Notitie: Knape, Hij was Heer van Maurik, verkreeg het leengoed te Muijswinkel groot 56 m2. Heer van Geerestein.

Gezin van Gerrit van Culemborg
Hij is getrouwd met (1) Arnolda Oem Van Zevender rond 1410.
Kind(eren):
1.Gerrit van Culemborg ± 1400-1459

Hij is getrouwd met (2) Gijsbertha van Zuylen rond 1420.
Kind(eren):
1.Huibert van Culemborg ± 1425-1481
2.Hendrik van Culemborg ± 1430-????


Notities bij Gerrit van Culemborg
Gerrit is vermeld tussen 1400 en 1460.
1400: Hij verblijft aan het hof van hertogin Catharina van Gelre, die hem in haar testament een paard of 100 gulden vermaakt.

5-6-1403: Hij ontvangt als aandeel in de gemeenschappelijke boedel het goed Muyswinckel en land onder Maurik.

1415: hij is de bezitter van de tiend Middelparrick te Maurik (AHC 5495).

1-7-1421: Gijsberta is vermeld als dochter van Elsabe van Nijenrode.

27-10-1454: Gijsberta wordt beleend met 14 morgen land dijkvrij, waarvan 12 in de Wynckell onder Maurik en 2 in de "oude wije"; voorts met 6 morgen land in de Huysmaten onder Maurik (AHC 4774, f. 110/110v en 120v).

28-1-1458: Beiden machtigen hun zoon Hubert om twee schuldbrieven van 1441 te gelde te maken.
Heer van Maurik; hij verkreeg op 5 juni 1403 oa. het leengoed te Muijswinkel, groot 56 morgen, en had hierover op 30 mrt. 1459 een geschil met één zijner zoons.
Hij was de bezitter van de tiend Middelparrick te Maurik (1415). Hij zegelde op 9 apr. 1415 namens zijn neef (de heer van Boxmeer) en deelde op 27 mei 1424 de bezittingen met zijn broeders heer Johan III en Peter.

Hij zag op 14 okt. 1433 (met zijn broeder Peter) af van de rechten op het land van de Lek, hun aanbestorven van hun broer Zweder. Heer van Geeresteyn 1438.
Hij zegelde op 2 juni 1453 enige oorkonden en verklaarde op 10 febr. 1460 dat heer Johan III en heer Gerrit II zich hadden gehouden aan de scheidingsbepalingen van 27 mei 1424.
Hij is overleden tusen 10 feb 1460 en de vermelde datum.

16-3-1466: Gijsberta wordt vermeld als weduwe van jonker Gerrit van Culemborg (AHC 1787, f.382-384, R. 1124a, 1126a, 1546a, 1888a en 1889).
Hij trouwde (1), ongeveer 29 jaar oud, omstreeks 1410 in ? met Arnolda Oem van Zevender (1381-1423), ongeveer 29 jaar oud.
Hij trouwde (2), ongeveer 39 jaar oud, omstreeks 1420 in ? met de ongeveer 22-jarige
204489 Gijsberta van Zuijlen van Nijevelt, geboren in 1398 in Hoevelaken. Zij is overleden op 16-03-1466 in Maurik, 67 of 68 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Hubert van Culemborg, geboren omstreeks 1420 in Culemborg (zie 102244).
Generatie 19 (edelgrootouders)
305612 Jan Hodenpijl, geboren omstreeks 1315 in Delft. Hij is overleden in ?.
Hij trouwde, ongeveer 25 jaar oud, in 1340 in Delft met de 20 of 21-jarige
305613 Aleid van der Made, geboren in 1319 in Delft. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Dirk Jansz van Hodenpijl, geboren in 1342 in ? (zie 152806).
305614 Gerard van Heemstede, geboren in 1320 in ?. Hij is overleden in 1380 in ?, 59 of 60 jaar oud.
Notitie: Notities bij Gerard Heer van Heemstede
Ridder; heer van Heemstede. Het huwelijk met Maria van Polanen werd met dispensatie voltrokken.
Vermeld 1344-1373; hij wordt op 6/7 sept. 1345 beleend met het ambacht van Heemstede met recht van de ambachtsheren van Kennemerland, het huis aldaar en alle land erbij, zoals Reinier van Heemstede, zijn vader, het hield. Verder met het hoge gerecht binnen de uiterste gracht van het huis. Op 8 sept. 1358 lijftocht van Maria van Polanen, gehuwd met Gerrit van Heemstede, ridder, op het huis met toebehoren.
Hij trouwde, 25 of 26 jaar oud, op 13-05-1346 in ? met
305615 Maria van Duivenvoorde, geboren in ?. Zij is overleden in ?.
Notitie: Zij kreeg in 1350 van haar oom Willem van Duivenvoorde, 25 pond jaarlijks uit de tienden van Hazerswoude en werd op 4april 1357 beleend met land in Vlaardingen en Maasland, dat haar ook door deze oom was vermaakt.
Zij is weduwe van Johan van Haamstede en Montfoort.
Kind uit dit huwelijk:
I. Machteld van Heemstede, geboren in 1355 in ? (zie 152807).
311296 Gerrit Arentsz van Everdingen, geboren in ?. Hij is overleden in 1435 in ?.
Notitie: Notities bij Gerrit Arentsz. van Everdingen
beleend met een mergen lands op Costbolgerij onder Vianen in ’t land van Hagestein (leenreg. Vianen 1414-20) dit goed gaat in 1435 over op zijn zoon.
Hij trouwde met
311297 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Arent Gerritsz van Everdingen, geboren in 1395 in Everdingen (zie 155648).
402720 Reinald II van Gelre ( De Zwarte ), geboren omstreeks 1295 in ?. Hij is overleden op 12-10-1343 in Arnhem, ongeveer 48 jaar oud. Hij is begraven in Klooster Gravendal bij Goch.
Notitie: Reinoud II (of Reinald II; ca 1295 - Arnhem 12 oktober 1343), bijgenaamd de Zwarte, was graaf van Gelre van 1326 tot 1339 en hertog van Gelre van 1339 tot 1343. Hij was de zoon van graaf Reinoud I en Margaretha van Dampierre (1272-1331), gravin van Vlaanderen.

Hij gaat vanaf het najaar van 1318 gaandeweg steeds meer als plaatsvervanger van zijn vader optreden en volgt hem op als graaf van Gelre en Zutphen (9 okt 1326-12 okt 1343). Hij verovert op de bisschop van Munster Bredevoort, Aalten, Winterswijk en Dinxperlo (1326) en verkrijgt door aankoop de heerlijkheid Kessel (1326) en delen van het Rijkswoud (1331). Hij bevestigt de oude stadsrechten en verleent een aantal nieuwe; verleent voorts landrechten aan de bewoners van de Betuwe, de Tieler- en Bommelerwaard en regelt het dijkonderhoud. Hij lost, op advies van zijn eerste pouissant rijke gemalin, gaandeweg verpande goederen in. Hij verslaat Luikenaren die een inval in zijn gebied doen bij Hasselt op 24 sep 1328; hij sticht bij Arnhem het klooster Monnikenhuizen ter verzoening van het vergoten bloed. Hij sluit met Willem III van Holland het verdrag van Woudrichem (22 juli 1331), waarbij Willem het Nedersticht en hij het Oversticht als invloedssfeer krijgt (en bezet dat dan in 1334). Hij hertrouwt als weduwnaar met Eleanore (Alianora), zuster van de Engelse koning Edward III, in Nijmegen in mei 1322 (?), waardoor hij Tiel, Zandwijk en Herewaarden verkrijgt, hetgeen de samenhang van zijn
gebieden in de rivierstreek verbetert, in ruil voor bepaalde rechten die hij in het land van Heusden bezat. Hij neemt aan Engelse zijde deel aan de, vooreerst weinig succesvol verlopende, gevechten waarmee de Honderdjarige Oorlog met Frankrijk begint. Hij wordt, op aandrang van Edward III, door keizer Lodewijk IV ’de Beier’ verheven in de rijksvorstenstand als hertog van Gelre en graaf van Zutphen te Frankfort op 19 mrt 1333, welke rangsverhoging tot het voeren van een nog grotere staat leidt, waardoor hij (mede door niet vergoede oorlogskosten) in het laatst van zijn regering in grote financiële moeilijkheden geraakt.

Vanaf 1316 regeerde hij als regent over het graafschap Gelre, hij nam in 1318 zijn vader gevangen, dit omdat hij krankzinnig was geworden en bestuurde vervolgens als zoon van de graaf. Hij richtte zich op als wetgever en in 1321 vooral op gewoonterecht. In 1326 overleed zijn vader en Reinoud benoemde zichzelf tot graaf van Gelre en graaf van Zutphen als Reinoud II.

Hij begon een samenwerkingsverband met de Engelse koning en zwager Edward III van Engeland tegen Frankrijk. Hij waarschuwde de Engelsen in 1338 over een Franse vloot die het Zwin naderde. Hij bleef één van Edwards trouwste bondgenoten onder de Duitse prinsen tijdens de eerste fase van de Honderdjarige Oorlog.

Op 19 maart 1339 werd Reinoud II tot Hertog van Gelre en graaf van Zutphen in de Rijksdag in Frankfurt tot de Rijksvorststand verheven en tevens met Oostfriesland beleend. Dit besluit kwam mede tot stand dankzij bemiddeling van Reinoud II tussen de Keizer Lodewijk de Beier, die getrouwd was met de gravin Margaretha van Holland, en Edward III van Engeland, broer van Reinouds vrouw Eleanora van Engeland. In 1342 richtte Reinoud II het klooster Monnikhuizen op.

Hij huwde eerst Sophia Berthout van Mechelen uit het geslacht Berthout, dochter van Floris Berthout en Mechtild van der Mark, en kleindochter van Engelbert I van der Mark. Sophia schonk hem volgende kinderen:

Margaretha (-1344), in 1342 gehuwd met Gerard, zoon van graaf Willem VI van Gulik
Mechteld (-1384) (later gravin van Gelre) in 1336 gehuwd met Godfried van Loon (-1342), in 1348 met graaf Jan van Kleef en in 1372 met Jan II van Blois
Elisabeth (-1376), abdis in Asperden
Maria (-1397), gehuwd met hertog Willem II van Gulik, ouders van de uiteindelijke opvolgingslinie.

In 1331 huwde hij Eleonora (1318-1355), dochter van Eduard II van Engeland.
Ze hadden samen:
Reinoud III (1333-1371), 1e opvolger Gelre
Eduard (1336-1371), 2e opvolger Gelre

Reinoud voerde vier jaar lang een strijd om Bredevoort (1322-1326) die hij uiteindelijk won. In 1326 verleende Reinoud II stadsrechten aan Erkelens en in 1343 aan Venlo.
Hij is weduwnaar van Sophia Berthout van Mechelen (ovl. 1329), met wie hij trouwde (1), ongeveer 25 jaar oud, omstreeks 1320 in ?.
Hij trouwde (2), ongeveer 36 jaar oud, op 20-10-1331 in Nijmegen met de 13-jarige
402721 Eleonora van Engeland, geboren op 18-06-1318 in Woodstock Palace Oxfordshire. Zij is overleden op 22-04-1355 in Deventer, 36 jaar oud.
Notitie: Eleonora van Engeland (18 juni 1318 – 22 april 1355), dochter van koning Eduard II van Engeland en Isabella van Frankrijk. Ze was een jongere zus van Eduard III van Engeland en was de tweede vrouw van hertog Reinoud II van Gelre. Door huwelijksproblemen werd ze van het hof verbannen naar een klooster. Als weduwe was ze regentes voor haar minderjarige zoon Reinoud III van Gelre.

Ze werd geboren op Paleis Woodstock in Oxfordshire, de prinses werd vernoemd na haar grootmoeder Eleanor van Castilië. Voor haar doop werd 333 pond uitgegeven door haar vader. In 1324 werd ze onder voogdij gebracht bij haar nicht Eleanor de Clare en daarna onder voogd van Ralph de Mothermer en Isabella Hastings, samen met haar zus Joan van de Toren in Pleshey. In 1325 waren er onderhandelingen tussen Engeland en Castilië om Eleanor uit te huwelijken aan Alfons XI van Castilië, het huwelijk kreeg geen doorgang vanwege het oneens worden over de bruidsschat.

Eleanora werd toen weer herenigd met haar moeder in 1330 en er werden plannen gemaakt om Eleanor als zowel haar broer Jan van Eltham te laten trouwen met verwanten van Filips VI van Frankrijk, echter vond dit ook geen doorgang.

In mei 1332 huwde Eleanora met Graaf Reinoud II van Gelre, bijgenaamd de zwarte uit het huis Wassenberg, dit huwelijk was geregeld door haar moeders nicht Johanna van Valois. De bruidegom, bekend om zijn donkere kleding en karakter (vandaar de bijnaam de zwarte), was een weduwnaar met vier dochters en stond erom bekend dat hij zijn vader had opgesloten voor meer dan zes jaar.

Toen ze vanaf Sandwich de overtocht maakte naar de Lage landen, bestond haar bruidsschat uit een trouwjurk van Spaanse makelij, met daarbij handschoenen, schoenen, hoofdtooi, een bed en diversen dure goederen. Ze werd goed ontvangen in Gelre voordat ze Reinoud twee jongens schonk:
Reinoud III van Gelre
Eduard van Gelre.
Kind uit dit huwelijk:
I. Reinald III van Gelre, geboren op 13-05-1333 in ? (zie 201360).
402722 Jan III van Brabant, geboren op 20-10-1300 in ?. Hij is overleden op 05-12-1355 in Brussel, 55 jaar oud.
Notitie: Jan III (?, rond 20 oktober 1300 - Brussel, 5 december 1355) was hertog van Brabant en Limburg van 1312 tot 1355, en volgde in die functie zijn vader Jan II op. Vanaf 1327 was hij twaalf jaar lang de heer van Breda.

Onder druk van de steden stond hij op 14 juli 1314 de Waalse Charters toe, waardoor het politieke en financiële bestuur nagenoeg volledig in handen van de steden kwam. Mede door zijn handig manoeuvreren werd de machtspositie van Brabant hierdoor zo groot, dat hij in 1332 en 1334 een heuse blokkade door een machtige coalitie van omringende vorstendommen met succes kon doorstaan. In 1336 werd hij medeheer van Mechelen, een Luikse enclave in Brabant. In de Honderdjarige Oorlog koos Jan III aanvankelijk de zijde van Engeland, om de wolinvoer in zijn hertogdom veilig te stellen, maar vanaf 1345 begon hij naar Frankrijk over te hellen. In 1347 deed hij in Limburg troonsafstand ten voordele van zijn zoon Hendrik. Deze overleed echter twee jaar later, waarna Jan opnieuw hertog van Limburg werd.

Zijn binnenlands beleid werd gekenmerkt door de uitbouw en de versteviging van het machtsapparaat en door de dominante rol van de steden. Wegens het voortijdige overlijden van zijn beide zonen Hendrik (? 1349) en Godfried (? 1352) werd Jan III na zijn dood opgevolgd door zijn oudste dochter Johanna. De betwisting van deze erfregeling door Vlaanderen en Gelre leidde tot de Brabantse Successieoorlog en de Vrede van Aat.

Hij werd op jeugdige leeftijd (in 1311?) uitgehuwelijkt aan Maria van Évreux (1303-1335), dochter van graaf Lodewijk van Évreux. Het paar kreeg volgende kinderen:
Hendrik (-1349)
Godfried (-1352)
Johanna van Brabant (1322-1406), gehuwd met Willem IV van Holland en met Wenceslaus I van Luxemburg,
Margaretha van Brabant (1323-1368), gehuwd met Lodewijk van Male, graaf van Vlaanderen
Maria van Brabant (1325-1399), gehuwd met Reinoud III van Gelre.
Jan (1327-1335)

Naast die uit zijn huwelijk had Jan ook nog een dochter uit een relatie met Ermengarde van den Veene:
Johanna van Daer Achter. Zij trouwde met Costin van Ranst, heer van Mortsel en Edegem. Uit haar huwelijk werd geboren: Hendrik van Ranst, heer van Mortsel, Edegem, Kessel, Vremde en Millegem (1400-voor 1439).

Uit een relatie met een onbekende vrouw had Jan van Brabant nog een zoon:
Arent Brant Jansz heer van Grobbendonk. Hij trouwde met Katrina van Heinsbergen. Uit zijn huwelijk werd geboren: Elisabeth Brant die trouwde met Jan V van der Dussen (ca. 1435-1496) heer van Dussen, Heeraartswaarde en Munsterkerk en schout van Breda

Jan III ligt begraven in de Abdij van Villers.
Hij trouwde, 10 of 11 jaar oud, in 1311 in ? met de 7 of 8-jarige
402723 Maria van Évreux, geboren in 1303 in ?. Zij is overleden op 31-10-1335 in ?, 31 of 32 jaar oud.
Notitie: Maria van Évreux (1303 - 31 oktober 1335) was een dochter van Lodewijk van Évreux en van Margaretha van Artesië. Zij werd op jonge leeftijd, in 1311, uitgehuwelijkt aan de latere hertog Jan III van Brabant. Het paar kreeg volgende kinderen:
Jan (1327-1335)
Hendrik (-1349)
Godfried (-1352)
Johanna van Brabant (1322-1406), eerst gehuwd met Willem IV van Holland en later met Wenceslaus I van Luxemburg
Margaretha van Brabant (1323-1368), gehuwd met Lodewijk van Male, graaf van Vlaanderen
Maria van Brabant (1325-1399), gehuwd met Reinoud III van Gelre.

Haar schoonzonen ontketenden in 1355 de Brabantse Successieoorlog waarbij de (echtgenoten van) de twee jongste dochters het hertogdom Brabant betwistten met de (echtgenoot van) de oudste dochter. Goed twee jaar later
Kind uit dit huwelijk:
I. Maria van Brabant, geboren in 1325 in ? (zie 201361).
402736 Willem van Abcoude, geboren omstreeks 1325 in ?. Hij is overleden in 1407 in ?, ongeveer 82 jaar oud.
Notitie: Hij was Heer van Abcoude en Wijk bij Duurstede.
Hij trouwde (2), ongeveer 45 jaar oud, omstreeks 1370 in ? met Maria De Walcourt.
Hij trouwde (1) met
402737 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Jan Bastaard van Wijck, geboren omstreeks 1360 in ? (zie 201368).
402816 Roelof Wtenweerde, geboren in ?. Hij is overleden in ?.
Hij trouwde met
402817 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Gerrit Roelofsz Wtenweerde, geboren in ? (zie 201408).
402832 Gerard I van Culemborg, geboren omstreeks 1334 in ?. Hij is overleden op 24-05-1394 in ?, ongeveer 60 jaar oud.
Notitie: Gerard I van Culemborg ook wel Gerrit (ca. 1334 - overleden tussen 20 & 28 mei 1394) was heer van Culemborg, Werth en Wertherburg en van de Lek. Hij had ook zitting in de raad van hertog Reinoud III van Gelre.

Hij was een zoon van Hubert II van Culemborg en Jutta (of Judith) van de Lek. Hij werd in 1340 genoemd als ’knape’ en in 1371 kwam hij voor als ’ridder’, had zitting in de raad van de hertog van Gelre. Hij erfde de goederen van zijn moeder, de landerijen van de Lek, te weten de ambachten Krimpen aan de Merwede (= aan de Lek), Krimpen aan den IJssel, Ouderkerk en Zuidbroek. Gerard werd in 1379 beleend met Schalkwijk, Everdingen en Hagestein, in 1390 kwam daar de ’Steenwaard’ van Hondsdijk nog bij. Gerard nam waarschijnlijk deel aan het Beleg van Heusden (1358-1359), mogelijk vanwege tienden of grondbelangen in het gebied.

Gerard huwde in 1371 met Bertrada van Egmont, dochter van Jan I van Egmont; ze kregen de volgende kinderen;
Hubert III van Culemborg (ca.1377-1422), heer van Culemborg
Jan II van Culemborg (ca.1380-1452), heer van Culemborg
Jutta van Culemborg (13??-1428)
Zweder van Culemborg (13??-1433), bisschop van Utrecht
Gerard van Culemborg (1381-1466), heer van Maurik en Geeresteyn, trouwt met Gijsberta van Zuylen van Nijevelt (1375-1438), dochter van Jacob en Elisabeth van Nijenrode.
Mechtild van Culemborg (1382-1414)
Hij trouwde, ongeveer 37 jaar oud, op 06-07-1371 in ? met de 30 of 31-jarige
402833 Bertha van Egmond, geboren in 1340 in Egmond. Zij is overleden in 1413 in ?, 72 of 73 jaar oud.
Notitie: Notities bij Bertha van Egmond

1. huwelijkscontract: 13 december 1360
2. huwelijkscontract: 6 juli 1371
Zij is op 16-08-1393 beleend met Slijckplack en Coerenweert in de Maurik er maalschap (zie GN 1968 blad 252). De borgen voor de huw. voorwaarden met Gerrit van Culemborg waren onder meer: heer Gijsbert van IJsselstein, heer Otto van Leijenberg, Willem van Egmond, Jan van Almelo, Jan van den Vliet en Elias van
Notitie bij publiceren: Woudenberg.
Kind uit dit huwelijk:
I. Gerrit van Culemborg, geboren in 1381 in ? (zie 201416).
402834 Jacob van Zuijlen van Nijevelt, geboren in 1360 in Utrecht. Hij is overleden in 1418 in Utrecht, 57 of 58 jaar oud.
Notitie: Titel: Maarschalk en kastelein

Notities bij Jacob van Zuylen van Nijevelt

Stoutenburch (1393), vermeld in de Ridderschap van Utrecht, raad van de bisschop (1397 en 1414), beleend met Hoevelaken (1402) en Nijeveld (03-02-1403) en heer van Geerestein (1417)
Hij trouwde, 34 of 35 jaar oud, in 1395 in ? met de 32 of 33-jarige
402835 Elisabeth van Nijenrode, geboren in 1362 in Breukelen. Zij is overleden op 18-07-1438 in ?, 75 of 76 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Gijsberta van Zuijlen van Nijevelt, geboren in 1398 in Hoevelaken (zie 201417).
405696 Jan Jansz van Tiel ( van Meteren), geboren omstreeks 1365 in ?. Hij is overleden omstreeks 1440 in ?, ongeveer 75 jaar oud.
Notitie: Hij was schepen in Deil 1402
Hij trouwde, ongeveer 24 jaar oud, omstreeks 1389 in ? met de ongeveer 19-jarige
405697 Elisabeth van Kuyc, geboren omstreeks 1370 in ?. Zij is overleden na 1423 in ?, minstens 53 jaar oud.
Notitie: Zij was erfdochter van Meteren.
Kind uit dit huwelijk:
I. Jan Jansz van Cuyck van Meteren, geboren omstreeks 1395 in ? (zie 202848).
405700 Jan II van Egmond, geboren omstreeks 1385 in ?. Hij is overleden op 04-01-1451 in ?, ongeveer 66 jaar oud.
Notitie: Jan II van Egmont ook wel Jan met de bellen (1385-1451) was heer van Egmont en IJsselstein, ambachtheer van Breul, voogd van Gelre (voor zijn zoon Arnold van Egmont).

Hij was een zoon van Arend van Egmont en Yolanda van Leiningen. Jan wordt voor het eerst vermeld in 1405, als hij wordt gevraagd voor een bijeenkomst in Hagestein. Hij volgt zijn vader op in 1409 als heer van Egmont. Jan II van Egmont werd ook wel Jan met de bellen genaamd, wat sloeg op de belletjes op zijn harnas. De man was een vurige Kabeljauw en dus een vijand van Willem VI en Jacoba van Beieren. Hij verloor zijn landgoederen in de Arkelse oorlog en maakte zich na de dood van Willem VI meester van IJsselstein.
Voor zijn zoon Arnold voerde hij het voogdschap als hertog van Gelre. Jan van Egmont was van 1423 tot 1433, regent van het hertogdom Gelre. Om dit te mogen doen, sloot hij een onderpand af voor de leningen verstrekt aan Jan van Beieren en Filips van Bourgondië. Daarvan kreeg hij de heerlijkheid Leerdam.

Hij was gehuwd met Maria van Arkel, en was vader van:
Arnold (-1473), Hertog van Gelre (door erfenis)
Willem (1412-1483), heer van Egmont, heer van IJsselstein, stadhouder van Gelre, in 1437 getrouwd met Walburga van Moers, dochter van graaf Frederik van Moers.

Door het huwelijk tussen Jan en Maria, verkregen ze van Reinoud IV van Gelre 6000 franse kronen als huwelijksgift.


Notities bij Jan II van Egmond

Hij had de bijnaam ’met de Bellen’ wegens een met bellen versierde gordel, welke hij in de strijd droeg.
Hij komt voor het eerst voor in 1405 als hij, ’die joncheer van Egmont’, nog bij het leven van zijn vader met twintig man tegen Hagestein wordt opgeroepen; het is echter niet gebleken of hij mee ging.
Evenals zijn vader zal hij in twist zijn geraakt met graaf Willem VI, daar hij zijn leven lang de Kabeljauwse tradities van zijn geslacht volgde.
Op 24 juni 1408 bezegelde hij de brief, waarbij zijn vader zich met de graaf verzoende.
Na de dood van zijn vader op 9 sept. 1409 volgde hij deze op in de Egmondse en IJsselsteinse bezittingen en werd aldus een der machtigste edelen uit het graafschap.
Hij was ambachtsheer van de lage heerlijkheid Breul tot 15-04-1413.
De dag voor zijn huwelijk met Maria van Arkel had zij van haar oom, hertog Reinald IV van Gelre, 6000 franse kronen als huwelijksgift gekregen.
Dit huwelijk met een dochter uit het geslacht, dat aan het hoofd van de Kabeljauwse partij en van het verzet tegen Willem VI stond, zou voor heer Jan gewichtige gevolgen hebben, al kwam er ook op de dag van het huwelijk een verdrag tussen Hollan d en Arkel tot stand.
Voorlopig bleef Jan nog raad van de graaf van Holland (oa. op 20-06-1410) en deed deze op 03-10-1411 uitspraak in de twisten tussen de heer van Egmond en de abdij, waarbij eerst genoemde aanzienkijke rechten kreeg, oa. het erfleen van de hoeve waa r het slot op stond, het hoog en laag rechtgebied in die streken, enz.
In het volgend jaar verbonden Arkel en Gelre zich weer tegen Holland, maar de vrede werd spoedig gesloten, zodat de verhouding met Egmond goed bleef en deze nog op 24-05-1413 onder de Hollandse raden wordt genoemd.
Intussen had graaf Willem vernomen dat sommige zijner edelen hem wilden doden en daagde daarom op 02-02-1414 heer Jan van Egmond voor zich. Deze gaf daaraan geen gevolg, de zaak bleef hangende, maar hij schijnt het veiliger gevonden te hebben he t land te ruimen en een wijkplaats te zoeken in Luik, van waar hij op 15-03-1416 aan de graaf een brief zond.
Zes weken later (op 05-05-1416) beval Willem VI de Egmondse goederen in beslag te nemen, hetgeen geschiedde.
Overal werden nu bewaarders en rentmeesters aangesteld en een krijgstocht tegen IJsselstein uitgeschreven, maar kort daarop volgde een verzoening en de dood van Egmond’s vijand Willem VI (mei 1417). Egmond en zijn broeder bezetten daarop het slo t te IJsselstein weer, maar gaven het bij verdrag aan Jacoba over, die het liet verwoesten. De Egmonds verbonden zich toen met Jacoba’s eerzuchtige oom Jan van Beieren, welke zich reeds van de hulp van Gelre had verzekerd.
Egmond maakte zich bij verrassing van het Arkelse Gorkum meester en verdreef er de Hollandse bezetting.
Jacoba snelde echter toe en nam de stad na een hardnekkig beleg in. De Egmonds vielen in haar handen, maar schijnen bij de voorlopige verzoening met Jan van Beieren losgelaten te zijn.
In de volgende jaren van verwarring (1419-1420) komt Jan met zijn broerder als getrouw helper van Jan van Beieren voor.
Intussen was heer Jan in nieuwe twisten geraakt met het klooster van Egmond en had abt Gerard van Ockenberg gedwongen op 30-04-1419 de wijk te nemen naar Utrecht, terwijl hij Jan van Beieren er toe bracht bij het pauselijk hof een klacht tege n de abt in te dienen. Terwijl dit nog hangende was, overleed abt Gerard in 1424 en werd opgevolgd door Willem van Matenesse, die door de heer van Egmond gevangen werd gezet op het kasteel Rosendaal bij Arnhem en vervangen werd door Gijsbert van Vliet, een der creaturen van heer Jan. Abt Gijsbert moest echter in 1427 het veld ruimen voor Matenesse, die later een compromis met de heer van Egmond zou sluiten.
Intussen was in 1423, na de dood van Reinald IV, de oudste zoon van heer Jan van Egmond, Arnout die toen dertien jaar was, tot opvolger aangewezen en werd heer Jan voogd voor zijn zoon over Gelre en Zutfen, maar slechts voor korte tijd.
In de troebele tijden, waarin Holland in dit tijdperk verkeerde, schijn heer Jan grote sommen aan de landsheren te hebben voorgeschoten, zodat hij het slot en de heerlijkheid Leerdam en Buren in pand kreeg en in 1429 met Filips van Bourgondië ee n afrekening maakte, waarbij de schuld aan de heer van Egmond op het aanzienlijke bedrag van 40.000 schilden bepaald werd. Ook kreeg hij nog Bakkum en andere goederen in leen.
Na nog allerlei twisten met het klooster werd eindelijk in 1439 tussen hem en abt Willem van Matenesse een zoen getroffen, onder goedkeuring van paus Eugenius IV, uitgesproken door de hertog van Bourgondië.
De heerlijkheid van Egmond werd daardoor geheel van het klooster afgescheiden, onder protest echter van de abt. Aangezien de zaak blijkbaar toen allesbehalve regelmatig in haar werk is gegaan, duurden de twisten nog jaren, hetgeen nog verergerd we rd door de onenigheden onder de kloosterbroeders.
Heer Jan liet - naar sommigen willen om het aanzien van het klooster te verzwakken - de kapel in zijn slot vergroten en verbond er een kapittel van zes kanunniken aan.
Na zijn dood liet zijn kleinzoon Jan boven zijn graf een tombe oprichten. Abdij van Egmond;
toegangsnummer: 356; 4. Regestenlijst: 9601437 Mei 8 (in Haga comitis in curia Hollandie in camera ibidem consulum)
De notarissen Bertoldus Nycholai en Johannes Odzeri instrumenteren, dat heer Willem de Matenesse, abt, Jacobus Eelman, prior, en Helyas de Alcmade, priesters en geprofeste monniken van het klooster van Egmonde, gemachtigden van het convent enerzij ds en heer Johannes, heer van Egmonde, mede uit naam van de buren van Egmond anderzijds, vóór Hugo de Lannoy, heer van Santes, Wilhelmus de Egmonda, heer van Yselsteyn, Florencius de Abeel, Gererdus de Zijl, allen ridders, broeder Johannes van Neck van de orde der Predikheren, Wilhelmus, heer van Naeldwijc, Florencius de Kijfhoeck, Mr. Henricus Utenhove, Johannes de Boeckhorst en Johannes de Mije, raden van den Groten Raad van de hertog van Bourgundia en vóór hen, notarissen, verklaard hebben, dat zij een compromis gesloten hebben, waarbij zij hun geschillen over de heerlijkheid (temporale dominium) van Egmond en andere rechten en goederen, welke door heer Geryt van Zijl, ridder, en Florys van Kijfhoeck (namens abt en convent), en broeder Jan van Neck en Jan van der Mye (namens den heer van Egmond) onderzocht zijn, thans aan den hertog of den heer van Santes en den Raad ter beslissing opdragen, terwijl zij beloven de uitspraak te zullen nakomen op verbeurte van 4000 mark zilver.
a. Oorspr. (Inv.no. 107). Met de handmerken van de notarissen en de zegels van den abt, het convent en den heer van Egmond alle in rode was.
b. Oorspr. (Inv.no. 107). Met de handmerken van de notarissen en de zegels van den abt, het convent en den heer van Egrnond in rode was. Deze woorden van het compromis zijn hierin in het Nederlands gesteld. 9671437 September 24
Philips, hertog van Bourgongnen, uitspraak doende in het geschil tussen abt en convent van Egmond enerzijds en den heer van Egmond, mede namens de buren van Egmond, anderzijds, welk geschil door partijen aan hem ter beslissing opgedragen was, bepa alt o.a., dat de heer van Egmond zijn goed en heerlijkheid van Egmond in leen ontvangen zal van de abdij, zoals hij dit voordien van de grafelijkheid in leen ontvangen heeft; dat deze evenzo tal houden het advocaatschap, en de wagendiensten in Rynnegon, die aan de abdij te voren bewezen werden, de landwinningen, erfenissen van besterften en de erfhuren in Egmond en Rynnegom, welke tegen zilver, peper, kapoenen, hoenderen, eieren, schotels en moutgeld uitgegeven zijn; dat de wagendiensten binnen Egmond, welke op 18½ wagendienst gesteld waren, tegen een erftente van 4 gouden Vrancrijksche kronen voor elke wagendienst afgekocht zullen worden; dat de abdij de verdere huren van erven in Egmond zal behouden, waarvoor zij den heer van Egmond een lijst van de erven zal overleveren en dat deze vrij zullen zijn van de lasten, welke de heer van Egmond vaststelt, behalve de goederen, die de abdij na dezen binnen Egmond verwerven zal; met verdere bepalingen over de invordering van schulden binnen Egmond, de berechting van misdaden binnen het klooster, over de verhouding van de parochiekerk tot de abdij, over diensten van de buren van Egmond en Rinnegom met bedden, dekens, enz.; over de teruggave van de handvesten en brieven van de abdij, die de heer van Egmond onder zich had, voorzover deze brieven niet door deze uitspraak krachteloos waren geworden.
a. Oorspr. (Inv.no. 107). Met de geschonden zegels in rode was van den oorkonder (voor Holland), van Willem van Matenesse, abt, en het gemene convent van Egmond, en van Jan, heer van Egmond.
b. Afschrift (Inv.no. 107).
c. Afschrift (Inv.no. 111).
9931440 Maart 7 (in camera posteriore abbatie)
Notaris Albertus Folkeri de Enchusen instrumenteert, dat Wilhelmus, abt van het klooster van S. Adalbertus in Egmonda, ter voldoening aan de arbitrale uitspraak van Philippus, hertog van Bourgondia in de geschillen tussen den abt en Johannes, hee r van Egmonda, ten behoeve van laatstgenoemde een lijst geeft van de goederen van het klooster, die gelegen zijn in den ban van Egmonda, van de caritaatlanden in den ban van Rinnegom, van de goederen, waarvoor de buren van Egmonda aan het klooster vroeger wagendiensten en zij thans dienstpenningen schuldig zijn, alsmede van de gasthuisgoederen.
a. Oorspr. (Inv.no. 107). Met het handmerk van den notaris.
b. Oorspr. (Inv.no. 107). Met het handmerk van den notaris.
10601450 juli 15
Philips, hertog van Bourgoingen, uitspraak doende in het geschil tussen den abt van Egmonde en den heer van Egmonde over de duinplanting, verklaart, dat de abt van Egmonde voor zijn landen niet gehouden zal zijn tot duinplanting; dat de goederen , die hiervoor in beslag genomen waren, gerestitueerd zouden worden en veroordeelt den heer van Egmond in de kosten.
Oorspr. (Inv.no. 622). Met het zegel in rode was van den hertog.
10611450 juli 31
Philips, hertog van Bourgoingen, authoriseert den eersten deurwaarder van zijn Raad in Hollant om ingevolge de uitspraak door dien Raad tussen den heer van Egmond en den abt van Egmond gedaan, Gijsbert van den Huele, schout van Egmond en enige me t name genoemde andere personen te bevelen de landerijen, die terwille van de duinplanting aan den abt onttrokken waren, weder terug te geven.
Oorspr. (Inv.no. 622). Met het opgedrukte signet in rode was van den hertog.
10621450 September 24 (Assisii)
Paus Nicolaus draagt, naar aanleiding van het verzoek van den heer van Egmond, van inwoners van Egmond, van deken en kapittel van de collegiaatkerk aldaar en van den als rector benoemden Simon om de apostolische bekrachtiging te geven aan de besch ikking van den deken van de S. Pancratiuskerk in Oestvoern en de tot parochiekerk verheven kerk te doen wijden, den abt van Middelburg op, zich op de hoogte te stellen en de gevraagde bekrachtiging te geven en de wijding te laten geschieden.
Gelijktijdig afschrift (Inv.no. 701).
10641450 November 14
Zegslieden in het geschil tussen den abt van Egmond en de buren van Egmond aangaande gewelddaden, door laatstgenoemden gepleegd tegen het klooster, veroordelen de buren tot betaling van een som van 80 Rijnse guldens aan het klooster en vijf van hen bovendien tot het vragen van vergiffenis, terwijl zij een kaars van ½ pond was zullen offeren.
a. Oorspr. (Inv.no. 134). Met het zegel van Johan, heer van Egmond, ten verzoeke van de schepenen van het land van Egmond.
b. Afschrift (Inv.no. 3, fol.121).
Hij trouwde, ongeveer 24 jaar oud, op 24-06-1409 in ? met de ongeveer 24-jarige
405701 Maria van Arkel, geboren omstreeks 1385 in ?. Zij is overleden op 19-07-1415 in IJsselstein, ongeveer 30 jaar oud.
Notitie: Maria van Arkel (? - IJsselstein, 18 juli 1415) was een dochter van Jan V van Arkel en Johanna van Gulik.

Zij huwde met Jan II van Egmond (1385-1451), en werd de moeder van:
Arnold (-1473)
Willem (1412-1483), stadhouder van Gelre, in 1437 getrouwd met Walburga van Moers, dochter van graaf Frederik van Moers en Engelberta van Kleef.
Kind uit dit huwelijk:
I. Willem van Egmond, geboren op 26-01-1412 in ? (zie 202850).
405702 Frederik IV van Meurs, geboren in 1376 in ?. Hij is overleden omstreeks 1448 in ?, ongeveer 72 jaar oud.
Hij trouwde in ? met
405703 Engelberta van Kleef, geboren omstreeks 1385 in ?. Zij is overleden in 1458 in ?, ongeveer 73 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Walburga van Meurs, geboren in ? (zie 202851).
408576 N.N. van Westriene, geboren omstreeks 1375 in ?. Hij is overleden in ?.
Hij trouwde met
408577 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Lubbert van Westriene, geboren omstreeks 1400 in Neder-Betuwe (zie 204288).
408864 Reinald II van Gelre ( De Zwarte ), geboren omstreeks 1295 in ?. Hij is overleden op 12-10-1343 in Arnhem, ongeveer 48 jaar oud. Hij is begraven in Klooster Gravendal te Goch.
Notitie: Notities bij Reinoud II "de Zwarte" Gelre

Reinoud II (of Reinald II; ca 1295 - Arnhem 12 oktober 1343), bijgenaamd de Zwarte, was graaf van Gelre van 1326 tot 1339 en hertog van Gelre van 1339 tot 1343. Hij was de zoon van graaf Reinoud I en Margaretha van Dampierre (1272-1331), gravin van Vlaanderen.

Hij gaat vanaf het najaar van 1318 gaandeweg steeds meer als plaatsvervanger van zijn vader optreden en volgt hem op als graaf van Gelre en Zutphen
(9 okt 1326-12 okt 1343). Hij verovert op de bisschop van Munster Bredevoort, Aalten, Winterswijk en Dinxperlo (1326) en verkrijgt door aankoop de heerlijkheid Kessel (1326) en delen van het Rijkswoud (1331). Hij bevestigt de oude stadsrechten en verleent een aantal nieuwe; verleent voorts landrechten aan de bewoners van de Betuwe, de Tieler- en Bommelerwaard en regelt het dijkonderhoud. Hij lost, op advies van zijn eerste puissant rijke gemalin,
gaandeweg verpande goederen in. Hij verslaat Luikenaren die een inval in zijn gebied doen bij Hasselt op 24 sep 1328; hij sticht bij Arnhem het klooster Monnikenhuizen ter verzoening van het vergoten bloed. Hij sluit met Willem III van Holland het verdrag van Woudrichem (22 juli 1331), waarbij Willem het Nedersticht en hij het Oversticht als invloedssfeer krijgt (en bezet dat dan in 1334). Hij hertrouwt als weduwnaar met Eleanore (Alianora), zuster van de Engelse koning Edward III, in Nijmegen in mei 1322 (?), waardoor hij Tiel, Zandwijk en Herewaarden verkrijgt, hetgeen de samenhang van zijn gebieden in de rivierstreek verbetert, in ruil voor bepaalde rechten die hij in het land van Heusden bezat. Hij neemt aan Engelse zijde deel aan de, vooreerst weinig succesvol verlopende, gevechten waarmee de Honderdjarige Oorlog met Frankrijk begint. Hij wordt, op aandrang van Edward III, door keizer Lodewijk IV ’de Beier’ verheven in de rijksvorstenstand als hertog van Gelre en graaf van Zutphen te Frankfort op 19 mrt 1333, welke rangsverhoging tot het voeren van een nog grotere staat leidt, waardoor hij (mede door niet vergoede oorlogskosten) in het laatst van zijn regering in grote financiële moeilijkheden geraakt.
Notitie bij publiceren: Reinoud II (of Reinald II; ca 1295 – Arnhem 12 oktober 1343), bijgenaamd de Zwarte, was graaf van Gelre van 1326 tot 1339 en hertog van Gelre van 1339 tot 1343. Hij was de zoon van graaf Reinoud I en Margaretha van Dampierre (1272-1331), gravin van Vlaanderen.

Huwelijk en kinderen

Wapen van Reinald II zoals weergegeven in het Wapenboek Gelre
Hij huwde eerst Sophia Berthout van Mechelen uit het geslacht Berthout, dochter van Floris Berthout en Mechtild van der Mark, en kleindochter van Engelbert I van der Mark. Sophia schonk hem volgende kinderen:

Margaretha (-1344), in 1342 gehuwd met Gerard, zoon van graaf Willem VI van Gulik
Mechteld (-1384) (later gravin van Gelre) in 1336 gehuwd met Godfried van Loon (-1342), met graaf Jan van Kleef en met Jan II van Blois
Elisabeth (-1376), abdis in Asperden
Maria (-1397), gehuwd met hertog Willem II van Gulik, ouders van de uiteindelijke opvolgingslinie.

Later huwde hij Eleonora (1318-1355), dochter van Eduard II van Engeland.
Ze hadden samen:

Reinoud III (1333-1371), 1e opvolger Gelre
Eduard (1336-1371), 2e opvolger Gelre

Reinoud voerde vier jaar lang een strijd om Bredevoort (1322-1326) die hij uiteindelijk won. In 1326 verleende Reinoud II stadsrechten aan Erkelens en in 1343 aan Venlo.
Hij is weduwnaar van Sophie Berthout van Mechelen (ovl. 1329), met wie hij trouwde (1), ongeveer 25 jaar oud, omstreeks 1320 in ?.
Hij trouwde (2), ongeveer 36 jaar oud, op 20-10-1331 in Nijmegen met de 13-jarige
408865 Eleonora van Engeland, geboren op 18-06-1318 in Woodstock Palace Oxfordshire. Zij is overleden op 22-05-1355 in Deventer, 36 jaar oud.
Notitie: Eleonora van Engeland (18 juni 1318 – 22 april 1355), dochter van koning Eduard II van Engeland en Isabella van Frankrijk. Ze was een jongere zus van Eduard III van Engeland en was de tweede vrouw van hertog Reinoud II van Gelre. Door huwelijksproblemen werd ze van het hof verbannen naar een klooster. Als weduwe was ze regentes voor haar minderjarige zoon Reinoud III van Gelre.

Ze werd geboren op Paleis Woodstock in Oxfordshire, de prinses werd vernoemd na haar grootmoeder Eleanor van Castilië. Voor haar doop werd 333 pond uitgegeven door haar vader. In 1324 werd ze onder voogdij gebracht bij haar nicht Eleanor de Clare en daarna onder voogd van Ralph de Mothermer en Isabella Hastings, samen met haar zus Joan van de Toren in Pleshey. In 1325 waren er onderhandelingen tussen Engeland en Castilië om Eleanor uit te huwelijken aan Alfons XI van Castilië, het huwelijk kreeg geen doorgang vanwege het oneens worden over de bruidsschat.

Eleanora werd toen weer herenigd met haar moeder in 1330 en er werden plannen gemaakt om Eleanor als zowel haar broer Jan van Eltham te laten trouwen met verwanten van Filips VI van Frankrijk, echter vond dit ook geen doorgang.

In mei 1332 huwde Eleanora met Graaf Reinoud II van Gelre, bijgenaamd de zwarte uit het huis Wassenberg, dit huwelijk was geregeld door haar moeders nicht Johanna van Valois. De bruidegom, bekend om zijn donkere kleding en karakter (vandaar de bijnaam de zwarte), was een weduwnaar met vier dochters en stond erom bekend dat hij zijn vader had opgesloten voor meer dan zes jaar.

Toen ze vanaf Sandwich de overtocht maakte naar de Lage landen, bestond haar bruidsschat uit een trouwjurk van Spaanse makelij, met daarbij handschoenen, schoenen, hoofdtooi, een bed en diversen dure goederen. Ze werd goed ontvangen in Gelre voordat ze Reinoud twee jongens schonk:
Reinoud III van Gelre
Eduard van Gelre.
Notitie bij publiceren: Eleonora van Engeland, 1318-1355
Gravin (vanaf 1339 hertogin) van Gelre en gravin van Zutphen

Een roerige jeugd in Engeland.
Eleonora, of Alianora, wordt geboren op 18 juni 1318 op kasteel Woodstock (bij Oxford) en wordt ook wel Eleonora van Woodstock genoemd. Zij is het derde kind en oudste dochter van koning Edward II van Engeland (1284-1327) en Isabella van Frankrijk (ca. 1292-1358). Als zij opgroeit, verkeert Engeland in een diepe crisis. Het is het tijdperk van William Wallace en Robert Bruce die het in Schotland de Engelse kroon moeilijk maken.
In maart 1325 vertrekt haar moeder naar Frankrijk en neemt haar oudste zoon Edward III mee. Eleonora en haar zusje blijven achter en staan in Bristol onder toezicht van een vertrouweling van Edward II.
Vanuit Frankrijk bereidt Isabella een invasie voor samen met de graaf van Holland en haar minnaar Roger Mortimer. In oktober 1326 grijpen ze de macht in Engeland. Edward III wordt als wettige koning geinstalleerd.

Politieke huwelijkskandidaten
Als Eleonora tien jaar oud is, komt ze onder toezicht van haar schoonzuster koningin Philippa van Henegouwen te staan. De roerige tijd is nog niet voorbij, want in 1327 wordt haar vader Edward II vermoord en in 1330 wordt haar moeder Isabelle als regentes afgezet. Roger Mortimer wordt hierbij onthoofd. Haar broer Edward III neemt de macht in eigen handen. Als Eleonora twaalf wordt, geeft Edward III een groot feest, want nu is zij volwassen. Ze krijgt haar eigen hofhouding en is nu een huwbare prinses.
Edward II had haar toen ze zes jaar was al voorbestemd om met de troonopvolger in Castilië te trouwen als onderdeel van een dubbelhuwelijk. Edward III zou dan in dit arrangement met een Castiliaanse prinses trouwen. De partijen kunnen het niet eens worden en Edward II besluit dat zij in plaats daarvan met de dauphin (Franse troonopvolger) moet trouwen. Als dit eveneens niet lukt, is de infante (troonopvolger van Aragon) het volgende doel. Ook dit ketst af.

Uitgehuwd aan Reinald II
Na deze drie mislukte onderhandelingen met adel van koninklijke hoogte komt er een graaf in beeld. Reinald II van Gelre, op dat moment twee jaar weduwnaar en nog zonder troonopvolger, wordt door de graaf van Holland en de Duitse koning naar voren geschoven. Reinald II is dan veertig jaar oud en moet flink betalen voor de Engelse prinses.
In 1331 trekken drie voorname Gelderse edelen, de heren van Cuyk, van Heeswijk en van Mierlar, naar het Engelse hof om voor hun graaf de hand van Eleonora te vragen. De naam van de Gelderse graaf heeft inmiddels zo’n goede klank dat Edward III met vreugde instemt. Hij kan een politieke bondgenoot ten noorden van Frankrijk wel gebruiken. Als het huwelijk bij volmacht wordt voltrokken belooft de koning in het huwelijkscontract vrije overtocht, een geheel ameublement voor haar woning en 10.000 pond sterling. Graaf Reinald II verzekert haar een jaarlijks inkomen van 14.000 Vlaamse ponden uit de belastingen van de Veluwe, om haar staat als gravin op te houden, plus een weduwegoed mocht hij voor haar komen te overlijden. Hoge bedragen, aanzienlijk meer dan gebruikelijk in Gelderse kringen. Verder wordt bepaald dat de vier dochters uit Reinald II’s eerdere huwelijk bij erfopvolging worden gepasseerd door Eleonora’s kinderen. Een sterk staaltje huwelijkspolitiek.
Als alles geregeld is, komt Eleonora van alle gemakken voorzien van Engeland naar Gelre in een statiewagen, voorzien van de wapens van Engeland en Gelre en voortgetrokken door vijf paarden. Op 5 mei 1332 steekt zij vanuit Dover over. Zij zal nooit meer in Engeland terugkomen. Na een tocht van vele dagen komt ze op 17 mei in Nijmegen aan. Voor de bruiloft neemt Reinald II nog even deel aan de oorlog van Philips VI van Frankrijk tegen Brabant. Net op tijd is hij terug voor de bruiloft.

Een grote bruiloft
De bruiloft wordt op 22 mei 1332 met veel pracht en praal in Nijmegen in de Sint-Stevenskerk ingezegend door Jan van Diest, bisschop van Utrecht. Reinald II is nu een vermogend en belangrijk man en zijn bruid is niet minder belangrijk. Alle edelen uit Gelre en Zutphen zijn aanwezig. Zij kunnen het zich niet permitteren weg te blijven. Het feest dient tevens als bevestiging van Reinald II’s macht en rijkdom.
Ter ere van de jonge gravin, zij is als ze trouwt veertien jaar, wordt een groot steekspel gegeven. Een menigte zangers en speellieden zijn in Nijmegen aangekomen, die met hun luiten, vedels, tamboerijnen en trompetten het volk vermaken. Ook zijn er "kamerspelers" (toneelspelers) die gebeurtenissen uit de bijbelse of wereldlijke geschiedenis naspelen. Dergelijke artiesten zijn nog nooit in Gelre geweest, zodat hun verschijning een enorme indruk op de bevolking moet hebben gemaakt. Het feest duurt enkele dagen. Na het feest neemt het paar intrek in het nieuwe kasteel Rosendael. Dit kasteel zal Eleonora’s favoriete verblijfplaats worden in Gelre.

Echtgenoten
Over hun leven samen is zo goed als niets bekend. In achtergrond verschillen ze veel, de taal alleen al is een barrierre. Al zullen beiden de voertalen aan het hof, Frans en Latijn, kunnen spreken. Onbekend is of Eleonora Gelders heeft geleerd; ze zal in ieder geval wel enkele Engelse hofdames hebben gehad, waarmee ze in haar moedertaal kan spreken. Reinald II stuurt haar geregeld allerlei lekkernijen zoals zalm, kastanjes en peertjes en correspondeert regelmatig met haar. Ze blijken ondanks het leeftijdsverschil van 23 jaar wel met elkaar op te kunnen schieten.
Eleonora verblijdt Reinald II met twee zoontjes, Reinald III, geboren op 13 mei 1333, en Eduard, geboren op 12 maart 1336.

"Oortuyters en snoode raadgevers"
Omstreeks 1343 is het huwelijksgeluk bekoeld, volgens het overgeleverde verhaal van de Duitse dominicaan Hendrik van Herford. Nederlandse bronnen doen er het zwijgen toe. Hendrik van Herford zal zijn informatie wel van zijn Nijmeegse confraters hebben gekregen. Niettemin...
"Oortuyters en snoode raadgevers" blazen de kersverse hertog in het oor dat zijn gemalin, die een hoogrode gelaatskleur heeft, is besmet met melaatsheid. Een ziekte die in de middeleeuwen zeer gevreesd wordt. Iedere stad heeft wel een gesticht buiten de poort, waar de zieken streng worden afgezonderd, of ze wonen afgezonderd in een aparte straat. In Zutphen is nog een Melatensteeg waar de laatste Zutphense leproos heeft gewoond. Slechts op bepaalde dagen mogen ze met een gele band om het hoofddeksel en een bedelnap en klep in de hand de stad in om giften te verzamelen.
Reinald II gelooft de praatjes en laat Eleonora aan haar lot over. Met deze verwijdering kan zij echter niet leven en ze besluit voor haar rechten op te komen.

De naakte waarheid
Eleonora woont met haar beide kinderen meestal op kasteel Rosendael dat ze bijna geheel nieuw laat opbouwen en verfraaien. Ze heeft hier een grote hofhouding. Ze lijdt er echter onder dat haar man haar links laat liggen door zo’n gemene roddel. Om te trachten een eind aan de verwijdering te maken gaat ze te voet, nadat ze lange tijd te Rosendael op haar man heeft gewacht, met haar twee kinderen naar Nijmegen. Ze weet dat Reinald II daar de voornaamste raden ter vergadering bijeen heeft geroepen. Met aan iedere hand een zoontje komt Eleonora plotsklaps de vergaderzaal van het Valkhof binnenvallen.
Bij haar binnenkomst beginnen de aanwezigen onrustig op hun stoel te schuiven. Heeft ze niet een besmettelijke ziekte? Ze willen protesteren, maar voordat ze een kik kunnen geven werpt Eleonora de mantel die haar omhult af en vervolgens haar fijne zijden onderkleed. De raden vallen stil, het is hun wel duidelijk geworden dat er geen ziekelijke vrouw voor hun neus staat, maar een vrouw in de bloei van haar leven. Zij is op dat moment ongeveer 25 jaar, ook voor middeleeuwse begrippen een jonge vrouw.

De voorspelling
Met blote boezem staat ze fier rechtop voor de hertog en zegt:
"Mijn Heer, hier ben ick, deemoedelijk en vorderende, dat over ’t gebreck van mijn lichaam my aengestreden kennisgenoomen werde, en oogenschijn of ick eenigh quaed zeer ofte vuyligheyd op en onder de leeden hebbe, dan eer gaef en fris ben, gelijk een vrouw behoord te weesen. Die hier aen mijn zijd staen zijn onse kinderen, die van gestaltenis en zeeden hun vader niet en zijn te ontkennen. Zulke vruchten hadden wy buyten twijffel meer byeen verweckt, indien de klappers tusschen beyde niet waren gelopen. Daer sal een tijd koemen, dat Gelderland, ziende hare Vorsten met ons zaed uitgestorven, dese scheydinge sal betraenen."
Reinald II en zijn raden zijn diep getroffen. De blozende edelen weten zich met zo’n confronterende naaktheid geen raad. Zij durven niet naar Reinald II te kijken en nog minder naar zijn ontblote vrouw. Na deze affaire verzoent Reinald II zich met Eleonora. Blijkbaar kan hij haar moed wel waarderen. Op kasteel Rosendael wordt een groot verzoeningsfeest gegeven. Niet lang daarna sterft Reinald II op 12 oktober 1343.

