
De Serrij Familie
De prehistorie is (per definitie) de periode waarover geen geschreven bronnen beschikbaar zijn. Pas in de Romeinse tijd kwamen de eerste geschreven bronnen beschikbaar.
Het Nederland in de huidige betekenis bestond niet voor de late Middeleeuwen. Voor die tijd is het beter te spreken van 'het gebied van het huidige Nederland'. Dit gebied is al vele tienduizenden jaren bewoond, tenminste de droge kust stroken en de hoge zandgronden. De oudste in Nederland teruggevonden archeologische sporen zijn 250.000 tot 350.000 jaar oud. De eerste vaste bewoners waren jagers. Van hun aanwezigheid getuigen nog bijlen en pijl spitsen van vuursteen. De eerste kano van de geschiedenis komt uit deze periode, circa 7900 v.Chr.). Na de ijstijd, was het gebied bewoond door diverse stammen, zoals blijkt uit een jacht kamp dat gevonden is bij Bergumermeer, in Friesland (ongeveer 8000 v.Chr.).
Rond 5300 v. Chr. begon de Neolithicum periode met de eerste landbouwers die naar
het gebied kwamen, zoals te zien is aan graf vondsten en sporen van boerderijen op
het löss-
Ongeveer 3400 v.Chr. bevond zich in Drenthe de trechter beker cultuur die de bekendste monumenten uit de regionale prehistorie heeft achtergelaten: de hunebedden. Na 2900 v.Chr. is deze cultuur weer verdwenen.
In het westen van Nederland zijn resten gevonden van de Vlaardingen cultuur, genoemd naar de eerste vindplaats Vlaardingen. Deze cultuur beslaat de periode van 3500 v.Chr. tot 2500 v.Chr.
Het eerste wiel dat is gevonden dateert van ongeveer 2400 v.Chr. Misschien is dat ontdekt door mensen van de klokbekercultuur, die nederzettingen bouwden langs de Atlantische kust van Marokko tot aan Scandinavië. Voor het eerst vond er ook metaal bewerking plaats in Nederland, zoals het stenen aambeeld en koperen tong dolkjes die op de Veluwe bij Lunteren zijn gevonden.
De metaal bewerking breidde zich uit tegen 2000 v.Chr., waarmee de bronstijd aanbrak.
Die bracht vooral veel welvaart in Drenthe, waar waarschijnlijk een belangrijke handels route doorheen liep richting Oostzee en Scandinavië.
Omstreeks het eerste millennium voor de jaartelling kwamen er Keltische stammen naar het gebied van Nederland en verdreven en/of vermengden zich met de oorspronkelijke bevolking. Dit proces herhaalde zich in de eerste eeuwen voor de jaartelling toen Germaanse stammen vanuit het oosten Nederland binnentrokken en zich vooralsnog in de noordelijke streken en rond de grote rivieren vestigden.
De Chauken waren een volk dat leefde van de visvangst tijdens de Romeinse periode in Nederland.
Aan het einde van de 1e eeuw v.Chr. kwamen de Romeinen naar de Rijndelta.
In eerste instantie werd geheel Nederland bezet, inclusief de Friese gebieden in
het noorden, met het oog op de geplande verovering van ''Germania''. In de loop van
de 1e eeuw werd wegens de slecht verlopende veldtochten in Germania de grens naar
midden Nederland verlegd. Officieel geldt het jaartal 47 als het moment waarop besloten
werd de Rijn als grens te gaan inrichten. Voor het grootste deel van de Romeinse
periode werd de grens van het Romeinse Rijk gevormd door de Rijn, langs de lijn Nijmegen
– Utrecht -
In de ''Commentarii Rerum in Galliae gestarum'' beschrijft Julius Caesar zijn gevechten tegen de Belgen in de Zuidelijke Nederlanden tijdens de Gallische oorlog in 57 v.Chr. en maakte daarmee een eind aan de prehistorie voor de Nederlanden.
De kustlijn zag er toen geheel anders uit dan tegenwoordig. Een relatieve langzame
zeespiegel stijging in combinatie met het waarschijnlijk vaker voorkomen van stormen
kan één van de oorzaken zijn geweest van de kust erosie die begon tussen de 5e en
de 1e eeuw v.Chr. in West-
Ook in het noorden was het veen vrijwel geheel verdwenen. Het Flevomeer ontwikkelde
zich na de Romeinse tijd door de afslag van de oevers tot het Almeremeer. Het Oer-
In de Romeinse tijd vonden steeds meer stroomgordel verleggingen plaats. Door verzanding
van de monding van het Oer-
In tegenstelling tot de Chauken, hielden de Friezen zich voornamelijk bezig met de veeteelt. Dit veranderde in de 3e en 4e eeuw toen het Friese land regelmatig overstroomd werd. Hierdoor gingen ze zich meer toeleggen op de visserij en de handels vaart, waardoor ze een zekere rijkdom verwierven.
