De oorsprong van Rotterdam gaat terug tot in de 13e eeuw.

Ter hoogte van de Hoogstraat, waar deze de huidige spoorweg tunnel kruist, is het hedendaagse Rotterdam ontstaan door het opwerpen van een dam in de Rotte. ( zie fig. 8 )

In 1296 verleende de Zeeuwse edelman Wolfert van Borsele, die voogd was over Graaf Jan I van Holland, een zoon van Floris de V, Rotterdam voor de eerste keer stadsrechten.

Echter door het overlijden van Jan I en de moord op Wolfert verwaterden de stadsrechten en bleef Rotterdam een onbetekenende plaats. In 1328 werden voor het eerst eigen bestuurders aangewezen en een school gesticht.

Reeds in 1329 verrees aan de Hoogstraat de eerste herberg, het zgn. Gasthuis. Later werd dat ook gebruikt voor het opnemen van zieken.

Vanaf 1428 huurde het toenmalige stadsbestuur enkele vertrekken in het Gasthuis, om dienst te doen als stadhuis. Reeds voor 1547 werd het Gasthuis geheel in gebruik genomen als raadhuis en na een verbouwing in 1609 en een uitbreiding in 1709 bleef het tot 1920 dienst doen als stadhuis. ( zie fig. 7a en 8a )

 

fig. 7a  Stadhuis in 1609  Voorzijde   

fig. 8a  Stadhuis Achterzijde 1709

 fig. 8

In 1340 verleende Graaf Willem IV  ( zie fig. 9 ) Rotterdam definitief stadsrechten en tot omstreeks 1490 breidde het grondgebied gestaag uit.

Het is niet precies bekend wanneer Rotterdam zijn stadswapen kreeg, maar aangenomen wordt dat dit gebeurde met het verlenen van de stadsrechten in 1340. ( zie fig. 9a )  Ook verleende hij vrijdom van tol en gaf hij toestemming om een aftakking van de Schie te graven, die vanaf 1348 de verbinding vormde tussen Delfshaven, Delft, Leiden en andere Hollandse steden.

De wapenspreuk ( Sterker door Strijd )is pas in de 20e eeuw op het wapen aangebracht. ( 1948 )

In 1358 werden de grachten gegraven, die de bekende stadsdriehoek vormde: Goudsesingel-Coolse Vest en Schievest.

In 1920 werd het huidige stadhuis in gebruik genomen, dat in de 2e wereld oorlog gespaard is gebleven van de vele bombardementen die Rotterdam toen troffen. ( zie fig. 10)   In 1563 heeft er een grote stads brand gewoed die het oostelijk deel van de stad in de as legde. Het werd een onrustige tijd.  De Hervorming brak in de Nederlanden door, de Tachtigjarige oorlog ( 1568-1648 ) ontbrandde en ook aan Rotterdam gingen deze tijden niet ongemerkt voorbij.

 

fig. 9                                                                                                                                                                           

fig. 9a

Toen Bossu, de Spaanse stadhouder over Holland, Zeeland en Utrecht, zijn poging om Den Briel in te nemen, door Lumeij werd afgeslagen, trok hij naar Rotterdam. Daar koelde hij zijn woede op de burgers en een verschrikkelijk bloedbad aanrichtte. ( zie fig. 11 )  Vandaar uit werd op de 10e april 1572 Delfshaven en Overschie verrast en geplunderd.

 

fig.10 Stadhuis 1920 tot heden

In 1572 sloot Rotterdam zich aan bij de Geuzen. ( opstandelingen tegen de Spaanse overheersing ) Antwerpen en Amsterdam bleven echter onder Spaans gezag. Hiermede kreeg Rotterdam een bevoorrechte positie, omdat het aan open water naar zee lag. Er werd op Engeland, Schotland, Rijnland, Frankrijk en het Oostzeegebied gevaren.

In 1574 was Leiden door de Spanjaarden ingesloten en de nood was daar erg groot. Een uiterst middel werd aangegrepen om te trachten de stad te ontzetten. De Maas en IJssel dijken werden doorgestoken en de sluizen van Rotterdam, Delfshaven en Schiedam geopend. De overstroming richtte grote schade aan, aan land en gewas, doch Leiden, en met haar Holland, werd gered.

Kort voor 1600 begonnen de reizen naar het verre Afrika,  Amerika en Oost-Indie.

Onder Johan van Oldenbarnevelt, deze was pensionaris van Rotterdam, werd de grondslag gelegd als havenstad.

Rond 1600 telde Rotterdam ong. 20000 inwoners, ( zie voor plattegrond fig. 12 ).  De vangst van haring, het brouwen van bier en de lakenbereiding waren voor het jaar 1600 welvaarts bronnen bij uitstek, ook onstonden er scheepvaart gebonden bedrijven zoals;

Scheepstimmer bedrijven, touwslagerijen en zeilmakerijen.  In 1597 werd Rotterdam’s oudste en tevens s' lands eerste koopmansbeurs gebouwd.

 

 fig. 11

 

fig. 12

Behalve handelsstad was Rotterdam ook een belangrijke marinestad van de Republiek. Verscheidene beroemdheden hadden hun domicilie in Rotterdam :

Piet Heijn,  Maarten Harmensz Tromp, Witte Corn.zn de Wit,  Egbert Meussen Cortenaer,  Jan de Liefde en  Aert van Nes.