Uitkomst van de voorspelling
Eleonora overleeft haar man twaalf jaar en treedt als regentes op voor Reinald III, totdat deze twaalf wordt. Na oktober 1344 treedt ze uit het openbare leven terug. Conform de afspraken ontvangt ze haar weduwegoed: de hertogelijke domeinen rond Elst en de gehele Veluwe. Zij noemt zich voortaan ’vrouwe van Veluwe’. In die hoedanigheid vaardigt ze oorkonden uit, stelt ze functionarissen aan en slaat ze haar eigen munten.
Zij zal met leedwezen de oorlogen tussen haar beide zoons hebben bekeken. Geldersen bevechten elkaar in een burgeroorlog en zullen nooit meer de rust kennen die het onder Reinald II heeft gekend. In 1349/50 slaat bovendien de pest toe in Gelre. Haar voorspelling wordt al te waar.

Geestelijke begunstiging
Verschillende kloostergemeenschappen begiftigt zij met geschenken. Bovendien is zij betrokken bij de stichting van diverse kloosters. Aan het eind van haar leven wil zij alle clarissenkloosters in de buurt bezoeken. Zij heeft afstand genomen van de concurrerende bedelorde de dominicanen, ten gunste van de fransiscanen. Dat de domicanen onaardige berichten over haar rondbazuinen, zal daar debet aan zijn.
Eleonora verlaat Rosendael en gaat in Deventer wonen. Op 22 april 1355 op 36-jarige leeftijd overlijdt ze en wordt ze in de kerk van het door haar gestichte klooster der minderbroeders voor het hoge altaar begraven. In 1865 is de reusachtige zerk die haar graf dekt naar de ingang voor de kerk verplaatst. Als gevolg daarvan zijn de wapens en inscripties op de steen geheel weggesleten. Gelukkig is in het begin van de twintigste eeuw de grafsteen in de Broederenkerk tegen de muur geplaatst, zodat verdere beschadiging wordt voorkomen. Haar naam is voor eeuwig aan de Gelderse geschiedenis verbonden.
Eleonora van Engeland is in de Middeleeuwen een opmerkelijk sterke vrouw, die voor haar rechten opkomt en derhalve haar tijd ver vooruit is.
Kind uit dit huwelijk:
I. Reinald III van Gelre, geboren op 13-05-1333 in ? (zie 204432).
408866 Jan III van Brabant, geboren op 20-10-1300 in ?. Hij is overleden op 05-12-1355 in Brussel, 55 jaar oud. Hij is begraven in Abdij van Villers.
Notitie: Jan III (?, rond 20 oktober 1300 - Brussel, 5 december 1355) was hertog van Brabant en Limburg van 1312 tot 1355, en volgde in die functie zijn vader Jan II op. Vanaf 1327 was hij twaalf jaar lang de heer van Breda.

Onder druk van de steden stond hij op 14 juli 1314 de Waalse Charters toe, waardoor het politieke en financiële bestuur nagenoeg volledig in handen van de steden kwam. Mede door zijn handig manoeuvreren werd de machtspositie van Brabant hierdoor zo groot, dat hij in 1332 en 1334 een heuse blokkade door een machtige coalitie van omringende vorstendommen met succes kon doorstaan. In 1336 werd hij medeheer van Mechelen, een Luikse enclave in Brabant. In de Honderdjarige Oorlog koos Jan III aanvankelijk de zijde van Engeland, om de wolinvoer in zijn hertogdom veilig te stellen, maar vanaf 1345 begon hij naar Frankrijk over te hellen. In 1347 deed hij in Limburg troonsafstand ten voordele van zijn zoon Hendrik. Deze overleed echter twee jaar later, waarna Jan opnieuw hertog van Limburg werd.

Zijn binnenlands beleid werd gekenmerkt door de uitbouw en de versteviging van het machtsapparaat en door de dominante rol van de steden. Wegens het voortijdige overlijden van zijn beide zonen Hendrik (? 1349) en Godfried (? 1352) werd Jan III na zijn dood opgevolgd door zijn oudste dochter Johanna. De betwisting van deze erfregeling door Vlaanderen en Gelre leidde tot de Brabantse Successieoorlog en de Vrede van Aat.

Hij werd op jeugdige leeftijd (in 1311?) uitgehuwelijkt aan Maria van Évreux (1303-1335), dochter van graaf Lodewijk van Évreux. Het paar kreeg volgende kinderen:
Hendrik (-1349)
Godfried (-1352)
Johanna van Brabant (1322-1406), gehuwd met Willem IV van Holland en met Wenceslaus I van Luxemburg,
Margaretha van Brabant (1323-1368), gehuwd met Lodewijk van Male, graaf van Vlaanderen
Maria van Brabant (1325-1399), gehuwd met Reinoud III van Gelre.
Jan (1327-1335)

Naast die uit zijn huwelijk had Jan ook nog een dochter uit een relatie met Ermengarde van den Veene:
Johanna van Daer Achter. Zij trouwde met Costin van Ranst, heer van Mortsel en Edegem. Uit haar huwelijk werd geboren: Hendrik van Ranst, heer van Mortsel, Edegem, Kessel, Vremde en Millegem (1400-voor 1439).

Uit een relatie met een onbekende vrouw had Jan van Brabant nog een zoon:
Arent Brant Jansz heer van Grobbendonk. Hij trouwde met Katrina van Heinsbergen. Uit zijn huwelijk werd geboren: Elisabeth Brant die trouwde met Jan V van der Dussen (ca. 1435-1496) heer van Dussen, Heeraartswaarde en Munsterkerk en schout van Breda

Jan III ligt begraven in de Abdij van Villers.
Hij trouwde, 10 of 11 jaar oud, in 1311 in ? met de 7 of 8-jarige
408867 Maria van Évreux, geboren in 1303 in ?. Zij is overleden op 31-10-1335 in ?, 31 of 32 jaar oud.
Notitie: Maria van Évreux (1303 - 31 oktober 1335) was een dochter van Lodewijk van Évreux en van Margaretha van Artesië. Zij werd op jonge leeftijd, in 1311, uitgehuwelijkt aan de latere hertog Jan III van Brabant. Het paar kreeg volgende kinderen:
Jan (1327-1335)
Hendrik (-1349)
Godfried (-1352)
Johanna van Brabant (1322-1406), eerst gehuwd met Willem IV van Holland en later met Wenceslaus I van Luxemburg
Margaretha van Brabant (1323-1368), gehuwd met Lodewijk van Male, graaf van Vlaanderen
Maria van Brabant (1325-1399), gehuwd met Reinoud III van Gelre.

Haar schoonzonen ontketenden in 1355 de Brabantse Successieoorlog waarbij de (echtgenoten van) de twee jongste dochters het hertogdom Brabant betwistten met de (echtgenoot van) de oudste dochter. Goed twee jaar later werd die ’familieruzie’ bijgelegd
Kind uit dit huwelijk:
I. Maria van Brabant, geboren in 1325 in ? (zie 204433).
408880 Willem van Abcoude, geboren omstreeks 1325 in ?. Hij is overleden in 1407 in ?, ongeveer 82 jaar oud.
Notitie: Hij was Heer van Abcoude en Wijck bij Duurstede
Hij trouwde met
408881 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Jan Bastaard van Wijck, geboren omstreeks 1360 in ? (zie 204440).
408960 Roelof Wtenweerde, geboren in ?. Hij is overleden in ?.
Hij trouwde met
408961 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Gerrit Roelofsz Wtenweerde, geboren in ? (zie 204480).
408976 Gerard I van Culemborg, geboren omstreeks 1334 in ?. Hij is overleden op 28-05-1394 in ?, ongeveer 60 jaar oud.
Notitie: Beroep: heer van de Leck, Werth en Wertherbruch, Culemborg en Schalkwijk.
Hij trouwde, ongeveer 37 jaar oud, op 06-07-1371 in ? met de 30 of 31-jarige
408977 Bertha van Egmond, geboren in 1340 in Egmond. Zij is overleden in 1413 in ?, 72 of 73 jaar oud.
Notitie: Notities bij Bertha van Egmond

1. huwelijkscontract: 13 december 1360
2. huwelijkscontract: 6 juli 1371
Zij is op 16-08-1393 beleend met Slijckplack en Coerenweert in de Maurik er maalschap (zie GN 1968 blad 252). De borgen voor de huw. voorwaarden met Gerrit van Culemborg waren onder meer: heer Gijsbert van IJsselstein, heer Otto van Leijenberg, Willem van Egmond, Jan van Almelo, Jan van den Vliet en Elias van Woudenberg.
Kind uit dit huwelijk:
I. Gerrit van Culemborg, geboren in 1381 in ? (zie 204488).
408978 Jacob van Zuylen van Nijevelt, geboren in 1360 in Utrecht. Hij is overleden in 1418 in Utrecht, 57 of 58 jaar oud.
Notitie: Hij was Heer van Nijeveld en Hoevelaken, Geerestein.
Van beroep was hij maarschalk en kastelein.
Hij was lid van de ridderschap van Utrecht en raad van de bisschop.


Notities bij Jacob van Zuijlen Heer van Nijevelt

Vermeld sedert 1386; maarschalk en kastelein op Stoutenburch (1393); lid van de ridderschap van Utrecht; raad van de bisschop (tussen 1397 en 1414). Hij was beleend met Hoevelaken (1402) en Nijeveld (op 03-02-1403). Hij was heer van Geerestein (1417).
Zie: De Ned. Leeuw jrg. 1969, kol. 34.
Hij trouwde, 34 of 35 jaar oud, in 1395 in ? met de 32 of 33-jarige
408979 Elisabeth van Nijenrode, geboren in 1362 in Breukelen. Zij is overleden op 18-07-1438 in ?, 75 of 76 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Gijsberta van Zuijlen van Nijevelt, geboren in 1398 in Hoevelaken (zie 204489).
Generatie 20 (edelovergrootouders)
611224 Arnout Dirksz van Hodenpijl, geboren omstreeks 1288 in Schipluiden. Hij is overleden na 1357 in ?, minstens 69 jaar oud.
Hij trouwde, ongeveer 25 jaar oud, in 1313 in ? met de ongeveer 21-jarige
611225 Meijna van de Doortoge, geboren omstreeks 1292 in Monster. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Jan Hodenpijl, geboren omstreeks 1315 in Delft (zie 305612).
611226 Dirk van der Made, geboren in 1293 in Delft. Hij is overleden vóór 1350 in ?, ten hoogste 57 jaar oud.
Hij trouwde met
611227 Lijsbeth Van Almkerke, geboren in 1297 in Delft. Zij is overleden vóór 1350 in ?, ten hoogste 53 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Aleid van der Made, geboren in 1319 in Delft (zie 305613).
611228 Reinier van Heemstede, geboren in ?. Hij is overleden in ?.
Hij trouwde met
611229 Beatrix, geboren in ?. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Gerard van Heemstede, geboren in 1320 in ? (zie 305614).
611230 Johan I van Duivenvoorde, geboren in 1285 in ?. Hij is overleden op 26-09-1342 in ?, 56 of 57 jaar oud. Hij is begraven in 10-1342 in Monster.
Hij trouwde, 36 of 37 jaar oud, in 1322 in ? met
611231 Catharina van Brederode.
Kind uit dit huwelijk:
I. Maria van Duivenvoorde, geboren in ? (zie 305615).
622592 Arent van Everdingen, geboren omstreeks 1355 in Everdingen. Hij is overleden na 1415 in Everdingen, minstens 60 jaar oud.
Notitie: Notities bij Arent (Aert) van Everdingen
Knaap;
beleend met goed onder Zijdervelt-Tienhoven
1385, te Everdingen 1385, met een hoeve op Costbolgerij onder Tienhoven 1391,
Neemt in 1389 goederen in pacht van het domcapittel en is in 1408 gelande in Schalkwijk.
Hij trouwde met
622593 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Gerrit Arentsz van Everdingen, geboren in ? (zie 311296).
805440 Reinald I van Gelre, geboren in 1255 in ?. Hij is overleden op 09-10-1326 in Montfort, 70 of 71 jaar oud. Hij is begraven in Klooster Gravendal bij Goch.
Notitie: Notities bij Reinoud I Gelre

Hij volgt zijn vader op als graaf van Gelre (10 jan 1271-9 okt 1326, afgezet in 1318) en Zutphen. Hij fungeert op grond van zijn eerste (kinderloze) huwelijk met Irmgard (Ermgard), erfdochter van Luxemburg, na de dood van haar vader samen met haar als hertog en hertogin van Limburg (1280-1288), doch ziet zich, na haar overlijden (juli 1283) geconfronteerd met verscheidene pretendenten, waaronder haar neef graaf Adolf van Berg, die zijn rechten echter verkoopt aan hertog Jan I van Brabant, welke strijd eindigt met de slag bij Woeringen op 5 juni 1288 waar hij gewond raakt en gevangen genomen wordt. Hij krijgt zijn vrijheid terug tegen een hoog losgeld en het opgeven van zijn aanspraken op Limburg. Hij moet zijn graafschap wegens de zware schulden waarin hij daardoor is geraakt voor vijf jaar verpanden aan zijn tweede schoonvader. Hij komt, na de dood van Rudolf van Habsbirg op 15 juli 1291, in aanmerking voor het Duitse koningschap, maar trekt zich terug. Hij werkt, na de dood van Hendrik VII (24 aug 1313) mee aan de verkiezing van Frederik ’de Schone’ van Oostenrijk, die hem doorom tot rijksvorst verheft (1317). Hij wekt verzet op door voortgaand slecht financieel beheer en doordat zich tekenen van krankzinnigheid gaan openbaren, waarop zijn zoon (gesteund door zijn moeder) zich aan het hoofd van de ontevredenen plaatst en hem op het slot Montfort gevangen houdt.
Hij is weduwnaar van Irmgard van Limburg (ovl. 1283), met wie hij trouwde (1), 20 of 21 jaar oud, in 1276 in ?.
Hij trouwde (2), 30 of 31 jaar oud, op 03-07-1286 in Namen met
805441 Margaretha van Vlaanderen-Dampierre, geboren in ?. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Reinald II van Gelre ( De Zwarte ), geboren omstreeks 1295 in ? (zie 402720).
805442 Eduard II van Engeland, geboren op 25-04-1284 in Caernarfon ( Wales ). Hij is overleden op 21-09-1327 in Berkeley Castle ( Gloucestershire ), 43 jaar oud.
Notitie: Eduard II van Carnarvon (Engels: Edward, Caernarfon (Wales), 25 april 1284 – Berkeley Castle (Gloucestershire), 21 september 1327) was koning van Engeland van 1307 tot 1327. Hij was de vierde zoon van Eduard I en Eleonora van Castilië. Hij werd troonopvolger ten gevolge van het overlijden van zijn oudere broers.

Eduard zou huwen met Filippina van Vlaanderen, de dochter van Gwijde van Dampierre, de graaf van Vlaanderen die steun zocht bij de Engelsen tegen zijn leenheer, de Franse koning Filips IV. Dat kwamen Gwijde en Eduards vader in 1294 te Lier overeen. De Franse koning verhinderde dit huwelijk door Gwijde en zijn dochter naar Frankrijk uit te nodigen en ze dan beiden gevangen te zetten. Gwijde werd na bemiddeling van onder meer paus Bonifatius VIII vrijgelaten in 1295, terwijl zijn dochter Filippina in het Louvre opgesloten bleef en er overleed in 1306.

In 1308 trouwde Eduard met Isabella, de dochter van de Franse koning Filips IV. Het huwelijk zou geen succes worden. Eduard verwaarloosde zijn vrouw en er gingen geruchten dat hij homoseksueel zou zijn, aangezien hij het gezelschap van mannen prefereerde, waaronder de Franse edelman Piers Gaveston, Roger d’Amory en Hugh le Despenser.
Niettemin kwamen uit het huwelijk met Isabella vier kinderen voort: twee zoons, en twee dochters
Eduard
Jan,
Eleonora
Johanna, die de vrouw zou worden van David II van Schotland.

Eduard was geen sterk bestuurder en had een voorliefde voor vermaak. De strijd met de Schotten die zijn vader had ingezet, liet hij versloffen. Door zijn kennelijke gebrek aan zelfvertrouwen liet hij het bestuur liever aan anderen over. Al tijdens het koningschap van zijn vader stond hij onder invloed van Gaveston, die onder druk van de adel door de koning werd verbannen.

Na de dood van Eduard I haalde hij zijn vriend Gaveston echter terug en maakte hem graaf van Cornwall. Gaveston trad ook op als regent als Eduard in het buitenland was. De baronnen protesteerden hiertegen en het lukte hen uiteindelijk Piers Gaveston opnieuw te verdrijven en in 1312 werd hij vermoord.

Eduard werd vervolgens gedwongen toezicht op het bestuur toe te staan via een regeringsraad van 21 baronnen, de "Lords Ordainers". Tijdens het geruzie met de baronnen wist Robert I van Schotland (the Bruce) Schotland grotendeels te heroveren. Dit ging ook Eduard te ver. In juni 1314 trok hij met een groot leger naar het noorden, maar werd verpletterend verslagen in de slag om Bannockburn, waarna Robert wraak nam op de daden van Eduard en zijn vader door het noorden van Engeland te verwoesten.

Daarna liet Eduard het bestuur opnieuw over aan zijn gunsteling Hugh Despenser. Ook dit was reden voor de baronnen om in opstand te komen. Ook Despenser en zijn familie werden verbannen. In 1322 haalde hij de familie echter terug uit ballingschap en ging de strijd aan met de baronnen. De jaren daarop werd Engeland in feite geregeerd door de Despensers.

Graftombe van Eduard II
In 1325 kwam ook de koningin in actie. Na een kort verblijf in Frankrijk wilde zij niet terugkeren als haar man de Despensers aan de macht zou laten. Samen met haar zoon en een van de verbannen baronnen, Roger Mortimer, keerde zij terug, vastbesloten de Despensers te verdrijven. Eduards volgelingen verlieten hem en hij vluchtte naar het westen. Zijn vrouw volgde hem en liet Hugh le Despenser en diens zoon ter dood brengen. In november werd Eduard gevangengenomen. In januari 1327 werd hij op beschuldiging van incompetentie en allerlei wangedrag gedwongen af te treden ten gunste van zijn 14-jarige zoon Eduard III, waarbij de feitelijke macht werd uitgeoefend door zijn vrouw Isabella en haar geliefde Roger Mortimer. Eduard II werd vermoord in september van hetzelfde jaar in Berkeley Castle. Hij werd anaal gespietst met een gloeiende pook, in een kennelijke poging hem als homoseksueel te kijk te zetten. Mortimer en Isabella hebben weinig plezier beleefd aan hun machtsgreep; toen Eduard III in 1330 meerderjarig werd, liet hij Mortimer als verrader terechtstellen; zijn moeder rangeerde hij op een nette manier uit; zij overleed in Hertford in 1358.
Hij trouwde, 23 jaar oud, op 25-01-1308 in ? met de 15-jarige
805443 Isabella van Frankrijk, geboren op 17-03-1292 in Parijs. Zij is overleden op 22-08-1358 in Hertford ( Engeland ), 66 jaar oud. Zij is begraven in The Church of the Grey Friars in Londen.
Notitie: Isabella van Frankrijk, bijgenaamd de wolvin van Frankrijk, (Parijs, 17 maart 1292 - Hertford, 22 augustus 1358) was een dochter van Filips IV van Frankrijk en van Johanna I van Navarra. Zij huwde na lange onderhandelingen, in 1308 met Eduard II van Engeland. Eduard verwaarloosde zijn vrouw en er gingen geruchten dat hij homoseksueel zou zijn, aangezien hij het gezelschap van mannen prefereerde, onder anderen Piers Gaveston, John de Burgh en Hugh le Despenser. Toch kregen zij vier kinderen:
Eduard III (1312-1377)
Jan (1316-1336)
Eleonora (1318-1355), gehuwd met Reinoud II van Gelre
Johanna (1321-1362), gehuwd met David II van Schotland.

Aan het hof van de Franse koning leerde zij de gevluchte Roger Mortimer kennen en zij werden minnaars. Nadat haar broer Karel IV van Frankrijk de bezittingen van Eduard II in Frankrijk had aangevallen, brachten Isabella en Roger Mortimer een leger van baronnen samen, onder de leiding van haar minnaar Mortimer om Eduard II af te zetten en haar zoon Eduard III tot koning van Engeland te maken. Isabella en Mortimer regeerden als regent over Engeland voor de jonge Eduard III van 1326 tot 1328. Beiden waren ook verantwoordelijk voor de gruwelijke dood van Eduard II. Hij werd vermoord in september 1327 te Berkeley Castle. Eduard II werd anaal gespietst met een gloeiende pook, in een kennelijke poging hem als homoseksueel te kijk te zetten. Eenmaal volwassen liet Eduard III Roger Mortimer wegens verraad terechtstellen en zijn moeder verbannen.
Kind uit dit huwelijk:
I. Eleonora van Engeland, geboren op 18-06-1318 in Woodstock Palace Oxfordshire (zie 402721).
805444 Jan II van Brabant, geboren op 27-09-1275 in ?. Hij is overleden op 27-10-1312 in Tervuren ( Belgie ), 37 jaar oud.
Notitie: Jan II (?, 27 september 1275 - Tervuren, 27 oktober 1312), bijgenaamd de Vreedzame, was hertog van Brabant en Limburg van 1294 tot aan zijn dood. Hij is bijgezet in de Kathedraal van Sint-Michiel en Sint-Goedele te Brussel. Hij was een zoon van Jan I en Margaretha van Dampierre.

Politiek.
Op buitenlands vlak voerde hij in de rivaliteit tussen Frankrijk en Engeland een neutraliteitspolitiek zodat hij zowel de wolinvoer uit Engeland als de lakenuitvoer naar Frankrijk veiligstelde.
Op het binnenlandse vlak had hij af te rekenen met sociale onrust in de steden, waarbij hij het patriciaat steunde. In 1306 versloeg hij de opstandige Brusselse ambachtslieden. Op het einde van zijn leven moest hij, door de toenemende macht van de steden en de deplorabele toestand van de financiën, in het Charter van Kortenberg (27 september 1312) grote concessies doen aan de standen.

Standbeeld.
Bij het gemeentehuis te Nuenen staat een beeld van hertog Jan II. Op 23 april 2001 is dit beeld onthuld.

Huwelijk en kinderen.

Hij trouwde op 30 juni 1290 met Margaretha van York (1275-1333), dochter van de Engelse koning Edward I.
Uit hun huwelijk werd geboren:
Jan III van Brabant wapen.svg Jan III van Brabant (ca. 20 oktober 1300 - Brussel, 5 december 1355)

Uit een relatie met zijn maîtresse Elisabeth (of Isabelle) van Cortygin werd een bastaardzoon geboren:
1. Jan van Glymes (1298-1340), heer van Glymes (1298-1340)
2. Jacques van Glymes (1320-??), gehuwd in 1340 met een onbekende vrouw.
3. Jan van Glymes (1340-1379), gehuwd in 1360 met Isabella van Walhain.
4. Jan van Glymes (1360-1428), gehuwd in 1390 met Isabella de Grez.
Hun kinderen waren:
Boudewijn van Glymes (1390-1452)
Jan I van Glymes (1390-1427), heer van Bergen op Zoom, gehuwd in 1418 met Johanna van Boutersem
Agnes van Glymes (1400-1460), gehuwd in 1419 met Frederik van Brandenburg

Uit een relatie met zijn maîtresse Catharina Corsselaar werd eveneens een bastaardzoon geboren:
5. Jan I Corsselaar, heer van Wittem (1310-1375) wiens zoon Johan II Corsselaar op 20 januari 1363 trouwde met Catharina Hoen (1345-1368) een dochter uit het geslacht van de heren van Hoensbroeck

Uit een relatie met zijn maîtresse Elsbeen van Wijflit (Dussen, 1290 - Gorkum, 1347), de dochter van Willem Arnoud Heyman van der Sluyse ridder en Geertruid Willem Jan van Wijtvliet, werd eveneens een bastaardzoon geboren:
6. Jan van Wijflit heer van Cuijck 1352-1356 en heer van Blaersfeld 1347-1356, burggraaf van Heusden (ca. 1312 - ca. 17 augustus 1356)

Uit een relatie met zijn maîtresse Adelise d’Elsies (zij was getrouwd (1) met een Jan Magerman en trouwde (2) voor 14 april 1357 met Godefried van Bourdeel) werd eveneens een bastaardzoon geboren:
7. Jan Magerman (-1356)

Uit een relatie met zijn maîtresse Marguerite de Pamele werd geboren:
8. Jan II van Dongelberg (-1383)
9. Willem Johan van Waver, heer van Waver. Hij trouwde met Julianne van Lummen en kreeg met haar de volgende kinderen:
Willem van Waver (-1384)
Margareta van Waver (-1399), trouwde (1) met Johan van Yedeghem, trouwde (2) in 1372 met Guillaume (Willem) de Ardenner van Beaufort-Spontin en kreeg met hem de volgende kinderen:
Robert de Beaufort
Jan van Waver, heer van Perk en Ledeberg. Hij trouwde met Catherine Swaef en kreeg met haar de volgende kinderen:
Catherine van Waver
Margaretha van Waver
Hij trouwde, 14 jaar oud, op 30-06-1290 met de 15-jarige
805445 Margaretha van York, geboren op 15-03-1275 in Windsor Castle. Zij is overleden in 1233 in Brabant, 41 of 42 jaar oud.
Notitie: Vader Eduard I van Engeland
Moeder Eleonora van Castilië

Margaretha van York (Windsor Castle, 15 maart 1275 - Brabant, 1333) was een dochter van koning Eduard I van Engeland en van diens eerste echtgenote Eleonora van Castilië. In 1290 trouwde zij met hertog Jan II van Brabant. Zij hadden één kind, Jan III.
Kind uit dit huwelijk:
I. Jan III van Brabant, geboren op 20-10-1300 in ? (zie 402722).
805446 Lodewijk van Évreux, geboren in 05-1276 in Hôtel d’ Évreux. Hij is overleden op 19-05-1319 in Longpont-sur-Orge, 42 of 43 jaar oud. Hij is begraven in Jacobijnenkerk te Parijs.
Notitie: Lodewijk van Évreux (Hôtel d’Évreux, mei 1276 - Longpont-sur-Orge, 19 mei 1319), in het Frans genaamd Louis d’Évreux, was een Franse prins uit het Huis Capet.

Lodewijk van Évreux wordt ook genoemd Lodewijk van Frankrijk, in het Frans Louis de France. Hij was een halfbroer van Filips de Schone, en de derde zoon van Filips de Stoute en Maria van Brabant.

Hij ontving van Filips IV als apanage het graafschap Évreux, Étampes, Beaumont-le-Roger, Meulan en Gien. In 1316 verkreeg hij daarnaast nog het graafschap Longueville, en in januari 1317 werd hij als graaf van Évreux tot de pair van Frankrijk toegelaten.

Lodewijk was een felle voorvechter van de rechten van de wereldse macht tegenover de rechten van de kerk, en steunde zijn halfbroer Filips IV bij zijn strijd tegen paus Bonifatius VIII. Deze Bonifatius VIII verzette zich tegen de belastingen die de geestelijkheid aan de Franse koning moest betalen.

Lodewijk nam deel aan de verschillende krijgstochten in Vlaanderen, in 1297, evenals in de jaren 1304, (Slag bij Pevelenberg), en 1315.

Hij trouwde begin 1301 met Margaretha van Artesië (1285-1311), vrouwe van Brie-Comte-Robert, de zus van graaf Robert III, met wie hij vijf kinderen kreeg.

Lodewijk van Évreux ligt begraven in de Jacobijnenkerk te Parijs.

Uit het huwelijk met Margaretha van Artois werden geboren:
Maria (1303 - 1335), later getrouwd met hertog Jan III van Brabant (1311)
Karel van Evreux (1305-1336), graaf van Étampes, later getrouwd met Maria de la Cerda, Dame van Lunel, dochter van Ferdinand de la Cerda.
Filips III (1306-1343), koning van Navarra (de iure uxoris) vanwege zijn huwelijk met Johanna II van Navarra
Margaretha (1307-1350), later getrouwd met Willem XII van Auvergne (1325)
Johanna van Évreux (1310-1371), later getrouwd met koning Karel IV van Frankrijk.
Hij trouwde, 24 of 25 jaar oud, in 1301 in ? met de 15 of 16-jarige
805447 Margaretha van Artois, geboren in 1285 in ?. Zij is overleden in 1311 in ?, 25 of 26 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Maria van Évreux, geboren in 1303 in ? (zie 402723).
805472 Gijsbert III van Abcoude, geboren omstreeks 1300 in ?. Hij is overleden in 1376 in ?, ongeveer 76 jaar oud.
Notitie: Hij was Heer van Abcoude en Wijk bij Duurstede.
Hij trouwde, ongeveer 49 jaar oud, in 1349 in ? met de 28 of 29-jarige
805473 Johanna van Horne, geboren in 1320 in ?. Zij is overleden op 04-07-1356 in ?, 35 of 36 jaar oud.
Notitie: Zij was Vrouwe van Hoorne, Gaasbeek, Putten en Strijen.

Johanna van Horne (1320 - 4 juli 1356) was een laat-middeleeuws edelvrouwe. Zij was de dochter van Willem V van Horne en ze was vrouwe van Gaasbeek (1345-1356).

Na de voortijdige dood van haar broer Gerard II van Horne werd zij erfvrouwe van Heeze.

Zij huwde in 1349 met Gijsbrecht van Abcoude, heer van Duurstede.

Hun kinderen waren:
Zweder van Abcoude (1350), heer van Gaasbeek
Willem van Abcoude (1350), heer van Duerstede
Jan van Abcoude (1350)

Heeze kwam na haar overlijden aan haar broer Dirk Loef van Horne
Kind uit dit huwelijk:
I. Willem van Abcoude, geboren omstreeks 1325 in ? (zie 402736).
805664 Hubert II van Culemborg, geboren omstreeks 1310 in Culemborg. Hij is overleden op 21-07-1347 in Hamont ( België ), ongeveer 37 jaar oud. Hij is begraven op 01-08-1347 in Culemborg.
Notitie: Hij was Hubert IV van Beusichem.

Hubert II van Culemborg soms ook vermeld als Hubert IV van Beusichem (ca.1310 - 21 juli 1347) was heer van Culemborg (of Kuilenburg), Beusichem, Schalkwijk, Everdingen en erfschenker van Utrecht.

Hij was een zoon van Jan I (of Johan) van Culemborg en Margretha van Maurik. Hij volgt in 1322 zijn vader op als heer van Culemborg, dat jaar werd hij ook benoemd tot erfschenker van Utrecht. Hij wordt als ridder vermeld in 1335. Hij koopt de ambachten en gerechten van Zijderveld en Hagestein in 1341. Hubert II steunde bisschop Jan van Arkel in de oproer tegen de Gunsterlingen binnen Utrecht in 1346, ze wisten ze uit de stad te verdrijven, hierbij waren Robert van Arkel en Jacob van Nyevelt ook aanwezig. Hubert zou tijdens de Slag bij Hamont op 21 juli 1347 gesneuveld zijn en op 1 augustus 1347 in Culemborg begraven zijn. Hubert’s opvolgers noemde zich niet meer van Beusichem (of Bosichem).

Hij huwde met Jutta van de Lecke, dochter van Peter van de Leck, ze kregen de volgende kinderen;
Gerard I van Culemborg, opvolger
Peter van Culemborg (13??-1388), heer van Boxmeer, huwde Jenna van Meer
Mechtild van Culemborg (1335-1390), huwde Zweder II van Montfoort
Hij trouwde, ongeveer 20 jaar oud, omstreeks 1330 in ? met de ongeveer 30-jarige
805665 Jutta Petersdr van de Lecke, geboren omstreeks 1300 in ?. Zij is overleden op 21-09-1352 in ?, ongeveer 52 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Gerard I van Culemborg, geboren omstreeks 1334 in ? (zie 402832).
805666 Jan I van Egmond, geboren in 1310 in Egmond. Hij is overleden op 28-12-1369 in IJsselstein, 58 of 59 jaar oud. Hij is begraven in IJsselstein.
Notitie bij overlijden: Hij is begraven in de kerk te IJsselstein.
Notitie: Jan I van Egmont (vóór 1310 - 28 december 1369) was heer van Egmont, heer van IJsselstein, baljuw van Kennemerland (1353-1354) en stadhouder van Holland.

Hij was een zoon van Wouter II van Egmont en Beatrijs van Doortogne. Hij wordt in 1328 voor het eerst genoemd als hij deelneemt in de Slag bij Kassel, en de graaf Willem III naar Vlaanderen vergezelden om de graaf van Vlaanderen tegen de oproerigen uit Brugge en omstreken te helpen. Jan krijgt door middel van huwelijk de heerlijkheid IJsselsteijn toegewezen en erft dit als zijn schoonvader Arnold van IJsselstein overlijdt. In 1343 werd hij met anderen aangewezen om, tijdens de afwezigheid van de graaf, het land te besturen. Hij krijgt in 1344 de burcht Nieuwendoorn ( Enigenburch ) bij zijn bezittingen toegewezen. Van Egmont neemt deel aan de derde veldtocht van Willem IV van Holland naar Pruisen en is ook betrokken bij het Beleg van Utrecht in 1345 maar ontkomt (is blijkbaar niet aanwezig) aan de noodlotige slag bij Warns (1345). Hij is in de volgende jaren een belangrijke schakel in de politiek van Holland.

Jan is in 1350 een van de hoofdondertekenaars van de Kabeljauwse verbondsakte wat de Hoekse en Kabeljauwse twisten zouden inluiden. Hij is aanwezig bij de Slag bij Naarden (1350) en vocht ook mee bij de Slag bij Zwartewaal ook wel de Slag op de Maas genoemd. Jan van Egmont werd vervolgens naar Engeland gestuurd om het geschil tussen Margretha van Beieren en Willem V van Holland bij te praten, dit wordt echter niet opgelost. Hij vervolgt (terug in Nederland) met een krijgstocht tegen de burgers van Bunschoten, hervatte, na de winter van 1356 de oorlog door het kasteel van Nyevelt op last van den graaf te belegeren, na zeven weken nam hij het in, waardoor de oorlog tot een einde kwam. In 1356 wordt hij door Willem V van Holland tot stadhouder benoemd van het gebied boven de Maas, dit stadhouderschap oefende hij uit tezamen met zijn broer Gerrit. Hij neemt nadat Willem V krankzinnig is verklaard zitting in de ministriaal van Albrecht van Beieren, bij wie hij in 1358 als raad voorkomt. In 1359 tekent hij als een van de hoofdmannen der Kabeljauwse partij de zoenbrief met Delft (1359), tot zijn dood vindt men hem in de omgeving van de graaf. Hij werd in de kerk te IJselstein begraven.

Jan I huwde met Guyote van IJselstein, bij wie hij minstens tien kinderen had:

Willem van Egmond (Slot Egmond op de Hoef te Egmond-Binnen, 1332-1410) heer van Zevenhuizen en Zegwaard en schout van Delft. Hij trouwde met Machteld van Hemert (Nederhemert, 1345-).
Arend heer van Egmond (ca. 1340-1409), opvolger.
Jan van Egmont (-1360), was gehuwd met Johanna van Raaphorst
Gerrit van Egmond
Albrecht van Egmond, Kannuk te Utrecht
Beatrix van Egmond, was gehuwd met Gijsbrecht van Vianen
Baerte van Egmond, was gehuwd met Gerard I van Culemborg
Maria van Egmond (-ca. 1384). Zij trouwde met Philips IV van Wassenaer
Catharina van Egmond, was gehuwd met Bartholomeus van Raephorst
Antonia van Egmond, abdis te Den Bosch
Elisabeth van Egmond
Griete van Egmond.

EGMOND (Jan I van) (1), oudste zoon en leenvolger van Wouter II (kol. 344), overl. 28 Dec. 1369. Hij komt het eerst voor in 1328, onder de edelen, die graaf Willem III naar Vlaanderen vergezelden om den graaf van dat land tegen de oproerigen uit Brugge en omstreken te helpen; in Augustus van dat jaar is hij aanwezig in den slag bij Cassel, waar met behulp der Franschen de opstandelingen verslagen werden. Heer Jan was zeer in aanzien bij de graven Willem IV, V en Aelbrecht, hunne partij toegedaan en met zijn broeders onder de voormannen der Kabeljauwen. In 1343 werd hij met anderen gecommitteerd om, tijdens eene afwezigheid des graven, het land te bestieren; van Aug. 1344 tot Aug. 1345 bewaarde hij het grafelijk slot Nieuwendoren (Enigenburch) in West-Friesland; het blijkt niet of hij den noodlottigen slag bij Stavoren bijwoonde. Daarna vinden wij hem in de omgeving van Willem V; in 1348 als raad. In 1350 verbindt hij ich met den heer van Arkel, met zijn broeder Gerard en anderen om den graaf te steunen tegen de Hoeksche partij, welkerhoofden de Brederode’s en Wassenaer’s waren. Het is bekend, dat de twisten tusschen den graaf en zijne moeder leidden tot een slag op de Maas (4 Juli 1351); hierbij was heer Jan tegenwoordig. De gravin-moeder werd verslagen en vlood naar hare zuster, de koningin van Engeland, wier gemaal trachtte de veeten bij te leggen, waartoe hij een gezantschap vroeg; Willem V zond als zoodanig o.a. heer Jan van Egmond naar Engeland. In 1355 besloot de graaf den bisschop van Utrecht, Jan van Arkel, die zich met gravin Margaretha verbonden had, aan te vallen en verzekerde zich daartoe de hulp van eenige stichtsche heeren, o.a. van heer Arent van IJselstein, schoonvader van heer Jan van Egmond. Deze laatste versloeg in den nu gevolgden krijg de burgers van Bunschoten, hervatte, na den winter, in 1356 den oorlog door het kasteel van Steven van Nyevelt op last van den graaf te belegeren; na zeven weken nam hij het in, waardoor de oorlog een einde nam. Nog in hetzelfde jaar werd heer Jan met zijn broeder Gerrit door Willem V stadhouder van Holland benoorden de Maas gemaakt. Na de krankzinnigheid van den graaf, verleende hij steun aan diens broeder Aelbrecht, bij wien hij o.a. 1358 als raad voorkomt. In 1359 teekende hij als een der hoofden der Kabeljauwsche partij den zoenbrief met Delft; tot zijn dood vindt men hem verder in de omgeving des hertogen.
Wat zijn verhouding met de abten van Egmond aangaat het volgende. Hij schijnt met zijne handlangers, Gerard van Heemskerk en Wouter van Meresteijn, onder het bewind van abt Hugo van Assendelft, vooral in de jaren 1360 en 1361 het klooster veel overlast te hebben bezorgd, door gewelddadig tegen de bewoners en de bezittingen op te treden, zoodat hij in 1360 door den te Avignon zetelenden paus Innocentius VI voor zich gedaagd en eindelijk in 1366 door diens opvolger in den ban werd gedaan. Later schijnt deze echter opgeheven te zijn, want na zijn dood, die op 28 Dec. 1369 voorviel, werd hij in de kerk te IJselstein begraven. Heer Jan was in 1330 of 1331 gehuwd met jvcr. Guyote, erfdochter van Arnoud, heer van IJselstein, bij Maria van Avesnes, dochter van bisschop Guido; zij bracht de rijke goederen van IJselstein in het geslacht van Egmond. Hunne kinderen waren: 1. Arent (kol. 323), 2. Jan, overl. voor zijn vader in 1360, gehuwd met Johanna van Raephorst, waaruit Dirc van Egmond, ridder, vermeld 1407 tot 1430, welke bij eene dochter uit het huis Arkel twee dochters had; a. Jan Dirc, de vrouw van Jan van der Lecke, heer Dirksz. (II kol. 794, waar dit huwelijk niet vermeld werd) en b. Heyndric Fye, 3 Gerrit (kol. 329), 4. Willem (7), 5. Otto, die gehuwd zou geweest zijn met Mabelia van Arkel, dochter van heer Jan en Elisabeth van Kleef; 6. Albert, kanunnik te Utrecht, 7. Beatrix gehuwd met Gijsbrecht heer van Vianen en van den Goye, Hendrikszoon, 8. Baerte huwde 1o. 1360 Walraven van Brederode, overl. 1369, zoon van heer Dirk en Beatrix van Valkenburg, 2o. 1371 heer Gerrit van Culenborch, zoon van Hubert en Jutte van der Leck, 9. Maria huwt Philips IV van Wassenaer (II kol. 1533), 10. Catherina huwt Bartholomeus van Raephorst, heer van Zoeterweude, heer Dirkszoon, 11. Antonia, clarisse te ’s Hertogenbosch.

Notities bij Johan I Heer van Egmond

Hij is geboren in ca. 1310, want in dec. 1327 is er sprake van dat hij "corteliken zine jaeren hebben zoude" en dan leenhulde zou moeten doen (Holl. Leenk. 37 fol.19).
Hij was leenvolger van zijn vader.
Hij komt voor het eerst voor in 1328 onder de edelen, die graaf Willem III naar Vlaanderen vergezelden om de graaf van dat land tegen de oproerigen uit Brugge en omstreken te helpen.
In augustus van dat jaar is hij aanwezig in de slag bij Cassel, waar met behulp van de Fransen de opstandelingen verslagen werden.
Op 31 maart 1331 tochtte hij zijn vrouw aan de tienden van Huisduinen en de tienden van Zegwaard (Holl. Leenk. 2 fol.71 en Holl. Leenk. 1 fol.68v). Zij zullen kort voor die dag gehuwd zijn.
Heer Jan was zeer in aanzien bij de graven Willem IV en V en Albrecht, hun partij toegedaan en met zijn broeders onder de voormannen van de Kabeljauwen.
In 1343 werd hij met anderen gecommitteerd om tijdens een afwezigheid van de graaf het land te bestieren.
Van augustus 1344 tot augustus 1345 bewaarde hij het grafelijk slot Nieuwendoren in Enigenburgh in West-Friesland; het is niet gebleken of hij de noodlottige slag bij Stavoren bijwoonde.
Daarna vinden wij hem in de omgeving van Willen V; in 1348 als raad.
In 1350 verbindt hij zich met de heer van Arkel, met zijn broeder Gerard en anderen om de graaf te steunen tegen de Hoekse partij onder leiding van de Bredero’s en Wassenaers.
Het is bekend dat de twisten tussen de graaf en zijn moeder leidden tot een scheepsstrijd op de Maas bij Zwartewaal op 4 aug. 1351. Jan van Egmond vocht mee in deze strijd.
De gravin-moeder werd verslagen en vluchtte naar haar zuster, de koningin van Engeland, wier man trachtte de vete bij te leggen, waartoe hij een gezantschap vroeg. Willem V zond als zodanig o.a. heer Jan van Egmond naar Engeland.
In 1355 besloot de graaf de bisschop van Utrecht, Jan van Arkel, die zich met gravin Margaretha verbonden had, aan te vallen en verzekerde zich daartoe van de hulp van enige Stichtse heren, oa. de heer Arent van IJselstein, de schoonvader van heer Jan van Egmond. Deze laatste versloeg in de nu gevolgde krijg de burgers van Bunschoten. Hij hervatte, na de winter, in 1356 de oorlog door het kasteel van Steven van Nyevelt op last van de graaf te belegeren. Na zeven weken nam hij het in, waardoor de oorlog ten einde kwam.
Nog in hetzelfde jaar werd heer Jan met zijn broeder Gerrit door Willem V tot stadhouder van Holland benoorden de Maas benoemd.
Na de krankzinnigheid van de graaf verleende hij steun aan diens broeder Albrecht, bij wie hij oa. in 1358 als raad voorkomt.
In 1359 tekende hij, als een der hoofden van de Kabeljauwse partij, een zoenbrief met Delft.
Tot zijn dood vindt men hem verder in de omgeving van de hertog.
Wat zijn verhouding met de abten van Egmond aangaat het volgende.
Hij schijnt met zijn handlangers Gerard van Heemskerk en Wouter van Meresteijn onder het bewind van abt Hugo van Assendelft, vooral in de jaren 1360 en 1361, het klooster veel overlast te hebben bezorgd door gewelddadig tegen de bewoners en bezittingen op te treden, zodat hij in 1360 door de te Avignon zetelende paus Innocentius VI gedaagd werd en eindelijk in 1366 door diens opvolger in de ban werd gedaan. Later schijnt deze echter opgeheven te zijn, want na zijn dood op 28-12-1369 werd hij inde kerk te IJsselstein begraven. huwelijkscontract: 20 mei 1330
Notitie bij publiceren: Jan I van Egmont (vóór 1310 - 28 december 1369) was heer van Egmont, heer van IJsselstein, baljuw van Kennemerland (1353-1354) en stadhouder van Holland.

Biografie
Hij was een zoon van Wouter II van Egmont en Beatrijs van Doortogne. Hij wordt in 1328 voor het eerst genoemd als hij deelneemt in de Slag bij Kassel, en de graaf Willem III naar Vlaanderen vergezelden om de graaf van Vlaanderen tegen de oproerigen uit Brugge en omstreken te helpen. Jan krijgt door middel van huwelijk de heerlijkheid IJsselsteijn toegewezen en erft dit als zijn schoonvader Arnold van IJsselstein overlijdt. In 1343 werd hij met anderen aangewezen om, tijdens de afwezigheid van de graaf, het land te besturen. Hij krijgt in 1344 de burcht Nieuwendoorn (Enigenburchbij) bij zijn bezittingen toegewezen. Van Egmont neemt deel aan de derde veldtocht van Willem IV van Holland naar Pruisen en is ook betrokken bij het Beleg van Utrecht in 1345 maar ontkomt (is blijkbaar niet aanwezig) aan de noodlotige slag bij Warns (1345). Hij is in de volgende jaren een belangrijke schakel in de politiek van Holland.

Jan is in 1350 een van de hoofdondertekenaars van de Kabeljauwse verbondsakte wat de Hoekse en Kabeljauwse twisten zouden inluiden. Hij is aanwezig bij de Slag bij Naarden (1350) en vocht ook mee bij de Slag bij Zwartewaal ook wel de Slag op de Maas genoemd. Jan van Egmont werd vervolgens naar Engeland gestuurd om het geschil tussen Margretha van Beieren en Willem V van Holland bij te praten, dit wordt echter niet opgelost. Hij vervolgt (terug in Nederland) met een krijgstocht tegen de burgers van Bunschoten, hervatte, na de winter van 1356 de oorlog door het kasteel van Nyevelt op last van den graaf te belegeren, na zeven weken nam hij het in, waardoor de oorlog tot een einde kwam. In 1356 wordt hij door Willem V van Holland tot stadhouder benoemd van het gebied boven de Maas, dit stadhouderschap oefende hij uit tezamen met zijn broer Gerrit. Hij neemt nadat Willem V krankzinnig is verklaard zitting in de ministriaal van Albrecht van Beieren, bij wie hij in 1358 als raad voorkomt. In 1359 tekent hij als een van de hoofdmannen der Kabeljauwse partij de zoenbrief met Delft (1359), tot zijn dood vindt men hem in de omgeving van de graaf. Hij werd in de kerk te IJselstein begraven.

Vrouw en kinderen

Jan I huwde met Guyote van IJselstein, bij wie hij minstens tien kinderen had:
Willem van Egmond (Slot Egmond op de Hoef te Egmond-Binnen, 1332-1410) heer van Zevenhuizen en Zegwaard en schout van Delft.
Hij trouwde met Machteld van Hemert (Nederhemert, 1345-).
Arend heer van Egmond (ca. 1340-1409), opvolger.
Jan van Egmont (-1360), was gehuwd met Johanna van Raaphorst
Gerrit van Egmond
Albrecht van Egmond, Kannuk te Utrecht
Beatrix van Egmond, was gehuwd met Gijsbrecht van Vianen
Baerte van Egmond, was gehuwd met Gerard I van Culemborg
Maria van Egmond (-ca. 1384). Zij trouwde met Philips IV van Wassenaer
Catharina van Egmond, was gehuwd met Bartholomeus van Raephorst
Antonia van Egmond, abdis te Den Bosch
Elisabeth van Egmond
Griete van Egmond.

EGMOND (Jan I van) (1), oudste zoon en leenvolger van Wouter II (kol. 344), overl. 28 Dec. 1369. Hij komt het eerst voor in 1328, onder de edelen, die graaf Willem III naar Vlaanderen vergezelden om den graaf van dat land tegen de oproerigen uit Brugge en omstreken te helpen; in Augustus van dat jaar is hij aanwezig in den slag bij Cassel, waar met behulp der Franschen de opstandelingen verslagen werden. Heer Jan was zeer in aanzien bij de graven Willem IV, V en Aelbrecht, hunne partij toegedaan en met zijn broeders onder de voormannen der Kabeljauwen. In 1343 werd hij met anderen gecommitteerd om, tijdens eene afwezigheid des graven, het land te bestieren; van Aug. 1344 tot Aug. 1345 bewaarde hij het grafelijk slot Nieuwendoren (Enigenburch) in West-Friesland; het blijkt niet of hij den noodlottigen slag bij Stavoren bijwoonde. Daarna vinden wij hem in de omgeving van Willem V; in 1348 als raad. In 1350 verbindt hij ich met den heer van Arkel, met zijn broeder Gerard en anderen om den graaf te steunen tegen de Hoeksche partij, welkerhoofden de Brederode’s en Wassenaer’s waren. Het is bekend, dat de twisten tusschen den graaf en zijne moeder leidden tot een slag op de Maas (4 Juli 1351); hierbij was heer Jan tegenwoordig. De gravin-moeder werd verslagen en vlood naar hare zuster, de koningin van Engeland, wier gemaal trachtte de veeten bij te leggen, waartoe hij een gezantschap vroeg; Willem V zond als zoodanig o.a. heer Jan van Egmond naar Engeland. In 1355 besloot de graaf den bisschop van Utrecht, Jan van Arkel, die zich met gravin Margaretha verbonden had, aan te vallen en verzekerde zich daartoe de hulp van eenige stichtsche heeren, o.a. van heer Arent van IJselstein, schoonvader van heer Jan van Egmond. Deze laatste versloeg in den nu gevolgden krijg de burgers van Bunschoten, hervatte, na den winter, in 1356 den oorlog door het kasteel van Steven van Nyevelt op last van den graaf te belegeren; na zeven weken nam hij het in, waardoor de oorlog een einde nam. Nog in hetzelfde jaar werd heer Jan met zijn broeder Gerrit door Willem V stadhouder van Holland benoorden de Maas gemaakt. Na de krankzinnigheid van den graaf, verleende hij steun aan diens broeder Aelbrecht, bij wien hij o.a. 1358 als raad voorkomt. In 1359 teekende hij als een der hoofden der Kabeljauwsche partij den zoenbrief met Delft; tot zijn dood vindt men hem verder in de omgeving des hertogen.
Wat zijn verhouding met de abten van Egmond aangaat het volgende. Hij schijnt met zijne handlangers, Gerard van Heemskerk en Wouter van Meresteijn, onder het bewind van abt Hugo van Assendelft, vooral in de jaren 1360 en 1361 het klooster veel overlast te hebben bezorgd, door gewelddadig tegen de bewoners en de bezittingen op te treden, zoodat hij in 1360 door den te Avignon zetelenden paus Innocentius VI voor zich gedaagd en eindelijk in 1366 door diens opvolger in den ban werd gedaan. Later schijnt deze echter opgeheven te zijn, want na zijn dood, die op 28 Dec. 1369 voorviel, werd hij in de kerk te IJselstein begraven. Heer Jan was in 1330 of 1331 gehuwd met jvcr. Guyote, erfdochter van Arnoud, heer van IJselstein, bij Maria van Avesnes, dochter van bisschop Guido; zij bracht de rijke goederen van IJselstein in het geslacht van Egmond. Hunne kinderen waren: 1. Arent (kol. 323), 2. Jan, overl. voor zijn vader in 1360, gehuwd met Johanna van Raephorst, waaruit Dirc van Egmond, ridder, vermeld 1407 tot 1430, welke bij eene dochter uit het huis Arkel twee dochters had; a. Jan Dirc, de vrouw van Jan van der Lecke, heer Dirksz. (II kol. 794, waar dit huwelijk niet vermeld werd) en b. Heyndric Fye, 3 Gerrit (kol. 329), 4. Willem (7), 5. Otto, die gehuwd zou geweest zijn met Mabelia van Arkel, dochter van heer Jan en Elisabeth van Kleef; 6. Albert, kanunnik te Utrecht, 7. Beatrix gehuwd met Gijsbrecht heer van Vianen en van den Goye, Hendrikszoon, 8. Baerte huwde 1o. 1360 Walraven van Brederode, overl. 1369, zoon van heer Dirk en Beatrix van Valkenburg, 2o. 1371 heer Gerrit van Culenborch, zoon van Hubert en Jutte van der Leck, 9. Maria huwt Philips IV van Wassenaer (II kol. 1533), 10. Catherina huwt Bartholomeus van Raephorst, heer van Zoeterweude, heer Dirkszoon, 11. Antonia, clarisse te ’s Hertogenbosch.

Notities bij Johan I Heer van Egmond

Hij is geboren in ca. 1310, want in dec. 1327 is er sprake van dat hij "corteliken zine jaeren hebben zoude" en dan leenhulde zou moeten doen (Holl. Leenk. 37 fol.19).
Hij was leenvolger van zijn vader.
Hij komt voor het eerst voor in 1328 onder de edelen, die graaf Willem III naar Vlaanderen vergezelden om de graaf van dat land tegen de oproerigen uit Brugge en omstreken te helpen.
In augustus van dat jaar is hij aanwezig in de slag bij Cassel, waar met behulp van de Fransen de opstandelingen verslagen werden.
Op 31 maart 1331 tochtte hij zijn vrouw aan de tienden van Huisduinen en de tienden van Zegwaard (Holl. Leenk. 2 fol.71 en Holl. Leenk. 1 fol.68v). Zij zullen kort voor die dag gehuwd zijn.
Heer Jan was zeer in aanzien bij de graven Willem IV en V en Albrecht, hun partij toegedaan en met zijn broeders onder de voormannen van de Kabeljauwen.
In 1343 werd hij met anderen gecommitteerd om tijdens een afwezigheid van de graaf het land te bestieren.
Van augustus 1344 tot augustus 1345 bewaarde hij het grafelijk slot Nieuwendoren in Enigenburgh in West-Friesland; het is niet gebleken of hij de noodlottige slag bij Stavoren bijwoonde.
Daarna vinden wij hem in de omgeving van Willen V; in 1348 als raad.
In 1350 verbindt hij zich met de heer van Arkel, met zijn broeder Gerard en anderen om de graaf te steunen tegen de Hoekse partij onder leiding van de Bredero’s en Wassenaers.
Het is bekend dat de twisten tussen de graaf en zijn moeder leidden tot een scheepsstrijd op de Maas bij Zwartewaal op 4 aug. 1351. Jan van Egmond vocht mee in deze strijd.
De gravin-moeder werd verslagen en vluchtte naar haar zuster, de koningin van Engeland, wier man trachtte de vete bij te leggen, waartoe hij een gezantschap vroeg. Willem V zond als zodanig o.a. heer Jan van Egmond naar Engeland.
In 1355 besloot de graaf de bisschop van Utrecht, Jan van Arkel, die zich met gravin Margaretha verbonden had, aan te vallen en verzekerde zich daartoe van de hulp van enige Stichtse heren, oa. de heer Arent van IJselstein, de schoonvader van heer Jan van Egmond. Deze laatste versloeg in de nu gevolgde krijg de burgers van Bunschoten. Hij hervatte, na de winter, in 1356 de oorlog door het kasteel van Steven van Nyevelt op last van de graaf te belegeren. Na zeven weken nam hij het in, waardoor de oorlog ten einde kwam.
Nog in hetzelfde jaar werd heer Jan met zijn broeder Gerrit door Willem V tot stadhouder van Holland benoorden de Maas benoemd.
Na de krankzinnigheid van de graaf verleende hij steun aan diens broeder Albrecht, bij wie hij oa. in 1358 als raad voorkomt.
In 1359 tekende hij, als een der hoofden van de Kabeljauwse partij, een zoenbrief met Delft.
Tot zijn dood vindt men hem verder in de omgeving van de hertog.
Wat zijn verhouding met de abten van Egmond aangaat het volgende.
Hij schijnt met zijn handlangers Gerard van Heemskerk en Wouter van Meresteijn onder het bewind van abt Hugo van Assendelft, vooral in de jaren 1360 en 1361, het klooster veel overlast te hebben bezorgd door gewelddadig tegen de bewoners en bezittingen op te treden, zodat hij in 1360 door de te Avignon zetelende paus Innocentius VI gedaagd werd en eindelijk in 1366 door diens opvolger in de ban werd gedaan. Later schijnt deze echter opgeheven te zijn, want na zijn dood op 28-12-1369 werd hij inde kerk te IJsselstein begraven.
huwelijkscontract: 20 mei 1330
Hij trouwde, 19 of 20 jaar oud, op 20-05-1330 in IJsselstein met de 15 of 16-jarige
805667 Guyote van Amstel, geboren in 1314 in ?. Zij is overleden in 1373 in ?, 58 of 59 jaar oud.
Notitie: IJSSELSTEIN, Guyote van, ook bekend als Goudijn van Amstel (gest. 1373 of 1374), erfdochter, opdrachtgeefster van een opmerkelijk grafmonument. Dochter van Arend van IJsselstein (gest. 1363) en Maria van Henegouwen (gest. vóór 1347). Guyote van IJsselstein trouwde op 20-5-1330 met Jan van Egmond, heer van Zevenhuizen en Zegwaard (gest. 1369). Uit dit huwelijk werden ten minste 5 zoons en 5 dochters geboren.