In de Romeinse tijd werden de eerste steden in het huidige Nederland gesticht: Nijmegen
(stad der Bataven, rond huidige Valkhof) aan het begin van de jaartelling. Omstreeks
122 stichtte keizer Hadrianus, Voorburg als stad der Caninefaten. Heerlen en Maastricht
waren stedelijke nederzettingen die zich spontaan ontwikkelden aan belangrijke land-
Ten noorden van de Rijn, buiten het Romeinse Rijk, woonden de Friezen. Ook daar had
de Romeinse cultuur veel invloed. Dit blijkt uit de vele Romeinse gebruiksvoorwerpen
en munten die in grafvelden en terpen zijn gevonden. Dit wijst op een levendige handel
tussen de Friezen en het naburige Rijk. Ook weten we uit schriftelijke historische
bronnen dat sommige Friezen, evenals leden van andere stammen die niet rechtstreeks
onder Romeins bestuur stonden, dienst namen in het Romeinse leger en daarmee, na
hun diensttijd, ook veel Romeinse cultuur en gebruiken naar huis meenamen. In het
gebied aan de rijksgrens woonden de West-
Nadat de Bataven weer gepacificeerd waren was het gedurende twee eeuwen rustig in
de Rijnprovincies. De rivier gronden en het Brabantse en Limburgse achterland werd
grotendeels opgedeeld in grote landerijen met vaak een imposante villa als centraal
gebouw. De eigenaren waren rijke burgers die veelal hun hoofd domicilie in de nieuwe
steden Keulen, Xanten of Heerlen hadden. De inheemse Germaans/Keltische bevolking
romaniseerde geleidelijk aan en bewerkte het land van de villa-
Een met name opdringerige groep waren de Franken, die in Oost-
Na de grote volksverhuizingen en de mede daardoor veroorzaakte val van het West-
Onder Karel de Grote beheerste het Frankische rijk rond 800 vanuit zijn kern in het
huidige België en Noord-
Een belangrijke bloeiende handelsplaats van circa 600 tot 850 was Dorestad. ( Gelegen bij het huidige Wijk bij Duurstede ) Door de grote omvang van het rijk was Karel de Grote genoodzaakt om het land te laten besturen door leenmannen die aan hem verantwoording schuldig waren. Geleidelijk aan werd de functie van leenman erfelijk en ontwikkelde het systeem zich tot het feodalisme dat tot aan de Nieuwe Tijd Europa beheerste.
Bij het Verdrag van Verdun in 843 werd het Frankische rijk verdeeld tussen de drie
kleinzonen van Karel de Grote. Nederland kwam aan het Midden-
Het ontstaan van Nederland
Het Heilige Roomse Rijk bleef geen politieke eenheid. Lokale leenmannen, officieel
de vertegenwoordigers van de keizer, vormden hun graafschappen en hertogdommen om
tot kleine privé-
Het herstel van de chaotische 'vroege/donkere Middeleeuwen zette zich ook na de Karolingische
renaissance onverminderd voort. De bevolking groeide weer, talloze nieuwe steden
ontstonden en de handel breidde zich sterk uit. Ook de [[Lage Landen (staatkunde)|Lage
Landen]] profiteerden hiervan. Het economische zwaartepunt lag tussen [[1100]] en
[[1500]] duidelijk in Vlaanderen waar [[Brugge]] en [[Gent]] door de toenemende handel
zeer welvarend werden. Belangrijk was de handel tussen het [[Rijnland (Duitsland)|Rijnland]]
(glas, aardewerk, metalen) en [[Engeland]] (wol) die hier samenkwam. In het oosten
waren het de [[IJssel]]steden die zeer grote welvaart bereikten door de handel binnen
het [[Hanze]]verbond (voornamelijk wol, graan, hout). Het zuidelijke deel (het huidige
België en een deel van Noord-
Door verovering en strategische huwelijken van de hertogen van Bourgondië ontstond
het Bourgondische rijk , dat op zijn hoogtepunt zich uitstrekte van de Alpen tot
Holland; het speelde een grote rol in de Honderdjarige Oorlog tussen de Engelse en
Franse koningen. Het was de spreekwoordelijke derde hond en het been. Het Bourgondische
rijk bestond uit een reeks feodale bezittingen aan beide zijden van de Frans-
Nadat mede door toedoen van Jeanne d'Arc]de Engelsen verdreven waren hadden de Franse ridders de handen weer vrij en was Bourgondië aan de beurt om door het opkomend Franse koninkrijk ingelijfd te worden. De machtigste hertog Karel de Stoute, bleek tevens de laatste te zijn en vond in de strijd tegen de Zwitsers in 1477 de dood tijdens de slag bij Nancy. Zijn dochter hertogin Maria van Bourgondië verloor het stamland Bourgondië. Samen met haar echtgenoot Maximiliaan I van Oostenrijk regeerde zij vanuit Brussel, wat haar overbleef: de Nederlanden; dit was wel nog steeds het rijkste en welvarende gebied van het voormalige Bourgondische Rijk.