Guyote van IJsselstein is vernoemd naar haar grootvader van moederskant Guy van Avesnes, broer van graaf Jan II van Holland en Henegouwen en zelf van 1301 tot 1317 bisschop van Utrecht. Onduidelijk is of haar moeder een bastaardkind van de bisschop was, of dat zij was geboren uit een wettig huwelijk van vóór de toetreding van Guy van Avesnes tot de geestelijke stand. De vader van Guyote stamde uit een zijtak van de roemruchte heren van Amstel, voorname dienstlieden van het bisdom Utrecht. Guyote had twee jongere zusters, Catharina en Bertha. Ze had geen broers. Dat kan worden opgemaakt uit het feit dat ze in 1364 werd beleend met de grafelijke lenen van haar vader, waaronder het slot te IJsselstein. Haar zusters hadden in 1347 afstand gedaan van hun moederlijk erfdeel.

Op 20 mei 1330 bezegelde haar familie en de familie Van Egmond de huwelijkse voorwaarden voor Guyote en Jan, die de Hollands-Henegouwse graven zou dienen als raadsheer, baljuw en stadhouder. Bij die gelegenheid verklaarde haar neef, graaf Willem III van Holland, haar tot erfgenaam van het slot te IJsselstein. Het huwelijk werd diezelfde dag voltrokken. Het jaar daarop schonk Jan van Egmond haar een lijfrente. Het paar kreeg minstens tien kinderen. In 1369 stierf Jan van Egmond. Als weduwe bezegelde Guyote in 1371 zelf (dat wil zeggen: ‘gesterkt’ met haar zoon Arend) het verlovingscontract van haar dochtertje Maria met Filips (V) van Wassenaar. Zoon Arend erfde het slot in 1374. Guyote is hoogstwaarschijnlijk in het jaar daarvoor gestorven, want een erfelijk leen zoals dit behoorde ‘binnen jaar en dag’ over te gaan.

Reputatie

Tegenwoordig memoreren de inwoners van IJsselstein graag de ‘heren van Amstel’ als stichters van hun stadje met het bijbehorende kasteel en de kerk (De Bruijn). Guyote van IJsselstein en Egmond, zoals zij zichzelf noemde, heet in de negentiende- en twintigste-eeuwse literatuur dan ook bij voorkeur ‘Guyot(t)e (of Goudijn) van Amstel’. Het kenmerkt de genealogische traditie van die tijd, die bijna alleen oog had voor de mannelijke lijn. Het feit dat familiewapens vanouds geacht worden in mannelijke lijn te vererven, heeft hierbij zeker een rol gespeeld. Op het eerste gezicht gaat dit ook op voor het veertiende-eeuwse praalgraf van de heren en vrouwen van IJsselstein in de Oude of St.-Nicolaaskerk in IJsselstein. De liggende beelden (‘gisants’) van Guyotes vader en grootvader zijn beide bedekt met het wapen Van IJsselstein. Die van haar moeder en grootmoeder (Bertha van Heukelom) dragen op het eerste gezicht geen wapen. Onder het baldakijn is echter een heel andere configuratie te zien. Boven het hoofd van Bertha van Heukelom is een alliantiewapen Van IJsselstein-Van Heukelom aangebracht, boven het hoofd van moeder Maria van Henegouwen een alliantiewapen Van Henegouwen-Van IJsselstein. Bij laatstgenoemde stond het eigen voorvaderlijke wapen dus op de ereplaats (Kuiken, 68-69).

De bedenker van dit welsprekende praalgraf is vrijwel zeker Guyote van IJsselstein en Egmond geweest (Bouwman 210-211). Het graf past in de traditie van de Noord-Franse adel van de twaalfde en dertiende eeuw, die met de komst van het Henegouwse gravenhuis ook in de Noordelijke Nederlanden ingang vond. Dat deze Henegouwse ‘lieu de mémoire’ in IJsselstein uitgerekend is vormgegeven door een vrouwelijke nakomeling, past in het beeld dat de Franse historicus Duby van de edelvrouwen in dit milieu schetst: zij traden op als hoedsters van de memoriecultuur. De stad en de kerk van IJsselstein zijn ook geen schepping van de ‘heren van Amstel’, maar van bisschop Guy. Dat hier in werkelijkheid niet de heren maar de vrouwen van IJsselstein de dienst uitmaakten, komt in de heraldiek van het praalgraf even elegant als discreet tot uiting.
Kind uit dit huwelijk:
I. Bertha van Egmond, geboren in 1340 in Egmond (zie 402833).
805668 Steven van Zuijlen van Nijevelt, geboren in 1331 in Veldhuizen. Hij is overleden op 17-10-1403 in ?, 71 of 72 jaar oud.
Notitie: Geerestein Ligging Het kasteel staat direct ten noorden van Woudenberg.

Ontstaan De oudste vermelding dateert van 1394.
Geschiedenis Geerestein was een Stichts leen en zou al voor 1400 bekend zijn en hebben toebehoord aan een familie met die naam. De oudste vermelding stamt uit 1394. Jacob van Zuylen werd in dat jaar beleend met de zogenoemde Colenaarshove en een tweede hoeve, vernoemd naar Geerlof de Valkenaar. Het kasteel zal waarschijnlijk voor 1402 gebouwd zijn.
Via een erfdochter Gijsberta van Geerestein ging het goed over aan het geslacht Van Zuylen van Nijevelt. In een charter belooft bisschop Frederik van Blankenberg aan Jacob van Zuylen van Nijevelt om na diens dood zijn zoon Steven te zullen belenen. Op 13 september 1477 werd een andere Steven van Zuylen van Nijevelt met het goed beleend. Zijn broer Gerrit werd daarop met het huis beleend. Aangezien beiden tot de Hoekse partij behoorden belegerde bisschop Davind van Bourgondie Geerestein, dat uiteindelijk door verraad ingenomen werd. Gerrit werd naar Wijk bij Duurstede gebracht, en werd later gevolgd door Steven. In 1533 werd Jacob van Zuylen met Geerestein beleend, na zijn dood in 1546 opgevolgd door zijn zoon Arend. In 1569 werd deze opgevolgd door zijn zoon Jacob, en toen die kinderloos overleed door een gelijknamige neef, die in 1588 eveneens kinderloos overleed. In 1605 was Arend van Zuylen opvolger, maar ook deze liet geen zoons na, en via erfdochter Margaretha kwam het huis in handen van Jaspar van Lynden. Zijn kleinzoon Steven van Lynden was de volgende eigenaar. Deze huwde in 1698 Anna Maria de Marez, dochter van Samuel de Marez, heer van Maarn en Maarsbergen. Na Stevens dood werd in 1711 eerst zijn weduwe met Geerestein beleend, maar twee jaar later ook zijn moeder, Jacoba Maria van Reede, aangezien haar zoon destijds op huwelijkse voorwaarden was getrouwd. Zij stierf in 1732, en aangezien haar boedel te kort schoot werden de leengoederen verkocht. Bij de erfscheiding viel Geerestein wederom aan Anna Maria de Marez ten deel, die ondertussen hertrouwd was met haat zwager, Gerard Maximiliaan Pijnssen van der Aa, heer van Deyl. Toen Anna Maria in 1763 stierf werd zij opgevolgd door haar kleinzoon Adolf Hendrik van Rechteren. Deze overleed ongehuwd in 1793, zodat zijn broer, Rudolf Christiaan, die reeds heer van Woudenberg was, ook Geerestein erfde. Zijn kinderen waren in 1834 genoodzaakt Geerestein te verkopen aan jonkheer Hendrik Daniel Hooft. Hooft moderniseerde het kasteel en liet het landschapspark aanleggen. Hij liet ook verschillende boerderijen op het landgoed bouwen, waarvan Klein-Geerestein de belangrijkste is. Na vele jaren leegstand verhuurde de familie Hooft het kasteel met bijgebouwen aan archtitectenbureau INBO, die in 1981 de gebouwen kocht. Het landgoed bleef in eigendom van de familie.
Hij trouwde, ongeveer 59 jaar oud, omstreeks 1390 in ? met de ongeveer 56-jarige
805669 Agnes van Heemskerck, geboren in 1334 in Heemskerk. Zij is overleden in 1395 in ?, 60 of 61 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Jacob van Zuijlen van Nijevelt, geboren in 1360 in Utrecht (zie 402834).
805670 Gijsbert II van Nijerode, geboren in 1330 in Kortenhoef. Hij is overleden op 03-11-1396 in Kortenhoef, 65 of 66 jaar oud.
Notitie: Notities bij Gijsbert van Nijenrode

Ridder, lid van het Kabeljauws verbond in Holland in 1350, maarschalk van Eemland en Gooiland in 1351, meesterridder van de herberg van graaf Willem V van 1353 tot 1354, heer van Nijenrode in 1355, heer van Velsen, baljuw van Kennemerland en West-Friesland van 1355 tot 1357, hoofdman van het land van Amstel, Amsterdam, Waterland, Zeevang en Naarden in 1356, baljuw en rentmeester van Amstelland en Waterland van 1357 tot 1358, raadsheer van graaf Willem V in 1357, kapitein van Delft in 1359, heer van den Poel in 1367, maarschalk van het Nedersticht tussen 1385 en 1393, raadsheer van graaf Albrecht van Beieren van 1393 tot 1394, kastelein op Wulverhorst in 1394.


Gijsbrecht II van Nijenrode ook wel Gysbert of Gizelbertus (ca. 1331 – 3 november 1396) was heer en kastelein van Nijenrode, Velsen, De Poel, Muiden, Waterland, Wulverhorst, perfect van Naarden, baljuw van Kennemerland, Friesland en Nieuburg, Maarschalk van Holland en het Nedersticht en een van de hoofdondertekenaars van de Kabeljauwse verbondsakte, die het begin betekende van de Hoekse en Kabeljauwse twisten.

Hij was een zoon van Gerard Splinter van Nijenrode en Maria Persijn van Velsen.

Gerard was in 1350 aanwezig bij de ondertekening van een Kabeljauwse akte, die verandering beoogde in het conservatieve Holland. De ondertekening werd op Gijsbrechts kasteel Nijenrode gedaan en de akte die zoveel teweeg zou gaan brengen zou in beheer van Gijsbrecht worden gehouden. Hij[bron?] was betrokken bij de ontvoering van de jonge toekomstige graaf Willem V van Holland, die de akteondertekenaars graag als hun graaf wilden hebben. Gijsbrecht kreeg diverse eretitels van Willem V, waaronder veldmaarschalk en meesterridder van de herberg waar de graaf merendeels verbleef in de periode 1350-1352. Van Nijenrode was betrokken bij het Beleg van Geertruidenberg en gezagvoerder bij het beleg van kasteel Brederode in 1351.

Op 11 november 1355 riep Willem V van Holland de oorlog tegen het sticht uit, dit omdat graaf Willem recht zou hebben op gronden die het Sticht Utrecht in bezit hadden genomen. Tijdens dit conflict zwoer Gijsbrecht trouw aan de Hollandse graaf en nam hij deel aan een kleine veldtocht in het Gooi onder leiding van Jan I van Egmont; de plaats Bunschoten werd geplunderd, waarbij 70 mensen het leven lieten. Aan het begin van het jaar 1356 trok bisschop Jan van Arkel met een onverwachte actie het Gooi binnen en viel Muiden en Weesp aan, twee leeggeplunderde plaatsen achterlatend. Op 14 maart 1356 kreeg Gijsbrecht vanuit Naarden de opdracht een brandschatting te houden in het gebied van de bisschop. Daarbij werd Soest in de as gelegd. Toen hij[bron?] weg wilde, resulteerde het in de Slag bij Soest tussen de Hollanders en het Sticht Utrecht. In 1358 verzoende Gijsbrecht zich met bisschop Jan van Arkel.

In 1358/59 werd Van Nijenrode verdacht van betrokkenheid bij een aanslag op Reinoud II van Brederode bij Castricum, dit omdat hij eerst baljuw van Kennemerland was geweest en deze titel tot zijn verbittering naar Van Brederode had zien gaan. Van Nijenrode zou daarna gevlucht zijn naar Delft, waarna het beleg van Delft volgde, maar hij wist stiekem te ontsnappen, waarna hij naar Heusden vluchtte, waar hij binnen het slot zijn toevlucht zocht. Andere bronnen beweren dat hij juist aanvoerder was van een ontzettingsleger dat in 1359 het beleg van Heusden moest opbreken; hij kwam echter te laat.



Op 1 februari 1362 vertrok Van Nijenrode op pelgrimstocht naar het Heilige Land met een bezoek aan het heilige graf en de rustplaats van Sint-Katharina[bron?] en zou tot aan de Sinaïwoestijn gereisd hebben. In 1365 wordt hij weer vermeld als raad van bisschop Jan van Arkel. In 1374 ontstak opnieuw een dispuut tussen Holland en het sticht over de tolgelden over de rivieren Lek en Vecht. Hertog Albrecht van Beieren trok met zijn troepen naar Slot Gildenburg en belegerde het kasteel dat bezet werd onder Gijsbrecht. Na een hevige strijd sloten Albrecht en Gijsbrecht op 1 juni 1374 een akkoord. In de jaren erna komt Gijsbrecht voor in de raad van de hertog Albrecht en lijkt er een soort kameraadschap of verzoening te zijn ontstaan, want Albrecht benoemt hem onder andere tot Maarschalk van Eemland en later tot heer van Wulverstein. Tussen 1372 en 1392 maakte Gijsbrecht aanspraak op de erfrechten van Waterland van de uitgestorven familietak Persijn aan zijn moederszijde. De graaf van Holland, Albrecht van Beieren, was niet bereid hieraan toe te geven, maar gaf meer toe toen er andere afstammelingen hun recht lieten gelden. Van Nijenrode liet het wapen van Nijenrode vervlechten met dat van Persijn in 1293.

Gijsbrecht huwde met Belia van Arkel-Leyenburg, met wie hij minstens vier kinderen kreeg.
Otto van Nijenrode, huwde Helwig of Hedwig van Vianen
Elisabeth of Elsebe van Nijenrode, huwde met Jakob van Zuylen en Nievelt
Jan van Nijenrode
Fije van Nijenrode, huwde met Beer van Mombaar
Hij trouwde met
805671 Belia van Arkel - Leijenburg, geboren in ?. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Elisabeth van Nijenrode, geboren in 1362 in Breukelen (zie 402835).
811394 Wenemar van Kuyc, geboren omstreeks 1330. Hij is overleden in 1390, ongeveer 60 jaar oud.
Notitie: Wenemar van Cuijk (ca. 1330 - 1390) was heer van Cuijk en Grave (1382-1390) en voogd van Neerloon.

Wenemar volgde zijn neef Jan V (+ 1382) op als heer van Cuijk en Grave. Jan V had kort voor zijn dood verschillende bezittingen van de hand gedaan. Hoogstraten had hij verkocht aan zijn neef Jan IV van Hoogstraten; Asten werd verkocht aan Gerard van Berkel en Ricoud de Cocq. Hendrik, vader van Jan IV van Hoogstraten, had reeds in 1364 zijn rechten op de heerlijkheid Cuijk laten afkopen. Na het overlijden van Jan III waren zijn resterende bezittingen verdeeld onder zijn drie overlevende zonen, waarbij Wenemar de Cuijkse allodia te Meteren en Malsen, in Gelders gebied, kreeg.

Wenemar huwde ca. 1360 met Aleydis de Cocq van Opijnen.
Ze hadden 6 kinderen:
Jan VI van Cuijk, heer van Cuijk en Grave 1380-1394.
Jan van Cuijk de jongere.
Johanna van Cuijk, vrouwe van Cuijk (1394-1400) en Grave (1394-1399)
Katharina van Cuijk (ca. 1365 – voor 1418), huwde met Herbaren van Heukelom, heer van Acqoy.
Elisabeth van Cuijk (ca. 1365 – na 1423), huwde met Jan van Tiel (Eyll), ook genaamd Jan van Meteren, schepen van Deil.
Jutta van Cuijk, huwde met Willem Pieck.

Wenemar en zijn zoon en opvolger Jan VI van Cuijk raakten verstrikt in de strijd tussen het hertogdom Brabant en het hertogdom Gelre. In 1356 werd het land van Cuijk, tot op dat moment rijksleen, door keizer Karel IV tot Brabants leen gemaakt; Grave was reeds in 1323 een Brabants leen geworden. Wenemar was dus een leenman van de hertog van Brabant. Hij was echter getrouwd met een Gelderse en koos in het geschil tussen Brabant en Gelre de kant van Gelre, zoals onder meer blijkt uit het feit dat in de zomer van 1384 huwelijksvoorwaarden werden opgemaakt voor een huwelijk tussen Wenemars zoon Jan VI en Johanna, bastaarddochter van Willem van Gelre. Het conflict tussen Brabant en Gelre werd beëindigd in 1388; de ratificatie volgde in 1390.
Hij trouwde, ongeveer 30 jaar oud, omstreeks 1360 in ? met de ongeveer 25-jarige
811395 Aleydis de Cocq van Opijnen, geboren omstreeks 1335 in ?. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Elisabeth van Kuyc, geboren omstreeks 1370 in ? (zie 405697).
811400 Arend van Egmond, geboren omstreeks 1340 in ?. Hij is overleden op 09-04-1409 in ?, ongeveer 69 jaar oud.
Notitie: Arend van Egmont (ca. 1340 - 9 april 1409) was heer van Egmont, Heer van IJsselstein, van Zegwaard en militair.

Hij was een zoon van Jan I van Egmont en Guyote van IJsselstein. Van Egmont zat vanaf 1372 in de ministriaal van Albrecht van Beieren. Hij nam in 1396 deel aan de veldtochten tegen de West Friezen en kreeg in 1398 de heerlijkheden van Ameland en De Bilt toebedeeld. Van Egmont kreeg het bevel over de Hollandse troepen die Friesland moesten stabiliseren. Hij leefde in onmin met graaf Willem VI van Holland vanwege zijn Kabeljauwse gezindheid.

Van Egmont huwde met Jolanda van Leiningen, met wie hij minstens twee zonen kreeg:
Jan II, Heer Van Egmont (ca. 1385-1451), opvolger.
Willem van Egmont (ca. 1387-1451)


Notities bij Arend van Egmond

Hij erfde van zijn vader de goederen van Egmond en van zijn moeder IJsselstein en aldus werd hij heer van Egmond en IJsselstein.
Raadsheer van Albrecht van Beieren vanaf 1372 en aanhanger der Kabeljauwen. Hij verwierf op 11 aug. 1398 de heerlijkheden van Ameland en het Bilt in leen (van Mieris: Charterboek III, pag.686).
Hij voerde in 1400 het bevel over de Hollandse troepen die naar Friesland togen, doch stond bij de Hoekse graaf Willem VI niet in de gunst.
Hij is begraven in het door hem gestichtte klooster te IJsselstein. Zie ook Karel de Grote reeks 56. Abdij van Egmond; toegangsnummer: 356; 4. Regestenlijst:
4471371 Maart 10 (in den Haghe des Maendaghes voir sinte Gregorius dach, als men screef in den Hof van Hollant dusent driehondert ende tseventich)
Jan, abt van Egmonde, prior en convent verbinden zich tegenover Aernt van Egmonde het compromis,
dat zij eertijds met zijn vader zijn aangegaan, en waardoor deze brief gestoken is, te zullen nakomen.
Afschrift (Inv.no. 2, fol. 4 vo). 4871376 Februari 24 (op sinte Mathiisdach)
Aernout, heer van Egmonde en van Yselsteyne verklaart, dat zijn neef Wouter van Merensteyne vóór met name genoemde leenmannen hem weder opgedragen heeft 19 viertelen land met het ambacht bij Boscoep, geheten Zuudwiic, welke hij in leen had gehoude n; dat joncfrou Alveraet, Wouters vrouw,
daarop vóór hem en met name genoemde leenmannen "mit bliden sinne ende mit goede wille" opgedragen en kwijtgescholden heeft den lijftocht, dien haar op genoemde goederen besproken was, waarop hij, Aernout, het goed in handen stelt van hertog Aelbrecht, ruwaard, tot vrij eigendom en wel ten behoeve van heer Dirc Voppensone, persoon van Haerlem en rentmeester van Noorthollant, zulks met instemming van hem en zijn neef Wouter.
Oorspr. (Inv.no. 481). Met brokstukken van het zegel van den oorkonder. 4881377 Februari 27 (des Vridaechs na Sinte Mathiisdach)
Aelbrecht, ruwaard van Henegouwen enz., verklaart, dat de heer van Egmonde en Yselsteyne vóór hem weder opgedragen heeft het leen van 19 viertelen land met het ambacht, gelegen bij Buscoep en geheten de Zuudwijc, welk goed met de lijftocht daarvan Wouter van Meresteyne en zijn vrouw jonkvrouw Alveraert den heer van Egmond hadden opgedragen; hij draagt genoemd goed met het ambacht tot een vrij eigen aan heer Dirc Voppenzoen, persoon van Haerlem en rentmeester van Noerthollant over.
Oorspr. (Inv.no. 481). Met brokstukken van het grafelijk zegel.
Hij trouwde, ongeveer 40 jaar oud, omstreeks 1380 in ? met de ongeveer 35-jarige
811401 Yolande van Leiningen, geboren in 1345. Zij is overleden op 24-04-1434, 88 of 89 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Jan II van Egmond, geboren omstreeks 1385 in ? (zie 405700).
811402 Jan V van Arkel, geboren in 1362 in Gorinchem. Hij is overleden op 25-07-1428 in Leerdam, 65 of 66 jaar oud.
Notitie: Jan V van Arkel (Frans, Jean V d’Arkle) (Gorinchem, 1362 - Leerdam, 25 juli/augustus 1428) was heer van Arkel, ambachtsheer van Haastrecht, Hagestein en stadhouder van Holland, Zeeland en West-Friesland.

Hij was een zoon van Otto van Arkel en Elisabeth de Bar-Pierrepont. Jan V verkreeg in 1380 het ambachtsheerschap van Haastrecht en in 1382 dat van Hagestein. Na de dood van zijn vader in 1396 sloot hij zich aan bij de hofraad van de graaf van Holland.

Onder Albrecht van Beieren, graaf van Holland werden er diversen schermutselingen omtrent de Hoekse en Kabeljauwse twisten uitgevochten. Jan V was een trouwe bondgenoot van Albrecht omdat beiden van de Kabeljauwse partij waren, maar tijdens een campagne tegen de Westfriezen kwam Jan V in conflict met Albrechts zoon Willem van Oostervant, daarbij speelde ook de affaire rond Aleid van Poelgeest een bijrol. Willem verkondigde aan zijn vader Albrecht dat Van Arkel geen trouw bondgenoot meer was, waarna Van Arkel zichzelf tot onafhankelijk heerser verklaarde. Jan van Arkel speelde daarna een belangrijke rol in de Arkelse oorlog (1401-1412). Hierbij leverde hij strijd met hoofdzakelijk de graaf van Holland. Uiteindelijk moesten de ’Arkelsen’ het onderspit delven. Jan V van Arkel verloor zijn bezittingen, en moest de jaren 1415-1426 doorbrengen in gevangenschap. Enkele jaren later overleed hij (1428).

Jan van Arkel huwde op 18 oktober 1376 met Johanna van Gulik, dochter van hertog Willem II van Gulik, en erfgename van Gelre.
Zij kregen samen twee kinderen:
Willem van Arkel (†Gorinchem, 1 december 1417)
Maria van Arkel (†IJsselstein, 1415), die huwde met Jan II van Egmond.

Voorts verwekte hij enkele bastaarden:
Otto († Utrecht, 1475)
Hennekeyn
Henneke, die huwde met Jan van Egmond heer van Wateringen.
Dirk

Zijn vrouw was al vroeg gestorven, in 1394. Willem van Arkel, hun zoon, kwam om toen hij de stad Gorinchem, jarenlang Arkels bezit, probeerde te heroveren. Hij was toen naar schatting 30 tot 34 jaar oud. Aangezien Willem geen nakomelingen had - afgezien van vier bastaarddochters - kwam er een eind aan de Van Arkel-dynastie. Het Land van Arkel kwam grotendeels in handen van Holland en de hertog van Gelre.
Hij trouwde, 13 of 14 jaar oud, op 18-10-1376 in ? met
811403 Johanna van Gulik, geboren in ?. Zij is overleden in 1394 in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Maria van Arkel, geboren omstreeks 1385 in ? (zie 405701).
811404 Frederik III van Meurs, geboren omstreeks 1360 in Meurs ( Rijnprovincie Duitsland). Hij is overleden omstreeks 1417, ongeveer 57 jaar oud.
Hij trouwde, ongeveer 16 jaar oud, in 1376 in ? met
811405 Walpurgis van Saarwerden, geboren in ?. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Frederik IV van Meurs, geboren in 1376 in ? (zie 405702).
811406 Adolf III van der Mark, geboren in 1334 in ?. Hij is overleden op 07-09-1394 in Kleef ( Duitsland ), 59 of 60 jaar oud.
Notitie: Adolf III van der Mark (1334 – Kleef, 7 september 1394) was de tweede zoon van graaf Adolf II van der Mark en Margaretha, een dochter van graaf Diederik IX van Kleef.

In 1357 was hij bisschop van Münster geworden en in 1363 benoemde de paus hem tot aartsbisschop van Keulen (als Adolf II), maar hij deed het jaar nadien al afstand ten voordele van zijn oom Engelbert van der Mark (als Engelbert III), met het vooruitzicht graaf van Kleef te kunnen worden. In 1368 werd hij dan graaf van Kleef, na het overlijden van zijn kinderloze oudoom, graaf Jan van Kleef. Dankzij de steun van zijn oom-aartsbisschop Engelbert kon hij zich handhaven. In 1391 erfde hij nog het graafschap Mark (als Adolf III) na het overlijden van zijn broer, graaf Engelbert III van Mark.

Adolf trok zich in 1393 terug ten voordele van zijn zonen Adolf en Diederik en stierf het jaar nadien.

Hij was in 1369 gehuwd met Margaretha van Gulik (ca. 1350-1425), dochter van graaf Gerard van Berg, en was vader van:
Mynta (ca. 1369- )
Johanna (ca. 1370- ), abdis van Hörde
Adolf (1373-1448)
Diederik (1374-1398)
Margaretha van Kleef (ca. 1375-1411), in 1394 gehuwd met hertog Albrecht van Beieren (1336-1404)
Gerard van der Mark (ca. 1376-1461)
Elisabeth (1378-1430), gehuwd met graaf Reinoud II van Heinsberg-Valkenberg (1350-1396) en in 1401 met hertog Stefanus III van Beieren (1337-1413)
Engelberta (ca. 1380-1458), in 1392 gehuwd met graaf Frederik IV van Meurs (1376-1448)
Catharina (ca. 1385-1459)

Graaf Adolf III was als aartsbisschop van Keulen Adolf II en als bisschop van Münster Adolf I.
Hij trouwde, 34 of 35 jaar oud, in 1369 in ? met de ongeveer 32-jarige
811407 Margaretha van Gulik-Berg, geboren omstreeks 1337 in ?. Zij is overleden in 1425 in ?, ongeveer 88 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Engelberta van Kleef, geboren omstreeks 1385 in ? (zie 405703).
817152 N.N. van Westriene, geboren omstreeks 1350 in Marsch. Hij is overleden in ?.
Hij trouwde met
817153 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. N.N. van Westriene, geboren omstreeks 1375 in ? (zie 408576).
817728 Reinald I van Gelre, geboren in 1255. Hij is overleden op 09-10-1326 in Slot Montfort in gevangenschap., 70 of 71 jaar oud. Hij is begraven op 21-10-1326 in Gravendal.
Notitie: Reinoud (of: Reinald) I van Gelre (1255 - Monfort, 9 oktober 1326). Hij was ook bekend als Reinoud de Strijdbare. Reinoud I was graaf van Gelre van 10 januari 1271 tot zijn dood.

Reinoud werd geboren als zoon van Otto II, graaf van Gelre. In 1276 trouwde hij met Imgard van Limburg (-1283), de erfgename van hertog Walram IV van Limburg. Dit huwelijk bleef kinderloos. In 1286 trouwde hij met Margaretha van Vlaanderen (1272-1331), dochter van Gwijde van Dampierre. Zij hadden volgende kinderen:
Reinoud II (1295-1343)
Margaretha, gehuwd met graaf Diederik IX van Kleef
Gwijde
Elisabeth (-1354), abdis te Keulen
Filippa, non in Keulen.

In 1279 werd hij co-hertog in Limburg en vanaf 1281 tot 1288 was hij solo-hertog van Limburg maar verloor dit gebied na zijn nederlaag bij de Slag bij Woeringen.

Nog in 1279 kocht hij het graafschap Kessel aan evenals de heerlijkheidsrechten over de linker-Maasoever en Mönchengladbach.

Na de moord op Hendrik III van Gelre erfde diens neef Reinoud in 1284 de Heerlijkheid Montfort, een district van het hertogdom Gelre, waartoe ook het Kasteel Montfort behoorde.

Bij de slag bij Woeringen in 1288 wilden de graven van Gelre hun macht uitbreiden over het hertogdom Limburg, wat evenwel jammerlijk mislukte. Volgens legende gaf hij zich over met twee veren in elke hand (zie afbeelding). Reinoud had zich hiervoor echter diep in de schulden gestoken en zag zich daardoor verplicht om de inkomsten van zijn graafschap Gelre van 1288 tot 1293 te verpachten aan zijn schoonvader Gwijde van Dampierre, graaf van Vlaanderen. De Vlaamse heerschappij heeft bijgedragen aan de bouw van een modern doeltreffend territoriaal bestuur.

Reinoud werd in 1317 door de Duitse tegenkoning Frederik de Schone in de rijksvorstenstand verheven, hetgeen echter door keizer Lodewijk IV niet erkend werd.

In 1318 werd hij afgezet. Daarna regeerde zijn zoon onder voogdij. In 1320 werd Reinoud I door zijn eigen zoon, Reinoud II, gevangengezet in de kerker van de Grauwert, een verdedigingstoren van Kasteel Montfort. Daar zou hij zes jaar later overlijden. Reinoud I werd op 21 oktober 1326 in het klooster Graefenthal begraven.
Notitie bij publiceren: Reinoud (of: Reinald) I van Gelre (1255 - Monfort, 9 oktober 1326). Hij was ook bekend als Reinoud de Strijdbare. Reinoud I was graaf van Gelre van 10 januari 1271 tot zijn dood.

Reinoud werd geboren als zoon van Otto II, graaf van Gelre. In 1276 trouwde hij met Imgard van Limburg (-1283), de erfgename van hertog Walram IV van Limburg. Dit huwelijk bleef kinderloos. In 1286 trouwde hij met Margaretha van Vlaanderen (1272-1331), dochter van Gwijde van Dampierre.
Zij hadden volgende kinderen:

Reinoud II (1295-1343)
Margaretha, gehuwd met graaf Diederik IX van Kleef
Gwijde
Elisabeth (-1354), abdis te Keulen
Filippa, non in Keulen.

Levensloop

In 1279 werd hij co-hertog in Limburg en vanaf 1281 tot 1288 was hij solo-hertog van Limburg maar verloor dit gebied na zijn nederlaag bij de Slag bij Woeringen.

Nog in 1279 kocht hij het graafschap Kessel aan evenals de heerlijkheidsrechten over de linker-Maasoever en Mönchengladbach.

Na de moord op Hendrik III van Gelre erfde diens neef Reinoud in 1284 de Heerlijkheid Montfort, een district van het hertogdom Gelre, waartoe ook het Kasteel Montfort behoorde.

Bij de slag bij Woeringen in 1288 wilden de graven van Gelre hun macht uitbreiden over het hertogdom Limburg, wat evenwel jammerlijk mislukte. Volgens legende gaf hij zich over met twee veren in elke hand (zie afbeelding). Reinoud had zich hiervoor echter diep in de schulden gestoken en zag zich daardoor verplicht om de inkomsten van zijn graafschap Gelre van 1288 tot 1293 te verpachten aan zijn schoonvader Gwijde van Dampierre, graaf van Vlaanderen. De Vlaamse heerschappij heeft bijgedragen aan de bouw van een modern doeltreffend territoriaal bestuur.

Reinoud werd in 1317 door de Duitse tegenkoning Frederik de Schone in de rijksvorstenstand verheven, hetgeen echter door keizer Lodewijk IV niet erkend werd.

In 1318 werd hij afgezet. Daarna regeerde zijn zoon onder voogdij. In 1320 werd Reinoud I door zijn eigen zoon, Reinoud II, gevangengezet in de kerker van de Grauwert, een verdedigingstoren van Kasteel Montfort. Daar zou hij zes jaar later overlijden. Reinoud I werd op 21 oktober 1326 in het klooster Graefenthal begraven.
Hij is weduwnaar van Irmgard van Limburg (ovl. 1283), met wie hij trouwde (1), 20 of 21 jaar oud, in 1276 in ?.
Hij trouwde (2), 30 of 31 jaar oud, op 03-07-1286 in Namen met de 13 of 14-jarige
817729 Margaretha van Vlaanderen - Dampierre, geboren in 1272 in ?. Zij is overleden in 1331 in s’Gravendal, 58 of 59 jaar oud.
Notitie: Margaretha van Dampierre (1272-’s Gravendal, 1331) was een dochter van Gwijde van Dampierre, graaf van Vlaanderen, uit zijn tweede huwelijk met Isabella van Luxemburg. In 1282 trouwde zij met Alexander (1263-1283), zoon van Alexander III van Schotland, maar deze overleed reeds een paar jaar later zonder de troon te hebben beklommen. Haar vader koppelde haar daarna, in 1286, aan Reinoud I van Gelre, sedert 1283 weduwnaar van erfhertogin Irmgard van Limburg.
Zij hadden volgende kinderen:
Reinoud II (1295-1343)
Margaretha, gehuwd met graaf Diederik IX van Kleef
Gwijde
Elisabeth (-1354), abdis te Keulen
Filippa, non in Keulen.
Zij is weduwe van Alexander van Schotland (1263-1283), met wie zij trouwde (1), 9 of 10 jaar oud, in 1282 in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Reinald II van Gelre ( De Zwarte ), geboren omstreeks 1295 in ? (zie 408864).
817730 Eduard II van Engeland, geboren op 25-04-1284 in Caernarfon ( Wales ). Hij is overleden op 21-09-1327 in Berkeley Castle ( Gloucestershire ), 43 jaar oud. Hij is begraven in Gloucester Cathedral.
Notitie: Eduard II van Carnarvon (Engels: Edward, Caernarfon (Wales), 25 april 1284 – Berkeley Castle (Gloucestershire), 21 september 1327) was koning van Engeland van 1307 tot 1327. Hij was de vierde zoon van Eduard I en Eleonora van Castilië. Hij werd troonopvolger ten gevolge van het overlijden van zijn oudere broers.

Eduard zou huwen met Filippina van Vlaanderen, de dochter van Gwijde van Dampierre, de graaf van Vlaanderen die steun zocht bij de Engelsen tegen zijn leenheer, de Franse koning Filips IV. Dat kwamen Gwijde en Eduards vader in 1294 te Lier overeen. De Franse koning verhinderde dit huwelijk door Gwijde en zijn dochter naar Frankrijk uit te nodigen en ze dan beiden gevangen te zetten. Gwijde werd na bemiddeling van onder meer paus Bonifatius VIII vrijgelaten in 1295, terwijl zijn dochter Filippina in het Louvre opgesloten bleef en er overleed in 1306.

In 1308 trouwde Eduard met Isabella, de dochter van de Franse koning Filips IV. Het huwelijk zou geen succes worden. Eduard verwaarloosde zijn vrouw en er gingen geruchten dat hij homoseksueel zou zijn, aangezien hij het gezelschap van mannen prefereerde, waaronder de Franse edelman Piers Gaveston, Roger d’Amory en Hugh le Despenser. Niettemin kwamen uit het huwelijk met Isabella vier kinderen voort: twee zoons, Eduard en Jan, en twee dochters, Eleonora en Johanna, die de vrouw zou worden van David II van Schotland.

Eduard was geen sterk bestuurder en had een voorliefde voor vermaak. De strijd met de Schotten die zijn vader had ingezet, liet hij versloffen. Door zijn kennelijke gebrek aan zelfvertrouwen liet hij het bestuur liever aan anderen over. Al tijdens het koningschap van zijn vader stond hij onder invloed van Gaveston, die -onder druk van de adel- door de koning werd verbannen.

Na de dood van Eduard I haalde hij zijn vriend Gaveston echter terug en maakte hem graaf van Cornwall. Gaveston trad ook op als regent als Eduard in het buitenland was. De baronnen protesteerden hiertegen en het lukte hen uiteindelijk Piers Gaveston opnieuw te verdrijven en in 1312 werd hij vermoord.

Eduard werd vervolgens gedwongen toezicht op het bestuur toe te staan via een regeringsraad van 21 baronnen, de "Lords Ordainers". Tijdens het geruzie met de baronnen wist Robert I van Schotland (the Bruce) Schotland grotendeels te heroveren. Dit ging ook Eduard te ver. In juni 1314 trok hij met een groot leger naar het noorden, maar werd verpletterend verslagen in de slag om Bannockburn, waarna Robert wraak nam op de daden van Eduard en zijn vader door het noorden van Engeland te verwoesten.

Daarna liet Eduard het bestuur opnieuw over aan zijn gunsteling Hugh Despenser. Ook dit was reden voor de baronnen om in opstand te komen. Ook Despenser en zijn familie werden verbannen. In 1322 haalde hij de familie echter terug uit ballingschap en ging de strijd aan met de baronnen. De jaren daarop werd Engeland in feite geregeerd door de Despensers.

In 1325 kwam ook de koningin in actie. Na een kort verblijf in Frankrijk wilde zij niet terugkeren als haar man de Despensers aan de macht zou laten. Samen met haar zoon en een van de verbannen baronnen, Roger Mortimer, keerde zij terug, vastbesloten de Despensers te verdrijven. Eduards volgelingen verlieten hem en hij vluchtte naar het westen. Zijn vrouw volgde hem en liet Hugh le Despenser en diens zoon ter dood brengen. In november werd Eduard gevangengenomen. In januari 1327 werd hij op beschuldiging van incompetentie en allerlei wangedrag gedwongen af te treden ten gunste van zijn 14-jarige zoon Eduard III, waarbij de feitelijke macht werd uitgeoefend door zijn vrouw Isabella en haar geliefde Roger Mortimer. Eduard II werd vermoord in september van hetzelfde jaar in Berkeley Castle. Hij werd anaal gespietst met een gloeiende pook, in een kennelijke poging hem als homoseksueel te kijk te zetten. Mortimer en Isabella hebben weinig plezier beleefd aan hun machtsgreep; toen Eduard III in 1330 meerderjarig werd, liet hij Mortimer als verrader terechtstellen; zijn moeder rangeerde hij op een nette manier uit; zij overleed in Hertford in 1358.

De Engelse toneelschrijver Christopher Marlowe
Hij trouwde, 23 jaar oud, op 25-01-1308 in Boulogne ( Frankrijk ) met de 15-jarige
817731 Isabella van Frankrijk, geboren op 17-03-1292 in Parijs. Zij is overleden op 22-08-1358 in Hertford ( Engeland ), 66 jaar oud. Zij is begraven in The Church of the Grey Friars in Londen.
Notitie: Notities bij Isabella de Capet

Isabella of France (c. 1295 ? 22 August 1358), sometimes described as the She-wolf of France, was Queen consort of England as the wife of Edward II of England. She was the youngest surviving child and only surviving daughter of Philip IV of France and Joan I of Navarre. Queen Isabella was notable at the time for her beauty, diplomatic skills and intelligence.

Isabella arrived in England at the age of twelve during a period of growing conflict between the king and the powerful baronial factions. Her new husband was notorious for the patronage he lavished on his favourite, Piers Gaveston, but the queen supported Edward during these early years, forming a working relationship with Piers and using her relationship with the French monarchy to bolster her own authority and power. After the death of Gaveston at the hands of the barons in 1312, however, Edward later turned to a new favourite, Hugh Despenser the younger, and attempted to take revenge on the barons, resulting in the Despenser War and a period of internal repression across England. Isabella could not tolerate Hugh Despenser and by 1325 her marriage to Edward was at a breaking point.

Travelling to France under the guise of a diplomatic mission, Isabella began an affair with Roger Mortimer, and the two agreed to depose Edward and oust the Despenser family. The Queen returned to England with a small mercenary army in 1326; moving rapidly across England, the King’s forces deserted him. Isabella deposed Edward, becoming regent on behalf of her son, Edward III. Many have believed that Isabella then arranged the murder of Edward II. Isabella and Mortimer’s regime began to crumble, thanks in part to her lavish spending, but also due to the Queen successfully, but unpopularly, resolving long-running problems such as the wars with Scotland.

In 1330, Isabella’s son Edward III deposed Mortimer in turn, taking back his authority and executing Isabella’s lover. The Queen was not punished, however, and lived for many years in considerable style, although not at Edward III’s court, until her death in 1358. Isabella became a popular "femme fatale" figure in plays and literature over the years, usually portrayed as a beautiful but cruel, manipulative figure.
Isabelle of France was born in 1292 in Paris, France.She married Edward II of England on 25 January 1308 in Boulogne Cathedral, Boulogne, Pas-de-Calais, France.Isabelle of France and Roger de Mortimer were partners between 1306 and 1327. Isabelle died on 27 August 1357 in Roseing. Conflicting evidence states that she died on 23 August 1358 in Hertford Castle, Hertfordshire, England.She was interred in the Church of the Grey Friars in London, England.
Kind uit dit huwelijk:
I. Eleonora van Engeland, geboren op 18-06-1318 in Woodstock Palace Oxfordshire (zie 408865).
817732 Jan II van Brabant, geboren op 27-09-1275 in ?. Hij is overleden op 27-10-1312 in Tervuren ( Belgie ), 37 jaar oud.
Notitie: Jan II (?, 27 september 1275 - Tervuren, 27 oktober 1312), bijgenaamd de Vreedzame, was hertog van Brabant en Limburg van 1294 tot aan zijn dood. Hij is bijgezet in de Kathedraal van Sint-Michiel en Sint-Goedele te Brussel.
Hij was een zoon van Jan I en Margaretha van Dampierre.

Op buitenlands vlak voerde hij in de rivaliteit tussen Frankrijk en Engeland een neutraliteitspolitiek zodat hij zowel de wolinvoer uit Engeland als de lakenuitvoer naar Frankrijk veiligstelde.
Op het binnenlandse vlak had hij af te rekenen met sociale onrust in de steden, waarbij hij het patriciaat steunde. In 1306 versloeg hij de opstandige Brusselse ambachtslieden. Op het einde van zijn leven moest hij, door de toenemende macht van de steden en de deplorabele toestand van de financiën, in het Charter van Kortenberg (27 september 1312) grote concessies doen aan de standen.

Huwelijk en kinderen
Hij trouwde op 30 juni 1290 met Margaretha van York (1275-1333), dochter van de Engelse koning Edward I.
Uit hun huwelijk werd geboren:
Jan III van Brabant wapen.svg Jan III van Brabant (ca. 20 oktober 1300 - Brussel, 5 december 1355)

Uit een relatie met zijn maîtresse Elisabeth (of Isabelle) van Cortygin werd een bastaardzoon geboren:
Jan van Glymes (1298-1340), heer van Glymes (1298-1340)

Uit een relatie met zijn maîtresse Catharina Corsselaar werd eveneens een bastaardzoon geboren:
Johan I Corsselaar wapen.svg Jan I Corsselaar, heer van Wittem (1310-1375)

Uit een relatie met zijn maîtresse Elsbeen van Wijflit (Dussen, 1290 - Gorkum, 1347)
Jan van Wijflit heer van Cuijck 1352-1356 en heer van Blaersfeld 1347-1356, burggraaf van Heusden (ca. 1312 - ca. 17 augustus 1356)

Uit een relatie met zijn maîtresse Adelise d’Elsies (zij was getrouwd (1) met een Jan Magerman en trouwde (2) voor 14 april 1357 met Godefried van Bourdeel) werd eveneens een bastaardzoon geboren:
Jan Magerman (-1356)

Uit een relatie met zijn maîtresse Marguerite de Pamele werd geboren:
Jan II van Dongelberg (-1383)

Blason Wavre, bâtard de Brabant (selon Gelre).svg Willem Johan van Waver, heer van Waver. Hij trouwde met Julianne van Lummen en kreeg met haar de volgende kinderen:
Willem van Waver (-1384)
Wapen Marguerite-de-Wavre.svg Margareta van Waver (-1399), trouwde (1) met Johan van Yedeghem, trouwde (2) in 1372 met Guillaume (Willem) de Ardenner van Beaufort-Spontin en kreeg met hem de volgende kinderen:
Robert de Beaufort
Wapen Julienne-de-Spontin.svg Julienne de Spontin
Blason Wavre, bâtard de Brabant (selon Gelre).svg Jan van Waver, heer van Perk en Ledeberg. Hij trouwde met Catherine Swaef en kreeg met haar de volgende kinderen:
Catherine van Waver
Margaretha van Waver
Hij trouwde, 14 jaar oud, op 09-07-1290 in Westminster Abbey Londen met de 15-jarige Margaretha van York. (817732) en (817733) gingen op 30-06-1290 in ondertrouw.
817733 Margaretha van York, geboren op 15-03-1275 in Windsor Castle. Zij is overleden na 11-03-1333 in In Brabant Brussel, minstens 57 jaar oud.
Notitie: Margaretha van York (Windsor Castle, 15 maart 1275 - Brabant, 1333) was een dochter van koning Eduard I van Engeland en van diens eerste echtgenote Eleonora van Castilië. In 1290 trouwde zij met hertog Jan II van Brabant. Zij hadden één kind, Jan III.
Kind uit dit huwelijk:
I. Jan III van Brabant, geboren op 20-10-1300 in ? (zie 408866).
817734 Lodewijk van Évreux, geboren in 05-1276 in Hôtel d’ Évreux. Hij is overleden op 19-05-1319 in Longpont-sur-Orge, 42 of 43 jaar oud. Hij is begraven in Jacobijnenkerk te Parijs.
Notitie: Lodewijk van Évreux (Hôtel d’Évreux, mei 1276 - Longpont-sur-Orge, 19 mei 1319), in het Frans genaamd Louis d’Évreux, was een Franse prins uit het Huis Capet.

Lodewijk van Évreux wordt ook genoemd Lodewijk van Frankrijk, in het Frans Louis de France. Hij was een halfbroer van Filips de Schone, en de derde zoon van Filips de Stoute en Maria van Brabant.

Hij ontving van Filips IV als apanage het graafschap Évreux, Étampes, Beaumont-le-Roger, Meulan en Gien. In 1316 verkreeg hij daarnaast nog het graafschap Longueville, en in januari 1317 werd hij als graaf van Évreux tot de pair van Frankrijk toegelaten.

Lodewijk was een felle voorvechter van de rechten van de wereldse macht tegenover de rechten van de kerk, en steunde zijn halfbroer Filips IV bij zijn strijd tegen paus Bonifatius VIII. Deze Bonifatius VIII verzette zich tegen de belastingen die de geestelijkheid aan de Franse koning moest betalen.

Lodewijk nam deel aan de verschillende krijgstochten in Vlaanderen, in 1297, evenals in de jaren 1304, (Slag bij Pevelenberg), en 1315.

Hij trouwde begin 1301 met Margaretha van Artesië (1285-1311), vrouwe van Brie-Comte-Robert, de zus van graaf Robert III, met wie hij vijf kinderen kreeg.

Lodewijk van Évreux ligt begraven in de Jacobijnenkerk te Parijs.

Uit het huwelijk met Margaretha van Artois werden geboren:
Maria (1303 - 1335), later getrouwd met hertog Jan III van Brabant (1311)
Karel van Evreux (1305-1336), graaf van Étampes, later getrouwd met Maria de la Cerda, Dame van Lunel, dochter van Ferdinand de la Cerda.
Filips III (1306-1343), koning van Navarra (de iure uxoris) vanwege zijn huwelijk met Johanna II van Navarra
Margaretha (1307-1350), later getrouwd met Willem XII van Auvergne (1325)
Johanna van Évreux (1310-1371), later getrouwd met koning Karel IV van Frankrijk.
Hij trouwde, 24 of 25 jaar oud, in 1301 in ? met de 15 of 16-jarige
817735 Margaretha van Artesië, geboren in 1285 in ?. Zij is overleden in 1311 in ?, 25 of 26 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Maria van Évreux, geboren in 1303 in ? (zie 408867).
817760 Gijsbert III van Abcoude, geboren omstreeks 1300 in ?. Hij is overleden in 1376 in ?, ongeveer 76 jaar oud.
Notitie: beroep: Heer van Abcoude en Wijk bij Duurstede
Hij trouwde, ongeveer 49 jaar oud, in 1349 in ? met de 28 of 29-jarige
817761 Johanna van Horne, geboren in 1320 in ?. Zij is overleden op 04-06-1356 in ?, 35 of 36 jaar oud.
Notitie: Zij was Vrouwe van Hoorne, Gaasbeek, Putten en Strijen.

Johanna van Horne (1320 - 4 juli 1356) was een laat-middeleeuws edelvrouwe. Zij was de dochter van Willem V van Horne en ze was vrouwe van Gaasbeek (1345-1356).

Na de voortijdige dood van haar broer Gerard II van Horne werd zij erfvrouwe van Heeze.

Zij huwde in 1349 met Gijsbrecht van Abcoude, heer van Duurstede.

Hun kinderen waren:
Zweder van Abcoude (1350), heer van Gaasbeek
Willem van Abcoude (1350), heer van Duerstede
Jan van Abcoude (1350)

Heeze kwam na haar overlijden aan haar broer Dirk Loef van Horne
Kind uit dit huwelijk:
I. Willem van Abcoude, geboren omstreeks 1325 in ? (zie 408880).
817952 Hubert II van Culemborg, geboren omstreeks 1310 in Culemborg. Hij is overleden op 21-07-1347 in Hamont ( België ), ongeveer 37 jaar oud.
Notitie: Hij was Ridder, Heer van Culemborg, erfschenker van Utrecht.
Hij trouwde, ongeveer 20 jaar oud, omstreeks 1330 in ? met de ongeveer 30-jarige
817953 Jutta Petersdr van der Lecke, geboren omstreeks 1300 in ?. Zij is overleden in 1352 in ?, ongeveer 52 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Gerard I van Culemborg, geboren omstreeks 1334 in ? (zie 408976).
817954 Jan I van Egmond, geboren in 1310 in Egmond. Hij is overleden op 28-12-1369 in IJsselsteijn, 58 of 59 jaar oud.
Hij trouwde, 19 of 20 jaar oud, op 20-05-1330 in IJsselsteijn met de 15 of 16-jarige
817955 Guyote van Amstel, geboren in 1314 in ?. Zij is overleden in 1373 in ?, 58 of 59 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Bertha van Egmond, geboren in 1340 in Egmond (zie 408977).
817956 Steven van Zuylen van Nyevelt, geboren in 1331 in Veldhuizen, Ede. Hij is overleden op 17-10-1403 in Lotharingen, 71 of 72 jaar oud.
Notitie: Geerestein Ligging Het kasteel staat direct ten noorden van Woudenberg.