De zoon van Maximiliaan en Maria, Filips I van Castilië, ( zgn. Filips de Schone), trouwde met de Spaanse prinses Johanna de Waanzinnige. Dit zou tot gevolg hebben dat de Habsburgers een rijk opbouwden dat bestond uit drie delen: een Oostenrijks, een Spaans en een Bourgondisch deel.
De Oostenrijkse, Spaanse en Bourgondische gebieden kwamen via Maximiliaan bij overerving
terecht bij zijn kleinzoon keizer Karel V. Karel was in 1500 in Gent geboren en werd
later tevens keizer van het Heilige Roomse Rijk. Toch moest hij voor een klein deel
van zijn Zeventien Provinciën, waaronder Vlaanderen, nog steeds trouw zweren aan
zijn rivaal de Franse koning. Beide vorsten waren het eens dat dit uit de tijd was
en in de Pragmatieke Sanctie werd er besloten dat alle zeventien gewesten losgemaakt
werden van zowel Frankrijk als het Duitse Rijk. Karel had zoals alle vorsten uit
zijn tijd zijn zinnen gezet op het versterken van zijn persoonlijke macht ten koste
van de regionale adel en de vrijwel onafhankelijke steden. De rechten van de oude
feodale adel met zijn vele graven en hertogen ging betrekkelijk gemakkelijk in zijn
handen over, maar met de grote steden van het Zuiden had hij het niet zo gemakkelijk.
De tegenzin tegen zijn centralistische politiek nam langzamerhand toe. Hertogdom
Gelre bleef onder hertog Karel van Gelre] lang buiten zijn rijk en pas in 1543 werd
Karel ook Hertog van Gelre. In de 16e eeuw nam een deel van bevolking van de Nederlanden
deel aan de reformatie (hervorming) en werd dus protestant. Filips II van Spanje,
zoon van Karel V, was strikt Rooms-
Tachtigjarige Ooorlog ( 1568-
De pogingen van Filips II van Spanje om de protestanten, die in de Nederlanden vooral
van Calvinistische signatuur waren, te onderdrukken en om regering, rechtspraak,
en vooral belasting ( fiscaal ) te hervormen en te centraliseren, leidden tot een
opstand. De Stadhouder van de Spaanse koning Willem van Nassau, Prins van Oranje,
liep over naar de opstandelingen en nam later zelfs de leiding in de opstand. Hoewel
er ook in het Zuiden veel wrevel tegen de koning was, begon de openlijke opstand
in Holland (Den Briel op 1 april 1572) en Zeeland. De opstand van Holland werd officieel
bekrachtigd tijdens de Eerste Vrije Staten-
In de Unie van Utrecht (1579) vormden de zeven noordelijke provincies de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Die delen van het Zuiden die meededen met de opstand werden al spoedig door de koning heroverd. Antwerpen bijvoorbeeld viel in 1585. Veel handelaren en mensen met allerlei vaardigheden vluchtten naar het Noorden.
De onafhankelijkheids strijd sleepte zich nog voort tot 1648 en wordt ook wel de Tachtigjarige Oorlog genoemd. Tijdens deze periode werd er niet continu gevochten. Hoewel er soms flinke belegeringen en veldslagen plaatsvonden, waren er ook lange periodes van vrede, zoals het Twaalfjarig Bestand.
Bij de Vrede van Westfalen in 1648 te Munster, werd de onafhankelijkheid van de Republiek eindelijk door Spanje en ook internationaal erkend. Ook werd bevestigd dat de Republiek geen deel meer was van het Heilige Roomse Rijk. Het Zuiden werd daar wel weer een deel van, inclusief Vlaanderen.