Ontstaan De oudste vermelding dateert van 1394.
Geschiedenis Geerestein was een Stichts leen en zou al voor 1400 bekend zijn en hebben toebehoord aan een familie met die naam. De oudste vermelding stamt uit 1394. Jacob van Zuylen werd in dat jaar beleend met de zogenoemde Colenaarshove en een tweede hoeve, vernoemd naar Geerlof de Valkenaar. Het kasteel zal waarschijnlijk voor 1402 gebouwd zijn.
Via een erfdochter Gijsberta van Geerestein ging het goed over aan het geslacht Van Zuylen van Nijevelt. In een charter belooft bisschop Frederik van Blankenberg aan Jacob van Zuylen van Nijevelt om na diens dood zijn zoon Steven te zullen belenen. Op 13 september 1477 werd een andere Steven van Zuylen van Nijevelt met het goed beleend. Zijn broer Gerrit werd daarop met het huis beleend. Aangezien beiden tot de Hoekse partij behoorden belegerde bisschop Davind van Bourgondie Geerestein, dat uiteindelijk door verraad ingenomen werd. Gerrit werd naar Wijk bij Duurstede gebracht, en werd later gevolgd door Steven. In 1533 werd Jacob van Zuylen met Geerestein beleend, na zijn dood in 1546 opgevolgd door zijn zoon Arend. In 1569 werd deze opgevolgd door zijn zoon Jacob, en toen die kinderloos overleed door een gelijknamige neef, die in 1588 eveneens kinderloos overleed. In 1605 was Arend van Zuylen opvolger, maar ook deze liet geen zoons na, en via erfdochter Margaretha kwam het huis in handen van Jaspar van Lynden. Zijn kleinzoon Steven van Lynden was de volgende eigenaar. Deze huwde in 1698 Anna Maria de Marez, dochter van Samuel de Marez, heer van Maarn en Maarsbergen. Na Stevens dood werd in 1711 eerst zijn weduwe met Geerestein beleend, maar twee jaar later ook zijn moeder, Jacoba Maria van Reede, aangezien haar zoon destijds op huwelijkse voorwaarden was getrouwd. Zij stierf in 1732, en aangezien haar boedel te kort schoot werden de leengoederen verkocht. Bij de erfscheiding viel Geerestein wederom aan Anna Maria de Marez ten deel, die ondertussen hertrouwd was met haat zwager, Gerard Maximiliaan Pijnssen van der Aa, heer van Deyl. Toen Anna Maria in 1763 stierf werd zij opgevolgd door haar kleinzoon Adolf Hendrik van Rechteren. Deze overleed ongehuwd in 1793, zodat zijn broer, Rudolf Christiaan, die reeds heer van Woudenberg was, ook Geerestein erfde. Zijn kinderen waren in 1834 genoodzaakt Geerestein te verkopen aan jonkheer Hendrik Daniel Hooft. Hooft moderniseerde het kasteel en liet het landschapspark aanleggen. Hij liet ook verschillende boerderijen op het landgoed bouwen, waarvan Klein-Geerestein de belangrijkste is. Na vele jaren leegstand verhuurde de familie Hooft het kasteel met bijgebouwen aan archtitectenbureau INBO, die in 1981 de gebouwen kocht. Het landgoed bleef in eigendom van de familie.
Hij trouwde, ongeveer 59 jaar oud, omstreeks 1390 met de ongeveer 56-jarige
817957 Agnes van Heemskerck, geboren in 1334 in Heemskerk. Zij is overleden in 1395 in ?, 60 of 61 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Jacob van Zuylen van Nijevelt, geboren in 1360 in Utrecht (zie 408978).
817958 Gijsbert II van Nijenrode, geboren in 1330 in Kortenhoef. Hij is overleden op 03-11-1396 in Kortenhoef, 65 of 66 jaar oud.
Notitie: Notities bij Gijsbert van Nijenrode

Ridder, lid van het Kabeljauws verbond in Holland in 1350, maarschalk van Eemland en Gooiland in 1351, meesterridder van de herberg van graaf Willem V van 1353 tot 1354, heer van Nijenrode in 1355, heer van Velsen, baljuw van Kennemerland en West-Friesland van 1355 tot 1357, hoofdman van het land van Amstel, Amsterdam, Waterland, Zeevang en Naarden in 1356, baljuw en rentmeester van Amstelland en Waterland van 1357 tot 1358, raadsheer van graaf Willem V in 1357, kapitein van Delft in 1359, heer van den Poel in 1367, maarschalk van het Nedersticht tussen 1385 en 1393, raadsheer van graaf Albrecht van Beieren van 1393 tot 1394, kastelein op Wulverhorst in 1394.


Gijsbrecht II van Nijenrode ook wel Gysbert of Gizelbertus (ca. 1331 – 3 november 1396) was heer en kastelein van Nijenrode, Velsen, De Poel, Muiden, Waterland, Wulverhorst, perfect van Naarden, baljuw van Kennemerland, Friesland en Nieuburg, Maarschalk van Holland en het Nedersticht en een van de hoofdondertekenaars van de Kabeljauwse verbondsakte, die het begin betekende van de Hoekse en Kabeljauwse twisten.

Hij was een zoon van Gerard Splinter van Nijenrode en Maria Persijn van Velsen.

Gerard was in 1350 aanwezig bij de ondertekening van een Kabeljauwse akte, die verandering beoogde in het conservatieve Holland. De ondertekening werd op Gijsbrechts kasteel Nijenrode gedaan en de akte die zoveel teweeg zou gaan brengen zou in beheer van Gijsbrecht worden gehouden. Hij[bron?] was betrokken bij de ontvoering van de jonge toekomstige graaf Willem V van Holland, die de akteondertekenaars graag als hun graaf wilden hebben. Gijsbrecht kreeg diverse eretitels van Willem V, waaronder veldmaarschalk en meesterridder van de herberg waar de graaf merendeels verbleef in de periode 1350-1352. Van Nijenrode was betrokken bij het Beleg van Geertruidenberg en gezagvoerder bij het beleg van kasteel Brederode in 1351.

Op 11 november 1355 riep Willem V van Holland de oorlog tegen het sticht uit, dit omdat graaf Willem recht zou hebben op gronden die het Sticht Utrecht in bezit hadden genomen. Tijdens dit conflict zwoer Gijsbrecht trouw aan de Hollandse graaf en nam hij deel aan een kleine veldtocht in het Gooi onder leiding van Jan I van Egmont; de plaats Bunschoten werd geplunderd, waarbij 70 mensen het leven lieten. Aan het begin van het jaar 1356 trok bisschop Jan van Arkel met een onverwachte actie het Gooi binnen en viel Muiden en Weesp aan, twee leeggeplunderde plaatsen achterlatend. Op 14 maart 1356 kreeg Gijsbrecht vanuit Naarden de opdracht een brandschatting te houden in het gebied van de bisschop. Daarbij werd Soest in de as gelegd. Toen hij weg wilde, resulteerde het in de Slag bij Soest tussen de Hollanders en het Sticht Utrecht. In 1358 verzoende Gijsbrecht zich met bisschop Jan van Arkel.

In 1358/59 werd Van Nijenrode verdacht van betrokkenheid bij een aanslag op Reinoud II van Brederode bij Castricum, dit omdat hij eerst baljuw van Kennemerland was geweest en deze titel tot zijn verbittering naar Van Brederode had zien gaan. Van Nijenrode zou daarna gevlucht zijn naar Delft, waarna het beleg van Delft volgde, maar hij wist stiekem te ontsnappen, waarna hij naar Heusden vluchtte, waar hij binnen het slot zijn toevlucht zocht. Andere bronnen beweren dat hij juist aanvoerder was van een ontzettingsleger dat in 1359 het beleg van Heusden moest opbreken; hij kwam echter te laat.


Op 1 februari 1362 vertrok Van Nijenrode op pelgrimstocht naar het Heilige Land met een bezoek aan het heilige graf en de rustplaats van Sint-Katharina en zou tot aan de Sinaïwoestijn gereisd hebben. In 1365 wordt hij weer vermeld als raad van bisschop Jan van Arkel. In 1374 ontstak opnieuw een dispuut tussen Holland en het sticht over de tolgelden over de rivieren Lek en Vecht. Hertog Albrecht van Beieren trok met zijn troepen naar Slot Gildenburg en belegerde het kasteel dat bezet werd onder Gijsbrecht. Na een hevige strijd sloten Albrecht en Gijsbrecht op 1 juni 1374 een akkoord. In de jaren erna komt Gijsbrecht voor in de raad van de hertog Albrecht en lijkt er een soort kameraadschap of verzoening te zijn ontstaan, want Albrecht benoemt hem onder andere tot Maarschalk van Eemland en later tot heer van Wulverstein. Tussen 1372 en 1392 maakte Gijsbrecht aanspraak op de erfrechten van Waterland van de uitgestorven familietak Persijn aan zijn moederszijde. De graaf van Holland, Albrecht van Beieren, was niet bereid hieraan toe te geven, maar gaf meer toe toen er andere afstammelingen hun recht lieten gelden. Van Nijenrode liet het wapen van Nijenrode vervlechten met dat van Persijn in 1293.

Gijsbrecht huwde met Belia van Arkel-Leyenburg, met wie hij minstens vier kinderen kreeg.
Otto van Nijenrode, huwde Helwig of Hedwig van Vianen
Elisabeth of Elsebe van Nijenrode, huwde met Jakob van Zuylen en Nievelt
Jan van Nijenrode
Fije van Nijenrode, huwde met Beer van Mombaar
Hij trouwde met
817959 Belia van Arkel - Leijenburg, geboren in ?. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Elisabeth van Nijenrode, geboren in 1362 in Breukelen (zie 408979).
Generatie 21 (edelbetovergrootouders)
1222448 Dirck van Hodenpijl, geboren in ?. Hij is overleden in ?.
Notitie: ?Vermeld in 1280 en 1301. Grafelijk leenman van het Ambacht Hodenpijl met 66 morgen land, 10 morgen onder Maasland en nog een ’tiende’ aldaar.
De naam Hodenpijl hoorde bij het geslacht Hodenpijl, dat een dertiende eeuws kasteeltje bewoonde dat aan de andere kant van de Gaag stond, vlakbij Schipluiden. Dit kasteel werd verwoest in 1351. (www.schipluiden.net)
Hij trouwde met
1222449 Badeloge N.n., geboren in 1266 in Schipluiden. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Arnout Dirksz van Hodenpijl, geboren omstreeks 1288 in Schipluiden (zie 611224).
1222450 Floris van de Doortoge, geboren omstreeks 1259 in Santpoort. Hij is overleden vóór 06-08-1321 in ?, ten hoogste 62 jaar oud.
Notitie: Geboren op Slot Brederode.

?Knape, ridder. Vermeld 1297-1310. Uit hem stamt waarschijnlijk het adelijke geslacht van der Duijn, aldus Mr . S. Muller Hzn: Register Floris V in Bijdr. Med. Hist. Gen. XXII, 1901, blz. 300.
De eerste bekende van der Duijn was Willem, welgeboren heemraad van Schieland 1347 (v. Mieris , Charterboek II p. 744).
Hij trouwde met
1222451 Beatrix Dirksdr van Rodenrijs, geboren in 1263 in ?. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Meijna van de Doortoge, geboren omstreeks 1292 in Monster (zie 611225).
1222452 Bartolomeus van der Made, geboren in ?. Hij is overleden in ?.
Hij trouwde met
1222453 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Dirk van der Made, geboren in 1293 in Delft (zie 611226).
1222456 Johan van Heemstede, geboren in ?. Hij is overleden in ?.
Hij trouwde met
1222457 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Reinier van Heemstede, geboren in ? (zie 611228).
1222460 Philips III van Duivenvoorde, geboren in 1250 in ?. Hij is overleden in 1309 in ?, 58 of 59 jaar oud.
Hij trouwde, 29 of 30 jaar oud, in 1280 in ? met de 19 of 20-jarige
1222461 Elisabeth van Beisichem, geboren in 1260 in ?. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Johan I van Duivenvoorde, geboren in 1285 in ? (zie 611230).
1245184 Hubert van Everdingen, geboren vóór 1330 in ?. Hij is overleden in ?.
Notitie: Notities bij Hubrecht (Ridder) van Everdingen draagt de heerlijkheid Zijderveld op aan de Heer van Culenborg.
Heren en graven van Culemborg
4769 Acten, waarbij Hubrecht van Everdingen aan den heer van Culemborg het gericht, den tyns en de kerkgift van Zijderveld in erfpacht geeft en verpandt, 1332. Met een renversaal van 1332 in een vidimus van 1356
NB reg. no. 87, 88 en 176
Omvang 3 charters
Vindplaats Gelders Archief
Hij trouwde met
1245185 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Arent van Everdingen, geboren omstreeks 1355 in Everdingen (zie 622592).
1610880 Otto II van Gelre, geboren omstreeks 1215 in ?. Hij is overleden op 10-01-1271 in Goch ( Duitsland ), ongeveer 56 jaar oud. Hij is begraven in Klooster Gravendal bij Goch.
Notitie: Notities bij Otto II ’de Lamme’ van Gelre

Otto II heeft van alle Gelderse graven de meeste bijnamen. Dit wordt veroorzaakt door een gebrek. Zo wordt hij ’de Lamme’, ’de Hinkende’ of ’Otto met de Paardenvoet’ genoemd. Deze handicap heeft hem blijkbaar nooit gehinderd in het uitoefenen van de Gelderse macht.In 1229 volgt hij zijn vader Gerard IV op minderjarige leeftijd op, aanvankelijk onder voogdij van zijn grootmoeder Richardis van Beieren en grootvader Hendrik I van Brabant, als graaf van Gelre en Zutphen. Geboren in 1214 is hij dan pas 15 jaar oud. Otto II zal uitgroeien tot een van de beste vorsten die Gelre ooit zal hebben.
De 42 jaren die hij zal regeren zijn jaren van voorspoed voor De Graafschap en dat in de moeilijke dertiende eeuw, waarin heel Europa in beweging is. Hij droeg in 1231 het graafschap Rode over aan zijn grootvader Hendrik I van Brabant. Ook nadien zou de band tussen Brabant en Gelre nog jaren lang hecht blijven. Het is dan ook niet verwonderlijk dat graaf Otto II van Gelre het oude Gelderse familiewapen met de drie vijfbladige rozen verving door een Brabantse leeuw omgeven door blokken. Deze wapenwisseling is door heraldici nooit begrepen. Toch is dit, gezien de hechte midden-13e-eeuwse familierelatie Brabant-Gelre, niet moeilijk te verklaren (Hans Vogels (2002), p. 71). Otto II trouwt in 1240 met Margaretha van Kleef, de dochter van graaf Diederik V van Kleef en Mechtild van Dinslaken.
Zij schenkt hem twee dochters:
Elisabeth trouwt op 17 maart 1249 met graaf Adolf VII van Berg. Zij zal op 31 maart 1331 komen te overlijden.
Margareta trouwt voor 1262 met graaf Enguerrand IV de Coucy. Zij zal voor 1286 overlijden.

Otto II is na het overlijden van Hendrik III van Brabant (1260) voogd over de jonge Hendrik IV en wordt bovendien door de Hollandse adel tot voogd voor
Floris V geroepen, verslaat diens tante Aleid (die de Zeeuwen als voogdes bleven erkennen) op de Vernoutsee bij Reimerswaal (22 jan 1263). Hij treedt voor het laatst op als voogd van Holland op 12 mei 1264, waarna Floris V meerderjarig wordt verklaard en de voogdij opzegt. Hij compenseert dit verlies aan invloedssfeer door de verkiezing van zijn neef Jan van Nassau tot bisschop van Utrecht bij de Utrechtse kapittels te bewerken (1267) en steunt, samen met zijn broer Hendrik (elect van Luik 1247-1274), de Keulse burgers in hun strijd tegen aartsbisschop Engelbert II van Valkenburg, die hij gevangen neemt. Hij wordt daarvoor door de paus in de ban gedaan (1270).

Heraldiek.
In 1236 blijkt Otto II van wapen te zijn veranderd. Hij vervangt de bloemen door een gouden leeuw. De reden voor deze verandering is onbekend. In 1256 wordt het wapen als volgt op diverse wapenrollen beschreven: "de graaf van Gelre, het schild blauw met een gouden leeuw en bezaaid met gouden blokjes". Niettemin blijven de bloemen deel uitmaken van de symbolen die de graaf gebruikt. Een gouden leeuw is het symbool voor hertogen en is verbonden met een hoge militaire rang. Daar Otto II geen hertogstitel heeft, kunnen de blokjes als ’vermindering’ zijn toegevoegd. Tot 1339, wanneer Reinald II tot hertog van Gelre wordt verheven, blijft dit het wapen van de graven van Gelre. Misschien mag men uit dit nieuwe wapen afleiden dat Otto II al doelbewust naar een hogere rang streeft.

Een economische strateeg.
Otto II ontpopt zich als een sterk econoom. Hij zet zich in voor zijn landen, die hij aaneen probeert te smeden. Zijn grondgebied is immers een lappendeken, verspreid over vier kwartieren: het Overkwartier langs de Maas bij Roermond, het Betuwekwartier tussen Lek en Waal, het Veluwekwartier met de Nederrijn en het graafschap Zutphen met de rivieren de IJssel en Berkel. Otto II ziet in dat deze rivieren belangrijke handelsroutes zijn. Bovendien loopt de handelsroute tussen Antwerpen en Keulen ten dele door zijn territorium. Otto II beschermt de handelsreizigers, maar verdient tevens goed aan hen door het heffen van tol. Hij gebruikt zijn tol- en belastingopbrengsten om strategisch gelegen grondgebied aan te kopen. Hierbij laat hij zich leiden door de loop van de rivieren. Hij beseft dat hij door het bezit van alle grond langs de rivieren bijna onbeperkte macht kan uitoefenen. Otto II staat al snel bekend als een rijk man. Zo leent hij in 1230 in Keulen geld aan Gerard van Sinzig en 1231 in Worms aan Gerlach van Budingen. Op 11 november 1231 leent hij in Leuven 2000 Keulse mark aan de hertog van Brabant. Ook zal hij enorme sommen aan Willem II van Holland gaan lenen. In november 1231 beleent keizer Friedrich II, die steun probeert te verwerven voor zijn moeilijke positie, de dan 18-jarige Otto II met alle rechten en goederen voor zover zij rijkslenen zijn. Friedrich II geeft het één naam: Gelre. Hiermee verkrijgt de opkomende Gelderse macht voor het eerst een fundamentele juridische basis; Gelre is een rijksleen.Dit houdt echter ook in dat het graafschap alleen nog maar in mannelijke lijn overerfbaar is, maar dat zal toch geen probleem worden? Meer nog dan zijn voorgangers stimuleert Otto II de economische bedrijvigheid in de steden en dorpen. Hij verleent voorrechten en stadsrechten aan diverse steden, maar houdt toch overal een vinger aan de pols. Hij verleent stadsrechten aan tal van Gelderse steden, bijv. Harderwijk (1231), Arnhem en Emmerik (1233), Wageningen (1263). In de Achterhoek verleent hij stadsrechten aan Lochem (1233), Groenlo, Doesburg en Doetinchem 1237). Hij begrijpt als eerste Gelderse graaf dat florerende steden en dorpen bronnen van inkomsten zijn, maar zich ook kunnen ontwikkelen tot concurrerende machtscentra. De rechten die hij verleent, beschouwt hij zelf als heilige beloftes. Hij zal in totaal 29 steden rechten verlenen, dus zijn in latere tijden ontstane bijnaam ’Stedenstichter’ verdient hij ten volle.

Een politieke strateeg.
Op 27 mei 1234 gaat Otto II, ingegeven door zijn christelijke verantwoordelijkheid, op minikruistocht tegen de Stedingers. Deze kruistocht mondt uit in de slag aan de Wezer. Het is onbekend of Otto II zijn handicap in deze slag oploopt of anderszins heeft gekregen. Met Otto II aan het bewind gaat Gelre een andere politieke koers varen. Net als andere Neder-Lotharische vorstendommen raakt hij langzamerhand vervreemd van de Staufische keizer. Zo wordt bijvoorbeeld in 1236 zijn aanwezigheid aan het keizerlijke hof in Koblenz slechts éénmaal vastgelegd als de keizer de stad Keulen in haar stadsrechten bevestigt. Zijn inmiddels neutrale houding komt goed naar voren in 1240 wanneer Otto II bemiddelt tussen Innocentius IV (1242-1254/55) en keizer Friedrich II. In Duitsland en Italië staan de paus en de keizer namelijk tegenover elkaar. Paus Innocentius IV zet de territoriale vorsten en bisschoppen van Lotharingen op tegen hun keizer. Dit is de zoveelste aflevering uit de feuilleton die Investituurstrijd heet. Onder Friedrich II begint de keizerlijke troon te wankelen. In deze roerige periode komt Otto II in 1244 in contact met Konrad van Hochstaden, aartsbisschop van Keulen (1238-1261), als deze een aflaat verleent aan het klooster te Roermond. Geregeld weet Otto II hem bij Gelderse affaires te betrekken. Van 1225 tot 1238 is de van oudsher goede relatie van Gelre met Keulen bekoeld. Otto II is inmiddels familiebanden aangegaan met Gulik, Kleef en Brabant om zijn politieke belangen veilig te stellen. De hernieuwde relatie met aartsbisschop Konrad van Keulen zal Otto II geen windeieren gaan leggen.

Betrokken bij de keizerstroon.
In 1245 wordt Friedrich II door de paus geëxcommuniceerd en afgezet als keizer van het Heilige Roomse Rijk. In Neder-Lotharingen wordt de opstand geleid door de hertog van Brabant en de Keulse aartsbisschop. In 1247 wordt Otto II door de paus benaderd om Rooms-Koning te worden. Hij is de tweede keus, want de hertog van Brabant heeft de kroon al geweigerd. Otto II is een verstandig man en wijst het vererende aanbod van de hand. Hij ziet in dat dit niet meer dan zorgen en nadeel zal brengen. Hij verwijst de pauselijke afgezanten naar zijn jonge neef graaf Willem II van Holland. Misschien dat die enige ambities in keizerlijke richting heeft. Dat heeft Willem II inderdaad. In 1250 overlijdt keizer Friedrich II en zijn opvolger Konrad IV sterft al snel in 1254. Voor Willem II van Holland is nu de weg vrij om tot Rooms-Koning te worden gekroond. Otto II steunt de jonge koning om vaste voet in Duitsland te krijgen. Hij leent hem in eerste instantie 10.000 mark zilver. Hiervoor wil Otto II uiteraard wel een onderpand hebben. Zijn verovering van Nijmegen op de Staufische partij wordt een officieel onderpand. Om het beleg van Aken te bekostigen wordt de pachtsom in mei 1248 verhoogd tot 16.000 mark zilver.

Nijmegen in Gelders bezit.
De condities voor deze enorme lening zijn zeer eenvoudig. Voor zijn lening ontvangt Otto II in Neuss op 8 oktober 1247 rijksstad Nijmegen met het Rijk van Nijmegen in onderpand en als Willem II terugbetaalt, krijgt hij de stad terug. De som zal echter nooit terugbetaald worden en de graven van Gelre zijn voorgoed heer van stad en burcht Nijmegen, Rijk van Nijmegen en alle daaronder vallende leen- en dienstmannen. Vijf dagen later weet hij van Rooms-Koning Willem II gedaan te krijgen dat bij ontstentenis van zonen zijn dochters mogen erven. Zijn vrouw Margaretha heeft hem tot nu toe alleen dochters gebaard. Een echte stamhouder zou Otto II beter doen slapen,want wie weet waar zijn graafschap na huwelijken terecht komt? In 1248 aanvaardt Otto II de stad, hoewel de Nijmegenaren, die de partij van Friedrich II aanhangen, zijn intocht met afschuw begroeten.
Zonder slag of stoot gaat het niet, want er is een kleine bezetting die te zwaard bestreden moet worden. De verstandige Otto II waarborgt de rechten en voorrechten van Nijmegen en de stad schikt zich in de nieuwe situatie. Als oude rijksstad bekleedt Nijmegen de eerste rang onder de vier Gelderse hoofdsteden en wordt zij door de opeenvolgende graven en hertogen van Gelre met aparte status benaderd. Otto II laat in 1250 aanvangen met de bouw van de Sint-Stevenskerk, die pas in 1476 zal worden voltooid.

Uitbreidingen in De Graafschap.
Naast de verwerving van Nijmegen weet Otto II zijn grondgebied in de Achterhoek danig uit te breiden. Zo is hij in bezit van enkele goederen in de Liemers, maar hoe lang dat al in bezit van de graven van Gelre (Gelder) is, is onbekend. Het kan zijn dat dit gebied uit de erfenis van Hamaland komt. Otto II koopt op 25 mei 1236 de stad Groenlo van de heer van Borculo. Op 7 juni 1243 worden Sweden van Dingeden en zijn zoon leenmannen van de graaf. Hij koopt ook Emmerik en Zevenaar.In 1246 doet Otto II goede strategische zaken. In dat jaar draagt namelijk graaf Herman I van Lohn Bredevoort dat hij voor de helft bezit, in leen op, waarna graaf Herman I de stad en burcht in leen terug ontvangt. De onduidelijke akten, er wordt bijvoorbeeld niet over de heerlijkheid gesproken, die hierbij worden opgemaakt zullen later vervelende gevolgen voor de relatie tussen Munster en Gelre hebben. Bredevoort ligt op de grens tussen Gelre en Munster en is zowel belangrijk als steunpunt en als uitvalsbasis. Bovendien zegt de graaf van Lohn toe dat hij de lenen die hij van de heer van Heinsberg houdt niet zonder toestemming van de graaf van Gelre zal vervreemden. Deze lenen zijn waarschijnlijk de gerichten van Varsseveld en Silvolde. In september 1253 draagt Otto van Bentheim enkele allodiale goederen aan de graaf van Gelre op, die hij in leen terug krijgt. Het betreft Benthem, Malssen en Mauderick. Op 28 september 1255 koopt Otto II de jurisdictie over Hengelo, Zelhem en Gooi, ten noordoosten van Keijenborg, van graaf Herman I van Lohn. Ook richt Otto II zich op uitbreiding in de Liemers.Op 18 december 1260 koopt Otto II het allodium Drumpt (Drempt) van het klooster Ter Hunnepe.

Op het toppunt van zijn macht.
De samenwerking van Otto II met de paus en de aartsbisschop van Keulen bereikt in de jaren 1247 tot 1256 haar hoogtepunt. Dit is niet toevallig gelijktijdig met de machtsstrijd tussen paus en keizer, waarin graaf Willem II van Holland Rooms-Koning is. In deze periode ontvangt Otto II diverse voorrechten, waar hij dankbaar gebruik van maakt. Zo mag hij enkele novale tienden in het bisdom Utrecht, die hij zich onrechtmatig heeft toegeëigend, behouden. Hier gaat het waarschijnlijk om tienden in Lochem. Ook enkele onrechtmatige aanwas tienden in de Rijn en IJssel mag hij behouden. De verplaatsing van de tol aan de Rijn, die onder zijn vader Gerhard IV al de nodige problemen met zich meebrengt, wordt op 1 november 1247 nogmaals goedgekeurd middels een pauselijke oorkonde. In 1251 vindt een omvangrijke uitruil van goederen plaats met het aartsbisdom Keulen, zodat er een nieuw huisklooster voor de graven van Gelre ge
sticht kan worden. Hij sticht dit Cisterciënserinnenklooster Gravendal in zijn burcht Rott aan de Niers als dochterklooster van de Münsterabdij in Roermond. Het dient als mausoleum voor zijn geslacht. Om de bouw van het klooster Gravendal bij Kleef mogelijk te maken vaardigt de aartsbisschop tot tweemaal toe oorkonden uit waarin iedereen die helpt bouwen een aflaat verdient. In 1258 wordt tenslotte een derde aflaat verkregen.

De diplomaat.
Geregeld wordt Otto II gevraagd om te bemiddelen bij twisten. Zijn invloed neemt navenant toe.Zo treedt hij op 13 juli 1244 als arbiter op in een geschil tussen Brabant en de aartsbisschop van Keulen. Op 23 september 1246 verkrijgt hij dezelfde functie in een geschil tussen graaf Arnold van Loon (Belgisch Limburg) en Aleidis van Auvergne. Op 13 december 1251 onderhandelt Otto II om tot een verdrag tussen hertog Hendrik van Brabant en de stad Keulen te komen. Op 15 februari 1253 neemt hij deel aan een uitspraak in een geschil tussen Jan van Avesnes en de graaf van Anjou. Op 2 oktober 1256 te Brussel weet hij Vlaanderen en Holland tot een verdrag te bewegen. De volgende klus is op 21 maart 1257 als hij meewerkt aan de beëindiging van de geschillen tussen de bisschop van Luik en de hertog van Brabant en op 12 juni van dat jaar doet hij een arbitrale uitspraak bij de stad Utrecht versus hun bisschop. En in een oorlog tussen Kleef en het aartsbisdom Keulen is het opnieuw Otto II die de vrede weet te bewerkstelliggen. Op 2 september 1258 treedt Otto II op als medearbiter bij een conflict tussen de graaf van Sayn en de graven van Nassau.Kortom zijn diplomatieke kwaliteiten worden alom erkend.

Ridderlijkheid in moeilijke tijden.
Als graaf c.q. Rooms-Koning Willem II van Holland in 1256 sneuvelt, breekt in Duitsland een periode van anarchie aan. Het is de grote verdienste van Otto II dat hij het verbond van rijke koopsteden langs de Rijn, waarvan Keulen en Mainz de belangrijkste zijn, steunt waar hij kan. Die steun hebben ze hard nodig, want vele(roof)ridders en gewone rovers maken in de Rijnstreek de rivieren en wegen onveilig. Samen met zijn zwager graaf Willem van Gulik, zijn neef de graaf van Kleef, de bisschop van Utrecht, de gravin van Bergisches Land (Duitsland), de aartsbisschop van Keulen en veel steden en edelen weet Otto II op 14 november 1259 een grote landvrede te bewerkstelligen. Kooplieden en reizigers kunnen nu vreedzaam en veilig door hun landen trekken, uiteraard onder betaling van redelijke tollen en weggelden. Elke heer zal geschikte lieden benoemen die alle klachten over vredebreuk onderzoeken, waarna de landsheer zal zorgen voor vergoeding van de schade. Als die heer niet machtig genoeg is, zullen de bondgenoten hem helpen. Is hij onwillig, dan zullen de bondgenoten hem dwingen. Ondanks alle goede bedoelingen komt er in de praktijk weinig van terecht. Maar de intentie is er. Door een tijdgenoot wordt Otto II beschreven als ’de edelste vorst uit de Germaanse landen’.

Opvolgingsperikelen.
Otto II weet zijn broer Hendrik van Montfort aangesteld te krijgen als bisschop van Luik. Deze Hendrik zal overigens nooit door de paus tot bisschop worden gewijd, omdat hij te losbandig is en zich meer als krijgsman dan als geestelijke gedraagt. Als zijn vrouw Margaretha van Kleef op 10 september 1251 sterft, is er nog steeds geen mannelijke opvolger. Daar zijn broer Hendrik als geestelijke ook geen mannelijke opvolgers zal krijgen begint Otto II hem te knijpen. Zijn dochters mogen dan wel erven, maar met een zoon zou hij zekerder zijn van het voortbestaan van Gelre. In 1253 hertrouwt Otto II met Philippa van Dammartin, weduwe van Raoul de Coucy. Zij schenkt hem drie dochters... maar ook de zo verlangde zoon, Reinald (I). De eerste dochter heet Philippa van Susteren. Zij trouwt met Walram van Valkenburg (1254-1302) en zal overlijden na 1294. De tweede dochter heet Margareta. Zij trouwt met graaf Diederik VIII van Kleef (circa 1257-1305) en zal ergens tussen 1282-1287 overlijden. De derde dochter heet Maria en zij zal ongetrouwd overlijden rond 1306.

Ten onder aan eigen succes.
Graaf Floris V van Holland is in 1256 nog te jong om graaf Willem II op te volgen. Als in 1263 zijn voogd en oom bij een steekspel omkomt, zit men in Holland met de handen in het haar. De hertog van Brabant wil de voogdij wel uitoefenen, maar door eigen onbekwaamheid en/of zwakzinnigheid moet hij door toedoen van zijn eigen hovelingen het veld ruimen. Otto II wordt door de Hollanders uitgenodigd om voogd te zijn van Floris V. Diens tante Aleida wenst echter zelf voogdes te zijn en verzamelt zich met haar troepen in Zeeland. Samen met Hendrik achtervolgt hij Aleida tot Reimerswaal, waar hij haar in 1263 verslaat. Otto II is nu tot de meerderjarigheid van Floris in 1266 voogd. Met geweld eist Otto II nu ook de voogdijschap over Brabant op. Dat blijkt echter te hoog gegrepen. Hij is het slachtoffer geworden van zijn eigen succes. Met bevriende bisschoppen in Utrecht en Luik en aanspraken in Brabant en Holland begint Gelre voor de vorsten van Engeland en Frankrijk een bedreiging te worden. Hij wordt tegengewerkt. Het lukt hem niet om de zo fel begeerde voogdijschap van Brabant te verwerven.

Moegestreden.
Intussen heeft Otto II zijn neef Jan van Nassau gekozen weten te krijgen als bisschop van Utrecht.

In zijn laatste levensjaren vecht hij enkele geschillen met de stad Zutphen uit. De ruzie loopt zo hoog op dat hij de tolvrijheid van Zutphen intrekt. Op zijn sterfbed krijgt hij spijt van die actie, maar zijn voornemen de Zutphenaren in hun eer te herstellen wordt door zijn zoon uitgevoerd. Op 10 januari 1271 sterft Otto II en zijn enige zoon Reinald I volgt hem op. Otto II wordt begraven in het klooster ’s-Gravendaal bij Goch dat hij zelf heeft gesticht ten behoeve van adellijke cisterciënzer nonnen. In de boomgaard naast de kerk staat nog zijn graftombe. In 1807 is de kerk daar afgebroken en volgens de toenmalige archivaris zijn de overblijfselen naar Arnhem overgebracht en daar begraven. In Arnhem is hier echter niets over bekend. In 1280 blijkt broer Hendrik niet langer te handhaven in zijn ambt en wordt hij tot aftreden gedwongen. Otto II’s tweede vrouw Philippa zal tussen 1277-1281 komen te overlijden.
Hij is weduwnaar van Margaretha van Kleef (ovl. 1251), met wie hij trouwde (1), ongeveer 25 jaar oud, in 1240 in ?.
Hij trouwde (2), ongeveer 38 jaar oud, in 1253 in ? met de 32 of 33-jarige
1610881 Philippa van Dammartin, geboren in 1220 in Aumale ( Seine-Maritime ). Zij is overleden op 14-04-1277 in Zutphen, 56 of 57 jaar oud.
Notitie: Philippe van Dammartin (Philippa de Dammartin) was een 13e eeuwse adellijke vrouw. Philippe was de dochter van Simon van Dammartin, graaf van Aumale, graaf van Ponthieu en Montreuil en zijn vrouw Marie van Ponthieu. Zij was de zus van Joan, gravin van Ponthieu , de vrouw van Ferdinand III van Castilië en moeder van Eleonora van Castilië , de vrouw van Edward I van Engeland .

Philippe drie keer getrouwd.
1. Haar eerste huwelijk was met Raoul II van Lusignan , graaf van Eu in ca. 1239/40. Philippe was zijn derde vrouw. Ze hadden geen kinderen, maar ze was de stiefmoeder van Marie de Lusignan
2. Haar tweede huwelijk was met Raoul II, heer van Coucy in ca.. 1246.
Zij hadden een kind:
Enguerrand de Coucy, jong overleden (vóór 1250)

3. Haar derde huwelijk was met Otto II, graaf van Gelre tussen 1252 en 1254.
Ze kregen vier kinderen:
Reginald I, graaf van Gelre
Phillipa van Gelre, getrouwd Waleran II, heer van Valkenburg.
Margaretha van Gelre, getrouwd Dietrich VI, graaf van Kleef .
Maria van Gelre
Zij is weduwe van Raoul van Lusignan, met wie zij trouwde (1), 21 of 22 jaar oud, in 1242 in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Reinald I van Gelre, geboren in 1255 in ? (zie 805440).
1610884 Eduard I van Engeland, geboren op 17-06-1239 in Westminster. Hij is overleden op 07-07-1307 in Burgh-on-Sands Northcumberland, 68 jaar oud. Hij is begraven in Westminster-Abbey.
Notitie: Eduard I (Engels: Edward) (Palace of Westminster, Westminster, 17 juni 1239 – Burgh by Sands, 7 juli 1307) was koning van Engeland van 1272 tot 1307. Hij was de oudste zoon van Hendrik III en Eleonora van Provence. Vanwege zijn postuur kreeg hij de bijnaam ’Longshanks’ (Langbeen).

Al voor zijn troonsbestijging oefende hij de feitelijke macht uit voor zijn vader. Hij versloeg in 1265 de rebellerende baronnen onder leiding van Simon van Montfort en nam rigoureus wraak. Zo herstelde hij de macht van de koning en de rust in het land. Hij wilde definitief een eind maken aan de alom heersende anarchie, zocht versterking van de koninklijke macht en bracht nieuwe wetgeving en een betere bestuursvorm tot stand. Verder stelde hij een leger in dat direct onder zijn verantwoordelijkheid viel.

In augustus 1270 vertrok Eduard op kruistocht; na een omweg via Tunis kwam hij in mei 1271 uiteindelijk in Akko aan. Eduard vestigde in het Heilige Land een vechtersreputatie, maar kon ook niet verhinderen dat een jaar later de toestand voor de kruisvaarders al fel verslechterde. Nadat hij een moordaanslag ternauwernood overleefde, keerde Eduard dan ook terug huiswaarts, en het was in Sicilië dat hij in november het nieuws van de dood van zijn vader vernam. Na een omzwerving van twee jaar door zijn gebieden in Aquitanië werd hij in 1274 tot koning gekroond.

Na een oorlog met Wales, die in 1276 begon onder Llewelyn de Laatste en diens broer Dafyd, werd dit land in 1284 bij Engeland ingelijfd. In dat jaar viel de geboorte van zijn zoon, de latere Eduard II. Hij was de eerste Engelse kroonprins die de titel Prins van Wales kreeg.

Van 1282 tot 1289 bemiddelde hij in het conflict over de heerschappij over Sicilië: Karel van Anjou had het daar met de zegen van de paus tot koning geschopt, maar legde de bevolking zulke hoge belastingen op dat ze uiteindelijk in opstand kwam (Siciliaanse Vespers). Zijn rivaal Peter III van Aragón steunde de opstand, wat reactie uitlokte bij de koning van Frankrijk, Filips III, tevens bondgenoot van de paus. Eduard was via Aquitanië vazal van de Franse koning, maar had familiebanden met het Spaanse huis, en voelde zich dus gedwongen te bemiddelen. In 1285 kwamen alle oorspronkelijke protagonisten te overlijden, en kon Eduard een wapenstilstand overeenkomen.

Schotland werd na 1296 onderworpen aan het Engelse gezag, hoewel hij er nooit in slaagde de twee landen te verenigen. De strijd werd in een geromantiseerde versie verfilmd (1995) als Braveheart met Mel Gibson in de hoofdrol als de opstandige Schot William Wallace.

De relatie met Frankrijk was aanvankelijk hartelijk; al waren er altijd juridische spanningen over de status van de Engelse gebieden in Gascogne. In 1295 kwam het echter plots tot een militaire confrontatie toen de Fransen het gebied bezetten. In dit licht moet ook de steun van Eduard gezien worden aan de Graaf van Vlaanderen, in diens verzet tegen de Franse koning Filips IV. Als tegenzet kwam er Franse diplomatieke steun aan Schotland.

Eduard stierf in 1307 in Burgh-on-Sands in Northumberland en werd begraven in Westminster Abbey. Zijn zoon volgde hem op als Eduard II.

Eduard bezondigde zich meermaals aan discriminerende maatregelen tegen de in Engeland wonende Joden. Dit moet echter in zijn context gezien worden. De burgerrechten van een gewone, Christelijke, onderdaan, waren in deze pre-democratische tijden evenmin veel waard; en de maatregelen tegen joden hadden steeds een financiële achtergrond, op de sleutelmomenten dat Eduard krap bij kas zat.

De Joden hadden een monopolie op het verstrekken van krediet sinds de paus aan het einde van de twaalfde eeuw Christenen verboden had rentes aan te rekenen. Waar dit enerzijds een winstgevende activiteit was, wekte dit uiteraard ook wrevel op bij de bevolking, en al snel konden joodse geldschieters in Engeland niet meer zonder de bescherming van het koningshuis.

De prijs daarvoor waren altijd al willekeurige belastingen geweest, maar onder zijn vader Hendrik III werd die uitbuiting extreem. Sommige superrijken uit zijn omgeving gingen zich specialiseren in het overkopen van leningen bij joden die zelf hun verplichtingen niet meer konden nakomen. Op deze manier wist men dan beslag te leggen op de domeinen die oorspronkelijk als onderpand hadden gediend voor de leningen.

In 1270 had Henry III al wetgeving moeten uitvaardigen om deze overdrachten van schulden aan banden te leggen; Eduard I zat in 1275 met zoveel schulden opgezadeld na zijn kruistocht, dat hij een drastisch gebaar diende te stellen om van de adel de nodige belastingen te mogen heffen. Hij verbood dan ook alle vormen van kredietverlening door Joden, maar gaf hen ter compensatie de mogelijkheid gewone handel te drijven met Christenen. Om die echter te behoeden voor ’ongewenste’ contacten met Joden, moesten de Joden zich voortaan herkenbaar maken door een afbeelding van de twee tabletten van Mozes’ tien geboden op hun kledij.

Vanaf dat moment liet Eduard zich financieren door de Italiaanse bankiersfamilie Riccardi van Lucca. Eduard sloot een nieuwsoortige deal: in ruil voor onmiddellijke en bijna grenzeloze kredieten, verkregen de Riccardi een monopolie op het heffen van tol op onder andere de bloeiende wolhandel.

In 1278 was het de oorlog in Wales die een groot gat in de schatkist had achtergelaten; en Eduard besloot nieuwe munten te slaan, die de bevolking met verlies kon inkopen met oude munten. Tegelijkertijd werden buiten proportie veel joden beschouwd als valsemunters.

In 1290 werden de Joden zelfs uit Engeland verbannen, met verbeurd verklaring van alle nog uitstaande schulden, wat hem van de adel opnieuw de toelating opleverde belastingen te heffen.

De oorlog in Schotland en vooral de onverwachte bezetting van Aquitanië door Frankrijk brachten ten slotte een einde aan de samenwerking met de Riccardi. In 1294 vroeg Eduard de fondsen terug die hij bij hen belegd had uit een pauselijke schenking voor een nieuwe kruistocht. Maar deze gelden konden niet op korte termijn vrijgemaakt worden, en de Italianen vielen uit de gratie.

Eduard probeerde de schatkist aan te vullen via hoge belastingen, maar na een dreigende burgeroorlog dwong de adel hem echter om de verworvenheden van de Magna Carta in 1297 opnieuw te bevestigen en nieuwe belastingen eerst te laten goedkeuren door het parlement.

Eduard is tweemaal gehuwd geweest.

De eerste keer huwde hij te Burgos in oktober 1254 infanta Eleonora van Castilië (1241 - 28 november 1290, dochter van koning Ferdinand III. Uit dit huwelijk sproten 15 kinderen. Kinderen waren o.m:
Eleonora (Windsor Castle 1264 - Gent 12 oktober 1297), voor de eerste maal gehuwd met koning Alfons III van Aragón (1265 - 1291), voor de tweede maal in Bristol op 20 september 1293 met graaf Hendrik III van Bar (overleden 1302).
Hendrik (1267-1274)
Johanna van Akko (Akko, 1272 - Clare, 23 april 1307, voor de eerste maal gehuwd in Westminster Abbey op 30 april 1290 met Gilbert de Clare, 7e graaf van Hertford (1243 - 1295) en voor de tweede maal in 1297 met baron Ralph de Monthermer (overleden 1325).
Alfons van Chester (24 november 1273 - Windsor Castle, 19 augustus 1284), die in 1281 verloofd werd met Margaretha van Holland (overleden 1284), dochter van graaf Floris V.
Margaretha van Engeland (Windsor Castle, 11 september 1275 - ca 1333), huwde hertog Jan II van Brabant (1275 - 1312)
Maria van Engeland (Windsor Castle, 11 maart 1278 - Amesbury, 8 juli 1332), die non werd.
Elisabeth (Rhuddlan, 7 augustus 1282 - 5 mei 1316), de eerste maal gehuwd te Ipswich op 7 januari 1297 met graaf Jan I van Holland (1284 - 1299), voor de tweede maal te Westminster op 14 november 1302 met Humphrey de Bohun (1276 - 1321), 4e graaf van Hereford en Essex.
Eduard van Carnarvon, die zijn vader als Eduard II opvolgde.

Op 9 september 1299 trouwde hij in Canterbury met prinses Margaretha van Frankrijk (ca 1282 - Marlborough Castle, 14 februari 1317), dochter van koning Filips III. Met haar had hij nog drie kinderen, onder meer:
Thomas van Brotherton (1 juni 1300 - 22 augustus 1338), 1e graaf van Norfolk
Edmund van Woodstock (Woodstock, 5 augustus 1301 - Winchester, 19 maart 1330), graaf van Kent, in 1325 gehuwd met barones Margaretha Wake (1299 - 1349)
Hij trouwde (2), 60 jaar oud, op 09-09-1299 in Canterbury met Margaretha van Frankrijk (1282-1317), 16 of 17 jaar oud.
Hij trouwde (1), 15 jaar oud, in 10-1254 in Burgos met de 12 of 13-jarige
1610885 Eleonora van Castilië, geboren in 1241 in Castilië Spanje. Zij is overleden op 28-11-1290 in Nottinghamshire, 48 of 49 jaar oud.
Notitie: Eleonora van Castilië (Castilië, Spanje, 1241 - Harby, Nottinghamshire, 28 november 1290) was een dochter van Ferdinand III van Castilië en diens tweede echtgenote Johanna van Dammartin. Zij werd in 1254 de eerste echtgenote van Eduard I van Engeland en werd de moeder van:
• Eleonora van Engeland (Windsor Castle, 1264 - Gent, 12 oktober 1297), voor de eerste maal gehuwd met koning Alfons III van Aragón (1265 - 1291), voor de tweede maal in Bristol op 20 september 1293 met graaf Hendrik III van Bar (overleden 1302).
• Hendrik (1267-1274)
• Johanna van Akko (Akko, 1272 - Clare, 23 april 1307, voor de eerste maal gehuwd in Westminster Abbey op 30 april 1290 met Gilbert de Clare (1243 - 1295), 3e graaf van Gloucester, voor de tweede maal in 1297 met baron Ralph de Monthermer (overleden 1325).
• Alfons van Chester (24 november 1273 - Windsor Castle, 19 augustus 1284), die in 1281 verloofd werd met Margaretha van Holland (overleden 1284), dochter van graaf Floris V.
• Margaretha van Engeland (Windsor Castle, 11 september 1275 - ca 1333), huwde hertog Jan II van Brabant (1275 - 1312)
• Maria van Engeland (Windsor Castle, 11 maart 1278 - Amesbury, 8 juli 1332, die non werd.
• Elisabeth van Rhuddlan (Rhuddlan, 7 augustus 1282 - 5 mei 1316), voor de eerste maal gehuwd te Ipswich op 7 januari 1297 met graaf Jan II van Holland (1284 - 1299), voor de tweede maal te Westminster op 14 november 1302 met Humphrey de Bohun, 4de graaf van Hereford (1276 - 1321), 4e graaf van Hereford en Essex,
• Eduard van Carnarvon, die zijn vader als Eduard II opvolgde.
In opvolging van haar moeder was Eleonora gravin van Ponthieu en door haar huwelijk kwam Ponthieu terecht bij Engeland.
Kind uit dit huwelijk:
I. Eduard II van Engeland, geboren op 25-04-1284 in Caernarfon ( Wales ) (zie 805442).
1610886 Filips IV van Frankrijk, geboren in 1268 in Fontainebleau. Hij is overleden op 29-11-1314 in Fontainebleau, 45 of 46 jaar oud.
Notitie: Filips IV, bijgenaamd de Schone, (Fontainebleau, 1268 - Fontainebleau, 29 november 1314) was koning van Frankrijk van 1285 tot 1314. Hij was de machtigste vorst van zijn tijd. Zijn politiek was erop gericht om het gezag van het Franse koningshuis te versterken. Hij vocht oorlogen uit met de Engelse koning Eduard I en de Vlamingen, en wilde de macht van de Kerk en de hoge edelen breken.

Vanaf het begin van zijn regering verkeerde Filips in financiële problemen door de grote militaire uitgaven. Hij legde hoge belastingen op en devalueerde de munt een aantal maal. Hij eiste 24 keer dat de kerk 10% van haar inkomsten afstond. In 1291 arresteerde hij Lombardische handelaars en bankiers. Ze werden vrijgelaten tegen forse betalingen en hun winsten werden door de Franse regering afgeroomd. In 1306 liet hij beslag leggen op joodse bezittingen. In 1311 waren de Lombarden weer aan de beurt.

De Franse koningen zagen al lange tijd met lede ogen aan dat rooms-katholieke organisaties grote delen van hun grondgebied beheerden. Grootvader Lodewijk IX, vader Filips III en Filips IV zelf verboden verdere uitbreiding van de bezittingen van de monnikenorden. Deze maatregel trof de franciscanen, dominicanen, hospitaalridders en tempeliers.

Onder Filips IV laaide de strijd tussen kerk en staat nog feller op dan onder zijn voorgangers. Hij duldde geen kerkelijke inmenging meer in wereldlijke zaken en wilde paus Bonifatius VIII op de knieën krijgen. In 1296 hadden ze een eerste conflict. De paus verbood in zijn bul Clericis Laicos aan geestelijken - zonder pauselijke toestemming - belasting te betalen aan wereldlijke overheden, waarmee hij vooral de Engelse en Franse koning op het oog had. Filips was als enige vorst in staat de paus te weerstaan. Als reactie stelde Filips een uitvoerverbod voor goud en zilver in, waardoor de paus helemaal geen inkomsten meer kon halen uit Frankrijk. In 1297 draaide die bij met zijn bul Etsi de statu. In 1300 volgde een tweede aanvaring. De paus accepteerde niet dat Filips een Franse bisschop liet arresteren op verdenking van hoogverraad en voor een wereldlijke rechtbank bracht, maar de Franse koning stond op zijn soevereiniteit in wereldse zaken. De paus reageerde in 1302 furieus met de bul Unam Sanctam, waarin hij het primaatschap van de paus uitriep: de geestelijke macht (paus) stond volgens hem boven de wereldlijke (koning). In 1303 hield Filips in het Louvre een soort proces, waarbij hij de paus beschuldigde van onder meer ketterij, afgoderij, simonie, sodomie en moord. Hij wilde de paus afzetten, waarna de paus op zijn beurt Filips in de ban deed. Guillaume de Nogaret, een adviseur van de Franse koning, trok naar Italië met een legertje van circa 2000 man, vergezeld van Sciarra Colonna, een Italiaanse senator van een anti-pausgezinde familie Zij bedreigden de 68-jarige paus in zijn eigen paleis te Anagni met de dood. De paus werd naar verluidt door Colonna in zijn gezicht geslagen, maar dit is vermoedelijk niet historisch. De paus kwam echter al gauw weer vrij omdat de Fransen verdreven werden door de plaatselijke bevolking, maar hij overleefde het incident slechts een maand. Zijn opvolger paus Benedictus XI verzoende zich met de Franse koning en annuleerde alle sancties.

De opvolger van Benedictus XI, Clemens V, die een Franse bisschop was geweest, verhuisde in 1309 de apostolische stoel van Rome naar Avignon. Filips had hem overreed om in Avignon te blijven, wat de macht van de Franse koning over de Kerk nog vergrootte. Het was het begin van de Babylonische ballingschap der pausen.

Filips was de drijvende kracht achter de ontbinding van de Orde van de tempeliers. Van meet af aan was hij van plan de orde te vernietigen. Hij duldde op het Franse grondgebied geen paramilitaire organisatie die aan zijn gezag ontsnapte en kon zijn lege schatkist vullen met de bezittingen van de tempeliers. De kerk was niet opgewassen tegen de machtige koning. Veel betrokken geestelijken waren zelf Fransen, nauw verbonden met de koning en nauwelijks bereid hem tegen te spreken. Sommigen werkten heel actief mee aan zijn plan. Op 13 oktober 1307 werden ongeveer tweeduizend tempeliers gearresteerd in Frankrijk. Na een proces van vijf jaar deelde paus Clemens V op 3 april 1312 mee dat hij besloten had om de tempelorde op te heffen.

Tijdens zijn regering kwam Filips in conflict met de graven en de steden van Vlaanderen. De graaf van Vlaanderen, Gwijde van Dampierre, hield zijn ambt en zijn grondgebied in leen van Filips. Filips trachtte zijn kroondomein uit te breiden ten koste van Vlaanderen, wat bij Gwijde niet in goede aarde viel. Gwijde raakte ondertussen in Vlaanderen zelf ook in conflict met de steden, die een steeds grotere autonomie opeisten. Op dat moment was er in de steden al een polarisatie te merken tussen een patriciaat en proletariaat, dat later zou uitmonden in respectievelijk leliaarts en klauwaarts. De Vlaamse steden waren afhankelijk van Engeland voor de aanvoer van hun wol en toen koning Filips opnieuw in conflict geraakte met Engeland, verzetten zij zich tegen de Franse inmenging in Vlaamse aangelegenheden. Gwijde schaarde zich aan hun kant en zegde zijn leenheerschap bij de koning op in 1297. Filips bezette daarom tussen 1297 en 1300 een groot gedeelte van Vlaanderen, totdat onderhandelingen uitmondden in een bestand. Door het machtsvertoon van Filips was er echter in de steden een duidelijk verzet gekomen van de Vlaamsgezinde klauwaarts: ambachtslieden en een deel van de adel.

Tussen 1300 en 1302 ging Filips over tot een volledige bezetting van Vlaanderen. Het graafschap werd ingelijfd bij Frankrijk en Gwijde en zijn zoon Robrecht werden gevangengenomen. Filips plaatste Vlaanderen onder het gezag van Jacques de Châtillon, en begon in heel Vlaanderen ’Blijde intredes’ te doen. Dit stuitte op fel verzet van de klauwaarts en de Vlaamse steden, die hun privileges zagen slinken. In 1301 en 1302 waren er in verschillende steden opstanden, onder andere in Brugge met Pieter de Coninck. Bonifatius VIII, eveneens in conflict met de Franse koning, betuigde steun aan Vlaanderen in de bul Ausculta fili. De opstand kwam onder leiding van Jan van Namen, Gwijde van Vlaanderen en Willem van Gulik. Toen een opstand in Brugge werd neergeslagen door De Châtillon, reageerden de opstandelingen met de Brugse Metten op 18 mei 1302. Op 11 juli 1302 kwam het tot een gewapend treffen tussen een Frans ridderleger en de Vlaamse ambachtsmilities onder leiding van Willem van Gulik nabij Kortrijk, de Guldensporenslag die gewonnen werd door de Vlaamse milities.

In augustus 1304 vond een nieuw treffen plaats in de Slag bij Zierikzee, dat een overwinning voor Filips werd. In de slag bij Pevelenberg eindigde de strijd aanvankelijk onbeslist, maar de Fransen eisten vanwege de terugtrekking van de Vlamingen alsnog de overwinning op. Oorlogsmoe ondertekenden de strijdende partijen in 1305 uiteindelijk het verdrag van Athis-sur-Orge. De inlijving van het graafschap werd ongedaan gemaakt, Robrecht van Béthune werd op de troon geplaatst en de stedelijke privileges werden bevestigd. Filips haalde echter volledige genoegdoening door een enorme boete op te leggen omwille van de opstandigheid en het Franssprekende deel van Vlaanderen werd geannexeerd (Rijsel, Dowaai en Orchies).

Onder zijn bewind vond in navolging van zijn grootvader, Lodewijk IX, een verdere rationalisatie en professionalisatie van het centraal staatsapparaat plaats. Hij richtte een Chambre des comptes in als centrale rekenkamer. Hij liet zich ook omringen door raadsleden die zich verzamelden in de conseil du roi. Tenslotte richtte hij naar Engels voorbeeld ook een standenvertegenwoordiging op onder de naam van Etats Généraux (Staten-Generaal).

Filips was de zoon van Filips III en kleinzoon van Lodewijk IX de Heilige. Hij trouwde in 1284 met Johanna I van Navarra en kreeg zeven kinderen. Hij werd de vader van drie opeenvolgende Franse koningen. Zijn dochter Isabella werd koningin van Engeland.
Margaretha (1287-1294)
Lodewijk X (1289-1316)
Blanche (1291- 13 april 1294)
Isabella (1292-1358), gehuwd met Eduard II van Engeland (1284-1327)
Filips V (1293-1322)
Karel IV (1294-1328)
Robert (1297-1307).