De nieuwe Republiek werd wel de Grote Uitzondering van de 17e eeuw genoemd, omdat
in tegenstelling tot de meeste landen in Europa de ''derde stand'', vooral de handelaren
van de steden, het voor het zeggen kregen. Zij ruilden een feodaal systeem in voor
iets nieuws dat later kapitalisme zou gaan heten. In Antwerpen kwamen al handelaars
samen bij een effectenbeurs om aandelen te verhandelen. Amsterdam nam dat over en
spoedig waren er verzekeringsmaatschappijen en zelfs de eerste speculatie-
Gedurende de Tachtigjarige Oorlog begon ook de grootschalige overzeese handel in
Nederland: De Nederlanders jaagden op walvissen rond Spitsbergen, handelden in specerijen
uit India en de Indonesische archipel, en stichtten koloniën in Brazilië, Nieuw-
Het politieke bestel was eigenlijk al verouderd voordat de vrede getekend was, maar omdat veranderingen in het systeem al gauw gelijkgesteld werden aan de opdringerigheid en dwingelandij van de afgezworen koning, werd het systeem tot 1795 niet veranderd.
In 1650 stierf Willem II van Oranje-
De Republiek en Engeland kwamen opnieuw in conflict, en in 1665 verklaarde Engeland
de oorlog (Tweede Engels-
1672 werd in Nederland bekend als het '' rampjaar''. Engeland verklaarde de Republiek
de oorlog, en zowel Frankrijk als de bisdommen Münster en Keulen deden hetzelfde.
Frankrijk, Keulen en Münster vielen de Republiek binnen; een Engelse landings poging
werd ternauwernood verijdeld. Raadspensionaris mr. Johan de Witt en zijn broer Cornelis
de Witt werden door het Haagse gepeupel op gruwelijke wijze vermoord. Willem III
van Oranje-
Nadat koning Jacobus II van Engeland onttroond was door het Engelse Parlement, werd
diens schoonzoon, stadhouder Willem III, in 1689 gevraagd om ook koning van Engeland
te worden. Willem had daar wel oren naar en viel met een reusachtige vloot (zelfs
veel groter dan de Spaanse Armada van 100 jaar eerder) bemand met een grotendeels
Nederlands leger Engeland binnen, ontbond het Engelse leger en gaf de soldaten van
zijn tegenstribbelende schoonvader Jacobus het bevel Londen te verlaten. Deze vluchtte
naar Ierland en nadat hij de Slag aan de Boyne verloor vluchtte hij naar Frankrijk.
Zo liepen er dus een tijdlang Nederlandse soldaten op wacht in de straten van Londen.
Wat dat betreft zijn de Nederlanders de laatsten die Engeland 'veroverd' hebben,
hoewel je het met goed recht ook zou kunnen zien als slechts een volgende troonswisseling,
waarvan er in de Engelse geschiedenis zo veel zijn geweest -
Willem III bracht tevens zijn bankiers en raadgevers naar Londen en voerde economische
verbeteringen door. Vanaf zijn tijd begon Engeland steeds meer de Republiek te overvleugelen,
vooral in de koloniale handel. Voor een deel kwam dat omdat Engeland nu (ironisch
genoeg grotendeels door Willems hervormingen) een goed functionerend Centraal gezag
had. Maar de grootste reden voor deze 'trend wisseling was de sterk toegenomen bevolking
van Engeland, die in het algemeen goed was opgeleid en daarmee dus bovendien de productie
per persoon kon vergroten. Bovendien wist het vernieuwde Engelse bestuur heel goed
waar de prioriteiten lagen voor een handels-
In Nederland daarentegen werden de regenten ondertussen steeds gezapiger; ze hadden het goed, waarom zouden ze ook maar iets veranderen? De eens zo oppermachtige vloot werd sterk verwaarloosd en rotte weg in de havens. Alarmerende waarschuwingen vanuit marine en leger werden in de wind geslagen. De regenten hadden niet in de gaten, of waarschijnlijker, het interesseerde hen niet dat de rest van Europa niet stil bleef staan en hen economisch, technisch en militair inhaalde.
Toen het in de eerste helft van de 18e eeuw weer eens minder goed ging met de Republiek zochten de regenten een nieuwe “sterke man “ en werd de Friese stadhouder onder de naam Willem IV in 1747 stadhouder in de hele Republiek. Hij kreeg bijna koninklijke macht maar overleed reeds vier jaar later. Zijn zoon Willem V werd toen stadhouder.