Filips liep een verwonding op bij een jachtpartij in de omgeving van Pont-Sainte-Maxence en stierf een paar weken later in Fontainebleau, waar hij ook was geboren. Hij is begraven in de basiliek van Saint-Denis. Filips werd opgevolgd door zijn zoon Lodewijk X. Filips regering was het begin van het verval van de pauselijke almacht in de Europese politiek en een mijlpaal in de versterking van de macht van de Franse koning en in de centralisatie van de Franse staat.
Hij trouwde, 15 of 16 jaar oud, in 1284 in ? met de 10 of 11-jarige
1610887 Johanna I van Navarra, geboren op 14-01-1273 in ?. Zij is overleden op 02-04-1305 in Château de Vincennes, 32 jaar oud. Zij is begraven in Parijs.
Notitie: Johanna I van Navarra (14 januari 1273 - Château de Vincennes, 2 april 1305, begraven te Parijs), was de dochter van koning Hendrik I van Navarra en Blanche van Artesië.

Ze was koningin van Navarra (1274-1305) en werd in 1284 de tweede echtgenote van koning Filips IV van Frankrijk, ook Filips de Schone genoemd.

Hun kinderen (waaronder drie latere Franse koningen) waren:
Lodewijk X (1289-1316)Margaretha (1290-1294)Filips V (1291-1322)Isabella(1292-1358), gehuwd met Eduard II van Engeland (1284-1327)Blanche (1293-1294)Karel IV (1294-1328)Robert (1296-1308)
In 1301 bracht ze een bezoek aan Brugge waar ze koel werd ontvangen. Toen haar oom, Robert II van Artois, van de Franse koning de opdracht kreeg om de opstandige Vlamingen aan te pakken en de, tijdens de Brugse metten, omgekomen Fransen en Fransgezinden te wreken, gaf ze hem het volgende mee:

Omgebracht moeten ze, allen moeten ze worden omgebracht, zonder onderscheid van leeftijd en geslacht, vrouwen, mannen, grijsaards en kinderen.

Het Franse leger trok Vlaanderen binnen en deze actie leidde tot de Guldensporenslag waarbij Robert II van Artois sneuvelde.
Kind uit dit huwelijk:
I. Isabella van Frankrijk, geboren op 17-03-1292 in Parijs (zie 805443).
1610888 Jan I van Brabant, geboren in 1253 in Leuven. Hij is overleden op 03-05-1294 in Bar-le-Duc, 40 of 41 jaar oud.
Notitie: Jan I (Leuven, 1252/54 - Bar-le-Duc, 3 mei 1294) was hertog van Brabant van 1267 tot 1294 en van Limburg van 1288 tot 1294. Jan was een zoon van Hendrik III en Aleidis van Bourgondië. Hij was verder bekend als minnezanger. Jan I van Brabant volgde zijn mentaal gestoorde oudere broer Hendrik IV op, die door zijn moeder-regentes van de troon was geweerd. Hij huwde in 1273 met Margaretha van Dampierre, dochter van de Vlaamse graaf Gwijde van Dampierre. Zijn eerste vrouw, Margaretha, een dochter van Lodewijk IX van Frankrijk, overleed in 1271 na amper één jaar huwelijk in het kraambed. Jan was vader van:
Godfried (1273/74 – na 13 september 1283)
Jan II van Brabant (1275-1312)
Margaretha van Brabant (1276-1311), die in 1292 huwde met keizer Hendrik VII (-1313)
Maria, die in 1305 huwde met graaf Amadeus V van Savoye (1253-1323)

Jan I was een krachtige heerser die zijn gebied aanzienlijk vergrootte. Hij kondigde ook een algemeen landrecht af en reorganiseerde de administratie van zijn vorstendom. Zijn pogingen de Brabantse invloed tussen Maas en Rijn te versterken brachten hem onder meer in botsing met de machtige aartsbisschop van Keulen. Omdat zijn Rijnpolitiek strookte met hun handelsbelangen, kon hertog Jan rekenen op de financiële steun van de Brabantse steden, waaraan hij als tegenprestatie uitgebreide privileges toekende. Zijn belangrijkste aanwinst was het hertogdom Limburg, (samenvallend met het noordoosten van de huidige Belgische provincie Luik en het zuiden van de Nederlandse provincie Limburg, en genoemd naar de burcht Limburg aan de Vesder). Toen de kinderloze hertogin Irmgard van Limburg in 1283 overleed, kocht Jan I het opvolgingsrecht van één van haar erfgenamen. Dat was niet naar de zin van haar weduwnaar Reinoud I van Gelre. Het verzet werd echter tijdens de Slag bij Woeringen (5 juni 1288) gebroken, waarna het hertogdom Limburg definitief aan Jan I werd toegewezen.

Jan I in de Codex Manesse (1305-1315)
Jan I staat bekend als een levensgenieter en minnaar van muziek, zang en dichtkunst, aan wie een aantal Middelnederlandse minneliederen als Eens meien morgen vroe toegeschreven worden. Ook is er een bekend Brabants volkslied waarin hij wordt vereerd. Zijn hartstocht voor jachtpartijen en gewelddadige riddertoernooien moest de hertog echter met de dood bekopen: hij verongelukte tijdens een toernooi in Bar-le-Duc. Hij werd begraven in de minderbroederskerk in Brussel. De resten van zijn graf zijn nog te zien naast het beursgebouw.

Nakomelingen.
Jan I van Brabant had ook talrijke erkende bastaarden:

In 1272 werd uit een relatie met Janneke Pijllijser (1353°-1297+) een zoon Jan Pijllijser geboren.
In 1273 werd uit een relatie met Johanna van der Balct, een zoon Gilles van der Balct geboren
In 1275 werd uit een relatie met Aleydis van der Plas (dienstmeisje op kasteel), een zoon Jan van der Plas geboren.

Van andere bastaarden zou Jan I eveneens de natuurlijke vader zijn:
Jan Meeuwe
Margareta van Tervuren
Jan van Mechelen.
Al zijn de historici het niet eens over alle bastaarden (zoals over Jan van Mechelen).

Bier
In Brabantse volkslegenden leeft "hertog Jan" voort als een populaire, gulle en goedlachse vorst die graag in het gezelschap van eenvoudige lieden genoot van spijs en drank. Na de Slag bij Woeringen zou hij een groot overwinningsfeest voor zijn leger hebben gehouden, met heel veel bier. Om zijn soldaten toe te spreken ging hij zitten boven op een stapel biervaten. Volgens sommigen zou hij op die manier model gestaan hebben voor de allegorische bierkoning Gambrinus, wiens naam ontstaan zou zijn door de volkse verbastering van zijn Latijnse naam (’Jan primus’ = Jan de eerste). Alleszins wordt zijn afbeelding te paard gebruikt als logo voor de in België populaire biersoort Primus die naar Jan I verwijst. Op het logo van het naar hem vernoemde Limburgse biermerk Hertog Jan staat hij afgebeeld als bebaarde vorst in hermelijnen mantel die een grote pul bier heft.
Hij is weduwnaar van Margaretha van Frankrijk (1255-1271), met wie hij trouwde (1), 15 of 16 jaar oud, in 1269 in ?.
Hij trouwde (2), 19 of 20 jaar oud, in 1273 in ? met de 21 of 22-jarige
1610889 Margaretha van Dampierre, geboren in 1251 in ?. Zij is overleden op 03-07-1285 in ?, 33 of 34 jaar oud.
Notitie: Margaretha van Dampierre 1251-1285
Hertogin van Brabant Periode 1273-1285

Margaretha van Dampierre (1251 - 3 juli 1285) was een dochter van Gwijde van Dampierre, graaf van Vlaanderen, en van Mathilde van Béthune. Zij werd in 1273 de tweede echtgenote van hertog Jan I van Brabant. Het paar kreeg volgende kinderen:
Godfried (-1283)
Jan II van Brabant (1275-1312)
Margaretha van Brabant (1276-1311), die in 1292 huwde met Hendrik VII van Luxemburg (-1313)
Maria, die in 1305 huwde met graaf Amadeus V van Savoye (1253-1323)
Kind uit dit huwelijk:
I. Jan II van Brabant, geboren op 27-09-1275 in ? (zie 805444).
1610890 Eduard I van Engeland, geboren op 17-06-1239 in Westminster. Hij is overleden op 07-07-1307 in Burgh-on-Sands Northcumberland, 68 jaar oud.
Notitie: Eduard I (Engels: Edward) (Palace of Westminster, Westminster, 17 juni 1239 – Burgh by Sands, 7 juli 1307) was koning van Engeland van 1272 tot 1307. Hij was de oudste zoon van Hendrik III en Eleonora van Provence. Vanwege zijn postuur kreeg hij de bijnaam ’Longshanks’ (Langbeen).

Al voor zijn troonsbestijging oefende hij de feitelijke macht uit voor zijn vader. Hij versloeg in 1265 de rebellerende baronnen onder leiding van Simon van Montfort en nam rigoureus wraak. Zo herstelde hij de macht van de koning en de rust in het land. Hij wilde definitief een eind maken aan de alom heersende anarchie, zocht versterking van de koninklijke macht en bracht nieuwe wetgeving en een betere bestuursvorm tot stand. Verder stelde hij een leger in dat direct onder zijn verantwoordelijkheid viel.

In augustus 1270 vertrok Eduard op kruistocht; na een omweg via Tunis kwam hij in mei 1271 uiteindelijk in Akko aan. Eduard vestigde in het Heilige Land een vechtersreputatie, maar kon ook niet verhinderen dat een jaar later de toestand voor de kruisvaarders al fel verslechterde. Nadat hij een moordaanslag ternauwernood overleefde, keerde Eduard dan ook terug huiswaarts, en het was in Sicilië dat hij in november het nieuws van de dood van zijn vader vernam. Na een omzwerving van twee jaar door zijn gebieden in Aquitanië werd hij in 1274 tot koning gekroond.

Na een oorlog met Wales, die in 1276 begon onder Llewelyn de Laatste en diens broer Dafyd, werd dit land in 1284 bij Engeland ingelijfd. In dat jaar viel de geboorte van zijn zoon, de latere Eduard II. Hij was de eerste Engelse kroonprins die de titel Prins van Wales kreeg.

Van 1282 tot 1289 bemiddelde hij in het conflict over de heerschappij over Sicilië: Karel van Anjou had het daar met de zegen van de paus tot koning geschopt, maar legde de bevolking zulke hoge belastingen op dat ze uiteindelijk in opstand kwam (Siciliaanse Vespers). Zijn rivaal Peter III van Aragón steunde de opstand, wat reactie uitlokte bij de koning van Frankrijk, Filips III, tevens bondgenoot van de paus. Eduard was via Aquitanië vazal van de Franse koning, maar had familiebanden met het Spaanse huis, en voelde zich dus gedwongen te bemiddelen. In 1285 kwamen alle oorspronkelijke protagonisten te overlijden, en kon Eduard een wapenstilstand overeenkomen.

Schotland werd na 1296 onderworpen aan het Engelse gezag, hoewel hij er nooit in slaagde de twee landen te verenigen. De strijd werd in een geromantiseerde versie verfilmd (1995) als Braveheart met Mel Gibson in de hoofdrol als de opstandige Schot William Wallace.

De relatie met Frankrijk was aanvankelijk hartelijk; al waren er altijd juridische spanningen over de status van de Engelse gebieden in Gascogne. In 1295 kwam het echter plots tot een militaire confrontatie toen de Fransen het gebied bezetten. In dit licht moet ook de steun van Eduard gezien worden aan de Graaf van Vlaanderen, in diens verzet tegen de Franse koning Filips IV. Als tegenzet kwam er Franse diplomatieke steun aan Schotland.

Eduard stierf in 1307 in Burgh-on-Sands in Northumberland en werd begraven in Westminster Abbey. Zijn zoon volgde hem op als Eduard II.

Eduard bezondigde zich meermaals aan discriminerende maatregelen tegen de in Engeland wonende Joden. Dit moet echter in zijn context gezien worden. De burgerrechten van een gewone, Christelijke, onderdaan, waren in deze pre-democratische tijden evenmin veel waard; en de maatregelen tegen joden hadden steeds een financiële achtergrond, op de sleutelmomenten dat Eduard krap bij kas zat.

De Joden hadden een monopolie op het verstrekken van krediet sinds de paus aan het einde van de twaalfde eeuw Christenen verboden had rentes aan te rekenen. Waar dit enerzijds een winstgevende activiteit was, wekte dit uiteraard ook wrevel op bij de bevolking, en al snel konden joodse geldschieters in Engeland niet meer zonder de bescherming van het koningshuis.

De prijs daarvoor waren altijd al willekeurige belastingen geweest, maar onder zijn vader Hendrik III werd die uitbuiting extreem. Sommige superrijken uit zijn omgeving gingen zich specialiseren in het overkopen van leningen bij joden die zelf hun verplichtingen niet meer konden nakomen. Op deze manier wist men dan beslag te leggen op de domeinen die oorspronkelijk als onderpand hadden gediend voor de leningen.

In 1270 had Henry III al wetgeving moeten uitvaardigen om deze overdrachten van schulden aan banden te leggen; Eduard I zat in 1275 met zoveel schulden opgezadeld na zijn kruistocht, dat hij een drastisch gebaar diende te stellen om van de adel de nodige belastingen te mogen heffen. Hij verbood dan ook alle vormen van kredietverlening door Joden, maar gaf hen ter compensatie de mogelijkheid gewone handel te drijven met Christenen. Om die echter te behoeden voor ’ongewenste’ contacten met Joden, moesten de Joden zich voortaan herkenbaar maken door een afbeelding van de twee tabletten van Mozes’ tien geboden op hun kledij.

Vanaf dat moment liet Eduard zich financieren door de Italiaanse bankiersfamilie Riccardi van Lucca. Eduard sloot een nieuwsoortige deal: in ruil voor onmiddellijke en bijna grenzeloze kredieten, verkregen de Riccardi een monopolie op het heffen van tol op onder andere de bloeiende wolhandel.

In 1278 was het de oorlog in Wales die een groot gat in de schatkist had achtergelaten; en Eduard besloot nieuwe munten te slaan, die de bevolking met verlies kon inkopen met oude munten. Tegelijkertijd werden buiten proportie veel joden beschouwd als valsemunters.

In 1290 werden de Joden zelfs uit Engeland verbannen, met verbeurd verklaring van alle nog uitstaande schulden, wat hem van de adel opnieuw de toelating opleverde belastingen te heffen.

De oorlog in Schotland en vooral de onverwachte bezetting van Aquitanië door Frankrijk brachten ten slotte een einde aan de samenwerking met de Riccardi. In 1294 vroeg Eduard de fondsen terug die hij bij hen belegd had uit een pauselijke schenking voor een nieuwe kruistocht. Maar deze gelden konden niet op korte termijn vrijgemaakt worden, en de Italianen vielen uit de gratie.

Eduard probeerde de schatkist aan te vullen via hoge belastingen, maar na een dreigende burgeroorlog dwong de adel hem echter om de verworvenheden van de Magna Carta in 1297 opnieuw te bevestigen en nieuwe belastingen eerst te laten goedkeuren door het parlement.

Eduard is tweemaal gehuwd geweest.

De eerste keer huwde hij te Burgos in oktober 1254 infanta Eleonora van Castilië (1241 - 28 november 1290, dochter van koning Ferdinand III. Uit dit huwelijk sproten 15 kinderen. Kinderen waren o.m:
Eleonora (Windsor Castle 1264 - Gent 12 oktober 1297), voor de eerste maal gehuwd met koning Alfons III van Aragón (1265 - 1291), voor de tweede maal in Bristol op 20 september 1293 met graaf Hendrik III van Bar (overleden 1302).
Hendrik (1267-1274)
Johanna van Akko (Akko, 1272 - Clare, 23 april 1307, voor de eerste maal gehuwd in Westminster Abbey op 30 april 1290 met Gilbert de Clare, 7e graaf van Hertford (1243 - 1295) en voor de tweede maal in 1297 met baron Ralph de Monthermer (overleden 1325).
Alfons van Chester (24 november 1273 - Windsor Castle, 19 augustus 1284), die in 1281 verloofd werd met Margaretha van Holland (overleden 1284), dochter van graaf Floris V.
Margaretha van Engeland (Windsor Castle, 11 september 1275 - ca 1333), huwde hertog Jan II van Brabant (1275 - 1312)
Maria van Engeland (Windsor Castle, 11 maart 1278 - Amesbury, 8 juli 1332), die non werd.
Elisabeth (Rhuddlan, 7 augustus 1282 - 5 mei 1316), de eerste maal gehuwd te Ipswich op 7 januari 1297 met graaf Jan I van Holland (1284 - 1299), voor de tweede maal te Westminster op 14 november 1302 met Humphrey de Bohun (1276 - 1321), 4e graaf van Hereford en Essex.
Eduard van Carnarvon, die zijn vader als Eduard II opvolgde.

Op 9 september 1299 trouwde hij in Canterbury met prinses Margaretha van Frankrijk (ca 1282 - Marlborough Castle, 14 februari 1317), dochter van koning Filips III. Met haar had hij nog drie kinderen, onder meer:
Thomas van Brotherton (1 juni 1300 - 22 augustus 1338), 1e graaf van Norfolk
Edmund van Woodstock (Woodstock, 5 augustus 1301 - Winchester, 19 maart 1330), graaf van Kent, in 1325 gehuwd met barones Margaretha Wake (1299 - 1349)
Hij trouwde (2), 60 jaar oud, op 09-09-1299 in Canterbury met Margaretha van Frankrijk (1282-1317), 16 of 17 jaar oud.
Hij trouwde (1), 15 jaar oud, in 10-1254 in Burgos met de 12 of 13-jarige
1610891 Eleonora van Castilië, geboren in 1241 in Castilië Spanje. Zij is overleden op 28-11-1290 in Nottinghamshire, 48 of 49 jaar oud.
Notitie: Eleonora van Castilië (Castilië, Spanje, 1241 - Harby, Nottinghamshire, 28 november 1290) was een dochter van Ferdinand III van Castilië en diens tweede echtgenote Johanna van Dammartin. Zij werd in 1254 de eerste echtgenote van Eduard I van Engeland en werd de moeder van:
Eleonora van Engeland (Windsor Castle, 1264 - Gent, 12 oktober 1297), voor de eerste maal gehuwd met koning Alfons III van Aragón (1265 - 1291), voor de tweede maal in Bristol op 20 september 1293 met graaf Hendrik III van Bar (overleden 1302).
Hendrik (1267-1274)
Johanna van Akko (Akko, 1272 - Clare, 23 april 1307, voor de eerste maal gehuwd in Westminster Abbey op 30 april 1290 met Gilbert de Clare (1243 - 1295), 3e graaf van Gloucester, voor de tweede maal in 1297 met baron Ralph de Monthermer (overleden 1325).
Alfons van Chester (24 november 1273 - Windsor Castle, 19 augustus 1284), die in 1281 verloofd werd met Margaretha van Holland (overleden 1284), dochter van graaf Floris V.
Margaretha van Engeland (Windsor Castle, 11 september 1275 - ca 1333), huwde hertog Jan II van Brabant (1275 - 1312)
Maria van Engeland (Windsor Castle, 11 maart 1278 - Amesbury, 8 juli 1332, die non werd.
Elisabeth van Rhuddlan (Rhuddlan, 7 augustus 1282 - 5 mei 1316), voor de eerste maal gehuwd te Ipswich op 7 januari 1297 met graaf Jan II van Holland (1284 - 1299), voor de tweede maal te Westminster op 14 november 1302 met Humphrey de Bohun, 4de graaf van Hereford (1276 - 1321), 4e graaf van Hereford en Essex,
Eduard van Carnarvon, die zijn vader als Eduard II opvolgde.

In opvolging van haar moeder was Eleonora gravin van Ponthieu en door haar huwelijk kwam Ponthieu terecht bij Engeland.
Kind uit dit huwelijk:
I. Margaretha van York, geboren op 15-03-1275 in Windsor Castle (zie 805445).
1610894 Filips van Artesië, geboren in 1269 in ?. Hij is overleden in 1298 in ?, 28 of 29 jaar oud.
Notitie: Filips van Artesië (1269 - 1298) een zoon van Robert II van Artesië en van Amicia van Courtenay. Filips was gehuwd met Blanche van Dreux, dochter van Jan II van Bretagne, en had de volgende kinderen:
Margaretha (1285–1311), in 1301 gehuwd met Lodewijk van Évreux,
Robert III van Artesië (1287–1342)
Isabella (1288–1344), non in Poissy,
Johanna (1289 – na 1347), in 1301 gehuwd met hertog Gaston I van Foix-Béarn,
Maria (1291 –1365), gehuwd met Jan I van Namen.

Filips diende onder zijn vader in de slag bij Veurne van 1297,waar hij gewond raakte. Hij zou nooit herstellen en een jaar later sterven. Door zijn vroege dood ontstond een opvolgingsstrijd als erfgraaf van Artesië die door zijn zuster Mahaut gewonnen werd, ten nadele van zijn zoon Robert.
Hij trouwde, 11 of 12 jaar oud, in 1281 in ? met de 10 of 11-jarige
1610895 Blanche van Dreux, geboren in 1270 in ?. Zij is overleden op 19-03-1327 in Château de Vincennes, 56 of 57 jaar oud. Zij is begraven in Parijs.
Kind uit dit huwelijk:
I. Margaretha van Artois, geboren in 1285 in ? (zie 805447).
1610944 Sweder van Abcoude, geboren omstreeks 1275 in Abcoude-Proostdij. Hij is overleden op 15-04-1347 in ?, ongeveer 72 jaar oud.
Notitie: Hij was Heer van Abcoude en Wijk bij Duurstede.
Hij trouwde (2), ongeveer 30 jaar oud, omstreeks 1305 in ? met Maria de Wael.
Hij trouwde (1), ongeveer 20 jaar oud, omstreeks 1295 in ? met de ongeveer 20-jarige
1610945 Mabelia van Arkel, geboren omstreeks 1275 in ?. Zij is overleden in 10-1317 in ?, ongeveer 42 jaar oud. Zij is begraven in Wijk bij Duurstede. Zij trouwde (2), ongeveer 25 jaar oud, omstreeks 1300 in ? met Willem de Cock van Isendoorn.
Kind uit dit huwelijk:
I. Gijsbert III van Abcoude, geboren omstreeks 1300 in ? (zie 805472).
1610946 Willem IV van Horne en Gaasbeek, geboren in 1297 in ?. Hij is overleden op 25-08-1343 in ?, 45 of 46 jaar oud.
Notitie: Hij was tevens ondervoogd van Thorn.

Willem V van Horne (1305-1343) was een middeleeuws edelman. Hij was de zoon van Gerard I van Horne en heer van Horn, Altena, Loon op Zand en Gaasbeek. Ook was hij heer van Heeze.

Hij was een belangrijk diplomaat die een rol speelde bij het weerleggen van de beschuldiging dat hertog Reinoud II van Gelre zowel het koningspaar van Frankrijk als de hertog van Normandië en de Raad van de koning wilde vergiftigen. Willem V zat samen met de graaf van Holland, de hertog van Brabant en de graaf van Vlaanderen in een onderzoekscommissie, die uiteindelijk deze beschuldiging ontzenuwde. In 1342 gaf hij de heerlijkheid Heeze aan zijn zoon Gerard II.

Willem V is in 1315 gehuwd met Oda van Putten en Strijen (1295 - voor 1336). Zij was een dochter van Nicolaas III van Putten heer van Putten (1265-1311) en Aleida vrouwe van Strijen (1270-1316).
Uit zijn huwelijk werden de volgende kinderen geboren:
Oda van Horne (1318-1353), gehuwd met Jan II van Polanen heer van Polanen, Lek en Breda
Johanna van Horne (1320-1356) gehuwd met Gijsbrecht III van Abcoude.
Gerard II van Horne (1320-1345)
Aleid van Horne (1320-)
Elisabeth van Horne (1326-1360). Zij trouwde op 20 november 1353 met Johan II van Arkel heer van Heukelom (1310-1373). Hij was een zoon van Otto I Van Arkel heer van Asperen, Heukelum, Vuren, Lingenstein, Acqoy, Ten Goye en Hagestein (1280-1350 en Agathe van der Leck (1285-).
Uit haar huwelijk werd geboren:
Elisabeth van Arkel van Heukelum (Heukelum, 1355-). Zij trouwde in 1372 met Jan V van Renesse.
Otto III van Arkel heer van Heukelom (1360-1408). Hij trouwde in 1390 met Elisabeth van Lynden vrouwe van Milligen (1365-1415).
Uit zijn huwelijk werd geboren:
Johan III van Arkel heer van Heukelom en Lienden (1390-1465)
Agnes van Horne? abdis van Keyserbosch

Willem V is in 1336 gehuwd met Elisabeth van Kleef. Hun kinderen waren:
Willem VI van Horne (1318)
Dirk Loef van Horne (1336)
Elisabeth van Horne (1339). Zij trouwde ca. 1359 met Hendrik van Diest (1345-1385). Hij was een zoon van Arnold / Arnout III van Diest en Aleidis van Hengebach (een dochter van Everhard II van Hengebach en Judith / Jutta von Jülich.
Arnold II van Horne (1339)
Hij trouwde (2), ongeveer 39 jaar oud, omstreeks 1336 in ? met Elisabeth van Kleef-Hülchrath.
Hij trouwde (1), 17 of 18 jaar oud, in 1315 in ? met de ongeveer 20-jarige
1610947 Oda van Putten en Strijen, geboren omstreeks 1295 in ?. Zij is overleden vóór 1332 in ?, ten hoogste 37 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Johanna van Horne, geboren in 1320 in ? (zie 805473).
1611328 Jan I van Culemborg, geboren omstreeks 1277 in ?. Hij is overleden in 11-1321 in ?, ongeveer 44 jaar oud.
Notitie: Jan (Johan) I van Beusichem, heer van Culemborg (ca.1277 - november 1321) was heer van Culemborg, Maurik en erfschenker van Utrecht.

Hij was een zoon van Hubert I van Culemborg en Elisabeth van Arkel, dochter van Jan I van Arkel. In 1310 droeg Jan het patroonsrecht op de Sint-Barbarakerk van Culemborg over aan het kapittel van Sint-Jan in Utrecht.

Op 6 december 1318 verleende Jan de eerste stadsrechten aan Culemborg, via een akte in overdracht aan de poorters van het district. De akte of oorkonde werd mede ondertekend door zijn zoon Hubert, zijn broer Zweder van Vianen, Gijsbrecht van Kaets, Johan van Lienden en Gerrit van Rossum.

Hij was getrouwd met Margaretha van Maurik, dochter van Gerard van Maurik.
Ze kregen de volgende kinderen:
Hubert II van Culemborg

Hij huwde een tweede maal in 1308 met zijn achternicht Agnes Pieternel (Petronella) van Zuylen van Abcoude, dochter van Gijsbrecht II van Zuylen van Abcoude.
Dit huwelijk werd met dispensatie van de paus verleend.
Ze kregen de volgende kinderen:
Clementia van Culemborg



Notities bij Johan I van Beusichem Heer van Culemborg

Heer van Culemborg. Hij beloofde op 19 okt. 1307 (na belening door de graaf van Gelre) de burcht Maurik als open huis te bewaren. Op 23 juni 1310 gaf Jan van Beusichem het patronaatsrecht van de kerk van Culemborg over aan het kapittel van St. Jan te Utrecht (J. W. Berkelbach van de Sprenkel, Regesten Bisschoppen van Utrecht, nr.190). In de betreffende acte wordt vermeld, dat Jan deze kerk (St. Barbara) gebouwd had op eigen grond. Tegelijk met schenking werd de parochie Culemborg afgesplitst van het kerspel Beusichem. Op ’sente nicolausdach’ (6 december) 1318 verleende Heer Jan een privilegebrief aan ’de poorters tot Culemborg’, die als eerste stadsrecht mag gelden (Voet, blz. 607-617). Op 29 sept. 1319 werd hij door de bisschop van Utrecht met het gericht van Schalkwijk beleend.
Het 2e huwelijk vond plaats met pauselijke dispensatie van 11 juli 1308.
Eens gegeven blijft gegeven!
Een onderzoek naar de Stadsrechten van Culemborg.

door H.P.J.E. Merkelbach

’....sijn vader ende sine auder vader, die die stat van Culemborch ghemaeckt hebben...’,

Zo schrijft Hubrecht Schenk van Culemborch in een brief uit 1343 aan de hertog van Gelre. Zijn vader was Johan van Bosinchem die de poorters van Culemborg op sinterklaasdag 1318 vrijheden had verleend; zijn ’auder vader’ (grootvader) Hubrecht van Bosinchem, die evenals zijn vader en grootvader het schenkersambt van de bisschop van Utrecht had bekleed. Deze Hubrecht had in 1281 bij een ruil met de proost en het kapittel van Oudmunster te Utrecht de vrije eigendom verworven van de hoeve gelegen in ’Kulenburg’ waarop zijn kasteel gebouwd was.

Op 6 December 1993 was het 675 jaar geleden dat aan Culemborg stadsrechten werden verleend. Het oorspronkelijke charter dat in het Stadsarchief wordt bewaard vermeldt als datum: "gegheven int jaer Ons Heren dusent driehondert ende achtiene up Sente Nycolausdach".

In groene was zijn er aan bevestigd het zegel van de verlener van het stadsrecht, Jan van Bosinchem en de zegels van de mede-oorkonders: zijn zoon Hubrecht, Zweder van Vianen, Gijsbrecht van Kaets, Johan van Lienden en Gerrit van Rossum. De zegelstaarten of strookjes perkament waarmee de zegels van de oorkonders aan het charter zijn bevestigd, heeft men, zoals gebruikelijk was, gemaakt van een ouder, vervallen en voor dit doel versneden charter. Het opmerkelijke van deze zegelstaarten is echter dat de tekst die er op voorkomt gelijkluidend is aan gedeelten uit de privilegebrief zelf. Aan de brief is een charter gehecht (een zgn. transfix) van 5 februari 1416, waarbij Hubrecht heer van Culemborg de in de stadsbrief van 1318 voorkomende rechten bevestigt en uitbreidt. Volgens de aanhef van de privilegebrief worden de rechten en vrijheden verleend uit vrije wil en om de trouwe diensten en vriendschap die de Culemborgers aan hun heer hebben bewezen in verleden en toekomst. Dit stadsrecht waarbij bepaalde voorrechten aan de inwoners werden verleend moet gezien worden als een codificatie, het op schrift stellen, van reeds voor de stadsrechtverlening ter plaatse geldende, maar niet op schrift gestelde, rechtregels. Het Culemborgse stadsrecht bevat 38 artikelen betreffende bestuurlijke, economische en juridische aangelegenheden.
Hij is weduwnaar van Agnes Pieternel van Zuylen van Abcoude, met wie hij trouwde (1), ongeveer 31 jaar oud, in 1308 in ?.
Hij trouwde (2), ongeveer 33 jaar oud, in 1310 in ? met de ongeveer 35-jarige
1611329 Margaretha gerardsdr van Maurik, geboren omstreeks 1275 in ?. Zij is overleden in 1307 in ?, ongeveer 32 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Hubert II van Culemborg, geboren omstreeks 1310 in Culemborg (zie 805664).
1611330 Peter van de Leck, geboren omstreeks 1272 in ?. Hij is overleden in 1339 in ?, ongeveer 67 jaar oud.
Notitie: Notities bij Peter (ook Pieter) van der Lecke
Peter van der Lecke ridder, raad van de graaf van Holland in 1322 en 1338, ridder in 1305, bouwt Wertheim in 1311, vermeld in het Kleefse van 1313 tot 1318, raad van de graaf van Gelre in 1316, verkoopt de ambachten Brantwijk en Gijbeland in 1325, verpacht meerdere ambachten op 30 mrt 1326, ovl. in 1339.


LECKE (Pieter heer van de), zoon van Henric II. Hij komt het eerst in 1305 als heer v.d. L. voor en is dan reeds ridder; in 1322 was hij onder ’s graven raden en kwam kort daarna, evenals zijn vader, in geldelijke moeilijkheden. In 1325 moest hij zijne ambachten Brandwijk en Gijbeland verkoopen, in 1326 aan Jan van Polanen Krimpen a/d. Lek, Krimpen a/d. Merwede en Ouderkerk verpachten, terwijl de graaf Kapelle van hem overnam. Nog in 1339 komt hij voor, maar overleed in datzelfde jaar.
Hij huwde met een ons onbekende vrouw en won: Henric III, zie hiervoor, en Jutte gehuwd met Hubert van Culenburch.
Hij trouwde met
1611331 Jutta van Wassenaer, geboren in 1290 in ?. Zij is overleden in 1345 in ?, 54 of 55 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Jutta Petersdr van de Lecke, geboren omstreeks 1300 in ? (zie 805665).
1611332 Wouter II Gerardsz van Egmond, geboren omstreeks 1283 in Egmond. Hij is overleden op 03-09-1321 in ?, ongeveer 38 jaar oud. Hij is begraven in Egmond-Binnen Abdij [bron: N-H].
Notitie: Wouter II van Egmont (ca.1283 - 3 september 1321 ) was heer van Egmont.

Hij is een zoon van Gerard van Egmont en Beatrix van Haarlem. In 1258 levert hij zijn ambachten Spanbroek, Oudedorp, Oudkarspel en Wadeweij in aan graaf Floris V van Holland, hij ontvangt de heerlijkheid Warmhuizen in leen ervoor terug. Hij koopt wat grond op ten noorden van Egmond bij Huisduinen en Bergen en laat het in de jaren erna ontginnen. Van Egmont is aanwezig bij de veldtocht en verovering van Friesland in 1282. Hij krijgt uit dank tien tienden bij de ambacht Hemert.

Van Egmond huwt met Beatrijs van Doortogne, een kleindochter van Dirk I van Brederode. Ze krijgen minstens drie kinderen:
Halewina van Egmont (1267-??) huwt met Hendrik van Kuyk, burggraaf van Leiden.
Gerard van Egmont (1272-1300)
Jan I van Egmont (1291-1369) opvolger

Notities bij Wouter II Heer van Egmond

Hij volgde in 1312 zijn broeder Willem III van Egmond op in diens meeste bezittingen.
In de Ned. Leeuw 1938, pag. 60 worden als zijn lenen opgesomd: Warmenhuizen, Harenkarspel, Huisduinen, het halve ambacht van Petten, de Zijp, de helft der sluizen te Nieuwendoren en de Ketelduinen (aan de Zijpe) benevens enkele andere.
In 1312 gaf hij het door zijn broeder gestichtte klooster in de Hout bij Haarlem aan de Sint Jansheren aldaar, op voorwaarde dat hij levenslang het vruchtgebruik zou behouden van de goederen bij Crayenhorst en in Coudenhove, bij Delft, welke zijn broeder aan deze nieuwe stichting gegeven had.
In voornoemd jaar werd hij door de abt van Egmond met de abdijlenen beleend (Warmenhuizen, Harenkarspel en Huisduinen) en sloten zij een verdrag over hun wederzijds rechtsgebied.
Hij nam in 1315 met 60 man deel aan de krijgstocht naar Vlaanderen.
Abdij van Egmond; toegangsnummer: 356; 4. Regestenlijst:
162 1312 October 28 (op S. Symon ende Judendach twier apostolen)
Wouter van Egmonde verklaart zich in zijn geschil met abt Bartoud van Egmonde aan de uitspraak van heer Hughe, prior van Egmonde, heer Geryd van Hemeskerke, ridder, Jan Persijn den oudste, Wouter Uterwijc en Diederic van Rollande onderworpen te hebben, die daarop bepaald hebben: le. dat men jaarlijks drie gadinge "onder den boem voir dat stienhuus" houden zal; 2e. dat heer Wouter bij manslagen in het dorp aan den abt, of bij diens afwezigheid, aan den prior zal vragen met hem te recht te zitten, en dat het recht van den doden man vóór het naaste huis van het dorp vóór de brug zal zijn; 3e. dat heer Wouter niet over godshuismannen dan in doodslagen en vechterijen zal rechten; 4e. dat heer Wouter in geval "boden van den hove" in het dorp misdreven hebben, de abt hiervan kennis zal geven, die dit zal "verbeteren" terwijl bij verzuim heer Wouter zal recht doen; 5e. dat heer Wouter voor het schoutambt drie mannen zal voorstellen, waaruit de abt één zal kiezen als schout, die een ieder recht zal doen; 6e. dat heer Wouter, in geval iemand recht verlangt van godshuismannen en de abt dit niet wil of kan geven, verplicht is recht te doen; 7e. dat heer Wouter den abt of zijn boden recht zal doen, wanneer hij dit behoeft en anderzijds dat de abt heer Wouter aan recht zal helpen, wanneer hij dit verlangt; 8e. dat deze regeling slechts voor den duur van heer Wouter’s leven van kracht zal zijn.
a. Gevidimeerd in den brief d.d. 1356 Maart 27 (Reg.no. 361).
b. Afschrift z.j. (Inv.no. 100).
c. Afschrift (Inv.no. 1, fol, 25).
168 1315 Augustus 28 (in S. Jans Babtisten avonde alze hi onthooft ward)
Schepenen in Delf oorkonden, dat Wouter van Eggemonde tot een memorie van hemzelf en van zijn broeder heer Nicolais van Eggemonde aan het convent van Egmond heeft geschonken een rente van 3 pond, verzekerd op zijn land in Crayenborgher land en in Coudenhover land.
a. Oorspr. (Inv.no. 868). De zegels van de schepenen Jacob Bucsiel en Willaem van den Velde zijn verloren.
b. Afschrift (Inv.no. 846), blz. 17.
171 1311 Mei 23 (des anders daghes nae Pinxterdach)
Gheriit van Heemskerck, ridder, Wouter van Egmond, FIorens van Aderkem en Wouter die Vriese oorkonden, dat Machteld, dochter van Dirc van Rollant, bijgestaan door haar momber Symon van Teylinghe vóór den abt ten behoeve van deze afstand gedaan heeftvan de rottienden, en dat de abt haar met deze tienden opnieuw be]eend heeft op de voorwaarden, die in haar brief vermeld zijn.
Afschrift (Inv.no. 1, fol, 12).
Hij trouwde, ongeveer 34 jaar oud, op 01-12-1317 in ? met de ongeveer 27-jarige
1611333 Beatrijs van Doortogne, geboren omstreeks 1290 in Naaldwijk. Zij is overleden op 11-09-1323 in Egmond - Binnen, ongeveer 33 jaar oud.
Notitie bij publiceren: Notities bij Beatrijs van Brederode Vrouwe van Doortoge

Zij was wellicht rond 1290 geboren, aangezien zij in 1309 nog onder voogdij stond.
Zij werd als erfdochter van haar vader op 26 jan.1306 beleend met de woning te Doortoghe (onder Monster) met 30 morgen lands en de ambachten Zegwaard en Zevenhuizen, waarvoor zij 450 pond Hollands aan de graaf betaalde.
Zij werd naast haar man begraven.
Ned. Leeuw 1926 kol. 237:
Heer Dirc en vrouw Ermegaerd wonnen jcvr. Beatrys, die in 1306 door de graaf van Holland, na doode haars vaders, beleend werd met diens leenen (Reg. Hann blz. 19 met verkeerde dag en jaar), en in datzelfde jaar door de abt van St. Paulus te Utrecht met de tienden van Zevenhuzen. Nog in 1309 stond zlj onder voogdij van haar stiefvader Willem van Leyden en van baar oom Florene van der Doortoge, doch kreeg in 1317 een lijftocht van 200 pond ’s jaars haar door haar echtgenoot op de visserij en de tienden van Harenkarspel en Warmenhuizen gemaakt. Deze echtgenoot was Wouter II, heer van Egmond als erfgenaam van zijn broeders in 1312, overleden in 1321. Zijn vrouw stierf 11 September 1323. Zij zetten het geslacht der heren van Egmond voort.
Kind uit dit huwelijk:
I. Jan I van Egmond, geboren in 1310 in Egmond (zie 805666).
1611334 Arend van Ijsselstein, geboren in 1289 in ?. Hij is overleden op 12-02-1363 in ?, 73 of 74 jaar oud. Hij is begraven in IJsselstein.
Hij trouwde, ten hoogste 20 jaar oud, vóór 06-01-1309 in ? met de ten hoogste 19-jarige
1611335 Maria van Avesnes, geboren omstreeks 1290 in ?. Zij is overleden in 1345 in Utrecht, ongeveer 55 jaar oud.
Notitie: Zij was Vrouwe.
Kind uit dit huwelijk:
I. Guyote van Amstel, geboren in 1314 in ? (zie 805667).
1611336 Jacob van Zuijlen van Nijevelt, geboren in 1300 in Veldhuizen. Hij is overleden op 07-03-1355 in Lotharingen ( Duitsland ), 54 of 55 jaar oud.
Hij trouwde, 29 of 30 jaar oud, in 1330 in ? met de ongeveer 21-jarige
1611337 Christina Uten Ham, geboren omstreeks 1309 in ?. Zij is overleden in 1363 in ?, ongeveer 54 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Steven van Zuijlen van Nijevelt, geboren in 1331 in Veldhuizen (zie 805668).
1611340 Gerard Splintersz van Ruwiel, geboren in 1275 in ?. Hij is overleden in 1320 in ?, 44 of 45 jaar oud.
Notitie: Notities bij Gerard Splinter van Ruwiel

Heer van Nijenrode

Ontstaan van het kasteel: werd in het midden van de 13e eeuw gebouwd door Gerard Splinter van Ruwiel, 3e zoon van Gijsbrecht van Ruwiel.
Het werd gebouwd aan de rand van een, door het rooien van bomen, bouwrijp gemaakt stuk land, de nieuwe of’nije’ rode. Het kasteel is vermoedelijk gebouwd op een zandrug van de Vecht. Op 50 à 100 m van het kasteel is zeer fijn zand in de diepere ondergrond aangetroffen.
Geschiedenis: Nijenrode is in het midden van de 13e eeuw gesticht door Gerard Splinter van Ruwiel, derde zoon van Gijsbrecht van Ruwiel, die vermoedelijk kasteel Ruwiel aan de Aa tussen Breukelen en Nieuwer ter Aa heeft verbouwd. De zoon van Gerard,Gijsbrecht I van Nijenrode (kasteelheer 1296-1320), droeg op 15 augustus 1311 ’sijn huis, dat men heet Nyenrode, ende enen viertellants, die gheleghen es van den Broecdijc utestreckende in de Vecht, daer dat huis op staet’ op aan de Hollandse graaf Willem III en ontving dit in leen terug, op voorwaarde dat het een open huis voor de graaf zou zijn.
> Hierdoor kwam het kasteel binnen de Hollandse invloedssfeer. Noch Gijsbrecht I noch zijn zoon Gerard Splinter van Nijenrode hebben een rol van enige betekenis gespeeld in de Hollandse politiek. Dat gold wel voor Gijsbrecht II (overl. 1396), zoon van laatstgenoemde Gerard en Maria van Persijn van Velsen. Hij sloot zich in de Hollandse partijstrijd aan bij de Kabeljauwen en heeft mogelijk een aandeel gehad in de Kabeljauwse machtsovername van februari 1351. Hij was onder andere meesterridder van de herberg van graaf Willem V en was in 1351 als maarschalk belast met de belegering van kasteel Brederode.
Nijenrode werd op 27 oktober 1536 als ridderhofstad aangemerkt. Het kasteel bleef in het geslacht Nijenrode tot de dood van Josina van Nijenrode in 1537. Toen vererfde het kasteel niet op haar man, Willem Torck, maar op haar dochter Elisabeth, die getrouwd was met Bernard I van den Bongard. Willem kreeg echter wel het vruchtgebruik tot zijn dood in 1545. Via Elisabeth Torck kwam het kasteel in de familie Van den Bongard. Zij werd opgevolgd door respectievelijk haar zoon Floris, getrouwd met Agnes van Aeswijn van het naburige kasteel Ruwiel, haar kleinzoon Bernard II, haar achterkleinkinderen Bernard III van den Bongard en Anna van den Bongard, en door Maria van Wijhe van Hernen, nicht van de hiervoor genoemden en gehuwd met Gerard van Reede tot Saesfelt. Diens zoon Gerhard Adriaan van Reede tot Saesfelt verkocht op 10 februari 1675 het eind 1673 door het Franse leger verbrande en geruïneeerde kasteel voor 40.000 gulden aan de Amsterdamse koopman Johan I Ortt (1642-1701). Daarmee kwamhet kasteel na vier eeuwen adellijk bezit in handen van rijke kooplieden.
Hij trouwde met
1611341 Maria van Persijn van Velzen, geboren in 1280 in ?. Zij is overleden in 1330 in ?, 49 of 50 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Gijsbert II van Nijerode, geboren in 1330 in Kortenhoef (zie 805670).
1611342 Otto van Arkel van Leijenberg, geboren in 1330 in ?. Hij is overleden op 26-03-1396 in Gorinchem, 65 of 66 jaar oud. Hij is begraven op 01-04-1396.
Notitie: Periode 1360 -1396
Voorganger Jan IV van Arkel
Opvolger Jan V van Arkel

Vader Jan IV
Moeder Irmengarde van Kleef

Otto van Arkel (Frans; Othon d’Arkel), (ca.1330 - 26 maart of 1 april 1396) was heer van Arkel van 6 mei 1360 tot zijn dood.

Hij was een zoon van Jan IV van Arkel en Irmengarde van Kleef. Otto was oorspronkelijk tweede in lijn van opvolging, totdat zijn oudere broer Jan omkwam bij een paardentoernooi in Dordrecht 1352. Tijdens Otto’s bewind werden de landgoederen opnieuw uitgebreid. Zo werd de heerlijkheid Haastrecht opnieuw verkregen en werd Liesveld toegevoegd in 1379. Otto trad ook toe tot de adviseurs van Albrecht van Holland in 1381. Tevens maakte Otto aanspraak op het graafschap Kleef nadat Jan van Kleef, een oom van Otto’s moeder Irmengarde, overleed. Dit graafschap werd echter aan Adolf II van der Mark geschonken. Hierna zou er een grote vijandschap ontstaan tussen de Van Arkels en Van Kleefs.

In 1382 verleende Otto stadsrechten aan onder meer Gorinchem, Hagestein en Leerdam. Otto richtte zich de jaren daarna erop om van het kasteel Hagestein en het dorp Gasperen een bolwerk te maken en tot stad te verheffen. Dit omdat hij voortdurend in conflict lag met de heren van Vianen, die hun gebied steeds meer naar het zuidwesten uitgebreid (Noordeloos, Meerkerk) hadden, waardoor verderop gelegen landerijen van Arkel geïsoleerd kwamen te liggen. Daarbij kwam nog dat de heren van Vianen voor de Hoekse-partij waren.

Otto van Arkel huwde in 1360 te Deventer met Elisabeth de Bar-Pierrepont (†1410), vrouwe van Pierrepont en erfdochter van Theobald van Bar-Pierrepont, die een neef was van Theobald van Bar. Zij kregen samen een zoon en latere opvolger:
Jan V van Arkel (1362-1428)
Hij trouwde, 29 of 30 jaar oud, op 18-10-1360 in Deventer met de 23 of 24-jarige
1611343 Isabella de Bar Pieremont, geboren in 1336 in Hagestein. Zij is overleden omstreeks 1410 in ?, ongeveer 74 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Belia van Arkel - Leijenburg, geboren in ? (zie 805671).
1622788 Jan III van Kuyc, geboren omstreeks 1295 in ?. Hij is overleden op 08-09-1357 in s’ Hertogenbosch, ongeveer 62 jaar oud.
Notitie: Jan III van Cuijk (1295 - ’s-Hertogenbosch, 8 september 1357) was heer van Cuijk, Mierlo, Asten en Hoogstraten.

Jan III was de zoon van Willem van Cuijk en Johanna Sofia van Gymnich. Hij was de neef van zijn voorganger, Otto van Cuijk. Hij was gehuwd met Catharina van Berthout Boskiel en verkreeg zijn heerlijke rechten in 1350, na de dood van Otto.

Op het eind van zijn leven verbleef Jan III veel in ’s-Hertogenbosch, waar hij ook stierf en vermoedelijk werd begraven.

Van zijn kinderen was het Jan IV van Cuijk die heer van Hoogstraten werd. Zijn zoon Hendrik van Cuijk werd heer van Asten, Ekeren, Brecht en Zundert. Wenemar van Cuijk werd heer van Neerloon. De heerlijkheid Mierlo werd in 1356 verkocht aan Jan Dickbier. Zijn dochter Elisabeth trouwde met Gerrit van Arkel (1310-1380).

Het Land van Cuijk met de stad Grave had hij eind 1352 of begin 1353 - in ieder geval voor 29 januari 1353 - verkocht (Grave) of in pand (Land van Cuijk) gegeven aan Jan van Wijflit zich noemende heer van Cuijck 1352-1356 en heer van Blaersfeld 1347-1356, burggraaf van Heusden (ca. 1312 - ca. 17 augustus 1356) de bastaardzoon van Jan II hertog van Brabant uit een relatie met diens maîtresse Elsbeen van Wijflit. Onder Jan van Wijflit treedt de stad Grave op 8 maart 1355 toe tot het Brabantse stedenverbond.
Blijkbaar had van Wijflit moeite met het nakomen van zijn financiële verplichtingen. In september 1355 had hij namelijk nog een schuld van 2000 florijnen aan de graaf van Namen die was ontstaan door zijn overname van de Namense leengoederen van Jan III van Cuijk. Het was Jan III van Cuijk die in 1352 nog deze schuld aan Namen had. Deze overgenomen lenen en schulden waren vermoedelijk ook de reden voor het niet, of niet op tijd, nakomen van zijn financiële verplichtingen jegens Jan III van Cuijk. In de zomer van 1356 stelde deze en diens vrienden, gesteund door de burgers van Grave aan Jan van Wijflit een ultimatum. Betalen of de heerschappij teruggeven. Jan kon of wilde geen van beide. Hierop werd het kasteel te Grave bij nacht overvallen en bij de schermutselingen kwam Jan van Wijtflit die zich zal hebben verzet om het leven. Het restant van zijn manschappen werden het kasteel uitgejaagd.
Hij trouwde, ongeveer 25 jaar oud, in 1320 in ? met de 24 of 25-jarige
1622789 Catharina van Bertout-Boskiel, geboren in 1295. Zij is overleden in 1350, 54 of 55 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Wenemar van Kuyc, geboren omstreeks 1330 (zie 811394).
1622790 Arend de Cocq van Opijnen, geboren omstreeks 1305 in ?. Hij is overleden op 10-05-1363 in ?, ongeveer 58 jaar oud.
Hij trouwde met
1622791 Geertruij van Broeckhuijsen, geboren in ?. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Aleydis de Cocq van Opijnen, geboren omstreeks 1335 in ? (zie 811395).
1622800 Jan I van Egmond, geboren in 1310 in Egmond. Hij is overleden op 28-12-1369 in IJsselstein, 58 of 59 jaar oud.
Notitie: Jan I van Egmont (vóór 1310 - 28 december 1369) was heer van Egmont, heer van IJsselstein, baljuw van Kennemerland (1353-1354) en stadhouder van Holland.

Hij was een zoon van Wouter II van Egmont en Beatrijs van Doortogne. Hij wordt in 1328 voor het eerst genoemd als hij deelneemt in de Slag bij Kassel, en de graaf Willem III naar Vlaanderen vergezelden om de graaf van Vlaanderen tegen de oproerigen uit Brugge en omstreken te helpen. Jan krijgt door middel van huwelijk de heerlijkheid IJsselsteijn toegewezen en erft dit als zijn schoonvader Arnold van IJsselstein overlijdt. In 1343 werd hij met anderen aangewezen om, tijdens de afwezigheid van de graaf, het land te besturen. Hij krijgt in 1344 de burcht Nieuwendoorn ( Enigenburch ) bij zijn bezittingen toegewezen. Van Egmont neemt deel aan de derde veldtocht van Willem IV van Holland naar Pruisen en is ook betrokken bij het Beleg van Utrecht in 1345 maar ontkomt (is blijkbaar niet aanwezig) aan de noodlotige slag bij Warns (1345). Hij is in de volgende jaren een belangrijke schakel in de politiek van Holland.

Jan is in 1350 een van de hoofdondertekenaars van de Kabeljauwse verbondsakte wat de Hoekse en Kabeljauwse twisten zouden inluiden. Hij is aanwezig bij de Slag bij Naarden (1350) en vocht ook mee bij de Slag bij Zwartewaal ook wel de Slag op de Maas genoemd. Jan van Egmont werd vervolgens naar Engeland gestuurd om het geschil tussen Margretha van Beieren en Willem V van Holland bij te praten, dit wordt echter niet opgelost. Hij vervolgt (terug in Nederland) met een krijgstocht tegen de burgers van Bunschoten, hervatte, na de winter van 1356 de oorlog door het kasteel van Nyevelt op last van den graaf te belegeren, na zeven weken nam hij het in, waardoor de oorlog tot een einde kwam. In 1356 wordt hij door Willem V van Holland tot stadhouder benoemd van het gebied boven de Maas, dit stadhouderschap oefende hij uit tezamen met zijn broer Gerrit. Hij neemt nadat Willem V krankzinnig is verklaard zitting in de ministriaal van Albrecht van Beieren, bij wie hij in 1358 als raad voorkomt. In 1359 tekent hij als een van de hoofdmannen der Kabeljauwse partij de zoenbrief met Delft (1359), tot zijn dood vindt men hem in de omgeving van de graaf. Hij werd in de kerk te IJselstein begraven.

Jan I huwde met Guyote van IJselstein, bij wie hij minstens tien kinderen had:

Willem van Egmond (Slot Egmond op de Hoef te Egmond-Binnen, 1332-1410) heer van Zevenhuizen en Zegwaard en schout van Delft. Hij trouwde met Machteld van Hemert (Nederhemert, 1345-).
Arend heer van Egmond (ca. 1340-1409), opvolger.
Jan van Egmont (-1360), was gehuwd met Johanna van Raaphorst
Gerrit van Egmond
Albrecht van Egmond, Kannuk te Utrecht
Beatrix van Egmond, was gehuwd met Gijsbrecht van Vianen
Baerte van Egmond, was gehuwd met Gerard I van Culemborg
Maria van Egmond (-ca. 1384). Zij trouwde met Philips IV van Wassenaer
Catharina van Egmond, was gehuwd met Bartholomeus van Raephorst
Antonia van Egmond, abdis te Den Bosch
Elisabeth van Egmond
Griete van Egmond.