Nederland was na Frankrijk het 2e land dat de Verenigde Staten erkende, en de Britten
verklaarden het de oorlog om te voorkomen dat Nederland eerst met andere neutrale
landen een alliantie zou gaan aangaan en dan alsnog in de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog
betrokken zou raken. Deze vierde Engelse Ooorlog ( 1780-
Na de Franse Revolutie vielen de Franse troepen in 1795 Nederland binnen. Zij bezorgden daarbij de Patriotten, die samen met de Franse legers weer terugkeerden, alsnog de macht en vestigden de Bataafse Republiek. Stadhouder Willem V vluchtte naar Engeland.
De Republiek werd echter al snel verscheurd door de onderlinge twisten van de Patriotten: er vonden binnen korte tijd zelfs verscheidene staatsgrepen plaats. In 1801 werd na een grondwetswijziging het Bataafs Gemenebest ingesteld, als vervanging van de Republiek.
Ondanks vele wijzigingen was de inmiddels aan de macht gekomen Napoleon nog niet
tevreden. In 1806 vormde hij het Bataafs Gemenebest ( waaraan het Duitse Oost-
Intussen had het naar Engeland gevluchte huis van Oranje een verdrag met de Britten gesloten, waarbij deze de kolonies in “onderpand” kregen. Aan de koloniale gouverneurs werd door de stadhouder de opdracht gegeven zich aan de Engelsen over te geven. Hierdoor kwam een einde aan een groot deel van de Nederlandse koloniale macht: Guyana en Ceylon werden nooit meer teruggegeven, de Kaapkolonie daarentegen wel, maar ook deze kolonie werd in 1806 opnieuw, en nu definitief, door de Britten bezet.
Nadat de napoleonse troepen zich in 1814 hadden teruggetrokken, kwam Nederland als
staat terug op de kaart van Europa. Nederland had altijd al een belangrijke rol gespeeld
als buffer om de Franse expansie drift in toom te houden, en in het bijzonder de
staar van Rusland wilde dat zo houden. Hij vroeg daarom om teruggave van de Nederlandse
koloniën en herstel van de vooroorlogse situatie. De Britten dachten daar echter
anders over. Ze wilden de rijke en strategisch belangrijke Nederlandse koloniën bij
hun eigen overzeese Imperium voegen en wilden de Nederlanders daarvoor compenseren
door hen meer grondgebied aan hun oost en zuid grenzen te geven. De Oostenrijkers
hadden daar wel oren naar want ze wilden eigenlijk af van hun Zuid-
Prins Willem Frederik van Oranje, de zoon van de laatste stadhouder van de Republiek,
Willem V, probeerde deze optie door te drukken. Pruisen, dat in het zelfde gebied
uitbreiding nastreefde, had hier begrijpelijker wijze ernstig bezwaar tegen. Op het
congres van Wenen ( 1814-
Verenigd Koninkrijk der Nederlanden
Nederland werd een monarchie met Willem Frederik als koning Willem I. Nederland omvatte toen Nederland, België en Luxemburg.
Willem pakte de wederopbouw voortvarend aan en stimuleerde handel en industrie. Zo liet hij talrijke kanalen en wegen verbeteren.
Helaas de Belgen voelden zich achtergesteld in bestuur en leger. Bovendien waren er grote religieuze verschillen ( het katholieke zuiden en het protestantse noorden ), economische en taalkundige verschillen. Bovendien werden deze verschillen geaccentueerd en aangewakkerd door Frankrijk, dat immers niets moest hebben van een sterke bufferstaat aan zijn grens, en meende recht te hebben op de Zuidelijke Nederlanden.
In 1830 kwamen de spanningen tot een uitbarsting. De Belgen kwamen in opstand na grote rellen en verklaarden zich onafhankelijk na mislukte pogingen ter vereniging met Frankrijk dat de Britten en Pruisen natuurlijk niet zagen zitten en nadrukkelijk verhinderden. Na een oorlog van slechts enkele dagen, was Willem I gedwongen toe te geven. Bij het Verdrag van Londen in 1832 stond België oostelijk Limburg en Luxemburg af aan Nederland, waardoor het huidige Limburg definitief bij Nederland kwam. Zo ook Maastricht, dat vanaf 1830 tot 1839 geisoleerd was geweest. Dit Verdrag werd echter in 1839 door Nederland geratificeerd.
© Copyright Paul Serrij 2009-