EGMOND (Jan I van) (1), oudste zoon en leenvolger van Wouter II (kol. 344), overl. 28 Dec. 1369. Hij komt het eerst voor in 1328, onder de edelen, die graaf Willem III naar Vlaanderen vergezelden om den graaf van dat land tegen de oproerigen uit Brugge en omstreken te helpen; in Augustus van dat jaar is hij aanwezig in den slag bij Cassel, waar met behulp der Franschen de opstandelingen verslagen werden. Heer Jan was zeer in aanzien bij de graven Willem IV, V en Aelbrecht, hunne partij toegedaan en met zijn broeders onder de voormannen der Kabeljauwen. In 1343 werd hij met anderen gecommitteerd om, tijdens eene afwezigheid des graven, het land te bestieren; van Aug. 1344 tot Aug. 1345 bewaarde hij het grafelijk slot Nieuwendoren (Enigenburch) in West-Friesland; het blijkt niet of hij den noodlottigen slag bij Stavoren bijwoonde. Daarna vinden wij hem in de omgeving van Willem V; in 1348 als raad. In 1350 verbindt hij ich met den heer van Arkel, met zijn broeder Gerard en anderen om den graaf te steunen tegen de Hoeksche partij, welkerhoofden de Brederode’s en Wassenaer’s waren. Het is bekend, dat de twisten tusschen den graaf en zijne moeder leidden tot een slag op de Maas (4 Juli 1351); hierbij was heer Jan tegenwoordig. De gravin-moeder werd verslagen en vlood naar hare zuster, de koningin van Engeland, wier gemaal trachtte de veeten bij te leggen, waartoe hij een gezantschap vroeg; Willem V zond als zoodanig o.a. heer Jan van Egmond naar Engeland. In 1355 besloot de graaf den bisschop van Utrecht, Jan van Arkel, die zich met gravin Margaretha verbonden had, aan te vallen en verzekerde zich daartoe de hulp van eenige stichtsche heeren, o.a. van heer Arent van IJselstein, schoonvader van heer Jan van Egmond. Deze laatste versloeg in den nu gevolgden krijg de burgers van Bunschoten, hervatte, na den winter, in 1356 den oorlog door het kasteel van Steven van Nyevelt op last van den graaf te belegeren; na zeven weken nam hij het in, waardoor de oorlog een einde nam. Nog in hetzelfde jaar werd heer Jan met zijn broeder Gerrit door Willem V stadhouder van Holland benoorden de Maas gemaakt. Na de krankzinnigheid van den graaf, verleende hij steun aan diens broeder Aelbrecht, bij wien hij o.a. 1358 als raad voorkomt. In 1359 teekende hij als een der hoofden der Kabeljauwsche partij den zoenbrief met Delft; tot zijn dood vindt men hem verder in de omgeving des hertogen.
Wat zijn verhouding met de abten van Egmond aangaat het volgende. Hij schijnt met zijne handlangers, Gerard van Heemskerk en Wouter van Meresteijn, onder het bewind van abt Hugo van Assendelft, vooral in de jaren 1360 en 1361 het klooster veel overlast te hebben bezorgd, door gewelddadig tegen de bewoners en de bezittingen op te treden, zoodat hij in 1360 door den te Avignon zetelenden paus Innocentius VI voor zich gedaagd en eindelijk in 1366 door diens opvolger in den ban werd gedaan. Later schijnt deze echter opgeheven te zijn, want na zijn dood, die op 28 Dec. 1369 voorviel, werd hij in de kerk te IJselstein begraven. Heer Jan was in 1330 of 1331 gehuwd met jvcr. Guyote, erfdochter van Arnoud, heer van IJselstein, bij Maria van Avesnes, dochter van bisschop Guido; zij bracht de rijke goederen van IJselstein in het geslacht van Egmond. Hunne kinderen waren: 1. Arent (kol. 323), 2. Jan, overl. voor zijn vader in 1360, gehuwd met Johanna van Raephorst, waaruit Dirc van Egmond, ridder, vermeld 1407 tot 1430, welke bij eene dochter uit het huis Arkel twee dochters had; a. Jan Dirc, de vrouw van Jan van der Lecke, heer Dirksz. (II kol. 794, waar dit huwelijk niet vermeld werd) en b. Heyndric Fye, 3 Gerrit (kol. 329), 4. Willem (7), 5. Otto, die gehuwd zou geweest zijn met Mabelia van Arkel, dochter van heer Jan en Elisabeth van Kleef; 6. Albert, kanunnik te Utrecht, 7. Beatrix gehuwd met Gijsbrecht heer van Vianen en van den Goye, Hendrikszoon, 8. Baerte huwde 1o. 1360 Walraven van Brederode, overl. 1369, zoon van heer Dirk en Beatrix van Valkenburg, 2o. 1371 heer Gerrit van Culenborch, zoon van Hubert en Jutte van der Leck, 9. Maria huwt Philips IV van Wassenaer (II kol. 1533), 10. Catherina huwt Bartholomeus van Raephorst, heer van Zoeterweude, heer Dirkszoon, 11. Antonia, clarisse te ’s Hertogenbosch.

Notities bij Johan I Heer van Egmond

Hij is geboren in ca. 1310, want in dec. 1327 is er sprake van dat hij "corteliken zine jaeren hebben zoude" en dan leenhulde zou moeten doen (Holl. Leenk. 37 fol.19).
Hij was leenvolger van zijn vader.
Hij komt voor het eerst voor in 1328 onder de edelen, die graaf Willem III naar Vlaanderen vergezelden om de graaf van dat land tegen de oproerigen uit Brugge en omstreken te helpen.
In augustus van dat jaar is hij aanwezig in de slag bij Cassel, waar met behulp van de Fransen de opstandelingen verslagen werden.
Op 31 maart 1331 tochtte hij zijn vrouw aan de tienden van Huisduinen en de tienden van Zegwaard (Holl. Leenk. 2 fol.71 en Holl. Leenk. 1 fol.68v). Zij zullen kort voor die dag gehuwd zijn.
Heer Jan was zeer in aanzien bij de graven Willem IV en V en Albrecht, hun partij toegedaan en met zijn broeders onder de voormannen van de Kabeljauwen.
In 1343 werd hij met anderen gecommitteerd om tijdens een afwezigheid van de graaf het land te bestieren.
Van augustus 1344 tot augustus 1345 bewaarde hij het grafelijk slot Nieuwendoren in Enigenburgh in West-Friesland; het is niet gebleken of hij de noodlottige slag bij Stavoren bijwoonde.
Daarna vinden wij hem in de omgeving van Willen V; in 1348 als raad.
In 1350 verbindt hij zich met de heer van Arkel, met zijn broeder Gerard en anderen om de graaf te steunen tegen de Hoekse partij onder leiding van de Bredero’s en Wassenaers.
Het is bekend dat de twisten tussen de graaf en zijn moeder leidden tot een scheepsstrijd op de Maas bij Zwartewaal op 4 aug. 1351. Jan van Egmond vocht mee in deze strijd.
De gravin-moeder werd verslagen en vluchtte naar haar zuster, de koningin van Engeland, wier man trachtte de vete bij te leggen, waartoe hij een gezantschap vroeg. Willem V zond als zodanig o.a. heer Jan van Egmond naar Engeland.
In 1355 besloot de graaf de bisschop van Utrecht, Jan van Arkel, die zich met gravin Margaretha verbonden had, aan te vallen en verzekerde zich daartoe van de hulp van enige Stichtse heren, oa. de heer Arent van IJselstein, de schoonvader van heer Jan van Egmond. Deze laatste versloeg in de nu gevolgde krijg de burgers van Bunschoten. Hij hervatte, na de winter, in 1356 de oorlog door het kasteel van Steven van Nyevelt op last van de graaf te belegeren. Na zeven weken nam hij het in, waardoor de oorlog ten einde kwam.
Nog in hetzelfde jaar werd heer Jan met zijn broeder Gerrit door Willem V tot stadhouder van Holland benoorden de Maas benoemd.
Na de krankzinnigheid van de graaf verleende hij steun aan diens broeder Albrecht, bij wie hij oa. in 1358 als raad voorkomt.
In 1359 tekende hij, als een der hoofden van de Kabeljauwse partij, een zoenbrief met Delft.
Tot zijn dood vindt men hem verder in de omgeving van de hertog.
Wat zijn verhouding met de abten van Egmond aangaat het volgende.
Hij schijnt met zijn handlangers Gerard van Heemskerk en Wouter van Meresteijn onder het bewind van abt Hugo van Assendelft, vooral in de jaren 1360 en 1361, het klooster veel overlast te hebben bezorgd door gewelddadig tegen de bewoners en bezittingen op te treden, zodat hij in 1360 door de te Avignon zetelende paus Innocentius VI gedaagd werd en eindelijk in 1366 door diens opvolger in de ban werd gedaan. Later schijnt deze echter opgeheven te zijn, want na zijn dood op 28-12-1369 werd hij inde kerk te IJsselstein begraven. huwelijkscontract: 20 mei 1330
Hij trouwde, 19 of 20 jaar oud, op 20-05-1330 in ? met de 15 of 16-jarige
1622801 Guyote van Amstel, geboren in 1314 in ?. Zij is overleden in 1373 in ?, 58 of 59 jaar oud.
Notitie: IJSSELSTEIN, Guyote van, ook bekend als Goudijn van Amstel (gest. 1373 of 1374), erfdochter, opdrachtgeefster van een opmerkelijk grafmonument. Dochter van Arend van IJsselstein (gest. 1363) en Maria van Henegouwen (gest. vóór 1347). Guyote van IJsselstein trouwde op 20-5-1330 met Jan van Egmond, heer van Zevenhuizen en Zegwaard (gest. 1369). Uit dit huwelijk werden ten minste 5 zoons en 5 dochters geboren.

Guyote van IJsselstein is vernoemd naar haar grootvader van moederskant Guy van Avesnes, broer van graaf Jan II van Holland en Henegouwen en zelf van 1301 tot 1317 bisschop van Utrecht. Onduidelijk is of haar moeder een bastaardkind van de bisschop was, of dat zij was geboren uit een wettig huwelijk van vóór de toetreding van Guy van Avesnes tot de geestelijke stand. De vader van Guyote stamde uit een zijtak van de roemruchte heren van Amstel, voorname dienstlieden van het bisdom Utrecht. Guyote had twee jongere zusters, Catharina en Bertha. Ze had geen broers. Dat kan worden opgemaakt uit het feit dat ze in 1364 werd beleend met de grafelijke lenen van haar vader, waaronder het slot te IJsselstein. Haar zusters hadden in 1347 afstand gedaan van hun moederlijk erfdeel.

Op 20 mei 1330 bezegelde haar familie en de familie Van Egmond de huwelijkse voorwaarden voor Guyote en Jan, die de Hollands-Henegouwse graven zou dienen als raadsheer, baljuw en stadhouder. Bij die gelegenheid verklaarde haar neef, graaf Willem III van Holland, haar tot erfgenaam van het slot te IJsselstein. Het huwelijk werd diezelfde dag voltrokken. Het jaar daarop schonk Jan van Egmond haar een lijfrente. Het paar kreeg minstens tien kinderen. In 1369 stierf Jan van Egmond. Als weduwe bezegelde Guyote in 1371 zelf (dat wil zeggen: ‘gesterkt’ met haar zoon Arend) het verlovingscontract van haar dochtertje Maria met Filips (V) van Wassenaar. Zoon Arend erfde het slot in 1374. Guyote is hoogstwaarschijnlijk in het jaar daarvoor gestorven, want een erfelijk leen zoals dit behoorde ‘binnen jaar en dag’ over te gaan.

Reputatie

Tegenwoordig memoreren de inwoners van IJsselstein graag de ‘heren van Amstel’ als stichters van hun stadje met het bijbehorende kasteel en de kerk (De Bruijn). Guyote van IJsselstein en Egmond, zoals zij zichzelf noemde, heet in de negentiende- en twintigste-eeuwse literatuur dan ook bij voorkeur ‘Guyot(t)e (of Goudijn) van Amstel’. Het kenmerkt de genealogische traditie van die tijd, die bijna alleen oog had voor de mannelijke lijn. Het feit dat familiewapens vanouds geacht worden in mannelijke lijn te vererven, heeft hierbij zeker een rol gespeeld. Op het eerste gezicht gaat dit ook op voor het veertiende-eeuwse praalgraf van de heren en vrouwen van IJsselstein in de Oude of St.-Nicolaaskerk in IJsselstein. De liggende beelden (‘gisants’) van Guyotes vader en grootvader zijn beide bedekt met het wapen Van IJsselstein. Die van haar moeder en grootmoeder (Bertha van Heukelom) dragen op het eerste gezicht geen wapen. Onder het baldakijn is echter een heel andere configuratie te zien. Boven het hoofd van Bertha van Heukelom is een alliantiewapen Van IJsselstein-Van Heukelom aangebracht, boven het hoofd van moeder Maria van Henegouwen een alliantiewapen Van Henegouwen-Van IJsselstein. Bij laatstgenoemde stond het eigen voorvaderlijke wapen dus op de ereplaats (Kuiken, 68-69).

De bedenker van dit welsprekende praalgraf is vrijwel zeker Guyote van IJsselstein en Egmond geweest (Bouwman 210-211). Het graf past in de traditie van de Noord-Franse adel van de twaalfde en dertiende eeuw, die met de komst van het Henegouwse gravenhuis ook in de Noordelijke Nederlanden ingang vond. Dat deze Henegouwse ‘lieu de mémoire’ in IJsselstein uitgerekend is vormgegeven door een vrouwelijke nakomeling, past in het beeld dat de Franse historicus Duby van de edelvrouwen in dit milieu schetst: zij traden op als hoedsters van de memoriecultuur. De stad en de kerk van IJsselstein zijn ook geen schepping van de ‘heren van Amstel’, maar van bisschop Guy. Dat hier in werkelijkheid niet de heren maar de vrouwen van IJsselstein de dienst uitmaakten, komt in de heraldiek van het praalgraf even elegant als discreet tot uiting.
Kind uit dit huwelijk:
I. Arend van Egmond, geboren omstreeks 1340 in ? (zie 811400).
1622802 Fréderic van Leiningen, geboren in ?. Hij is overleden in ?.
Hij trouwde met
1622803 Yolanda de Juliers, geboren in ?. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Yolande van Leiningen, geboren in 1345 (zie 811401).
1622804 Otto van Arkel, geboren omstreeks 1330 in ?. Hij is overleden op 26-03-1396 in ?, ongeveer 66 jaar oud.
Notitie: Otto van Arkel (Frans; Othon d’Arkel), (ca.1330 - 26 maart of 1 april 1396) was heer van Arkel van 6 mei 1360 tot zijn dood.

Hij was een zoon van Jan IV van Arkel en Irmengarde van Kleef. Otto was oorspronkelijk tweede in lijn van opvolging, totdat zijn oudere broer Jan omkwam bij een paardentoernooi in Dordrecht 1352. Tijdens Otto’s bewind werden de landgoederen opnieuw uitgebreid. Zo werd de heerlijkheid Haastrecht opnieuw verkregen en werd Liesveld toegevoegd in 1379. Otto trad ook toe tot de adviseurs van Albrecht van Holland in 1381. Tevens maakte Otto aanspraak op het graafschap Kleef nadat Jan van Kleef, een oom van Otto’s moeder Irmengarde, overleed. Dit graafschap werd echter aan Adolf II van der Mark geschonken. Hierna zou er een grote vijandschap ontstaan tussen de Van Arkels en Van Kleefs.

In 1382 verleende Otto stadsrechten aan onder meer Gorinchem, Hagestein en Leerdam. Otto richtte zich de jaren daarna erop om van het kasteel Hagestein en het dorp Gasperen een bolwerk te maken en tot stad te verheffen. Dit omdat hij voortdurend in conflict lag met de heren van Vianen, die hun gebied steeds meer naar het zuidwesten uitgebreid (Noordeloos, Meerkerk) hadden, waardoor verderop gelegen landerijen van Arkel geïsoleerd kwamen te liggen. Daarbij kwam nog dat de heren van Vianen voor de Hoekse-partij waren.

Otto van Arkel huwde in 1360 te Deventer met Elisabeth de Bar-Pierrepont (†1410), vrouwe van Pierrepont en erfdochter van Theobald van Bar-Pierrepont. Zij kregen samen een zoon en latere opvolger:
Jan V van Arkel (1362-1428)
Hij trouwde, ongeveer 30 jaar oud, in 1360 in Deventer met
1622805 Elisabeth de Bar-Pierremont, geboren in ?. Zij is overleden in 1410 in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Jan V van Arkel, geboren in 1362 in Gorinchem (zie 811402).
1622806 Willem II van Gulik, geboren in 1325 in ?. Hij is overleden op 13-12-1393 in ?, 67 of 68 jaar oud.
Notitie: Willem II van Gulik (1325 - 13 december 1393) was een zoon van hertog Willem I en Johanna van Holland.

Sinds 1343 was Willem mederegent van zijn vader, maar hij voerde veel strijd met hem en zette hem zelfs gevangen in 1349-1351. Jarenlang trachtte hij in Holland en Zeeland zijn aanspraken tegen de Wittelsbacher hard te maken, maar dat mislukte.

In 1361 volgde hij dan zijn vader op als tweede hertog van Gulik. Tijdens diverse gevechten verloor hij onder meer Kaiserswerth en Zülpich, maar won Monschau (Montjoie), Randerath en Linnich. In de Gelderse broederstrijd koos hij partij voor hertog Eduard van Gelre en maakte in 1371 de Slag bij Baesweiler mee. Hij nam hertog Wenceslaus van Luxemburg-Brabant gevangen en verzekerde ten slotte de erfopvolging voor zijn zoon in Gelre als tegenprestatie voor de vrijlating van Wenceslaus.

Hij verkocht in 1358 Zichem aan Reinoud I van Schoonvorst voor 70.000 goudmunten.

Willem was gehuwd met Maria van Gelre (-1397), dochter van Reinoud II van Gelre, en was vader van:
Willem (1364-1402)
Reinoud (1365-1423)
Johanna (-1394), erfgename in Gelre, die in 1376 huwde met graaf Jan V van Arkel (1362-1428).
Hij trouwde, ongeveer 38 jaar oud, omstreeks 1363 in ? met
1622807 Maria van Gelre, geboren in ?. Zij is overleden in 1397 in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Johanna van Gulik, geboren in ? (zie 811403).
1622808 Diederik V van Meurs, geboren omstreeks 1319 in Meurs ( Rijnprovincie Duitsland). Hij is overleden in 1372 in ?, ongeveer 53 jaar oud.
Notitie: Kruistocht tegen heidende Pruisen. 1372


Diederik V, graaf van Meurs en heer van Baer, 1356-1372

Baer naar huis Meurs

Als haar broer Frederic V van Baer kinderloos overlijdt neemt Elisabeth van Baer het bestuur over Baer in handen. Zij is gehuwd met Diederik V van Meurs, die in 1356 zijn overleden broer opvolgt als graaf van Meurs. Zo komt de bannerij Baer in het geslacht Meurs terecht.
Het graafschap Meurs ligt ten westen van de Rijn tussen Kleef, Gelder en Berg. Het wapen van de graven van Meurs is in goud een dwarsbalk van sabel. Tegenwoordig nog te zien in het wapen van de gemeente Didam.

Een vechtersbaas

Wapen van de graven van Meurs.Diederik IV en Elisabeth krijgen een zoon: Frederik II. (Wijziging: Rycout en Walraven zijn zonen van Hendrik van Baer-Lathum). Diederik V is als bewoner van het kasteel te Didam geen onbekende in De Graafschap. Hij staat bekend als een vechtersbaas. In 1346 wordt hij door de hertog van Gelre gemaand om op te houden met zijn strooptochten in de omgeving van Didam. In 1356 verkoopt hij het kasteel tezamen met andere rechten in Didam aan heer Willem van den Bergh. In 1359 moet hij in het kader van het Gelders-Kleefs verbond met vijf man te paard opkomen. In datzelfde jaar krijgt hij van Reinald III en Eduard de tollen te Tiel en Herwerden in pand.

Een betwiste erfenis

Elisabeth van Baer (18de eeuwse tekening).De overgang van het goed Baer naar het huis Meurs wordt door de jongere zuster van Elisabeth, Margaretha van Baer, betwist. De strijd laait hoog op, waarbij de wapenen niet worden geschuwd. Margaretha’s man, Dirk van Zuylen, wordt door Diederik V in 1360 gevangen genomen en aldus gedwongen afstand te doen van zijn rechten op Baer. In een oorkonde uit 1360 wordt het aldus verwoord:
"Wy Didderic here van Zulen, ridter, kinnen apenbeerlic in diesen brieve, dat wy versat ende versoent ziin mit Dydderic greve te Murse van unser ghevenghenisse ende van allen zaken, der wi undertusschen te doen hebben gehadt tot diesen daghe toe in dussliker vurwarden ende manieren, dat wy Dydderic here van Zulen vurscrieven gelaeft hebben, gheziekert in guden trouwen ende mit upgherichten vingheren aen den heylghen gesvaren, dat wy Margariete, unse elighe wiif, ende alle unse kindere tusschen dit ende sunte Peters daghe, dat men scriift ad cathedram, nu alreneest toecomende rechte vertichgenisse doen zullen van der heerscap van Baer, so wye die geleghen mit alle oeren toebehoeren, ende van alle guden, dat daeraen gevallen is ende gevallen mach, so van der alden vrouwe van Baer, soe van der jongher ofte van went daeraen mach, in behoef Didderix greve van Murse vurscrieven ende sinre rechter erven"
Etc., etc., etc., waarbij Dirk van Zuylen zelfs moet zweren dat het ontbreken of beschadigen van een zegel aan de oorkonde de rechtsgeldigheid van het document niet aan zal tasten. Vervolgens hangen ook alle zonen van Dirk van Zuylen hun zegels aan het document en is de erfenis geregeld. In de Middeleeuwen geven erfenissen soms problemen binnen families, die blijkbaar niet altijd even vreedzaam worden opgelost.
Ondanks Diederiks IV’s strooptochten verkeert de familie Van Meurs in hoge Gelderse kringen. Diederik V’s broer Johan van Meurs, is raad van hertog Eduard van Gelre en oefent diverse bestuurlijke functies uit. Diederik V overlijdt in 1372 op een veldtocht tegen het "heidense Pruisen", waarna Elisabeth opnieuw de zaken waarneemt in Baer. In 1380 komt zij te overlijden.

Frederik II, graaf van Meurs en heer van Baer, 1380-1410

Frederik II wordt in 1373 door de graaf van Kleef in opvolging van zijn vader beleend met het graafschap Meurs. De hertog van Gelre beleent hem pas na het overlijden van zijn moeder Elisabeth van Baer in 1380 met Baer.
Frederik II bekleedt eveneens enkele hoge functies aan het hof. Hij is raad van hertog Willem van Gulik en Gelre en van diens broer en opvolger Reinald IV. Frederik II heeft vier zoons. De oudste, Frederik III, volgt zijn vader op als graaf van Meurs. De jongste, Walraven, erft Baer.

Walraven, heer van Baer, 1410-1456

Walraven maakt carrière als geestelijke en is domcustos van Keulen, elect-bisschop van Utrecht tijdens het Utrechtse schisma en later, als hij afziet van Utrecht, bisschop van Munster. Als geestelijke is hij niet gehuwd. Wel heeft hij diverse bastaardzonen, maar zij komen niet in aanmerking voor erfopvolging.
In 1423 en 1424 is hij "consanguineus" (raadslid) van hertog Arnold van Gelre. Tevens is hij lid van de Raad van Zestien van 1425 tot 1435. Na de dood van Walraven vererft Baer aan Walburga van Meurs, dochter van zijn oudste broer en diens vrouw Engelberta van Kleef. Dit nichtje van Walraven is op 22 januari 1437 getrouwd met Willem van Egmond, zodat de bannerij Baer in huis Egmond terechtkomt.
Hij is weduwnaar van Katharina von Randerath (1325-1352), met wie hij trouwde (1), ongeveer 28 jaar oud, op 20-05-1347 in ?.
Hij trouwde (2), ongeveer 34 jaar oud, omstreeks 1353 in ? met
1622809 Elizabeth van Baer, geboren in ?. Zij is overleden in 1380 in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Frederik III van Meurs, geboren omstreeks 1360 in Meurs ( Rijnprovincie Duitsland) (zie 811404).
1622810 Johan III van Saarwerden, geboren in ?. Hij is overleden in ?.
Hij trouwde met
1622811 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Walpurgis van Saarwerden, geboren in ? (zie 811405).
1622812 Adolf II van der Mark, geboren omstreeks 1229 in ?. Hij is overleden op 24-02-1347 in Fröndenberg, ongeveer 118 jaar oud.
Notitie: Adolf II ( -1347) was de oudste zoon van graaf Engelbert II van der Mark en Mathilde van Aremberg.

In 1328 volgde hij zijn vader op als graaf van Mark, en als voogd van Werden en Essen. Doelgericht zette hij de politiek van zijn voorgangers voort en bevorderde hij handel en nijverheid.

Adolf was gehuwd met:

Irmgard van Kleef (-1362), dochter van graaf Otto van Kleef, van wie hij in 1324 scheidde
Margaretha van Kleef (-1341), dochter van graaf Diederik IX van Kleef, en werd vader van:
Engelbert (1333-1391)
Adolf (1334-1394)
Margaretha (1345-1409), in 1357 gehuwd met graaf Johan I van Nassau-Dillenburg (-1416)
Mechtildis, in 1371 gehuwd met Everhard II van Isenberg, graaf van Grenzau
Everhard, proost in Münster
Diederik, graaf van Mark-Dinslaken-Duisburg (1336-1406).
Hij trouwde (1) met Irmgard van Kleef (1307-1362). Dit huwelijk werd ontbonden in 1324 in ?.
Hij trouwde (2), ongeveer 103 jaar oud, op 15-03-1332 in ? met
1622813 Margaretha van Kleef, geboren in ?. Zij is overleden in 1341 in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Adolf III van der Mark, geboren in 1334 in ? (zie 811406).
1635456 Otto II van Gelre, geboren omstreeks 1215 in ?. Hij is overleden op 10-01-1271 in Goch ( Duitsland ), ongeveer 56 jaar oud. Hij is begraven in Klooster Graefenthal te Goch.
Notitie: Otto II van Gelre (ca 1215 - 10 januari 1271), bijgenaamd de Lamme, was graaf van Gelre van 22 oktober 1229 tot zijn dood in 1271. Hij is de zoon van graaf Gerard III van Gelre (ook wel aangeduid als Gerard IV of Gerard V) en Margaretha van Brabant. De graaf had vele bijnamen. Voorbeelden hiervan zijn ‘de Lamme’, ’de Paardenvoet’ of de ‘Hinkende’ vanwege zijn klompvoet. Een andere bijnaam was ook wel de Stedenstichter vanwege de vele plaatsen die hij tot stad verhief.

Op vijftienjarige leeftijd volgde hij zijn vader Gerard III van Gelre op. Otto regeerde 42 jaar. Otto II trouwde in 1240 met Margaretha van Kleef, de dochter van graaf Diederik VI van Kleef en Mechtild van Dinslaken. Zij schonk hem twee dochters:
Margaretha (-1281), die trouwde met graaf Enguerrand IV van Coucy
Elisabeth, die trouwde met graaf Adolf V van Berg.

In 1253 trouwde hij met Filippa de Dammartin, dochter van graaf Simon van Dammartin, en werd vader van:
Reinoud (1255-1326)
Filippa, gehuwd met Walram van Valkenburg, Monschau en Sittard, dochter van Dirk I van Valkenburg
Margaretha, gehuwd met graaf Diederik VIII van Kleef.

Otto II was het meest afhankelijk van de Duitse rijksvorst van de Nederrijnlanden. Hij bemiddelde vaak bij vetes in zijn omgeving. Ook werd hijzelf vaak in conflicten betrokken door zijn bezittingen in Westfalen, onder andere met de graven van Ravensberg en Tecklenburg maar ook met de bisschoppen van Münster, Osnabrück en Paderborn.

Om de invloed in de Nederrijnlanden voerde Otto II vele oorlogen met de graven van Kleef en bisschoppen van Utrecht. Zijn aanspraken op Salland moest hij daardoor opgeven.

In 1247 werd Otto II door de paus gevraagd of hij Rooms-koning wilde worden. Hij was de tweede keus, want de hertog van Brabant had de kroon al geweigerd. Hij wees dit aanbod af, omdat dit ambt veel nadeel zou brengen.

Het klooster Grafenthal werd in 1248 gebouwd op aandringen van zijn vrouw Margaretha van Kleef. De kloosterkerk was het eerste bouwwerk op het kloostercomplex. In hetzelfde jaar kwam de stad Nijmegen in zijn bezit. Otto II liet in 1250 aanvangen met de bouw van de Grote of Sint-Stevenskerk, die pas in 1476 zou worden voltooid. In 1251 werd het lichaam van Margaretha van Kleef bijgezet in de kerk van het klooster Graefenthal. Vlak voor zijn dood vocht hij nog enkele geschillen met de stad Zutphen uit. Hij trok de tolvrijheid van de stad in, een actie waar hij op zijn sterfbed spijt van had.

Otto bereikte als bondgenoot van de Hertogen van Brabant en Graven van Holland (van 1261 t/m 1262) een hoge positie in Neder-Lotharingen. Hij verkreeg vele heerlijkheden waaronder Groenlo, Bredevoort en Lichtenvoorde. Zodoende was hij beschermheer van Keulen.


Otto II was een goede bondgenoot van Willem II van Holland, toen deze sneuvelde in een compagne tegen de Friesen in 1256 erfde Floris V van Holland het graafschap Holland. Echter stond Floris V nog onder voodij van Floris de Voogd (tot 1258) en daarna door Aleid van Holland waarmee Otto II de voogdij bevocht over Holland en Zeeland met andere edelen. Bij de slag bij Reimerswaal op 22 januari 1263 versloeg Otto II zijn rivaal Aleid waarna hij als voogd werd verkozen. In 1266 werd Floris V meerderjarig op 12 jarige leeftijd en werd hij instaat geacht om zelf zijn graafschap te regeren.

Een andere bijnaam van Otto is ‘de stedenstichter’. Hij verleende tijdens zijn regeerperiode stadsrechten aan maar liefst 29 steden, onder meer Geldern (1229), Goch (ca 1230), Roermond (1231), Harderwijk (1231), Grave (1232), Emmerich (1233), Arnhem (1233), Lochem (1233), Doetinchem (1236), Doesburg (1237), Wageningen (1263) en Montfort (Waarschijnlijk in 1263).

Otto II werd opgevolgd door zijn zoon Reinoud I. Hij ligt begraven in het klooster Graefenthal
Notitie bij publiceren: Otto II van Gelre (ca 1215 - 10 januari 1271), bijgenaamd de Lamme, was graaf van Gelre van 22 oktober 1229 tot zijn dood in 1271. Hij is de zoon van graaf Gerard III van Gelre (ook wel aangeduid als Gerard IV of Gerard V) en Margaretha van Brabant. De graaf had vele bijnamen. Voorbeelden hiervan zijn ‘de Lamme’, ’de Paardenvoet’[1] of de ‘Hinkende’ vanwegen zijn klompe voet. Een andere bijnaam was ook wel de Stedenstichter vanwegen de velen plaatsen die hij tot stad liet verheffen tijdens zijn regering.

Familie
Op vijftienjarige leeftijd, volgde hij zijn vader Gerard III van Gelre op. Otto regeerde 42 jaar. Otto II trouwde in 1240 met Margaretha van Kleef, de dochter van graaf Diederik VI van Kleef en Mechtild van Dinslaken. Zij schonk hem twee dochters:
Margaretha (-1281), die trouwde met graaf Enguerrand IV van Coucy
Elisabeth, die trouwde met graaf Adolf V van Berg.

In 1253 trouwde hij met Filippa de Dammartin, dochter van graaf Simon van Dammartin, en werd vader van:
Reinoud (1255-1326)
Filippa, gehuwd met Walram van Valkenburg, Monschau en Sittard, dochter van Dirk I van Valkenburg
Margaretha, gehuwd met graaf Diederik VIII van Kleef.

Levensloop
Otto II was het meest afhankelijk van de Duitse rijksvorst van de Nederrijnlanden. Hij bemiddelde vaak bij vetes in zijn omgeving. Ook werd hijzelf vaak in conflicten betrokken door zijn bezittingen in Westfalen, onder andere met de graven van Ravensberg en Tecklenburg maar ook met de bisschoppen van Münster, Osnabrück en Paderborn.
Om de invloed in de Nederrijnlanden voerde Otto II vele oorlogen met de graven van Kleef en bisschoppen van Utrecht. Zijn aanspraken op het Salland moest hij daardoor opgeven.

In 1247 werd Otto II door de paus gevraagd of hij Rooms-koning wilde worden. Hij was de tweede keus, want de hertog van Brabant had de kroon al geweigerd.
Hij wees dit aanbod af, omdat dit ambt veel nadeel zou brengen.

Het klooster Grafenthal werd in 1248 gebouwd op aandringen van zijn vrouw Margaretha van Kleef. De kloosterkerk was het eerste bouwwerk op het kloostercomplex. In hetzelfde jaar kwam de stad Nijmegen in zijn bezit. Otto II liet in 1250 aanvangen met de bouw van de Grote of Sint-Stevenskerk, die pas in 1476 zou worden voltooid. In 1251 werd het lichaam van Margaretha van Kleef bijgezet in de kerk van het klooster Graefenthal. Vlak voor zijn dood vocht hij nog enkele geschillen met de stad Zutphen uit. Hij trok de tolvrijheid van de stad in, een actie waar hij op zijn sterfbed spijt van had.

Otto bereikte als bondgenoot van de Hertogen van Brabant en Graven van Holland (van 1261 t/m 1262) een hoge positie in Neder-Lotharingen. Hij verkreeg vele heerlijkheden waaronder Groenlo, Bredevoort en Lichtenvoorde. Zodoende was hij beschermheer van Keulen.

Voogd van Holland (1263-1266)
Otto II was een goede bondgenoot van Willem II van Holland, toen deze sneuvelde in een compagne tegen de Friesen in 1256 erfde Floris V van Holland het graafschap Holland. Echter stond Floris V nog onder voodij van Floris de Voogd (tot 1258) en daarna door Aleid van Holland waarmee Otto II de voogdij bevocht over Holland en Zeeland met andere edelen. Bij de slag bij Reimerswaal op 22 januari 1263 versloeg Otto II zijn rivaal Aleid waarna hij als voogd werd verkozen. In 1266 werd Floris V meerderjarig op 12 jarige leeftijd en werd hij instaat geacht om zelf zijn graafschap te regeren.

Een andere bijnaam van Otto is ‘de stedenstichter’. Hij verleende tijdens zijn regeerperiode stadsrechten aan maar liefst 29 steden, onder meer Geldern (1229), Goch (ca 1230), Roermond (1231), Harderwijk (1231), Grave (1232), Emmerich (1233), Arnhem (1233), Lochem (1233), Doetinchem (1236), Doesburg (1237), Wageningen (1263) en Montfort (Waarschijnlijk in 1263).

Otto II werd opgevolgd door zijn zoon Reinoud I. Hij ligt begraven in het klooster Graefenthal.



Otto II de Stedenstichter, 1229-1271 Graaf van Gelre en graaf van Zutphen

Otto II heeft van alle Gelderse graven de meeste bijnamen. Dit wordt veroorzaakt door een gebrek. Zo wordt hij ’de Lamme’, ’de Hinkende’ of ’Otto met de Paardenvoet’ genoemd. Deze handicap heeft hem blijkbaar nooit gehinderd in het uitoefenen van de Gelderse macht.
In 1229 volgt hij zijn vader Gerard IV op minderjarige leeftijd op. Geboren in 1214 is hij dan pas 15 jaar oud. Otto II zal uitgroeien tot een van de beste vorsten die Gelre ooit zal hebben. De 42 jaren die hij zal regeren zijn jaren van voorspoed voor De Graafschap en dat in de moeilijke dertiende eeuw, waarin heel Europa in beweging is.
Otto II trouwt in1240 met Margaretha van Kleef, de dochter van graaf Diederik V van Kleef en Mechtild van Dinslaken.
Zij schenkt hem twee dochters: Elisabeth en Margareta.
Elisabeth trouwt op 17 maart 1249 met graaf Adolf VII van Berg. Zij zal op 31 maart 1331 komen te overlijden.
Margareta trouwt voor 1262 met graaf Enguerrand IV de Coucy. Zij zal voor 1286 overlijden.

Heraldiek
In 1236 blijkt Otto II van wapen te zijn veranderd. Hij vervangt de bloemen door een gouden leeuw. De reden voor deze verandering is onbekend. In 1256 wordt het wapen als volgt op diverse wapenrollen beschreven: "de graaf van Gelre, het schild blauw met een gouden leeuw en bezaaid met gouden blokjes". Niettemin blijven de bloemen deel uitmaken van de symbolen die de graaf gebruikt. Een gouden leeuw is het symbool voor hertogen en is verbonden met een hoge militaire rang. Daar Otto II geen hertogstitel heeft, kunnen de blokjes als ’vermindering’ zijn toegevoegd. Tot 1339, wanneer Reinald II tot hertog van Gelre wordt verheven, blijft dit het wapen van de graven van Gelre. Misschien mag men uit dit nieuwe wapen afleiden dat Otto II al doelbewust naar een hogere rang streeft.

Een economische strateeg
Otto II ontpopt zich als een sterk econoom. Hij zet zich in voor zijn landen, die hij aaneen probeert te smeden. Zijn grondgebied is immers een lappendeken, verspreid over vier kwartieren: het Overkwartier langs de Maas bij Roermond, het Betuwekwartier tussen Lek en Waal, het Veluwekwartier met de Nederrijn en het graafschap Zutphen met de rivieren de IJssel en Berkel. Otto II ziet in dat deze rivieren belangrijke handelsroutes zijn. Bovendien loopt de handelsroute tussen Antwerpen en Keulen ten dele door zijn territorium. Otto II beschermt de handelsreizigers, maar verdient tevens goed aan hen door het heffen van tol. Hij gebruikt zijn tol- en belastingopbrengsten om strategisch gelegen grondgebied aan te kopen. Hierbij laat hij zich leiden door de loop van de rivieren. Hij beseft dat hij door het bezit van alle grond langs de rivieren bijna onbeperkte macht kan uitoefenen.
Otto II staat al snel bekend als een rijk man. Zo leent hij in 1230 in Keulen geld aan Gerard van Sinzig en 1231 in Worms aan Gerlach van Budingen. Op 11 november 1231 leent hij in Leuven 2000 Keulse mark aan de hertog van Brabant. Ook zal hij enorme sommen aan Willem II van Holland gaan lenen.
In november 1231 beleent keizer Friedrich II, die steun probeert te verwerven voor zijn moeilijke positie, de dan 18-jarige Otto II met alle rechten en goederen voor zover zij rijkslenen zijn. Friedrich II geeft het één naam: Gelre. Hiermee verkrijgt de opkomende Gelderse macht voor het eerst een fundamentele juridische basis; Gelre is een rijksleen. Dit houdt echter ook in dat het graafschap alleen nog maar in mannelijke lijn overerfbaar is, maar dat zal toch geen probleem worden?
Meer nog dan zijn voorgangers stimuleert Otto II de economische bedrijvigheid in de steden en dorpen. Hij verleent voorrechten en stadsrechten aan diverse steden, maar houdt toch overal een vinger aan de pols. In de Achterhoek verleent hij stadsrechten aan Lochem, Groenlo, Doesburg en Doetinchem. Hij begrijpt als eerste Gelderse graaf dat florerende steden en dorpen bronnen van inkomsten zijn, maar zich ook kunnen ontwikkelen tot concurrerende machtscentra. De rechten die hij verleent, beschouwt hij zelf als heilige beloftes. Hij zal in totaal 29 steden rechten verlenen, dus zijn in latere tijden ontstane bijnaam ’Stedenstichter’ verdient hij ten volle.

Een politieke strateeg
Op 27 mei 1234 gaat Otto II, ingegeven door zijn christelijke verantwoordelijkheid, op mini-kruistocht tegen de Stedingers. Deze kruistocht mondt uit in de slag aan de Wezer. Het is onbekend of Otto II zijn handicap in deze slag oploopt of anderszins heeft gekregen.
Met Otto II aan het bewind gaat Gelre een andere politieke koers varen. Net als andere Neder-Lotharische vorstendommen raakt hij langzamerhand vervreemd van de Staufische keizer. Zo wordt bijvoorbeeld in 1236 zijn aanwezigheid aan het keizerlijke hof in Koblenz slechts éénmaal vastgelegd als de keizer de stad Keulen in haar stadsrechten bevestigt. Zijn inmiddels neutrale houding komt goed naar voren in 1240 wanneer Otto II bemiddelt tussen Innocentius IV (1242-1254/55) en keizer Friedrich II.
In Duitsland en Italiië staan de paus en de keizer namelijk tegenover elkaar. Paus Innocentius IV zet de territoriale vorsten en bisschoppen van Lotharingen op tegen hun keizer. Dit is de zoveelste aflevering uit de feuilleton die Investituurstrijd heet. Onder Friedrich II begint de keizerlijke troon te wankelen. In deze roerige periode komt Otto II in 1244 in contact met Konrad van Hochstaden, aartsbisschop van Keulen (1238-1261), als deze een aflaat verleent aan het klooster te Roermond. Geregeld weet Otto II hem bij Gelderse affaires te betrekken. Van 1225 tot 1238 is de van oudsher goede relatie van Gelre met Keulen bekoeld. Otto II is inmiddels familiebanden aangegaan met Gulik, Kleef en Brabant om zijn politieke belangen veilig te stellen. De hernieuwde relatie met aartsbisschop Konrad van Keulen zal Otto II geen windeieren gaan leggen.

Betrokken bij de keizerstroon
In 1245 wordt Friedrich II door de paus geëxcommuniceerd en afgezet als keizer van het Heilige Roomse Rijk. In Neder-Lotharingen wordt de opstand geleid door de hertog van Brabant en de Keulse aartsbisschop. In 1247 wordt Otto II door de paus benaderd om Rooms-Koning te worden. Hij is de tweede keus, want de hertog van Brabant heeft de kroon al geweigerd. Otto II is een verstandig man en wijst het vererende aanbod van de hand. Hij ziet in dat dit niet meer dan zorgen en nadeel zal brengen. Hij verwijst de pauselijke afgezanten naar zijn jonge neef graaf Willem II van Holland. Misschien dat die enige ambities in keizerlijke richting heeft. Dat heeft Willem II inderdaad.
In 1250 overlijdt keizer Friedrich II en zijn opvolger Konrad IV sterft al snel in 1254. Voor Willem II van Holland is nu de weg vrij om tot Rooms-Koning te worden gekroond. Otto II steunt de jonge koning om vaste voet in Duitsland te krijgen. Hij leent hem in eerste instantie 10.000 mark zilver. Hiervoor wil Otto II uiteraard wel een onderpand hebben. Zijn verovering van Nijmegen op de Staufische partij wordt een officieel onderpand. Om het beleg van Aken te bekostigen wordt de pachtsom in mei 1248 verhoogd tot 16.000 mark zilver.

Nijmegen in Gelders bezit
De condities voor deze enorme lening zijn zeer eenvoudig. Voor zijn lening ontvangt Otto II op 8 oktober 1247 rijksstad Nijmegen met het Rijk van Nijmegen in onderpand en als Willem II terugbetaalt, krijgt hij de stad terug. De som zal echter nooit terugbetaald worden en de graven van Gelre zijn voorgoed heer van stad en burcht Nijmegen, Rijk van Nijmegen en alle daaronder vallende leen- en dienstmannen. Vijf dagen later weet hij van Rooms-Koning Willem II gedaan te krijgen dat bij ontstentenis van zonen zijn dochters mogen erven. Zijn vrouw Margaretha heeft hem tot nu toe alleen dochters gebaard. Een echte stamhouder zou Otto II beter doen slapen, want wie weet waar zijn graafschap na huwelijken terecht komt?
In 1248 aanvaardt Otto II de stad, hoewel de Nijmegenaren, die de partij van Friedrich II aanhangen, zijn intocht met afschuw begroeten. Zonder slag of stoot gaat het niet, want er is een kleine bezetting die te zwaard bestreden moet worden. De verstandige Otto II waarborgt de rechten en voorrechten van Nijmegen en de stad schikt zich in de nieuwe situatie. Als oude rijksstad bekleedt Nijmegen de eerste rang onder de vier Gelderse hoofdsteden en wordt zij door de opeenvolgende graven en hertogen van Gelre met aparte status benaderd. Otto II laat in 1250 aanvangen met de bouw van de Sint-Stevenskerk, die pas in 1476 zal worden voltooid.

Uitbreidingen in De Graafschap
Naast de verwerving van Nijmegen weet Otto II zijn grondgebied in de Achterhoek danig uit te breiden. Zo is hij in bezit van enkele goederen in de Liemers, maar hoe lang dat al in bezit van de graven van Gelre (Gelder) is, is onbekend. Het kan zijn dat dit gebied uit de erfenis van Hamaland komt. Otto II koopt op 25 mei 1236 de stad Groenlo van de heer van Borculo. Op 7 juni 1243 worden Sweden van Dingeden en zijn zoon leenmannen van de graaf.
In 1246 doet Otto II goede strategische zaken. In dat jaar draagt namelijk graaf Herman I van Lohn Bredevoort dat hij voor de helft bezit, in leen op, waarna graaf Herman I de stad en burcht in leen terug ontvangt. De onduidelijke akten, er wordt bijvoorbeeld niet over de heerlijkheid gesproken, die hierbij worden opgemaakt zullen later vervelende gevolgen voor de relatie tussen Munster en Gelre hebben. Bredevoort ligt op de grens tussen Gelre en Munster en is zowel belangrijk als steunpunt en als uitvalsbasis. Bovendien zegt de graaf van Lohn toe dat hij de lenen die hij van de heer van Heinsberg houdt niet zonder toestemming van de graaf van Gelre zal vervreemden. Deze lenen zijn waarschijnlijk de gerichten van Varsseveld en Silvolde.
In september 1253 draagt Otto van Bentheim enkele allodiale goederen aan de graaf van Gelre op, die hij in leen terug krijgt. Het betreft Benthem, Malssen en Mauderick. aan de graaf van Gelre op, die hij in leen terug krijgt. Het betreft Benthem, Malssen en Mauderick. Op 28 september 1255 koopt Otto II de jurisdictie over Hengelo, Zelhem en Gooi, ten noordoosten van Keijenborg, van graaf Herman I van Lohn. Ook richt Otto II zich op uitbreiding in de Liemers.
Op 18 december 1260 koopt Otto II het allodium Drumpt (Drempt) van het klooster Ter Hunnepe.

Op het toppunt van zijn macht
De samenwerking van Otto II met de paus en de aartsbisschop van Keulen bereikt in de jaren 1247 tot 1256 haar hoogtepunt. Dit is niet toevallig gelijktijdig met de machtsstrijd tussen paus en keizer, waarin graaf Willem II van Holland Rooms-Koning is. In deze periode ontvangt Otto II diverse voorrechten, waar hij dankbaar gebruik van maakt. Zo mag hij enkele novale tienden in het bisdom Utrecht, die hij zich onrechtmatig heeft toegeëigend, behouden. Hier gaat het waarschijnlijk om tienden in Lochem. Ook enkele onrechtmatige aanwastienden in de Rijn en IJssel mag hij behouden. De verplaatsing van de tol aan de Rijn, die onder zijn vader Gerhard IV al de nodige problemen met zich meebrengt, wordt op 1 november 1247 nogmaals goedgekeurd middels een pauselijke oorkonde. In 1251 vindt een omvangrijke uitruil van goederen plaats met het aartsbisdom Keulen, zodat er een nieuw huisklooster voor de graven van Gelre gesticht kan worden. Om de bouw van het klooster Grafenthal bij Kleef mogelijk te maken vaardigt de aartsbisschop tot tweemaal toe oorkonden uit waarin iedereen die helpt bouwen een aflaat verdient. In 1258 wordt tenslotte een derde aflaat verkregen.

De diplomaat
Geregeld wordt Otto II gevraagd om te bemiddelen bij twisten. Zijn invloed neemt navenant toe. Zo treedt hij op 13 juli 1244 als arbiter op in een geschil tussen Brabant en de aartsbisschop van Keulen. Op 23 september 1246 verkrijgt hij dezelfde functie in een geschil tussen graaf Arnold van Loon (Belgisch Limburg) en Aleidis van Auvergne. Op 13 december 1251 onderhandelt Otto II om tot een verdrag tussen hertog Hendrik van Brabant en de stad Keulen te komen. Op 15 februari 1253 neemt hij deel aan een uitspraak in een geschil tussen Jan van Avesnes en de graaf van Anjou. Op 2 oktober 1256 te Brussel weet hij Vlaanderen en Holland tot een verdrag te bewegen. De volgende klus is op 21 maart 1257 als hij meewerkt aan de beëindiging van de geschillen tussen de bisschop van Luik en de hertog van Brabant en op 12 juni van dat jaar doet hij een arbitrale uitspraak bij de stad Utrecht versus hun bisschop. En in een oorlog tussen Kleef en het aartsbisdom Keulen is het opnieuw Otto II die de vrede weet te bewerkstelliggen. Op 2 september 1258 treedt Otto II op als medearbiter bij een conflict tussen de graaf van Sayn en de graven van Nassau. Kortom zijn diplomatieke kwaliteiten worden alom erkend.

Ridderlijkheid in moeilijke tijden
Als graaf c.q. Rooms-Koning Willem II van Holland in 1256 sneuvelt, breekt in Duitsland een periode van anarchie aan. Het is de grote verdienste van Otto II dat hij het verbond van rijke koopsteden langs de Rijn, waarvan Keulen en Mainz de belangrijkste zijn, steunt waar hij kan. Die steun hebben ze hard nodig, want vele (roof)ridders en gewone rovers maken in de Rijnstreek de rivieren en wegen onveilig. Samen met zijn zwager graaf Willem van Gulik, zijn neef de graaf van Kleef, de bisschop van Utrecht, de gravin van Bergisches Land (Duitsland), de aartsbisschop van Keulen en veel steden en edelen weet Otto II op 14 november 1259 een grote landvrede te bewerkstelligen. Kooplieden en reizigers kunnen nu vreedzaam en veilig door hun landen trekken, uiteraard onder betaling van redelijke tollen en weggelden. Elke heer zal geschikte lieden benoemen die alle klachten over vredebreuk onderzoeken, waarna de landsheer zal zorgen voor vergoeding van de schade. Als die heer niet machtig genoeg is, zullen de bondgenoten hem helpen. Is hij onwillig, dan zullen de bondgenoten hem dwingen. Ondanks alle goede bedoelingen komt er in de praktijk weinig van terecht. Maar de intentie is er. Door een tijdgenoot wordt Otto II beschreven als ’de edelste vorst uit de Germaanse landen’.

Opvolgingsperikelen
Otto II weet zijn broer Hendrik van Montfort aangesteld te krijgen als bisschop van Luik. Deze Hendrik zal overigens nooit door de paus tot bisschop worden gewijd, omdat hij te losbandig is en zich meer als krijgsman dan als geestelijke gedraagt.
Als zijn vrouw Margaretha van Kleef op 10 september 1251 sterft, is er nog steeds geen mannelijke opvolger. Daar zijn broer Hendrik als geestelijke ook geen mannelijke opvolgers zal krijgen begint Otto II hem te knijpen. Zijn dochters mogen dan wel erven, maar met een zoon zou hij zekerder zijn van het voortbestaan van Gelre.
In 1253 hertrouwt Otto II met Philippa van Dammartin, weduwe van Raoul de Coucy. Zij schenkt hem waarschijnlijk vier dochters... maar ook de zo verlangde zoon, Reinald (I). De eerste dochter heet Philippa van Susteren. Zij trouwt met Walram van Valkenburg (1254-1302) en zal overlijden na 1294. De tweede dochter heet Margareta. Zij trouwt met graaf Diederik VIII van Kleef (circa 1257-1305) en zal ergens tussen 1282-1287 overlijden. De derde dochter heet Maria en zij zal ongetrouwd overlijden rond 1306. De waarschijnlijke vierde dochter heet Agnes en is getrouwd met Hendrik III van Borculo.

Ten onder aan eigen succes
Graaf Floris V van Holland is in 1256 nog te jong om graaf Willem II op te volgen. Als in 1263 zijn voogd en oom bij een steekspel omkomt, zit men in Holland met de handen in het haar. De hertog van Brabant wil de voogdij wel uitoefenen, maar door eigen onbekwaamheid en/of zwakzinnigheid moet hij door toedoen van zijn eigen hovelingen het veld ruimen. Otto II wordt door de Hollanders uitgenodigd om voogd te zijn van Floris V. Diens tante Aleida wenst echter zelf voogdes te zijn en verzamelt zich met haar troepen in Zeeland. Samen met Hendrik achtervolgt hij Aleida tot Reimerswaal, waar hij haar in 1263 verslaat. Otto II is nu tot de meerderjarigheid van Floris in 1266 voogd. Met geweld eist Otto II nu ook de voogdijschap over Brabant op. Dat blijkt echter te hoog gegrepen. Hij is het slachtoffer geworden van zijn eigen succes. Met bevriende bisschoppen in Utrecht en Luik en aanspraken in Brabant en Holland begint Gelre voor de vorsten van Engeland en Frankrijk een bedreiging te worden. Hij wordt tegengewerkt. Het lukt hem niet om de zo fel begeerde voogdijschap van Brabant te verwerven.

Moegestreden
Intussen heeft Otto II zijn neef Jan van Nassau gekozen weten te krijgen als bisschop van Utrecht. In zijn laatste levensjaren vecht hij enkele geschillen met de stad Zutphen uit. De ruzie loopt zo hoog op dat hij de tolvrijheid van Zutphen intrekt. Op zijn sterfbed krijgt hij spijt van die actie, maar zijn voornemen de Zutphenaren in hun eer te herstellen wordt door zijn zoon uitgevoerd. Op 10 januari 1271 sterft Otto II en zijn enige zoon Reinald I volgt hem op. Otto II wordt begraven in het klooster ’s-Gravendaal bij Goch dat hij zelf heeft gesticht ten behoeve van adellijke cisterciiënzer nonnen. In de boomgaard naast de kerk staat nog zijn graftombe. In 1807 is de kerk daar afgebroken en volgens de toenmalige archivaris zijn de overblijfselen naar Arnhem overgebracht en daar begraven. In Arnhem is hier echter niets over bekend. In 1280 blijkt broer Hendrik niet langer te handhaven in zijn ambt en wordt hij tot aftreden gedwongen. Otto II’s tweede vrouw Philippa zal tussen 1277-1281 komen te overlijden.
Hij is weduwnaar van Margaretha van Kleef, met wie hij trouwde (1), ongeveer 25 jaar oud, in 1240 in ?.
Hij trouwde (2), ongeveer 38 jaar oud, in 1253 in Boves ( Somme ) met de 32 of 33-jarige Philippa van Dammartin (zie 1635457 hieronder).
Notitie bij het huwelijk van Otto II van Gelre en Philippa van Dammartin: Hij was eerder gehuwd 1240 met Margretha van Kleef. Zij overlijdt op 10 sep 1251.
1635457 Philippa van Dammartin, geboren in 1220 in Aumale ( Seine-Maritime ). Zij is overleden op 14-04-1277 in Zutphen, 56 of 57 jaar oud. Zij is begraven in Klooster Graefenthal.
Notitie: Philippe van Dammartin (Philippa de Dammartin) was een 13e eeuwse adellijke vrouw. Philippe was de dochter van Simon van Dammartin, graaf van Aumale, graaf van Ponthieu en Montreuil en zijn vrouw Marie van Ponthieu. Zij was de zus van Joan, gravin van Ponthieu , de vrouw van Ferdinand III van Castilië en moeder van Eleonora van Castilië , de vrouw van Edward I van Engeland .

Philippe drie keer getrouwd.
1. Haar eerste huwelijk was met Raoul II van Lusignan , graaf van Eu in ca. 1239/40. Philippe was zijn derde vrouw. Ze hadden geen kinderen, maar ze was de stiefmoeder van Marie de Lusignan
2. Haar tweede huwelijk was met Raoul II, heer van Coucy in ca.. 1246.
Zij hadden een kind:
Enguerrand de Coucy, jong overleden (vóór 1250)

3. Haar derde huwelijk was met Otto II, graaf van Gelre tussen 1252 en 1254.
Ze kregen vier kinderen:
Reginald I, graaf van Gelre
Phillipa van Gelre, getrouwd Waleran II, heer van Valkenburg.
Margaretha van Gelre, getrouwd Dietrich VI, graaf van Kleef .
Maria van Gelre
Zij is weduwe van Raoul II van Lusignan, met wie zij trouwde (1), 21 of 22 jaar oud, in 1242 in ?. Zij is weduwe van Raoul II van Couzy, met wie zij trouwde (2), ongeveer 26 jaar oud, omstreeks 1246 in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Reinald I van Gelre, geboren in 1255 (zie 817728).
1635458 Gwijde III van Dampierre, geboren omstreeks 1226 in ?. Hij is overleden op 07-03-1305 in Compiègne ( Frankrijk ), ongeveer 79 jaar oud. Hij is begraven in Abdij van Flines.
Notitie: Gwijde van Dampierre (?, ca. 1226 - Compiègne, 7 maart 1305) was graaf van Vlaanderen van 1278 tot 1305 en markgraaf van Namen van 1263 tot 1298.

Gwijde was de tweede zoon van Willem II van Dampierre en Margaretha van Constantinopel. Na de dood van zijn oudere broer Willem III van Dampierre, die werd vertrapt door paarden tijdens een toernooi in 1251 in Trazegnies, werd hij de erfopvolger van het graafschap Vlaanderen. In het huis Dampierre is hij in het Frans beter bekend als Guido (III) de Dampierre. Door zijn huwelijk met Mathilde van Béthune (ook Machteld van Béthune en Dendermonde genoemd) in 1246 had hij reeds de heerlijkheden Béthune en Dendermonde verworven.

Kinderen.
Robrecht III van Béthune (1249 - 17 september 1322)
Willem van Dendermonde, ook Willem Crèvecoeur genoemd (1248 of 1249-1311)
Jan van Vlaanderen (omstreeks 1250 - 14 oktober 1291), bisschop van Metz van 1280 tot 1282, prins-bisschop van Luik van 1282 tot 1291
Margaretha van Dampierre (omstreeks 1251 - 3 juli 1283), huwde in augustus 1273 met hertog Jan I van Brabant.
Boudewijn (rond 1252-1296)
Maria van Dampierre (omstreeks 1253-1297), huwde met Willem V van Gulik in 1266. Na zijn dood, op 17 maart 1278 huwde ze in 1281 met Simon van Château-Villain. Twee zoons uit haar huwelijk met Willem hadden dezelfde voornaam als hun vader en sneuvelden in de strijd tussen Vlaanderen en Frankrijk: Willem van Gulik de Oudere in de Slag bij Bulskamp (1297); Willem van Gulik de Jongere in de Slag bij Pevelenberg (1304).
Beatrix van Vlaanderen, (omstreeks 1253 - 23 maart 1296), huwde met Floris V van Holland in het jaar 1269.
Filips van Chieti (omstreeks 1257 - november 1308), huwde in 1284 met Mathilde van Courtenay, gravin van Chieti. Na haar dood in 1301 huwde hij met Filippa van Milly

Na de dood van zijn vrouw Mathilde (1263) hertrouwde hij in 1265 met Isabella van Luxemburg en verwierf hierdoor het graafschap Namen. Isabella schonk hem elf kinderen, onder meer:
Filippa van Vlaanderen (?-1306), die met de Engelse troonopvolger Eduard II zou huwen maar samen met haar vader door koning Filips IV van Frankrijk werd gevangengenomen en hoogstwaarschijnlijk in gevangenschap stierf.
Jan I van Namen (1267-1330)
Isabella van Dampierre (1275-1333), in 1307 gehuwd met heer Jan I van Fiennes
Beatrix van Dampierre (1272-1307), gehuwd met Hugo II van Châtillon, graaf van Blois-Dunois
Johanna (-1296), non
Margaretha van Dampierre (1272-1331), die in 1282 huwde met Alexander (1263-1283), erfprins van Schotland en in 1286 met Reinoud I van Gelre (1255-1326)
Gwijde van Namen (1272-1311), heer van Ronse
Hendrik van Lodi (1270-1337), die in 1309 huwde met Margaretha, dochter van graaf Diederik VIII van Kleef.

Vlaams-Henegouwse Successieoorlog
In de Vlaams-Henegouwse Successieoorlog met zijn halfbroers Jan en Boudewijn van Avesnes leed hij een nederlaag bij de Slag bij Westkapelle op Walcheren (1253). Daarbij liep hij verwondingen aan beide benen op en hinkte hij de rest van zijn leven. Als gevolg van dit verlies werd bij de Vrede van Brussel het graafschap Zeeland toegeëigend door de graven van Holland, hoewel Gwijde van Dampierre dit zou blijven aanvechten.

Kruistochten.
Hij nam in 1270, aan de zijde van de Franse koning Lodewijk IX, deel aan de Achtste Kruistocht naar Tunis. Gwijde van Namen, een zoon uit zijn tweede huwelijk, zou een belangrijke rol spelen in de Guldensporenslag.

Gwijde als graaf.
Op 29 december 1278 deed zijn moeder Margaretha van Constantinopel in zijn voordeel afstand van het graafschap Vlaanderen, waarvan hij tot dan mederegent was. Gwijde was toen al 53 jaar oud.
Het grafelijk bestuur stond niet hoog aangeschreven bij de bevolking. Dat was te wijten aan de langdurige afwezigheid van Ferrand van Portugal, die jarenlang in Frankrijk in gevangenschap verbleef, het onzekere bestuur van zijn echtgenote Johanna van Constantinopel en de jarenlange vete tussen het huis Dampierre en het huis van Avesnes. De Vlaamse steden (Gent, Ieper, Kortrijk) werden welvarend dankzij de lakenindustrie. De graven moesten om hun hofhouding te bekostigen financieel steeds meer op hen een beroep doen ten koste van grafelijke macht.
Bij de troonsbestijging van koning Filips IV de Schone in 1285, begonnen de moeilijkheden tussen Vlaanderen en Frankrijk. Gwijde van Dampierre zocht steun bij de Engelse koning Eduard I, zegde zijn feodale trouw aan de Franse koning op en sloot een militair verbond met Engeland (1297). De openlijke strijd tussen graaf Gwijde en koning Filips IV nam hierdoor een aanvang. Gwijde’s dochter Filippina (zie hierboven) werd door de Franse koning gevangengezet. Vlaanderen werd door de Franse koning bezet (januari ? mei 1300). Gwijde gaf zich met zijn oudste twee zonen, Robrecht III van Béthune en Willem van Crèvecoeur, gevangen. Deze gebeurtenissen waren mede oorzaak van de Brugse metten en de Guldensporenslag in 1302.

Gwijde van Dampierre overleed in gevangenschap te Compiègne. Hoewel hij liever naast zijn tweede echtgenote Isabella van Luxemburg in de Abdij van Beaulieu was begraven, werd hij door zijn kinderen begraven in de Abdij van Flines. Hij werd in Vlaanderen opgevolgd door zijn zoon Robrecht III van Béthune.
Hij is weduwnaar van Mathilde van Béthune (ovl. 1263), met wie hij trouwde (1), ongeveer 20 jaar oud, in 1246.
Hij trouwde (2), ongeveer 39 jaar oud, in 1265 met de 17 of 18-jarige
1635459 Isabella van Luxemburg, geboren in 1247 in ?. Zij is overleden in 1298 in ?, 50 of 51 jaar oud.
Notitie: Isabella van Luxemburg (1247-1298) was een dochter van graaf Hendrik V van Luxemburg en Margaretha van Bar. Zij werd markgravin van Namen in 1256, na een opvolgingsstrijd tussen haar vader en Gwijde van Dampierre, haar latere echtgenoot. Isabella en Gwijde oefenden na hun huwelijk samen het bewind uit over Namen.

Zij was moeder van elf kinderen, onder meer van:
Filippina van Vlaanderen (??? - 1306), die met de Engelse troonopvolger Eduard II zou huwen maar samen met haar vader door koning Filips IV van Frankrijk werd gevangengenomen en hoogstwaarschijnlijk in gevangenschap stierf.
Graaf Jan I van Namen (1267-1330)
Isabella (-1323), in 1307 gehuwd met heer Jan I van Fiennes,
Beatrix, gehuwd met Hugo II van Châtillon, graaf van Blois-Dunois
Johanna, non
Margaretha (1272-1331), die in 1282 huwde met Alexander (1263-1283), zoon van Alexander III van Schotland, erfprins van Schotland, en in 1286 met Reinoud I van Gelre (1255-1326)
Gwijde, heer van Ronse
Hendrik van Lodi, die in 1309 huwde met Margaretha, dochter van graaf Diederik VIII van Kleef.

Zij is begraven in de door haar gestichte Abdij van Beaulieu. Haar man, Gwijde van Dampierre, was liever naast haar, zijn tweede echtgenote, begraven maar werd door zijn kinderen begraven in de Abdij van Flines.
Kind uit dit huwelijk:
I. Margaretha van Vlaanderen - Dampierre, geboren in 1272 in ? (zie 817729).
1635460 Eduard I van Engeland, geboren op 17-06-1239 in Palace of Westminster. Hij is overleden op 07-07-1307 in Burgh-on-Sands Northcumberland, 68 jaar oud.
Notitie: Eduard I (Engels: Edward) (Palace of Westminster, Westminster, 17 juni 1239 – Burgh by Sands, 7 juli 1307) was koning van Engeland van 1272 tot 1307. Hij was de oudste zoon van Hendrik III en Eleonora van Provence. Vanwege zijn postuur kreeg hij de bijnaam ’Longshanks’ (Langbeen).

Al voor zijn troonsbestijging oefende hij de feitelijke macht uit voor zijn vader. Hij versloeg in 1265 de rebellerende baronnen onder leiding van Simon van Montfort en nam rigoureus wraak. Zo herstelde hij de macht van de koning en de rust in het land. Hij wilde definitief een eind maken aan de alom heersende anarchie, zocht versterking van de koninklijke macht en bracht nieuwe wetgeving en een betere bestuursvorm tot stand. Verder stelde hij een leger in dat direct onder zijn verantwoordelijkheid viel.

In augustus 1270 vertrok Eduard op kruistocht; na een omweg via Tunis kwam hij in mei 1271 uiteindelijk in Akko aan. Eduard vestigde in het Heilige Land een vechtersreputatie, maar kon ook niet verhinderen dat een jaar later de toestand voor de kruisvaarders al fel verslechterde. Nadat hij een moordaanslag ternauwernood overleefde, keerde Eduard dan ook terug huiswaarts, en het was in Sicilië dat hij in november het nieuws van de dood van zijn vader vernam. Na een omzwerving van twee jaar door zijn gebieden in Aquitanië werd hij in 1274 tot koning gekroond.

Na een oorlog met Wales, die in 1276 begon onder Llewelyn de Laatste en diens broer Dafyd, werd dit land in 1284 bij Engeland ingelijfd. In dat jaar viel de geboorte van zijn zoon, de latere Eduard II. Hij was de eerste Engelse kroonprins die de titel Prins van Wales kreeg.

Van 1282 tot 1289 bemiddelde hij in het conflict over de heerschappij over Sicilië: Karel van Anjou had het daar met de zegen van de paus tot koning geschopt, maar legde de bevolking zulke hoge belastingen op dat ze uiteindelijk in opstand kwam (Siciliaanse Vespers). Zijn rivaal Peter III van Aragón steunde de opstand, wat reactie uitlokte bij de koning van Frankrijk, Filips III, tevens bondgenoot van de paus. Eduard was via Aquitanië vazal van de Franse koning, maar had familiebanden met het Spaanse huis, en voelde zich dus gedwongen te bemiddelen. In 1285 kwamen alle oorspronkelijke protagonisten te overlijden, en kon Eduard een wapenstilstand overeenkomen.

Schotland werd na 1296 onderworpen aan het Engelse gezag, hoewel hij er nooit in slaagde de twee landen te verenigen. De strijd werd in een geromantiseerde versie verfilmd (1995) als Braveheart met Mel Gibson in de hoofdrol als de opstandige Schot William Wallace.

De relatie met Frankrijk was aanvankelijk hartelijk; al waren er altijd juridische spanningen over de status van de Engelse gebieden in Gascogne. In 1295 kwam het echter plots tot een militaire confrontatie toen de Fransen het gebied bezetten. In dit licht moet ook de steun van Eduard gezien worden aan de Graaf van Vlaanderen, in diens verzet tegen de Franse koning Filips IV. Als tegenzet kwam er Franse diplomatieke steun aan Schotland.

Eduard stierf in 1307 in Burgh-on-Sands in Northumberland en werd begraven in Westminster Abbey. Zijn zoon volgde hem op als Eduard II.

Eduard bezondigde zich meermaals aan discriminerende maatregelen tegen de in Engeland wonende Joden. Dit moet echter in zijn context gezien worden. De burgerrechten van een gewone, Christelijke, onderdaan, waren in deze pre-democratische tijden evenmin veel waard; en de maatregelen tegen joden hadden steeds een financiële achtergrond, op de sleutelmomenten dat Eduard krap bij kas zat.

De Joden hadden een monopolie op het verstrekken van krediet sinds de paus aan het einde van de twaalfde eeuw Christenen verboden had rentes aan te rekenen. Waar dit enerzijds een winstgevende activiteit was, wekte dit uiteraard ook wrevel op bij de bevolking, en al snel konden joodse geldschieters in Engeland niet meer zonder de bescherming van het koningshuis.

De prijs daarvoor waren altijd al willekeurige belastingen geweest, maar onder zijn vader Hendrik III werd die uitbuiting extreem. Sommige superrijken uit zijn omgeving gingen zich specialiseren in het overkopen van leningen bij joden die zelf hun verplichtingen niet meer konden nakomen. Op deze manier wist men dan beslag te leggen op de domeinen die oorspronkelijk als onderpand hadden gediend voor de leningen.

In 1270 had Henry III al wetgeving moeten uitvaardigen om deze overdrachten van schulden aan banden te leggen; Eduard I zat in 1275 met zoveel schulden opgezadeld na zijn kruistocht, dat hij een drastisch gebaar diende te stellen om van de adel de nodige belastingen te mogen heffen. Hij verbood dan ook alle vormen van kredietverlening door Joden, maar gaf hen ter compensatie de mogelijkheid gewone handel te drijven met Christenen. Om die echter te behoeden voor ’ongewenste’ contacten met Joden, moesten de Joden zich voortaan herkenbaar maken door een afbeelding van de twee tabletten van Mozes’ tien geboden op hun kledij.

Vanaf dat moment liet Eduard zich financieren door de Italiaanse bankiersfamilie Riccardi van Lucca. Eduard sloot een nieuwsoortige deal: in ruil voor onmiddellijke en bijna grenzeloze kredieten, verkregen de Riccardi een monopolie op het heffen van tol op onder andere de bloeiende wolhandel.

In 1278 was het de oorlog in Wales die een groot gat in de schatkist had achtergelaten; en Eduard besloot nieuwe munten te slaan, die de bevolking met verlies kon inkopen met oude munten. Tegelijkertijd werden buiten proportie veel joden beschouwd als valsemunters.

In 1290 werden de Joden zelfs uit Engeland verbannen, met verbeurd verklaring van alle nog uitstaande schulden, wat hem van de adel opnieuw de toelating opleverde belastingen te heffen.

De oorlog in Schotland en vooral de onverwachte bezetting van Aquitanië door Frankrijk brachten ten slotte een einde aan de samenwerking met de Riccardi. In 1294 vroeg Eduard de fondsen terug die hij bij hen belegd had uit een pauselijke schenking voor een nieuwe kruistocht. Maar deze gelden konden niet op korte termijn vrijgemaakt worden, en de Italianen vielen uit de gratie.

Eduard probeerde de schatkist aan te vullen via hoge belastingen, maar na een dreigende burgeroorlog dwong de adel hem echter om de verworvenheden van de Magna Carta in 1297 opnieuw te bevestigen en nieuwe belastingen eerst te laten goedkeuren door het parlement.

Eduard is tweemaal gehuwd geweest.

De eerste keer huwde hij te Burgos in oktober 1254 infanta Eleonora van Castilië (1241 - 28 november 1290, dochter van koning Ferdinand III. Uit dit huwelijk sproten 15 kinderen. Kinderen waren o.m:
Eleonora (Windsor Castle 1264 - Gent 12 oktober 1297), voor de eerste maal gehuwd met koning Alfons III van Aragón (1265 - 1291), voor de tweede maal in Bristol op 20 september 1293 met graaf Hendrik III van Bar (overleden 1302).
Hendrik (1267-1274)
Johanna van Akko (Akko, 1272 - Clare, 23 april 1307, voor de eerste maal gehuwd in Westminster Abbey op 30 april 1290 met Gilbert de Clare, 7e graaf van Hertford (1243 - 1295) en voor de tweede maal in 1297 met baron Ralph de Monthermer (overleden 1325).
Alfons van Chester (24 november 1273 - Windsor Castle, 19 augustus 1284), die in 1281 verloofd werd met Margaretha van Holland (overleden 1284), dochter van graaf Floris V.
Margaretha van Engeland (Windsor Castle, 11 september 1275 - ca 1333), huwde hertog Jan II van Brabant (1275 - 1312)
Maria van Engeland (Windsor Castle, 11 maart 1278 - Amesbury, 8 juli 1332), die non werd.
Elisabeth (Rhuddlan, 7 augustus 1282 - 5 mei 1316), de eerste maal gehuwd te Ipswich op 7 januari 1297 met graaf Jan I van Holland (1284 - 1299), voor de tweede maal te Westminster op 14 november 1302 met Humphrey de Bohun (1276 - 1321), 4e graaf van Hereford en Essex.
Eduard van Carnarvon, die zijn vader als Eduard II opvolgde.

Op 9 september 1299 trouwde hij in Canterbury met prinses Margaretha van Frankrijk (ca 1282 - Marlborough Castle, 14 februari 1317), dochter van koning Filips III. Met haar had hij nog drie kinderen, onder meer:
Thomas van Brotherton (1 juni 1300 - 22 augustus 1338), 1e graaf van Norfolk
Edmund van Woodstock (Woodstock, 5 augustus 1301 - Winchester, 19 maart 1330), graaf van Kent, in 1325 gehuwd met barones Margaretha Wake (1299 - 1349)
Hij trouwde (2), 60 jaar oud, op 09-09-1299 in Canterbury met Margaretha van Frankrijk (1282-1317), 16 of 17 jaar oud.
Hij trouwde (1), 15 jaar oud, in 10-1254 in Burgos met de 12 of 13-jarige
1635461 Eleonora van Castilië, geboren in 1241 in Castilië Spanje. Zij is overleden op 28-11-1290 in Nottinghamshire, 48 of 49 jaar oud.
Notitie: Eleonora van Castilië (Castilië, Spanje, 1241 - Harby, Nottinghamshire, 28 november 1290) was een dochter van Ferdinand III van Castilië en diens tweede echtgenote Johanna van Dammartin. Zij werd in 1254 de eerste echtgenote van Eduard I van Engeland en werd de moeder van:
Eleonora van Engeland (Windsor Castle, 1264 - Gent, 12 oktober 1297), voor de eerste maal gehuwd met koning Alfons III van Aragón (1265 - 1291), voor de tweede maal in Bristol op 20 september 1293 met graaf Hendrik III van Bar (overleden 1302).
Hendrik (1267-1274)
Johanna van Akko (Akko, 1272 - Clare, 23 april 1307, voor de eerste maal gehuwd in Westminster Abbey op 30 april 1290 met Gilbert de Clare (1243 - 1295), 3e graaf van Gloucester, voor de tweede maal in 1297 met baron Ralph de Monthermer (overleden 1325).
Alfons van Chester (24 november 1273 - Windsor Castle, 19 augustus 1284), die in 1281 verloofd werd met Margaretha van Holland (overleden 1284), dochter van graaf Floris V.
Margaretha van Engeland (Windsor Castle, 11 september 1275 - ca 1333), huwde hertog Jan II van Brabant (1275 - 1312)
Maria van Engeland (Windsor Castle, 11 maart 1278 - Amesbury, 8 juli 1332, die non werd.
Elisabeth van Rhuddlan (Rhuddlan, 7 augustus 1282 - 5 mei 1316), voor de eerste maal gehuwd te Ipswich op 7 januari 1297 met graaf Jan II van Holland (1284 - 1299), voor de tweede maal te Westminster op 14 november 1302 met Humphrey de Bohun, 4de graaf van Hereford (1276 - 1321), 4e graaf van Hereford en Essex,
Eduard van Carnarvon, die zijn vader als Eduard II opvolgde.

In opvolging van haar moeder was Eleonora gravin van Ponthieu en door haar huwelijk kwam Ponthieu terecht bij Engeland.
Kind uit dit huwelijk:
I. Eduard II van Engeland, geboren op 25-04-1284 in Caernarfon ( Wales ) (zie 817730).
1635462 Filips IV van Frankrijk, geboren in 1268 in Fontainebleau. Hij is overleden op 29-11-1314 in Fontainebleau, 45 of 46 jaar oud.
Notitie: Filips IV, bijgenaamd de Schone, (Fontainebleau, 1268 - Fontainebleau, 29 november 1314) was koning van Frankrijk van 1285 tot 1314. Hij was de machtigste vorst van zijn tijd. Zijn politiek was erop gericht om het gezag van het Franse koningshuis te versterken. Hij vocht oorlogen uit met de Engelse koning Eduard I en de Vlamingen, en wilde de macht van de Kerk en de hoge edelen breken.

Vanaf het begin van zijn regering verkeerde Filips in financiële problemen door de grote militaire uitgaven. Hij legde hoge belastingen op en devalueerde de munt een aantal maal. Hij eiste 24 keer dat de kerk 10% van haar inkomsten afstond. In 1291 arresteerde hij Lombardische handelaars en bankiers. Ze werden vrijgelaten tegen forse betalingen en hun winsten werden door de Franse regering afgeroomd. In 1306 liet hij beslag leggen op joodse bezittingen. In 1311 waren de Lombarden weer aan de beurt.

De Franse koningen zagen al lange tijd met lede ogen aan dat rooms-katholieke organisaties grote delen van hun grondgebied beheerden. Grootvader Lodewijk IX, vader Filips III en Filips IV zelf verboden verdere uitbreiding van de bezittingen van de monnikenorden. Deze maatregel trof de franciscanen, dominicanen, hospitaalridders en tempeliers.

Onder Filips IV laaide de strijd tussen kerk en staat nog feller op dan onder zijn voorgangers. Hij duldde geen kerkelijke inmenging meer in wereldlijke zaken en wilde paus Bonifatius VIII op de knieën krijgen. In 1296 hadden ze een eerste conflict. De paus verbood in zijn bul Clericis Laicos aan geestelijken - zonder pauselijke toestemming - belasting te betalen aan wereldlijke overheden, waarmee hij vooral de Engelse en Franse koning op het oog had. Filips was als enige vorst in staat de paus te weerstaan. Als reactie stelde Filips een uitvoerverbod voor goud en zilver in, waardoor de paus helemaal geen inkomsten meer kon halen uit Frankrijk. In 1297 draaide die bij met zijn bul Etsi de statu. In 1300 volgde een tweede aanvaring. De paus accepteerde niet dat Filips een Franse bisschop liet arresteren op verdenking van hoogverraad en voor een wereldlijke rechtbank bracht, maar de Franse koning stond op zijn soevereiniteit in wereldse zaken. De paus reageerde in 1302 furieus met de bul Unam Sanctam, waarin hij het primaatschap van de paus uitriep: de geestelijke macht (paus) stond volgens hem boven de wereldlijke (koning). In 1303 hield Filips in het Louvre een soort proces, waarbij hij de paus beschuldigde van onder meer ketterij, afgoderij, simonie, sodomie en moord. Hij wilde de paus afzetten, waarna de paus op zijn beurt Filips in de ban deed. Guillaume de Nogaret, een adviseur van de Franse koning, trok naar Italië met een legertje van circa 2000 man, vergezeld van Sciarra Colonna, een Italiaanse senator van een anti-pausgezinde familie Zij bedreigden de 68-jarige paus in zijn eigen paleis te Anagni met de dood. De paus werd naar verluidt door Colonna in zijn gezicht geslagen, maar dit is vermoedelijk niet historisch. De paus kwam echter al gauw weer vrij omdat de Fransen verdreven werden door de plaatselijke bevolking, maar hij overleefde het incident slechts een maand. Zijn opvolger paus Benedictus XI verzoende zich met de Franse koning en annuleerde alle sancties.

De opvolger van Benedictus XI, Clemens V, die een Franse bisschop was geweest, verhuisde in 1309 de apostolische stoel van Rome naar Avignon. Filips had hem overreed om in Avignon te blijven, wat de macht van de Franse koning over de Kerk nog vergrootte. Het was het begin van de Babylonische ballingschap der pausen.

Filips was de drijvende kracht achter de ontbinding van de Orde van de tempeliers. Van meet af aan was hij van plan de orde te vernietigen. Hij duldde op het Franse grondgebied geen paramilitaire organisatie die aan zijn gezag ontsnapte en kon zijn lege schatkist vullen met de bezittingen van de tempeliers. De kerk was niet opgewassen tegen de machtige koning. Veel betrokken geestelijken waren zelf Fransen, nauw verbonden met de koning en nauwelijks bereid hem tegen te spreken. Sommigen werkten heel actief mee aan zijn plan. Op 13 oktober 1307 werden ongeveer tweeduizend tempeliers gearresteerd in Frankrijk. Na een proces van vijf jaar deelde paus Clemens V op 3 april 1312 mee dat hij besloten had om de tempelorde op te heffen.

Tijdens zijn regering kwam Filips in conflict met de graven en de steden van Vlaanderen. De graaf van Vlaanderen, Gwijde van Dampierre, hield zijn ambt en zijn grondgebied in leen van Filips. Filips trachtte zijn kroondomein uit te breiden ten koste van Vlaanderen, wat bij Gwijde niet in goede aarde viel. Gwijde raakte ondertussen in Vlaanderen zelf ook in conflict met de steden, die een steeds grotere autonomie opeisten. Op dat moment was er in de steden al een polarisatie te merken tussen een patriciaat en proletariaat, dat later zou uitmonden in respectievelijk leliaarts en klauwaarts. De Vlaamse steden waren afhankelijk van Engeland voor de aanvoer van hun wol en toen koning Filips opnieuw in conflict geraakte met Engeland, verzetten zij zich tegen de Franse inmenging in Vlaamse aangelegenheden. Gwijde schaarde zich aan hun kant en zegde zijn leenheerschap bij de koning op in 1297. Filips bezette daarom tussen 1297 en 1300 een groot gedeelte van Vlaanderen, totdat onderhandelingen uitmondden in een bestand. Door het machtsvertoon van Filips was er echter in de steden een duidelijk verzet gekomen van de Vlaamsgezinde klauwaarts: ambachtslieden en een deel van de adel.

Tussen 1300 en 1302 ging Filips over tot een volledige bezetting van Vlaanderen. Het graafschap werd ingelijfd bij Frankrijk en Gwijde en zijn zoon Robrecht werden gevangengenomen. Filips plaatste Vlaanderen onder het gezag van Jacques de Châtillon, en begon in heel Vlaanderen ’Blijde intredes’ te doen. Dit stuitte op fel verzet van de klauwaarts en de Vlaamse steden, die hun privileges zagen slinken. In 1301 en 1302 waren er in verschillende steden opstanden, onder andere in Brugge met Pieter de Coninck. Bonifatius VIII, eveneens in conflict met de Franse koning, betuigde steun aan Vlaanderen in de bul Ausculta fili. De opstand kwam onder leiding van Jan van Namen, Gwijde van Vlaanderen en Willem van Gulik. Toen een opstand in Brugge werd neergeslagen door De Châtillon, reageerden de opstandelingen met de Brugse Metten op 18 mei 1302. Op 11 juli 1302 kwam het tot een gewapend treffen tussen een Frans ridderleger en de Vlaamse ambachtsmilities onder leiding van Willem van Gulik nabij Kortrijk, de Guldensporenslag die gewonnen werd door de Vlaamse milities.

In augustus 1304 vond een nieuw treffen plaats in de Slag bij Zierikzee, dat een overwinning voor Filips werd. In de slag bij Pevelenberg eindigde de strijd aanvankelijk onbeslist, maar de Fransen eisten vanwege de terugtrekking van de Vlamingen alsnog de overwinning op. Oorlogsmoe ondertekenden de strijdende partijen in 1305 uiteindelijk het verdrag van Athis-sur-Orge. De inlijving van het graafschap werd ongedaan gemaakt, Robrecht van Béthune werd op de troon geplaatst en de stedelijke privileges werden bevestigd. Filips haalde echter volledige genoegdoening door een enorme boete op te leggen omwille van de opstandigheid en het Franssprekende deel van Vlaanderen werd geannexeerd (Rijsel, Dowaai en Orchies).

Onder zijn bewind vond in navolging van zijn grootvader, Lodewijk IX, een verdere rationalisatie en professionalisatie van het centraal staatsapparaat plaats. Hij richtte een Chambre des comptes in als centrale rekenkamer. Hij liet zich ook omringen door raadsleden die zich verzamelden in de conseil du roi. Tenslotte richtte hij naar Engels voorbeeld ook een standenvertegenwoordiging op onder de naam van Etats Généraux (Staten-Generaal).

Filips was de zoon van Filips III en kleinzoon van Lodewijk IX de Heilige. Hij trouwde in 1284 met Johanna I van Navarra en kreeg zeven kinderen. Hij werd de vader van drie opeenvolgende Franse koningen. Zijn dochter Isabella werd koningin van Engeland.
Margaretha (1287-1294)
Lodewijk X (1289-1316)
Blanche (1291- 13 april 1294)
Isabella (1292-1358), gehuwd met Eduard II van Engeland (1284-1327)
Filips V (1293-1322)
Karel IV (1294-1328)
Robert (1297-1307).

Filips liep een verwonding op bij een jachtpartij in de omgeving van Pont-Sainte-Maxence en stierf een paar weken later in Fontainebleau, waar hij ook was geboren. Hij is begraven in de basiliek van Saint-Denis. Filips werd opgevolgd door zijn zoon Lodewijk X. Filips regering was het begin van het verval van de pauselijke almacht in de Europese politiek en een mijlpaal in de versterking van de macht van de Franse koning en in de centralisatie van de Franse staat.
Hij trouwde, 15 of 16 jaar oud, in 1284 in ? met de 10 of 11-jarige
1635463 Johanna I van Navarra, geboren op 14-01-1273 in ?. Zij is overleden op 02-04-1305 in Château de Vincennes, 32 jaar oud. Zij is begraven in Parijs.
Notitie: Johanna I van Navarra (14 januari 1273 - Château de Vincennes, 2 april 1305, begraven te Parijs), was de dochter van koning Hendrik I van Navarra en Blanche van Artesië.

Ze was koningin van Navarra (1274-1305) en werd in 1284 de tweede echtgenote van koning Filips IV van Frankrijk, ook Filips de Schone genoemd.

Hun kinderen (waaronder drie latere Franse koningen) waren:
Lodewijk X (1289-1316)Margaretha (1290-1294)Filips V (1291-1322)Isabella(1292-1358), gehuwd met Eduard II van Engeland (1284-1327)Blanche (1293-1294)Karel IV (1294-1328)Robert (1296-1308)
In 1301 bracht ze een bezoek aan Brugge waar ze koel werd ontvangen. Toen haar oom, Robert II van Artois, van de Franse koning de opdracht kreeg om de opstandige Vlamingen aan te pakken en de, tijdens de Brugse metten, omgekomen Fransen en Fransgezinden te wreken, gaf ze hem het volgende mee:

Omgebracht moeten ze, allen moeten ze worden omgebracht, zonder onderscheid van leeftijd en geslacht, vrouwen, mannen, grijsaards en kinderen.

Het Franse leger trok Vlaanderen binnen en deze actie leidde tot de Guldensporenslag waarbij Robert II van Artois sneuvelde.
Kind uit dit huwelijk:
I. Isabella van Frankrijk, geboren op 17-03-1292 in Parijs (zie 817731).
1635464 Jan I van Brabant, geboren in 1253 in Leuven. Hij is overleden op 03-05-1294 in Bar-le-Duc, 40 of 41 jaar oud.
Notitie: Jan I (Leuven, 1252/54 - Bar-le-Duc, 3 mei 1294) was hertog van Brabant van 1267 tot 1294 en van Limburg van 1288 tot 1294. Jan was een zoon van Hendrik III en Aleidis van Bourgondië. Hij was verder bekend als minnezanger. Jan I van Brabant volgde zijn mentaal gestoorde oudere broer Hendrik IV op, die door zijn moeder-regentes van de troon was geweerd. Hij huwde in 1273 met Margaretha van Dampierre, dochter van de Vlaamse graaf Gwijde van Dampierre. Zijn eerste vrouw, Margaretha, een dochter van Lodewijk IX van Frankrijk, overleed in 1271 na amper één jaar huwelijk in het kraambed. Jan was vader van:
Godfried (1273/74 – na 13 september 1283)
Jan II van Brabant (1275-1312)
Margaretha van Brabant (1276-1311), die in 1292 huwde met keizer Hendrik VII (-1313)
Maria, die in 1305 huwde met graaf Amadeus V van Savoye (1253-1323)

Jan I was een krachtige heerser die zijn gebied aanzienlijk vergrootte. Hij kondigde ook een algemeen landrecht af en reorganiseerde de administratie van zijn vorstendom. Zijn pogingen de Brabantse invloed tussen Maas en Rijn te versterken brachten hem onder meer in botsing met de machtige aartsbisschop van Keulen. Omdat zijn Rijnpolitiek strookte met hun handelsbelangen, kon hertog Jan rekenen op de financiële steun van de Brabantse steden, waaraan hij als tegenprestatie uitgebreide privileges toekende. Zijn belangrijkste aanwinst was het hertogdom Limburg, (samenvallend met het noordoosten van de huidige Belgische provincie Luik en het zuiden van de Nederlandse provincie Limburg, en genoemd naar de burcht Limburg aan de Vesder). Toen de kinderloze hertogin Irmgard van Limburg in 1283 overleed, kocht Jan I het opvolgingsrecht van één van haar erfgenamen. Dat was niet naar de zin van haar weduwnaar Reinoud I van Gelre. Het verzet werd echter tijdens de Slag bij Woeringen (5 juni 1288) gebroken, waarna het hertogdom Limburg definitief aan Jan I werd toegewezen.

Jan I in de Codex Manesse (1305-1315)
Jan I staat bekend als een levensgenieter en minnaar van muziek, zang en dichtkunst, aan wie een aantal Middelnederlandse minneliederen als Eens meien morgen vroe toegeschreven worden. Ook is er een bekend Brabants volkslied waarin hij wordt vereerd. Zijn hartstocht voor jachtpartijen en gewelddadige riddertoernooien moest de hertog echter met de dood bekopen: hij verongelukte tijdens een toernooi in Bar-le-Duc. Hij werd begraven in de minderbroederskerk in Brussel. De resten van zijn graf zijn nog te zien naast het beursgebouw.

Nakomelingen

Jan I van Brabant had ook talrijke erkende bastaarden:

In 1272 werd uit een relatie met Janneke Pijllijser (1353°-1297+) een zoon Jan Pijllijser geboren.
In 1273 werd uit een relatie met Johanna van der Balct, een zoon Gilles van der Balct geboren
In 1275 werd uit een relatie met Aleydis van der Plas (dienstmeisje op kasteel), een zoon Jan van der Plas geboren.

Van andere bastaarden zou Jan I eveneens de natuurlijke vader zijn: Jan Meeuwe, Margareta van Tervuren en Jan van Mechelen. Al zijn de historici het niet eens over alle bastaarden (zoals over Jan van Mechelen).

Bier
In Brabantse volkslegenden leeft "hertog Jan" voort als een populaire, gulle en goedlachse vorst die graag in het gezelschap van eenvoudige lieden genoot van spijs en drank. Na de Slag bij Woeringen zou hij een groot overwinningsfeest voor zijn leger hebben gehouden, met heel veel bier. Om zijn soldaten toe te spreken ging hij zitten boven op een stapel biervaten. Volgens sommigen zou hij op die manier model gestaan hebben voor de allegorische bierkoning Gambrinus, wiens naam ontstaan zou zijn door de volkse verbastering van zijn Latijnse naam (’Jan primus’ = Jan de eerste). Alleszins wordt zijn afbeelding te paard gebruikt als logo voor de in België populaire biersoort Primus die naar Jan I verwijst. Op het logo van het naar hem vernoemde Limburgse biermerk Hertog Jan staat hij afgebeeld als bebaarde vorst in hermelijnen mantel die een grote pul bier heft.
Hij is weduwnaar van Margaretha van Frankrijk (1255-1271), met wie hij trouwde (1), 15 of 16 jaar oud, in 1269 in ?.
Hij trouwde (2), 19 of 20 jaar oud, in 1273 in ? met de 21 of 22-jarige
1635465 Margaretha van Dampierre, geboren in 1251 in ?. Zij is overleden op 03-07-1285 in ?, 33 of 34 jaar oud.
Notitie: Margaretha van Dampierre (1251 - 3 juli 1285) was een dochter van Gwijde van Dampierre, graaf van Vlaanderen, en van Mathilde van Béthune. Zij werd in 1273 de tweede echtgenote van hertog Jan I van Brabant. Het paar kreeg volgende kinderen:
Godfried (-1283)
Jan II van Brabant (1275-1312)
Margaretha van Brabant (1276-1311), die in 1292 huwde met Hendrik VII van Luxemburg (-1313)
Maria, die in 1305 huwde met graaf Amadeus V van Savoye (1253-1323
Kind uit dit huwelijk:
I. Jan II van Brabant, geboren op 27-09-1275 in ? (zie 817732).
1635466 Eduard I van Engeland, geboren op 17-06-1239 in Palace of Westminster. Hij is overleden op 07-07-1307 in Burgh-on-Sands Northcumberland, 68 jaar oud. Hij is begraven in Westminster Abbey Londen.
Notitie: Eduard I (Engels: Edward) (Palace of Westminster, Westminster, 17 juni 1239 – Burgh by Sands, 7 juli 1307) was koning van Engeland van 1272 tot 1307. Hij was de oudste zoon van Hendrik III en Eleonora van Provence. Vanwege zijn postuur kreeg hij de bijnaam ’Longshanks’ (Langbeen).

Al voor zijn troonsbestijging oefende hij de feitelijke macht uit voor zijn vader. Hij versloeg in 1265 de rebellerende baronnen onder leiding van Simon van Montfort en nam rigoureus wraak. Zo herstelde hij de macht van de koning en de rust in het land. Hij wilde definitief een eind maken aan de alom heersende anarchie, zocht versterking van de koninklijke macht en bracht nieuwe wetgeving en een betere bestuursvorm tot stand. Verder stelde hij een leger in dat direct onder zijn verantwoordelijkheid viel.

In augustus 1270 vertrok Eduard op kruistocht; na een omweg via Tunis kwam hij in mei 1271 uiteindelijk in Akko aan. Eduard vestigde in het Heilige Land een vechtersreputatie, maar kon ook niet verhinderen dat een jaar later de toestand voor de kruisvaarders al fel verslechterde. Nadat hij een moordaanslag ternauwernood overleefde, keerde Eduard dan ook terug huiswaarts, en het was in Sicilië dat hij in november het nieuws van de dood van zijn vader vernam. Na een omzwerving van twee jaar door zijn gebieden in Aquitanië werd hij in 1274 tot koning gekroond.

Na een oorlog met Wales, die in 1276 begon onder Llewelyn de Laatste en diens broer Dafyd, werd dit land in 1284 bij Engeland ingelijfd. In dat jaar viel de geboorte van zijn zoon, de latere Eduard II. Hij was de eerste Engelse kroonprins die de titel Prins van Wales kreeg.

Van 1282 tot 1289 bemiddelde hij in het conflict over de heerschappij over Sicilië: Karel van Anjou had het daar met de zegen van de paus tot koning geschopt, maar legde de bevolking zulke hoge belastingen op dat ze uiteindelijk in opstand kwam (Siciliaanse Vespers). Zijn rivaal Peter III van Aragón steunde de opstand, wat reactie uitlokte bij de koning van Frankrijk, Filips III, tevens bondgenoot van de paus. Eduard was via Aquitanië vazal van de Franse koning, maar had familiebanden met het Spaanse huis, en voelde zich dus gedwongen te bemiddelen. In 1285 kwamen alle oorspronkelijke protagonisten te overlijden, en kon Eduard een wapenstilstand overeenkomen.

Schotland werd na 1296 onderworpen aan het Engelse gezag, hoewel hij er nooit in slaagde de twee landen te verenigen. De strijd werd in een geromantiseerde versie verfilmd (1995) als Braveheart met Mel Gibson in de hoofdrol als de opstandige Schot William Wallace.

De relatie met Frankrijk was aanvankelijk hartelijk; al waren er altijd juridische spanningen over de status van de Engelse gebieden in Gascogne. In 1295 kwam het echter plots tot een militaire confrontatie toen de Fransen het gebied bezetten. In dit licht moet ook de steun van Eduard gezien worden aan de Graaf van Vlaanderen, in diens verzet tegen de Franse koning Filips IV. Als tegenzet kwam er Franse diplomatieke steun aan Schotland.

Eduard stierf in 1307 in Burgh-on-Sands in Northumberland en werd begraven in Westminster Abbey. Zijn zoon volgde hem op als Eduard II.

Eduard bezondigde zich meermaals aan discriminerende maatregelen tegen de in Engeland wonende Joden. Dit moet echter in zijn context gezien worden. De burgerrechten van een gewone, Christelijke, onderdaan, waren in deze pre-democratische tijden evenmin veel waard; en de maatregelen tegen joden hadden steeds een financiële achtergrond, op de sleutelmomenten dat Eduard krap bij kas zat.

De Joden hadden een monopolie op het verstrekken van krediet sinds de paus aan het einde van de twaalfde eeuw Christenen verboden had rentes aan te rekenen. Waar dit enerzijds een winstgevende activiteit was, wekte dit uiteraard ook wrevel op bij de bevolking, en al snel konden joodse geldschieters in Engeland niet meer zonder de bescherming van het koningshuis.

De prijs daarvoor waren altijd al willekeurige belastingen geweest, maar onder zijn vader Hendrik III werd die uitbuiting extreem. Sommige superrijken uit zijn omgeving gingen zich specialiseren in het overkopen van leningen bij joden die zelf hun verplichtingen niet meer konden nakomen. Op deze manier wist men dan beslag te leggen op de domeinen die oorspronkelijk als onderpand hadden gediend voor de leningen.

In 1270 had Henry III al wetgeving moeten uitvaardigen om deze overdrachten van schulden aan banden te leggen; Eduard I zat in 1275 met zoveel schulden opgezadeld na zijn kruistocht, dat hij een drastisch gebaar diende te stellen om van de adel de nodige belastingen te mogen heffen. Hij verbood dan ook alle vormen van kredietverlening door Joden, maar gaf hen ter compensatie de mogelijkheid gewone handel te drijven met Christenen. Om die echter te behoeden voor ’ongewenste’ contacten met Joden, moesten de Joden zich voortaan herkenbaar maken door een afbeelding van de twee tabletten van Mozes’ tien geboden op hun kledij.

Vanaf dat moment liet Eduard zich financieren door de Italiaanse bankiersfamilie Riccardi van Lucca. Eduard sloot een nieuwsoortige deal: in ruil voor onmiddellijke en bijna grenzeloze kredieten, verkregen de Riccardi een monopolie op het heffen van tol op onder andere de bloeiende wolhandel.

In 1278 was het de oorlog in Wales die een groot gat in de schatkist had achtergelaten; en Eduard besloot nieuwe munten te slaan, die de bevolking met verlies kon inkopen met oude munten. Tegelijkertijd werden buiten proportie veel joden beschouwd als valsemunters.

In 1290 werden de Joden zelfs uit Engeland verbannen, met verbeurd verklaring van alle nog uitstaande schulden, wat hem van de adel opnieuw de toelating opleverde belastingen te heffen.

De oorlog in Schotland en vooral de onverwachte bezetting van Aquitanië door Frankrijk brachten ten slotte een einde aan de samenwerking met de Riccardi. In 1294 vroeg Eduard de fondsen terug die hij bij hen belegd had uit een pauselijke schenking voor een nieuwe kruistocht. Maar deze gelden konden niet op korte termijn vrijgemaakt worden, en de Italianen vielen uit de gratie.

Eduard probeerde de schatkist aan te vullen via hoge belastingen, maar na een dreigende burgeroorlog dwong de adel hem echter om de verworvenheden van de Magna Carta in 1297 opnieuw te bevestigen en nieuwe belastingen eerst te laten goedkeuren door het parlement.

Eduard is tweemaal gehuwd geweest.

De eerste keer huwde hij te Burgos in oktober 1254 infanta Eleonora van Castilië (1241 - 28 november 1290, dochter van koning Ferdinand III. Uit dit huwelijk sproten 15 kinderen. Kinderen waren o.m:
Eleonora (Windsor Castle 1264 - Gent 12 oktober 1297), voor de eerste maal gehuwd met koning Alfons III van Aragón (1265 - 1291), voor de tweede maal in Bristol op 20 september 1293 met graaf Hendrik III van Bar (overleden 1302).
Hendrik (1267-1274)
Johanna van Akko (Akko, 1272 - Clare, 23 april 1307, voor de eerste maal gehuwd in Westminster Abbey op 30 april 1290 met Gilbert de Clare, 7e graaf van Hertford (1243 - 1295) en voor de tweede maal in 1297 met baron Ralph de Monthermer (overleden 1325).
Alfons van Chester (24 november 1273 - Windsor Castle, 19 augustus 1284), die in 1281 verloofd werd met Margaretha van Holland (overleden 1284), dochter van graaf Floris V.
Margaretha van Engeland (Windsor Castle, 11 september 1275 - ca 1333), huwde hertog Jan II van Brabant (1275 - 1312)
Maria van Engeland (Windsor Castle, 11 maart 1278 - Amesbury, 8 juli 1332), die non werd.
Elisabeth (Rhuddlan, 7 augustus 1282 - 5 mei 1316), de eerste maal gehuwd te Ipswich op 7 januari 1297 met graaf Jan I van Holland (1284 - 1299), voor de tweede maal te Westminster op 14 november 1302 met Humphrey de Bohun (1276 - 1321), 4e graaf van Hereford en Essex.
Eduard van Carnarvon, die zijn vader als Eduard II opvolgde.

Op 9 september 1299 trouwde hij in Canterbury met prinses Margaretha van Frankrijk (ca 1282 - Marlborough Castle, 14 februari 1317), dochter van koning Filips III. Met haar had hij nog drie kinderen, onder meer:
Thomas van Brotherton (1 juni 1300 - 22 augustus 1338), 1e graaf van Norfolk
Edmund van Woodstock (Woodstock, 5 augustus 1301 - Winchester, 19 maart 1330), graaf van Kent, in 1325 gehuwd met barones Margaretha Wake (1299 - 1349)
Hij trouwde (2), 60 jaar oud, op 09-09-1299 in Canterbury met Margaretha van Frankrijk (1282-1317), 16 of 17 jaar oud.
Hij trouwde (1), 15 jaar oud, in 10-1254 in Burgos met de 12 of 13-jarige
1635467 Eleonora van Castilië, geboren in 1241 in Castilië Spanje. Zij is overleden op 28-11-1290 in Nottinghamshire, 48 of 49 jaar oud.
Notitie: Eleonora van Castilië (Castilië, Spanje, 1241 - Harby, Nottinghamshire, 28 november 1290) was een dochter van Ferdinand III van Castilië en diens tweede echtgenote Johanna van Dammartin. Zij werd in 1254 de eerste echtgenote van Eduard I van Engeland en werd de moeder van:
Eleonora van Engeland (Windsor Castle, 1264 - Gent, 12 oktober 1297), voor de eerste maal gehuwd met koning Alfons III van Aragón (1265 - 1291), voor de tweede maal in Bristol op 20 september 1293 met graaf Hendrik III van Bar (overleden 1302).
Hendrik (1267-1274)
Johanna van Akko (Akko, 1272 - Clare, 23 april 1307, voor de eerste maal gehuwd in Westminster Abbey op 30 april 1290 met Gilbert de Clare (1243 - 1295), 3e graaf van Gloucester, voor de tweede maal in 1297 met baron Ralph de Monthermer (overleden 1325).
Alfons van Chester (24 november 1273 - Windsor Castle, 19 augustus 1284), die in 1281 verloofd werd met Margaretha van Holland (overleden 1284), dochter van graaf Floris V.
Margaretha van Engeland (Windsor Castle, 11 september 1275 - ca 1333), huwde hertog Jan II van Brabant (1275 - 1312)
Maria van Engeland (Windsor Castle, 11 maart 1278 - Amesbury, 8 juli 1332, die non werd.
Elisabeth van Rhuddlan (Rhuddlan, 7 augustus 1282 - 5 mei 1316), voor de eerste maal gehuwd te Ipswich op 7 januari 1297 met graaf Jan II van Holland (1284 - 1299), voor de tweede maal te Westminster op 14 november 1302 met Humphrey de Bohun, 4de graaf van Hereford (1276 - 1321), 4e graaf van Hereford en Essex,
Eduard van Carnarvon, die zijn vader als Eduard II opvolgde.

In opvolging van haar moeder was Eleonora gravin van Ponthieu en door haar huwelijk kwam Ponthieu terecht bij Engeland.
Kind uit dit huwelijk:
I. Margaretha van York, geboren op 15-03-1275 in Windsor Castle (zie 817733).
1635468 Filips III van Frankrijk, geboren op 03-04-1245 in Poissy. Hij is overleden op 05-10-1285 in Perpignan, 40 jaar oud.
Notitie: Filips III de Stoute (Frans: Philippe le Hardi) (Poissy, 3 april 1245 - Perpignan, 5 oktober 1285) was koning van Frankrijk van 1270 tot 1285. Hij was een lid van het Huis Capet. Filips III was geboren in Poissy, als zoon van Lodewijk IX van Frankrijk en Margaretha van Provence.


Filips III trouwde op 28 mei 1262 te Clermont met Isabella van Aragón, de dochter van Jacobus I van Aragón. Het koppel kreeg de volgende kinderen:
1.Lodewijk - (1266 - mei 1276)
2.Filips - (1268 - 29 november 1314)
3.Karel van Valois - (12 maart 1270 - 16 december 1325), stamvader van de latere koningen van Frankrijk uit het Huis Valois

Na de dood van Isabella hertrouwde Filips III op 21 augustus 1274 te Vincennes met Maria van Brabant (1254-1321), dochter van Hendrik III van Brabant. Het koppel kreeg de volgende kinderen:
1.Lodewijk van Évreux- (mei 1276 - 19 mei 1319), stamvader van de koningen van Navarra van 1328 tot 1441
2.Blanche - (1278 - 19 maart 1305), gehuwd met hertog Rudolf III van Oostenrijk, later ook koning van Bohemen
3.Margaretha - (1282 - 14 februari 1317), gehuwd met koning Eduard I van Engeland.

Op 25-jarige leeftijd besteeg hij de troon. Hij was echter besluiteloos en volgde de beslissingen van anderen. Eerst van Pierre de la Broce en later van Karel van Anjou.

In 1285, het laatste jaar van zijn koningschap, trachtte Filips zonder succes het koninkrijk Aragón te annexeren. In de nasleep van deze strijd stierf Filips III op 5 oktober bij Perpignan in Roussillon, het hedendaagse departement Pyrénées-Orientales. Hij is samen met zijn eerste vrouw Isabella begraven in de Saint-Denis-basiliek. Filips IV van Frankrijk, de zoon van Filips III, volgde hem op als koning van Frankrijk.
Hij trouwde (2), 29 jaar oud, op 21-08-1274 met Maria van Brabant (1254-1321), 20 jaar oud.
Hij trouwde (1), 17 jaar oud, op 28-05-1262 in Clermont met de 14 of 15-jarige
1635469 Isabella van Aragón, geboren in 1247 in ?. Zij is overleden op 28-01-1271 in Cosenza, 23 of 24 jaar oud.
Notitie: Isabella van Aragón (?, 1247 - Cosenza, 28 januari 1271) was een dochter van Jacobus I van Aragón en van Jolanda van Hongarije. Zij huwde in 1262 de latere koning Filips III van Frankrijk en werd de moeder van:
1.Lodewijk - (1266 - mei 1276)
2.Filips - (1268 - 29 november 1314)
3.Karel van Valois - (12 maart 1270 - 16 december 1325), stamvader van de latere koningen van Frankrijk uit het huis Valois

Op terugtocht van de Achtste Kruistocht waar zij haar echtgenoot vergezelde, stierf zij na een ongelukkige val van haar paard.
Kind uit dit huwelijk:
I. Lodewijk van Évreux, geboren in 05-1276 in Hôtel d’ Évreux (zie 817734).
1635470 Filips van Artesië, geboren in 1269 in ?. Hij is overleden in 1298 in ?, 28 of 29 jaar oud.
Notitie: Filips van Artesië (1269 - 1298) een zoon van Robert II van Artesië en van Amicia van Courtenay. Filips was gehuwd met Blanche van Dreux, dochter van Jan II van Bretagne, en had de volgende kinderen:
Margaretha (1285–1311), in 1301 gehuwd met Lodewijk van Évreux,
Robert III van Artesië (1287–1342)
Isabella (1288–1344), non in Poissy,
Johanna (1289 – na 1347), in 1301 gehuwd met hertog Gaston I van Foix-Béarn,
Maria (1291 –1365), gehuwd met Jan I van Namen.

Filips diende onder zijn vader in de slag bij Veurne van 1297,waar hij gewond raakte. Hij zou nooit herstellen en een jaar later sterven. Door zijn vroege dood ontstond een opvolgingsstrijd als erfgraaf van Artesië die door zijn zuster Mahaut gewonnen werd, ten nadele van zijn zoon Robert.
Hij trouwde, 11 of 12 jaar oud, in 1281 in ? met de 10 of 11-jarige
1635471 Blanche van Dreux, geboren in 1270 in ?. Zij is overleden op 19-03-1327 in Château de Vincennes, 56 of 57 jaar oud. Zij is begraven in Parijs.
Kind uit dit huwelijk:
I. Margaretha van Artesië, geboren in 1285 in ? (zie 817735).
1635520 Sweder van Abcoude, geboren omstreeks 1275 in Abcoude-Proostdij. Hij is overleden op 15-04-1347 in ?, ongeveer 72 jaar oud. Hij trouwde (2), ongeveer 30 jaar oud, omstreeks 1305 in ? met Maria De Wael.
Hij trouwde (1), ongeveer 20 jaar oud, omstreeks 1295 in ? met de ongeveer 20-jarige
1635521 Mabelia van Arkel, geboren omstreeks 1275 in ?. Zij is overleden in 10-1317 in ?, ongeveer 42 jaar oud. Zij is begraven in Wijk bij Duurstede. Zij trouwde (2), minstens 25 jaar oud, na 1300 in ? met Willem de Cock van Weerdenburg.
Kind uit dit huwelijk:
I. Gijsbert III van Abcoude, geboren omstreeks 1300 in ? (zie 817760).
1635522 Willem IV van Horne en Gaasbeek, geboren in 1297 in ?. Hij is overleden in 1343 in ?, 45 of 46 jaar oud. Hij trouwde (2), 38 of 39 jaar oud, in 1336 in ? met Elisabeth van Kleef-Hülchrath.
Hij trouwde (1), 17 of 18 jaar oud, in 1315 in ? met de ongeveer 20-jarige
1635523 Oda van Putten en Strijen, geboren omstreeks 1295 in ?. Zij is overleden vóór 1332 in ?, ten hoogste 37 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Johanna van Horne, geboren in 1320 in ? (zie 817761).
1635904 Johan I van Bosinchem, geboren in ?. Hij is overleden op 29-09-1322 in ?.
Notitie: Hij was Heer van Culemborg, schenker van Utrecht, beleend met Maurik, beleend met Schalkwijk, geeft stadrecht aan Culemborg.

Notities bij Johan I van Bosinchem (ook van Culemborg)

De Heren van Maurik zijn verreweg de belangrijkste grondbezitters in Maurik geweest. Toen de erfdochter van Maurik, Margaretha van Mauderic, trouwde met Johan I van Bosinchem bracht ze een heel groot grondbezit mee en een machtig kasteel. Waarschijnlijk het sterkste huis in de verre omgeving. De glorie van de Heren van Culemborg is dus begonnen in Maurik.
(bron: de Maurikse familie Wtenweerde in de 14e, 15e en 16e eeuw - A.J.G. Hogendoorn, gepubliceerd in Stukken en Brokken III, uitgave van de Nederlandse Genealogische Vereniging, afdeling Betuwe)
Johan beloofde op 19 okt. 1307 (na belening door de graaf van Gelre) de burcht Maurik als open huis te bewaren. Op 23 juni 1310 gaf Jan van Beusichem het patronaatsrecht van de kerk van Culemborg over aan het kapittel van St. Jan te Utrecht. In de betreffende acte wordt vermeld, dat Jan deze kerk (St. Barbara) gebouwd had op eigen grond. Tegelijk met schenking werd de parochie Culemborg afgesplitst van het kerspel Beusichem. Op ’sente nicolausdach’ (6 december) 1318 verleende Heer Jan een privilegebrief aan ’de poorters tot Culemborg’, die als eerste stadsrecht mag gelden. Op 29 sept. 1319 werd hij door de bisschop van Utrecht met het gericht van Schalkwijk beleend.
Het 2e huwelijk vond plaats met pauselijke dispensatie van 11 juli 1308.
Eens gegeven blijft gegeven!
Een onderzoek naar de Stadsrechten van Culemborg.
door H.P.J.E. Merkelbach
’....sijn vader ende sine auder vader, die die stat van Culemborch ghemaeckt hebben...’,
Zo schrijft Hubrecht Schenk van Culemborch in een brief uit 1343 aan de hertog van Gelre. Zijn vader was Johan van Bosinchem die de poorters van Culemborg op sinterklaasdag 1318 vrijheden had verleend; zijn ’auder vader’ (grootvader) Hubrecht van Bosinchem, die evenals zijn vader en grootvader het schenkersambt van de bisschop van Utrecht had bekleed. Deze Hubrecht had in 1281 bij een ruil met de proost en het kapittel van Oudmunster te Utrecht de vrije eigendom verworven van de hoeve gelegen in ’Kulenburg’ waarop zijn kasteel gebouwd was.
Op 6 December 1993 was het 675 jaar geleden dat aan Culemborg stadsrechten werden verleend. Het oorspronkelijke charter dat in het Stadsarchief wordt bewaard vermeldt als datum: "gegheven int jaer Ons Heren dusent driehondert ende achtiene up Sente Nycolausdach".
In groene was zijn er aan bevestigd het zegel van de verlener van het stadsrecht, Jan van Bosinchem en de zegels van de mede-oorkonders: zijn zoon Hubrecht, Zweder van Vianen, Gijsbrecht van Kaets, Johan van Lienden en Gerrit van Rossum. De zegelstaarten of strookjes perkament waarmee de zegels van de oorkonders aan het charter zijn bevestigd, heeft men, zoals gebruikelijk was, gemaakt van een ouder, vervallen en voor dit doel versneden charter. Het opmerkelijke van deze zegelstaarten is echterdat de tekst die er op voorkomt gelijkluidend is aan gedeelten uit de privilegebrief zelf. Aan de brief is een charter gehecht (een zgn. transfix) van 5 februari 1416, waarbij Hubrecht heer van Culemborg de in de stadsbrief van 1318 voorkomende rechten bevestigt en uitbreidt. Volgens de aanhef van de privilegebrief worden de rechten en vrijheden verleend uit vrije wil en om de trouwe diensten en vriendschap die de Culemborgers aan hun heer hebben bewezen in verleden en toekomst. Dit stadsrecht waarbij bepaalde voorrechten aan de inwoners werden verleend moet gezien worden als een codificatie, het op schrift stellen, van reeds voor de stadsrechtverlening ter plaatse geldende, maar niet op schrift gestelde, rechtregels. Het Culemborgse stadsrecht bevat 38 artikelen betreffende bestuurlijke, economische en juridische aangelegenheden.
(bron: Archief Culemborg)
Hij trouwde (2) met Petronella van Abcoude (ovl. vóór 1333).
Hij trouwde (1) met
1635905 Margaretha van Maurik.
Kind uit dit huwelijk:
I. Hubert II van Culemborg, geboren omstreeks 1310 in Culemborg (zie 817952).
1635906 Peter van der Lecke, geboren omstreeks 1272 in ?. Hij is overleden in 1339 in ?, ongeveer 67 jaar oud.
Hij trouwde met
1635907 Jutta van Wassenaer, geboren in ?. Zij is overleden in 1345 in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Jutta Petersdr van der Lecke, geboren omstreeks 1300 in ? (zie 817953).
1635908 Wouter II van Egmond, geboren omstreeks 1283 in Egmond. Hij is overleden op 03-09-1321 in ?, ongeveer 38 jaar oud.
Hij trouwde, ongeveer 34 jaar oud, op 01-12-1317 in ? met de ongeveer 27-jarige
1635909 Beatrijs van Doortogne, geboren omstreeks 1290 in Naaldwijk. Zij is overleden op 11-09-1323 in Egmond - Binnen, ongeveer 33 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Jan I van Egmond, geboren in 1310 in Egmond (zie 817954).
1635912 Jacob van Zuylen van Nyevelt, geboren in 1300 in Veldhuizen. Hij is overleden op 07-03-1355 in Lotharingen, 54 of 55 jaar oud.
Notitie: Notities bij Jacob van Zuylen Nyevelt

Ook genaamd Nyevelt. Knape 17 april 1311. Beleend met Nyevelt en vier hoeven lands 1347, den tiend aan den Ouden Rijn, den tiend te Wiltenborch.
Kastelein op Stoutenburch 1343, ridder 1346. Burger van Utrecht 1349. Jacob was ridder.
Jacob van Zuylen van Nyevelt was sterk betrokken bij de Utrechtse omwentelingen van zijn tijd. Zo bevond hij zich bij tijd en wijle aan de zijde van de Bisschop en dan weer tegenover hem. Zo kwam het dat hij in 1353 zich verbond met andere ridders tegen deze kerkvoogd. Hierop werden de bezittingen van Jacob verwoest. Het beleg van Nyevelt dat volgde duurde niet lang en werd door een verzoening gevolgd.
Hij trouwde, 29 of 30 jaar oud, in 1330 in ? met de ongeveer 21-jarige
1635913 Christina Uten Ham, geboren omstreeks 1309 in Nijevelt. Zij is overleden in 1363 in Lotharingen, ongeveer 54 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Steven van Zuylen van Nyevelt, geboren in 1331 in Veldhuizen, Ede (zie 817956).
1635914 Gerrit van Heemskerck, geboren omstreeks 1308 in ?. Hij is overleden omstreeks 1358 in ?, ongeveer 50 jaar oud.
Notitie: Gerard (III) van Heemskerk (ook wel Gerrit van Heemskerck Arentszoon of Gerrit van Heemskerk), (ca.1300-1358) was heer van Heemskerk, de heerlijkheid Oosthuizen, Hobrederskoog, baljuw van Amstelland (1338-1349), baljuw van Rijnland (1347-1348) en een Kabeljauwse partizaanse leider. Getrouwd met Beatrix van Haerlem Willemsdr.

Biografie

Hij was een zoon van Gerard II van Heemskerk en een vrouw genaamd Ada. In 1338 komt hij als ridder voor en tevens als baljuw van Amstelland. Dit was hij niet meer in 1350, daar is zijn jongere broer Hendrik als vervanger voor vermeld in de Amstelland kronieken.

In 1350 was hij een van de edelen die aan graaf Willem hun bescherming toezegden tegenover de ondersteuners van Margaretha van Beieren en was een van de belangrijkste ondertekenaars van de Kabeljauwse verbondsakte wat het begin van de Hoekse en Kabeljauwse twisten zouden gaan in luiden. Dat hij een man van aanzien was, blijkt uit het feit dat hij in 1351 met de abt van Egmond, de heer Jan I van Egmont en wat andere, ongenoemde edelen, in gezantschap naar Engeland voer om Machteld, dochter van Hendrik hertog van Lancaster, voor Willem van Beieren, graaf van Holland, tot huwelijks echtgenote te vragen.

In de nadagen van de strijd tussen Willem en Margaretha raakte Dirk van Brederode in de macht van Gerard van Heemskerk. Die werd op het kasteel van Heemskerk in gevangenschap gehouden. In juli 1354 werd Dirk van Brederode voor drie maanden op vrije voeten gesteld, hij moet echter beloven ‘weer terug te keren, levend of dood. Spoedig daarna werd de verzoening tussen moeder en zoon van Beieren een feit, bij welke gelegenheid alle wederzijdsche gevangenen in vrijheid werden gesteld. Gerard (III) heeft de zegepraal der hoeksche partij, na het optreden van hertog Albrecht, niet of slechts zeer kort mogen beleven, omdat hij in 1358 overleed, zijn goederen nalatende aan zijn zoon Wouter van Heemskerk.


Notities bij Gerrit van Heemskerck

Ridder, geb. omstr. 1300, overl. 1358, zoon van Gerrit (2) hiervoor, en van diens eerste vrouw (?) Ada.
Hij was heer van Oosthuizen enz. en veroorloofde in 1334 aan de bevolking van Drei (waaronder hier Oosthuizen zal moeten worden begrepen) hun land, de Hobrederkoog, te omgeven met een zomerdijk. In 1338 komt hij als ridder voor en tevens als baljuw van Amstelland. Dit was hij niet meer in 1350, daar dan zijn jongere broeder Hendrik als zoodanig wordt vermeld. In 1346 en 1347 was hij baljuw van Rijnland. In 1350 was hij een van de edelen die aan graaf Willem hun bescherming toezegden tegenover de helpers van Margaretha en behoorde hij dus tot de kabeljauwsche partij. Dat hij een man van aanzien was, blijkt daaruit dat hij in 1351 met den abt van Egmond, den heer van Egmond en eenige andere, ongenoemde edelen, in gezantschap naar Engeland ging om Machteld, dochter van Hendrik hertog van Lancaster, voor Willem van Beieren, graaf van Holland, ten huwelijk te vragen. In de woelige dagen van den strijd tusschen Willem en Margaretha geraakte Dirk van Brederode in de macht van G.v.H. en werdop het kasteel Heemskerk in gevangenschap gehouden. In Juli 1354 werd D.v.B. voor drie maanden op vrije voeten gesteld, doch hij moest op zware boete beloven ?weder in te comen, levende of dood?. Doch nadat de verloftijd door den graaf was verlengd,heeft G.v.H. toch de boete van 20.000 oude schilden niet ontvangen, daar spoedig daarna de verzoening tusschen moeder en zoon plaats had, bij welke gelegenheid alle wederzijdsche gevangenen in vrijheid werden gesteld. Hij heeft de zegepraal der hoeksche partij, na het optreden van hertog Albrecht, niet, of slechts zeer kort mogen beleven, daar hij in 1365 overleed.
Hij trouwde met
1635915 Margaretha van Cralingen, geboren omstreeks 1312 in Heemskerk. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Agnes van Heemskerck, geboren in 1334 in Heemskerk (zie 817957).
1635916 Gerard Splinter van Nijenrode, geboren in 1275 in ?. Hij is overleden in 1320 in ?, 44 of 45 jaar oud.
Notitie: Gerard Splinter van Nijenrode (voor 1315 – overleden tussen 1350 en 1357) was als heer van Nijenrode een Stichtse edele. Hij had waarschijnlijk zitting in de ministriale raad van de bisschop van Utrecht.

Hij was zeer waarschijnlijk een zoon van Gijsbrecht I van Nijenrode, hoewel sommige bronnen beweren dat hij een broer van Gijsbrecht was, en zijn moeder was waarschijnlijk afkomstig uit het geslacht Van Borselen. Hij wordt in 1315 al genoemd in een oorkonde en was toen een knaap of schildknaap. Op 13 maart 1326 wordt hij genoemd onder een samenkomst van edelen bij het slaan van een dam over de Vecht voor economische doeleinden, onder toezicht van Willem III van Holland. Op 10 november 1327 stond Gerard borg voor de Utrechtse bisschop, voor vermoedelijk een geldbedrag aan de graaf van Holland. Hij werd in 1339 beleend met een tiende grond bij Eemnes. Op 31 mei 1346 werd hij door Margaretha van Beieren in zijn goederen erkend met daarbij Kasteel Nijenrode. Gerard trouwde in 1332 met Maria Persijn, een dochter van Jan of Johan van Persijn en Jutte van Brederode.
Ze kregen samen een zoon:
Gijsbrecht II van Nijenrode (1345-1396).
Hij trouwde met
1635917 Maria van Persijn van Velsen, geboren in 1280 in ?. Zij is overleden in 1330 in ?, 49 of 50 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Gijsbert II van Nijenrode, geboren in 1330 in Kortenhoef (zie 817958).
1635918 Otto van Arkel van Leyenburg, geboren in 1320 in ?. Hij is overleden in 1375 in ?, 54 of 55 jaar oud.
Hij trouwde met
1635919 N.N. van Beverwaard, geboren in ?. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Belia van Arkel - Leijenburg, geboren in ? (zie 817959).
Generatie 22 (edeloudouders)
2444900 Floris van de Doortoge, geboren in 1230 in ?. Hij is overleden in ?.
Notitie: ?Ridder. Vermeld in 1270 en 1295, leenman van de graaf van Holland voor het huis te Doortoge met 33 morgen land, in Monsterambacht, en voor de ambachten Zegwaard en Zevenhuizen.
Hij trouwde met
2444901 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Floris van de Doortoge, geboren omstreeks 1259 in Santpoort (zie 1222450).
2444902 Dirk van Rodenrijs, geboren in ?. Hij is overleden in ?.
Hij trouwde met
2444903 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Beatrix Dirksdr van Rodenrijs, geboren in 1263 in ? (zie 1222451).
2444920 Johan I van Duivenvoorde, geboren in 1229 in ?. Hij is overleden in 1295 in ?, 65 of 66 jaar oud.
Hij trouwde met
2444921 N.N. Ghisekinjsdr, geboren in ?. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Philips III van Duivenvoorde, geboren in 1250 in ? (zie 1222460).
2490368 Hubrecht van Everdingen, geboren vóór 1280 in ?. Hij is overleden in ?.
Notitie: Notities bij Hubrecht (Ridder) van Everdingen
rooms-katholiek (rk): kapittel oudmunster
803 Uitspraak door de Utrechtse officiaal in het geschil van de kapittels van de Dom en van Oudmunster met Hubert van Everdingen over diensten in de kerk van Everdingen
Datering 1294 dec. 20
Omvang 1 charter
Vindplaats Het Utrechts Archief
Hij trouwde met
2490369 N.N..
Kind uit dit huwelijk:
I. Hubert van Everdingen, geboren vóór 1330 in ? (zie 1245184).
3221760 Gerard III van Gelre, geboren omstreeks 1185 in ?. Hij is overleden op 22-10-1229 in Roermond, ongeveer 44 jaar oud. Hij is begraven in Munsterkerk Roermond.
Notitie: Gerard III van Gelre (ca 1185 - 22 oktober 1229, begraven te Roermond) was graaf van Gelre en Zutphen van 1207 tot 1229.

Genealogie
Hij was een zoon van graaf Otto I en Richarda van Beieren en wordt ook wel aangeduid als Gerard IV of Gerard V. In januari 1206 huwde hij met Margaretha van Brabant, dochter van hertog Hendrik I van Brabant.

Gerard was vader van:
Margaretha, gehuwd met graaf Diederik II van Falkenburg en met graaf Willem IV van Gulik (-1278)
Otto II (-1271)
Hendrik (-1285), bisschop van Luik
Richardis, gehuwd met graaf Willem IV van Gulik (-1278).

Biografie
Gerard had in eerste instantie zeer veel invloed aan het hof van keizer Frederik II, maar raakte later met hem in conflict, waarna de keizer Roermond in 1213 verwoestte. Dit was een incident en later werd de relatie met Frederik II beter. In 1220 kreeg hij toestemming van Frederik II om de tol bij Arnhem te verplaatsen naar Lobith, wat economisch een succes werd en een van de beste inkomstenbronnen werd van de graaf. Tussen 1224 en 1229 groeide Roermond uit tot een stad, daarvoor was het niet meer dan een handelsnederzetting. Gerard stichtte vervolgens de Munsterabdij en gaf Roermond stadsrechten (ca.1229). Met bisschop Otto van Lippe van Utrecht had hij strijd over Salland, maar kort daarna steunde hij deze tegen Drenthe.

Slag bij Ane
Tijdens de Slag bij Ane in 1227 werd hij gevangengenomen, en toch weer vrijgelaten door een smoes. Gerard III vroeg aan de Drentse edelman die hem gevangen hield een tijdelijke vrijheid om de nieuwe Utrechtse bisschop mee te kunnen verkiezen, omdat immers de vorige gedood was bij Ane. Als erewoord beloofde Gerard plechtig weer terug te keren, zwaar gehavend van de strijd trok hij naar de verkiezingscommissie in Utrecht en verkondigde daar dat hij niet meer terug hoefde te keren omdat ze in Drenthe verdoemd waren.
Hij gaf in 1227 de Veluwe landrecht. In 1229 overleed Gerard mogelijk aan zijn verwondingen van de slag bij Ane, volgens Johannes de Beke bij een veldslag dat jaar. Andere bronnen beweren bij een veldslag bij Zutphen dat jaar.
Hij trouwde, ongeveer 21 jaar oud, in 1206 in Leuven met de ongeveer 11-jarige
3221761 Margaretha van Brabant, geboren omstreeks 1195 in ?. Zij is overleden in 1231 in ?, ongeveer 36 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Otto II van Gelre, geboren omstreeks 1215 in ? (zie 1610880).
3221762 Simon van Dammartin, geboren omstreeks 1180 in ?. Hij is overleden op 21-09-1239 in Abbeville, ongeveer 59 jaar oud. Hij is begraven in Abdij van Valloires.
Notitie: Simon van Dammartin (1180 - 21 september 1239) was een zoon van Alberik II van Dammartin en van Mathilde van Clermont.

In 1234 volgt hij zijn aangetrouwde neef Filips Hurepel op als graaf van Aumale.

In september 1208 huwt hij met Maria van Ponthieu, dochter van Willem II van Ponthieu, en wordt de vader van:
Johanna (1220-1278) Gravin van Ponthieu en Aumale, getrouwd met (v 1220 † 1279). Ferdinand III, koning van Castilië (1199-1252)
Filippa (-1280), huwde met Raoul van Lasignan (-1247), graaf van Eu; met Rudolf II van Coucy (-1250), heer van Coucy; en in 1253 met Otto II van Gelre
Maria (-1279), in 1240 gehuwd met graaf Jan van Roucy (1205-1251)
Agatha (-1268), gehuwd met Amalrik II van Châtellerault (-1242).

Simon, graaf van Ponthieu , die stierf 1239 , was graaf van Aumale van 1206 tot 1214 , en vervolgens van 1234 tot 1239, graaf van Ponthieu en Montreuil van 1230 tot 1239. Hij was de zoon van Alberic II van Dammartin , graaf van Dammartin en Mathilde de Clermont-en-Beauvais .

Aan het einde van de XII e eeuw , volgde hij zijn vader en broer Renaud als ze rally aan de koning van Engeland. Na de dood van Richard Leeuwenhart in 1199, en die van hun vader in 1200, keerden ze terug naar Frankrijk en maakten hun onderwerping aan koning Filips II Augustus . Dit gaf Renaud County Aumale in leen in 1204 en in 1206 geruild tegen Mortain County en gaf aan Simon Aumale. Philippe was ook getrouwd met Simon Maria , erfgename van Ponthieu County. Maar de twee broers namen hun afstand opnieuw met Philippe Auguste en rally aan Koning John , Koning van Engeland . Ze vochten in Bouvines , Renaud werd gevangen genomen en Simon vluchtte en ging in ballingschap. Filips Augustus in beslag genomen op het gebied van Renaud en Simon, en gaf wat aan zijn zoon Filips Hurepel , die was met de dochter van Renaud trouwen. In 1221, toen William Talvas II, graaf van Ponthieu en de vader van Maria, overleden, Filips Augustus uitgebreid confiscatie van eigendommen aan Marie de Ponthieu, annexatie van het graafschap Ponthieu .

In 1223, bij de dood van Philippe Auguste, Simon probeerde een landing te herwinnen County Ponthieu. Hij nam Abbeville , maar de nieuwe koning Lodewijk VIII de Leeuw stuurde een leger aan wie de inwoners van Abbeville de poorten geopend. Simon werd gedwongen om in te schepen. Marie de Ponthieu eindelijk de terugkeer van Ponthieu te verkrijgen, maar met zware toegevingen te doen, de koning van Rushcliffe en St. Riquier, afzien van de Provincie van Alençon, niet de wederopbouw van de vernietigde forten en niet om meisjes te trouwen paar zonder toestemming van de Koning. Simon kon een koninklijk pardon dat alleen toestemming voor de door zijn vrouw, die hij deed in 1230 aanvaarde termen niet te verkrijgen.

Hij overleed op 21 september 1239 en werd begraven in de abdij van Valloires .
Hij trouwde, ongeveer 28 jaar oud, in 1208 in ? met de 8 of 9-jarige
3221763 Maria van Ponthieu, geboren in 1199 in ?. Zij is gedoopt op 11-09-1199 in ?. Zij is overleden op 27-09-1250 in Abbeville, 50 of 51 jaar oud. Zij trouwde (2), 40 of 41 jaar oud, in 1240 in ? met Matthieu de Montmorency.
Kind uit dit huwelijk:
I. Philippa van Dammartin, geboren in 1220 in Aumale ( Seine-Maritime ) (zie 1610881).
3221768 Hendrik III van Engeland, geboren op 01-10-1207 in Winchester. Hij is overleden op 16-11-1272 in Westminster, 65 jaar oud. Hij is begraven in Westminster Abbey Londen.
Notitie: Hendrik III (Winchester, 1 oktober 1207 – Westminster, 16 november 1272) was koning van Engeland van 1216 tot 1272. Op 9-jarige leeftijd volgde hij zijn vader, Jan zonder Land, op. Zijn moeder was Isabella van Angoulême.

Hendrik werd tweemaal gekroond: op 28 oktober 1216 in de kathedraal van Gloucester en op 17 mei 1220 in de Westminster Abbey. Tot 1227 werd de regering van de jonge koning waargenomen door regenten, gekozen door de Engelse baronnen. Eerst was dat Willem de Maarschalk, graaf van Pembroke, later Peter des Roches de bisschop van Winchester. In 1219 werd de paus zijn voogd, met als gevolg dat hij de kerk een grote invloed in Engeland verleende.

Ook de regeringsperiode van deze Hendrik werd gekenmerkt door veel strijd. In 1216/1217 moest hij zijn gezag verdedigen tegen de latere Franse koning Lodewijk VIII. Hij omringde zich met buitenlandse adviseurs, die naar Engeland kwamen in verband met zijn huwelijk met Eleonora van Provence. Hij trouwde haar op 20 januari 1236. Zij kregen 9 kinderen. Onder hen:
Eduard I van Engeland (1239–1307)
Margaretha (1240–1275), huwde met koning Alexander III van Schotland
Beatrix (1242–1275), huwde met hertog Jan II van Bretagne
Edmund van Lancaster (1245–1296)
Catharina (1253–1257).

De invloeden van buitenaf en van de paus, naast zijn overtredingen van de Magna Carta, die zijn vader onder dwang van de baronnen had moeten tekenen, deden hem geen goed. Zijn buitenlands beleid kostte veel geld en leverde weinig op. Dit alles bij elkaar was aanleiding tot een conflict met de baronnen, die meer invloed wensten in het landsbestuur. De oppositie werd geleid door zijn zwager Simon van Montfort.

In 1258 werd Hendrik gedwongen de ‘Oxford Provisions’ te ondertekenen en moest hij veel van zijn macht inleveren. Hendrik wenste zich hier echter niet aan te houden, wat leidde tot een burgeroorlog. Hij werd verslagen in de Slag bij Lewes in 1264 en gevangengezet. Simon van Montfort riep het eerste Engelse Parlement bijeen.

Hendriks oudste zoon Eduard I wist in 1265 een wending aan de zaak te geven. In de Slag bij Evesham werd Montfort gedood, waarna de opstandelingen hard werden aangepakt. Vanaf dat moment nam Eduard in feite het roer over.

Hendrik stierf op 65-jarige leeftijd. Hij werd begraven in Westminster Abbey.
Hij trouwde, 28 jaar oud, op 20-01-1236 in ? met de 13 of 14-jarige
3221769 Eleonora van Provence, geboren in 1222 in Aix-en-Provence. Zij is overleden op 24-06-1291 in Amesbury, 68 of 69 jaar oud.
Notitie: De heilige Eleonora van Provence (Aix-en-Provence, 1222 – Amesbury, 24 juni 1291) was een dochter van graaf Raymond Berengarius IV van Provence en Beatrix van Savoye. Op 20 januari 1236 huwde zij met de Engelse koning Hendrik III. Zij kregen samen negen kinderen, van wie er van vijf bewijs is:
Eduard I van Engeland (1239-1307)
Margaretha van Engeland (1240-1275), huwde met koning Alexander III van Schotland
Beatrix van Engeland (1242-1275), huwde met hertog Jan II van Bretagne
Edmund van Lancaster (1245-1296)
Catharina (1253-1257).

Wanneer haar man in 1264 gevangengenomen werd, voerde zij zelf zijn leger aan om hem te bevrijden, hetgeen in 1265 ook lukte. Na de dood van haar man, werd zij regentes van haar zoon Eduard I, die op kruistocht was. In 1276 trok zij zich terug in het klooster van Amesbury.

Haar feestdag is op 24 juni.
Kind uit dit huwelijk:
I. Eduard I van Engeland, geboren op 17-06-1239 in Westminster (zie 1610884).
3221770 Ferdinand III van Castilië, geboren in 1199 in ?. Hij is overleden op 30-05-1252 in Sevilla Spanje, 52 of 53 jaar oud.
Notitie: Ferdinand de Heilige (?, 1199 – Sevilla, 30 mei 1252), (Spaans: Fernando el Santo of San Fernando), was als Ferdinand II koning van Castilië (vanaf 1217) en als Ferdinand III koning van Castilië-León (vanaf 1230).

Zijn ouders waren koning Alfons IX van León en Berenguela van Castilië, dochter van Alfons VIII van Castilië.

Nadat de jeugdige koning Hendrik in 1217 zonder opvolger overleden was, kon Ferdinand, geholpen door zijn moeder, de regentes Berenguela, de vacante troon van Castilië bestijgen. De dood van zijn vader bezorgde hem in 1230 ook de heerschappij over het koninkrijk León, dat hij spoedig daarna met Castilië tot een ondeelbaar koninkrijk verenigde. Op binnenlands vlak ontnam hij vele voorrechten aan de adel en verbeterde hij de rechtspraak door codificatie (Codex de las Partidas).

Ook op buitenlands vlak speelde Ferdinand III een rol van betekenis. Tussen 1229 en 1232 veroverde hij de Balearen. Hij veroverde op de Moren achtereenvolgens Córdoba (1236), het koninkrijk Murcia (1242), daarna ook de steden Mula, Lorca en Cartagena (1244), en ten slotte ook Sevilla (1248), Xerez (1250) en Cádiz (1251). Door zijn twee huwelijken (1° met Beatrix van Hohenstaufen, dochter van de Duitse koning Filips van Zwaben (1198-1208), daarna 2° met Johanna van Dammartin, een achterkleindochter van Lodewijk VII van Frankrijk) wist hij zich met de twee belangrijke staten te verbinden.

Door zijn vele schenkingen aan de Kerk en zijn verwoede strijd voor het christendom heeft hij zich de bijnaam van "de Heilige" toegeëigend. De kathedraal van Burgos behoort zeker tot zijn beroemdste initiatieven. Hij verenigde de universiteiten van Palencia en die van Salamanca. Ferdinand III werd in 1671 heilig verklaard. Zijn feestdag is op 30 mei.

Ferdinand IV van Napels eerde de heilige in 1800 met het stichten van de Orde van de Heilige Ferdinand en de Verdienste. Hij is de schutspatroon van de Spaanse Maria-Luisa-Orde en de Militaire Orde van de Heilige Ferdinand, de hoogste Spaanse onderscheiding voor dapperheid.
Hij is weduwnaar van Beatrix van Hohenstaufen (1205-1235), met wie hij trouwde (1), 19 of 20 jaar oud, in 1219 in ?.
Hij trouwde (2), 37 of 38 jaar oud, in 1237 in ? met de 16 of 17-jarige
3221771 Johanna van Dammartin, geboren in 1220 in ?. Zij is overleden op 16-03-1279 in Abbeville, 58 of 59 jaar oud.
Notitie: Johanna van Dammartin (?, 1220 - Abbeville, 16 maart 1279) was de oudste dochter van Simon van Dammartin en van Maria van Ponthieu.

Zij volgde in 1237 haar vader op als gravin van Aumale en in 1251 haar moeder als gravin van Ponthieu.

Johanna huwde:
in 1237 met Ferdinand III van Castilië (1199-1252), kinderen:
Ferdinand (1238-1264)
Eleonora (1241-1290), gehuwd met Eduard I van EngelandLuis (1243-1275)in 1254 met Jan van Nesle (-1292),
Kind uit dit huwelijk:
I. Eleonora van Castilië, geboren in 1241 in Castilië Spanje (zie 1610885).
3221772 Filips III van Frankrijk, geboren in ?. Hij is overleden in ?.
Hij trouwde op 28-05-1262 in ? met de 14 of 15-jarige
3221773 Isabella van Aragón, geboren in 1247 in ?. Zij is overleden op 28-01-1271 in Cosenza, 23 of 24 jaar oud.
Notitie: Isabella van Aragón (?, 1247 - Cosenza, 28 januari 1271) was een dochter van Jacobus I van Aragón en van Jolanda van Hongarije. Zij huwde in 1262 de latere koning Filips III van Frankrijk en werd de moeder van:
1.Lodewijk - (1266 - mei 1276)
2.Filips - (1268 - 29 november 1314)
3.Karel van Valois - (12 maart 1270 - 16 december 1325), stamvader van de latere koningen van Frankrijk uit het huis Valois

Op terugtocht van de Achtste Kruistocht waar zij haar echtgenoot vergezelde, stierf zij na een ongelukkige val van haar paard.
Kind uit dit huwelijk:
I. Filips IV van Frankrijk, geboren in 1268 in Fontainebleau (zie 1610886).
3221774 Hendrik I van Navarra, geboren in ?. Hij is overleden in ?.
Hij trouwde met
3221775 Blanche van Artesië, geboren in ?. Zij is overleden in ?.
Kind uit dit huwelijk:
I. Johanna I van Navarra, geboren op 14-01-1273 in ? (zie 1610887).
3221776 Hendrik III van Brabant, geboren omstreeks 1231 in ?. Hij is overleden op 28-02-1261 in Leuven, ongeveer 30 jaar oud.
Notitie: Hendrik III (ca. 1231 – Leuven, 28 februari 1261), hertog van Brabant van 1248 tot zijn dood, was de zoon van Hendrik II.

Hendrik trouwde in 1251 met Aleidis van Bourgondië, dochter van Hugo IV van Bourgondië. Hendrik steunde de kandidatuur voor het Duitse koningschap van Alfons X van Castilië, door wie hij in 1257 werd aangesteld tot handhaver van de vrede in de westelijke rijksgebieden.

De beroemde dichter-minnezanger Adenet le Roi verbleef aan zijn hof, terwijl er ook van zijn eigen hand enkele hoofse gedichten (in het Frans) bewaard zijn gebleven. Twee dagen voor zijn dood verleende hij, naar het voorbeeld van zijn vader, aan zijn onderdanen een privilege, eveneens met de bedoeling de Brabanders welwillend te stemmen voor zijn minderjarige opvolgers. In de Leuvense Predikherenkerk bevinden zich restanten van de grafzerken van Hendrik en Aleidis.

Hendrik was vader van:
Hendrik IV (1251-1272)
Jan I (1253-1294)
Godfried (-1302), heer van Aarschot,
Maria (1254-1321), gehuwd met Filips III van Frankrijk.

Hij had ook met Joanna van der Balc(h)t een (bastaard?)zoon:
Gilles van Brecht, Kapitein van T(h)iel
Hij trouwde, ongeveer 20 jaar oud, in 1251 in ? met de 17 of 18-jarige
3221777 Aleidis van Bourgondië, geboren in 1233 in ?. Zij is overleden op 23-10-1273 in ?, 39 of 40 jaar oud.
Notitie: Aleidis van Bourgondië (1233 - 23 oktober 1273) was een dochter van Hugo IV van Bourgondië en diens eerste echtgenote Yolande van Dreux. In 1251 trouwde zij met hertog Hendrik III van Brabant en schonk het leven aan:
Hendrik IV (1251-1272)
Jan I (1253-1294)
Godfried van Brabant (-1302), heer van Aarschot, gesneuveld in de Guldensporenslag
Maria (1254-1321), gehuwd met Filips III van Frankrijk.

Na het overlijden van haar gemaal in 1261, werd hij opgevolgd door zijn zwakbegaafde zoon Hendrik IV. Aleidis was voogd over haar kinderen en oefende het regentschap uit, tot haar tweede zoon Jan in 1267 hertog werd. Ze deed dit ondanks de tegenstand van Hendrik van Leuven, heer van Gaasbeek en Herstal. De avonturenroman op rijm Sone de Nansay zou op haar verzoek zijn geschreven ter lering van Jan.

De hertogin-weduwe stichtte de St.-Annapriorij in de vallei van de Woluwebeek (1262) op een plaats die nog steeds gekend is als Hertoginnedal. In dit klooster verbleef de eerste religieuze vrouwengemeenschap van de Nederlanden die de regels van de heilige Dominicus Guzman volgde. Ook de Predikherenkerk van Leuven genoot haar patronage.

Beroemd zijn haar vragen aan Thomas van Aquino over enkele beschikkingen uit het testament van de overleden hertog. Hendrik had de uitdrijving bevolen van de joden en cahorsijnen, tenzij ze handel wilden drijven sine prestatione et usura ("zonder rente of woeker"). Aleidis wijfelde hoe ze aan deze wens gevolg kon geven zonder zich in een lastig parket te brengen. Ze besloot om de grote dominicaanse intellectueel te raadplegen. Aquino antwoordde haar met het werk De regimine judaeorum. Daarin adviseerde hij hare Excellentia om de joden met mate te belasten en om ze te verplichten tot het dragen van herkenningstekenen.

Aleidis stierf op 40-jarige leeftijd. Haar hart kreeg een rustplaats in de Sint-Annapriorij, maar voor het overige werd ze begraven in de Leuvense Predikherenkerk. Haar gebeeldhouwde hoofd, afkomstig van de ontmantelde graftombe, wordt bewaard in het Museum M.
Kind uit dit huwelijk:
I. Jan I van Brabant, geboren in 1253 in Leuven (zie 1610888).
3221778 Gwijde III van Dampierre, geboren omstreeks 1226 in ?. Hij is overleden op 07-03-1305 in Compiègne ( Frankrijk ), ongeveer 79 jaar oud. Hij is begraven in Abdij van Flines.
Notitie: Gwijde van Dampierre (?, ca. 1226 - Compiègne, 7 maart 1305) was graaf van Vlaanderen van 1278 tot 1305 en markgraaf van Namen van 1263 tot 1298.

Gwijde was de tweede zoon van Willem II van Dampierre en Margaretha van Constantinopel. Na de dood van zijn oudere broer Willem III van Dampierre, die werd vertrapt door paarden tijdens een toernooi in 1251 in Trazegnies, werd hij de erfopvolger van het graafschap Vlaanderen. In het huis Dampierre is hij in het Frans beter bekend als Guido (III) de Dampierre. Door zijn huwelijk met Mathilde van Béthune (ook Machteld van Béthune en Dendermonde genoemd) in 1246 had hij reeds de heerlijkheden Béthune en Dendermonde verworven.

Kinderen.
Robrecht III van Béthune (1249 - 17 september 1322)
Willem van Dendermonde, ook Willem Crèvecoeur genoemd (1248 of 1249-1311)
Jan van Vlaanderen (omstreeks 1250 - 14 oktober 1291), bisschop van Metz van 1280 tot 1282, prins-bisschop van Luik van 1282 tot 1291
Margaretha van Dampierre (omstreeks 1251 - 3 juli 1283), huwde in augustus 1273 met hertog Jan I van Brabant.
Boudewijn (rond 1252-1296)
Maria van Dampierre (omstreeks 1253-1297), huwde met Willem V van Gulik in 1266. Na zijn dood, op 17 maart 1278 huwde ze in 1281 met Simon van Château-Villain. Twee zoons uit haar huwelijk met Willem hadden dezelfde voornaam als hun vader en sneuvelden in de strijd tussen Vlaanderen en Frankrijk: Willem van Gulik de Oudere in de Slag bij Bulskamp (1297); Willem van Gulik de Jongere in de Slag bij Pevelenberg (1304).
Beatrix van Vlaanderen, (omstreeks 1253 - 23 maart 1296), huwde met Floris V van Holland in het jaar 1269.
Filips van Chieti (omstreeks 1257 - november 1308), huwde in 1284 met Mathilde van Courtenay, gravin van Chieti. Na haar dood in 1301 huwde hij met Filippa van Milly

Na de dood van zijn vrouw Mathilde (1263) hertrouwde hij in 1265 met Isabella van Luxemburg en verwierf hierdoor het graafschap Namen. Isabella schonk hem elf kinderen, onder meer:
Filippa van Vlaanderen (?-1306), die met de Engelse troonopvolger Eduard II zou huwen maar samen met haar vader door koning Filips IV van Frankrijk werd gevangengenomen en hoogstwaarschijnlijk in gevangenschap stierf.
Jan I van Namen (1267-1330)
Isabella van Dampierre (1275-1333), in 1307 gehuwd met heer Jan I van Fiennes
Beatrix van Dampierre (1272-1307), gehuwd met Hugo II van Châtillon, graaf van Blois-Dunois
Johanna (-1296), non
Margaretha van Dampierre (1272-1331), die in 1282 huwde met Alexander (1263-1283), erfprins van Schotland en in 1286 met Reinoud I van Gelre (1255-1326)
Gwijde van Namen (1272-1311), heer van Ronse
Hendrik van Lodi (1270-1337), die in 1309 huwde met Margaretha, dochter van graaf Diederik VIII van Kleef.

Vlaams-Henegouwse Successieoorlog.

In de Vlaams-Henegouwse Successieoorlog met zijn halfbroers Jan en Boudewijn van Avesnes leed hij een nederlaag bij de Slag bij Westkapelle op Walcheren (1253). Daarbij liep hij verwondingen aan beide benen op en hinkte hij de rest van zijn leven. Als gevolg van dit verlies werd bij de Vrede van Brussel het graafschap Zeeland toegeëigend door de graven van Holland, hoewel Gwijde van Dampierre dit zou blijven aanvechten.

Kruistochten.

Hij nam in 1270, aan de zijde van de Franse koning Lodewijk IX, deel aan de Achtste Kruistocht naar Tunis. Gwijde van Namen, een zoon uit zijn tweede huwelijk, zou een belangrijke rol spelen in de Guldensporenslag.

Gwijde als graaf.

Op 29 december 1278 deed zijn moeder Margaretha van Constantinopel in zijn voordeel afstand van het graafschap Vlaanderen, waarvan hij tot dan mederegent was. Gwijde was toen al 53 jaar oud.

Het grafelijk bestuur stond niet hoog aangeschreven bij de bevolking. Dat was te wijten aan de langdurige afwezigheid van Ferrand van Portugal, die jarenlang in Frankrijk in gevangenschap verbleef, het onzekere bestuur van zijn echtgenote Johanna van Constantinopel en de jarenlange vete tussen het huis Dampierre en het huis van Avesnes. De Vlaamse steden (Gent, Ieper, Kortrijk) werden welvarend dankzij de lakenindustrie. De graven moesten om hun hofhouding te bekostigen financieel steeds meer op hen een beroep doen ten koste van grafelijke macht.

Bij de troonsbestijging van koning Filips IV de Schone in 1285, begonnen de moeilijkheden tussen Vlaanderen en Frankrijk. Gwijde van Dampierre zocht steun bij de Engelse koning Eduard I, zegde zijn feodale trouw aan de Franse koning op en sloot een militair verbond met Engeland (1297). De openlijke strijd tussen graaf Gwijde en koning Filips IV nam hierdoor een aanvang. Gwijde’s dochter Filippina (zie hierboven) werd door de Franse koning gevangengezet. Vlaanderen werd door de Franse koning bezet (januari ? mei 1300). Gwijde gaf zich met zijn oudste twee zonen, Robrecht III van Béthune en Willem van Crèvecoeur, gevangen. Deze gebeurtenissen waren mede oorzaak van de Brugse metten en de Guldensporenslag in 1302.

Gwijde van Dampierre overleed in gevangenschap te Compiègne. Hoewel hij liever naast zijn tweede echtgenote Isabella van Luxemburg in de Abdij van Beaulieu was begraven, werd hij door zijn kinderen begraven in de Abdij van Flines. Hij werd in Vlaanderen opgevolgd door zijn zoon Robrecht III van Béthune.
Hij trouwde (2), ongeveer 39 jaar oud, in 1265 in ? met Isabella van Luxemburg (1247-1298), 17 of 18 jaar oud.
Hij trouwde (1), ongeveer 20 jaar oud, in 1246 in ? met
3221779 Mathilde van Béthune, geboren in ?. Zij is overleden op 08-11-1263 in ?. Zij is begraven in Abdij van Flines.
Notitie: Mathilde van Béthune (-8 november 1263) was de dochter en erfgename van Robert VII van Béthune, heer van Béthune, van Dendermonde, van Richebourg en van Waasten, en van Elisabeth van Morialmez. Zij werd in 1246 de eerste echtgenote van Gwijde van Dampierre, graaf van Vlaanderen, en had volgende kinderen:

Kinderen.
Robrecht III van Vlaanderen (1247- 17 september 1322)
Willem van Dendermonde, ook Willem Crèvecoeur genoemd (1248 of 1249-1311)
Jan van Vlaanderen (omstreeks 1250-14 oktober 1291), bisschop van Metz van 1280 tot 1282, prins-bisschop van Luik van 1282 tot 1291
Margaretha van Dampierre (omstreeks 1251-3 juli 1283), huwde in augustus 1273 met hertog Jan I van Brabant.
Boudewijn (rond 1252-1296)
Maria van Dampierre (omstreeks 1253-1297), huwde met Willem V van Gulik, in 1266. Na zijn dood, op 17 maart 1278 huwde ze in 1281 met Simon van Château-Villain. Twee zoons uit haar huwelijk met Willem hadden dezelfde voornaam als hun vader en zouden hun leven geven in de strijd tussen Vlaanderen en Frankrijk. Willem van Gulik de Oudere stierf in de Slag bij Bulskamp (1297), zijn jongere broer Willem van Gulik de Jongere, sneuvelde in 1304 in de Slag bij Pevelenberg.
Beatrix van Vlaanderen, (omstreeks 1253-23 maart 1296), huwde met Floris V van Holland in het jaar 1269.
Filips van Chieti (omstreeks 1257-november 1308), huwde in 1284 met Mathilde van Courtenay, gravin van Chieti. Na haar dood in 1301 huwde hij met Filippa van Milly.

Ze werd evenals haar man in de Abdij van Flines begraven.
Kind uit dit huwelijk:
I. Margaretha van Dampierre, geboren in 1251 in ? (zie 1610889).
3221780 Hendrik III van Engeland, geboren op 10-10-1207 in Winschester. Hij is overleden op 16-11-1272 in Westminster, 65 jaar oud. Hij is begraven in Westminster Abbey Londen.
Notitie: Hendrik III (Winchester, 1 oktober 1207 – Westminster, 16 november 1272) was koning van Engeland van 1216 tot 1272. Op 9-jarige leeftijd volgde hij zijn vader, Jan zonder Land, op. Zijn moeder was Isabella van Angoulême.

Hendrik werd tweemaal gekroond: op 28 oktober 1216 in de kathedraal van Gloucester en op 17 mei 1220 in de Westminster Abbey. Tot 1227 werd de regering van de jonge koning waargenomen door regenten, gekozen door de Engelse baronnen. Eerst was dat Willem de Maarschalk, graaf van Pembroke, later Peter des Roches de bisschop van Winchester. In 1219 werd de paus zijn voogd, met als gevolg dat hij de kerk een grote invloed in Engeland verleende.

Ook de regeringsperiode van deze Hendrik werd gekenmerkt door veel strijd. In 1216/1217 moest hij zijn gezag verdedigen tegen de latere Franse koning Lodewijk VIII. Hij omringde zich met buitenlandse adviseurs, die naar Engeland kwamen in verband met zijn huwelijk met Eleonora van Provence. Hij trouwde haar op 20 januari 1236. Zij kregen 9 kinderen. Onder hen:
Eduard I van Engeland (1239–1307)
Margaretha (1240–1275), huwde met koning Alexander III van Schotland
Beatrix (1242–1275), huwde met hertog Jan II van Bretagne
Edmund van Lancaster (1245–1296)
Catharina (1253–1257).

De invloeden van buitenaf en van de paus, naast zijn overtredingen van de Magna Carta, die zijn vader onder dwang van de baronnen had moeten tekenen, deden hem geen goed. Zijn buitenlands beleid kostte veel geld en leverde weinig op. Dit alles bij elkaar was aanleiding tot een conflict met de baronnen, die meer invloed wensten in het landsbestuur. De oppositie werd geleid door zijn zwager Simon van Montfort.

In 1258 werd Hendrik gedwongen de ‘Oxford Provisions’ te ondertekenen en moest hij veel van zijn macht inleveren. Hendrik wenste zich hier echter niet aan te houden, wat leidde tot een burgeroorlog. Hij werd verslagen in de Slag bij Lewes in 1264 en gevangengezet. Simon van Montfort riep het eerste Engelse Parlement bijeen.

Hendriks oudste zoon Eduard I wist in 1265 een wending aan de zaak te geven. In de Slag bij Evesham werd Montfort gedood, waarna de opstandelingen hard werden aangepakt. Vanaf dat moment nam Eduard in feite het roer over.

Hendrik stierf op 65-jarige leeftijd. Hij werd begraven in Westminster Abbey.
Hij trouwde, 28 jaar oud, op 20-01-1236 in ? met de 13 of 14-jarige
3221781 Eleonora van Provence, geboren in 1222 in Aix-en-Provence. Zij is overleden op 24-06-1291 in ?, 68 of 69 jaar oud.
Notitie: De heilige Eleonora van Provence (Aix-en-Provence, 1222 – Amesbury, 24 juni 1291) was een dochter van graaf Raymond Berengarius IV van Provence en Beatrix van Savoye. Op 20 januari 1236 huwde zij met de Engelse koning Hendrik III. Zij kregen samen negen kinderen, van wie er van vijf bewijs is:
Eduard I van Engeland (1239-1307)
Margaretha van Engeland (1240-1275), huwde met koning Alexander III van Schotland
Beatrix van Engeland (1242-1275), huwde met hertog Jan II van Bretagne
Edmund van Lancaster (1245-1296)
Catharina (1253-1257).

Wanneer haar man in 1264 gevangengenomen werd, voerde zij zelf zijn leger aan om hem te bevrijden, hetgeen in 1265 ook lukte. Na de dood van haar man, werd zij regentes van haar zoon Eduard I, die op kruistocht was. In 1276 trok zij zich terug in het klooster van Amesbury.

Haar feestdag is op 24 juni.
Kind uit dit huwelijk:
I. Eduard I van Engeland, geboren op 17-06-1239 in Westminster (zie 1610890).
3221782 Ferdinand III van Castilië, geboren in 1199 in ?. Hij is overleden op 30-05-1252 in Sevilla Spanje, 52 of 53 jaar oud.
Notitie: Ferdinand de Heilige (?, 1199 – Sevilla, 30 mei 1252), (Spaans: Fernando el Santo of San Fernando), was als Ferdinand II koning van Castilië (vanaf 1217) en als Ferdinand III koning van Castilië-León (vanaf 1230).

Zijn ouders waren koning Alfons IX van León en Berenguela van Castilië, dochter van Alfons VIII van Castilië.

Nadat de jeugdige koning Hendrik in 1217 zonder opvolger overleden was, kon Ferdinand, geholpen door zijn moeder, de regentes Berenguela, de vacante troon van Castilië bestijgen. De dood van zijn vader bezorgde hem in 1230 ook de heerschappij over het koninkrijk León, dat hij spoedig daarna met Castilië tot een ondeelbaar koninkrijk verenigde. Op binnenlands vlak ontnam hij vele voorrechten aan de adel en verbeterde hij de rechtspraak door codificatie (Codex de las Partidas).

Ook op buitenlands vlak speelde Ferdinand III een rol van betekenis. Tussen 1229 en 1232 veroverde hij de Balearen. Hij veroverde op de Moren achtereenvolgens Córdoba (1236), het koninkrijk Murcia (1242), daarna ook de steden Mula, Lorca en Cartagena (1244), en ten slotte ook Sevilla (1248), Xerez (1250) en Cádiz (1251). Door zijn twee huwelijken (1° met Beatrix van Hohenstaufen, dochter van de Duitse koning Filips van Zwaben (1198-1208), daarna 2° met Johanna van Dammartin, een achterkleindochter van Lodewijk VII van Frankrijk) wist hij zich met de twee belangrijke staten te verbinden.

Door zijn vele schenkingen aan de Kerk en zijn verwoede strijd voor het christendom heeft hij zich de bijnaam van "de Heilige" toegeëigend. De kathedraal van Burgos behoort zeker tot zijn beroemdste initiatieven. Hij verenigde de universiteiten van Palencia en die van Salamanca. Ferdinand III werd in 1671 heilig verklaard. Zijn feestdag is op 30 mei.

Ferdinand IV van Napels eerde de heilige in 1800 met het stichten van de Orde van de Heilige Ferdinand en de Verdienste. Hij is de schutspatroon van de Spaanse Maria-Luisa-Orde en de Militaire Orde van de Heilige Ferdinand, de hoogste Spaanse onderscheiding voor dapperheid.
Hij is weduwnaar van Beatrix van Hohenstaufen (1205-1235), met wie hij trouwde (1), 19 of 20 jaar oud, in 1219.
Hij trouwde (2), 37 of 38 jaar oud, in 1237 in ? met de 16 of 17-jarige
3221783 Johanna van Dammartin, geboren in 1220 in ?. Zij is overleden op 16-03-1279 in Abbeville, 58 of 59 jaar oud.
Notitie: Johanna van Dammartin (?, 1220 - Abbeville, 16 maart 1279) was de oudste dochter van Simon van Dammartin en van Maria van Ponthieu.

Zij volgde in 1237 haar vader op als gravin van Aumale en in 1251 haar moeder als gravin van Ponthieu.

Johanna huwde:
in 1237 met Ferdinand III van Castilië (1199-1252), kinderen: Ferdinand (1238-1264)Eleonora (1241-1290), gehuwd met Eduard I van EngelandLuis (1243-1275)in 1254 met Jan van Nesle (-1292),
Kind uit dit huwelijk:
I. Eleonora van Castilië, geboren in 1241 in Castilië Spanje (zie 1610891).
3221788 Robert II van Artesië, geboren in ?. Hij is overleden in ?.
Hij is de biologische vader van het kind van
3221789 Amicia van Courtenay, geboren in ?. Zij is overleden in ?.
Kind van (3221788):
I. Filips van Artesië, geboren in 1269 in ? (zie 1610894).
3221790 Jan II van Bretagne, geboren op 03-01-1239 in ?. Hij is overleden op 18-11-1303 in ?, 64 jaar oud.
Hij trouwde, 20 of 21 jaar oud, in 1260 in ? met de 17 of 18-jarige
3221791 Beatrix van Engeland, geboren op 25-06-1242 in ?. Zij is overleden op 24-03-1275 in ?, 32 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
I. Blanche van Dreux, geboren in 1270 in ? (zie 1610895).
3221890 Jan II van Arkel, geboren omstreeks 1255 in Arkel. Hij is overleden op 27-03-1297 in St Pancras, ongeveer 42 jaar oud. Hij is begraven in Gorinchem.
Notitie: Jan Herbaren II van Arkel (ca. 1255 - Sint Pancras, 27 maart 1297) was heer van Arkel vanaf 1269 tot zijn dood.

Hij was een zoon van Jan I van Arkel en Bertha van Ochten. Hij was vóór 1269 nog minderjarig, zodat het regentschap door zijn moeder werd waargenomen. Jan komt in meerdere akten voor. In 1273 kocht hij de havenplaats Gorinchem van de graaf van Bentheim. In 1281 werd hij tot ridder geslagen door Floris V, de graaf van Holland. In 1288 nam hij aan Brabantse zijde deel aan de Slag bij Woeringen. In 1290 erkende hij Floris als zijn leenheer voor zijn kasteel in Gorinchem en kreeg daarvoor in ruil het recht om er tol te heffen. Jan was een van de ondertekenaars van een brief van de Hollandse adel aan koning Eduard I van Engeland. Floris leende in 1292 12.000 Hollandse ponden van Jan van Arkel, Richoud van Noordeloos (ongetwijfeld een achterneef van Jan) en Lambrecht de Vriese. Toen Floris in 1296 werd vermoord, nam Jan samen met de heren van Wassenaar en van Borsselen het bestuur van Holland tijdelijk op zich. In 1297 kwam hij om het leven bij de Slag van Vronen. Hij werd begraven in Gorinchem.

Jan huwde met Bertrouda van Sterkenborg, dochter van Gerard van Sterkenburg, met wie hij drie kinderen kreeg;
Jan III (1280-1324)
Mabilia (1284-1317) trouwde met Zweder II van Zuylen van Abcoude (1307-1347), heer van Abcoude en Wijk bij Duurstede.
Herbaren (ca. 1285 - ca. 1325), heer van verspreide bezittingen in de Groote of Hollandsche Waard, de Alblasserwaard, de Vijfherenlanden en het Land van Altena, trouwde met Odilia van Cuijk (ca. 1295 - voor 1317)
Nicolaas (1280/85-1345), heer van Emmikhoven, regent van Arkel (1324-?), was rentmeester onder zijn neef bisschop Jan van Arkel (vandaar ook wel Claes Oem van Arkel genoemd) en sneuvelde bij de Slag bij Warns. Hij was gehuwd met Lijsbeth van Emmikhoven (1275-1320).
Hij trouwde met
3221891 Bertha Gerardsdr van Sterkenburg, geboren in 1262 in Andel. Zij is overleden na 1287 in Gorinchem, minstens 25 jaar oud.
Kind uit dit huwelijk:
Kwartieren.
vervolg 1 Robert Herman
vervolg 2 Robert Herman.

©     Copyright   Paul Serrij   2009-2020

Robert Herman.