Het geboorte huis van Piet Heijn bestaat nog steeds in Delfshaven.  (Zie ook de pentekening fig. 13 )

Rotterdam werd in 1813 in erbarmelijke omstandigheden achter gelaten door de Fransen. In de daarop volgende 30 jaar verdubbelde de bevolking, met als gevolg dat door ziekten als cholera e.d.,  er veel zieken waren en sterfgevallen plaats vonden. Dit was de aanleiding dat er een grootschalig zieken-huis werd gesticht aan de Coolsingel. In 1858 werd er door ing. Pieter Caland een plan gepresenteerd dat de doorbraak naar zee bij Hoek van Holland omvatte. Pas in 1872 was het mogelijk hiervan gebruik te maken.

De bloei van Rotterdam manifesteerd zich ook in het aantal inwoners;

In het jaar     1496                      972  huizen                          6000  zielen

                    1514                      1173     “                               7000     “

                    1553                     1200     “                               7200     “

                    1622                                                                22500     “

                    1675                                                                45000     “

                    1700                                                                50000     “

 

Zie voor plattegrond van Rotterdam omstreeks 1872 ( zie fig. 14 )

 

Pas in de 19e eeuw werd het havenareaal verder uitgebreid wat als gevolg had dat de bevolking explosief groeide.

Als gevolg van de expansie drift van de gemeente Rotterdam, zijn vanaf medio 1850 er een aantal tot dan toe zelfstandige gemeenten, t.w. Charlois, Delfshaven, Hillegersberg, Hoogvliet en Katendrecht

(dat door het graven van havens verdween)  geannexeerd . Slechts een brede haven pier tussen de Maashaven en de Rijnhaven heeft tot aan de jaren 1970-1975 de beruchte naam  Katendrecht behouden, een concentratie van prostitutie voor de langs komende zeelui. Kralingen en Overschie, ( dat al dateert vanaf het jaar 929 ), Pernis, Schiebroek en IJsselmonde, werden eveneens geannexeerd.

fig. 13

Hoewel Nederland zich buiten de eerste wereldoorlog wist te houden, wilde dit niet zeggen dat de bevolking hiervan geen hinder ondervond.

Met name in Rotterdam werden zee- en landmacht  ( Rotterdam was immers een garnizoensplaats van de Mariniers ) en alle landweermannen  op 31 juli 1914 opgeroepen.

Vier jaar lang waren zij onttrokken aan hun dagelijkse arbeid als gevolg van de mobilisatie.

Omdat noch Engeland noch Duitsland toestonden dat schepen onder neutrale vlag met een vijandige natie handel dreven, maakten de Rotterdamse handel en scheepvaart zware tijden door.

Daarbij kwam dat als gevolg van het oorlogsgeweld in Belgie, zo’n 1 miljoen Belgen naar Nederland vluchtten. Hierdoor werd er een flink beroep gedaan op het “ Algemeen Steun Commitee “.

De jaren tussen de twee wereldoorlogen gingen ook aan Rotterdam niet ongemerkt voorbij. Malaise alom, grote armoede en werkloosheid.

Op 10 mei 1940 werd Nederland door de Duitsers overrompeld en waren wij in oorlog. De Duitsers wilden graag de Maasbruggen ongeschonden in handen krijgen,  wat ze uiteindelijk  door de capitulatie van Nedeland ook is gelukt, om zich zodoende een toegang te verschaffen tot de vesting Holland.

Rotterdam kreeg het in de eerste fase zwaar te verduren. Op 10 mei, in alle vroegte, werd het vliegveld Waalhaven door parachutisten overvallen en veroverd.

Door de snelle bezetting van de zuidelijke bruggen hoofden en het Noordereiland, was de Linker Maas oever in het bezit van de Duitse troepen gekomen.

Al op 12 mei werden enkele stations gebombardeerd op de noordelijke oever. Door het hergroeperen van de Mariniers, die waren gelegerd in Rotterdam, werden de Duitsers terug gedrongen en werd met ware doodsverachting het noordelijk bruggenhoofd in bezit  gehouden. ( Er zijn vele boeken geschreven omtrent de gevechtshandelingen in Rotterdam )

Op 14 mei werd ‘s middags een zwaar bombardement uitgevoerd door de Duitse luchtmacht, waardoor het grootste deel van het centrum van Rotterdam verloren ging en een groot aantal dodelijke slachtoffers onder de burgerbevolking ( 600-900 )  was te betreuren.

Zo’n 25000 woningen waren verdwenen en 75000 mensen verloren huis en haard.

Dit bombardement heeft het aanzicht van Rotterdam van na de oorlog bepaald. ( zie fig. 15 en 16)

 

fig.15 vóór 1940

Zadkine monument

fig.16 na 1940

Het is thans een vooruit strevende en nijvere stad met vele zeer moderne gebouwen en winkelcentra.

Rotterdam ging mee in de vaart der volkeren en wist zich snel te herstellen. Op dit moment wonen er zo’n 780.000 mensen ( 1998 ) Vanaf 1946 t/m 1968 heb ik zelf de wederopbouw van de stad van dichtbij mogen aanschouwen en ook daarna ben ik talloze malen in Rotterdam geweest en de vele veranderingen in de stad waargenomen. ( zie fig. 17 enz. )

Het werd s werelds grootste, drukste en belangrijkste haven voor stukgoed, fruit, olie op- en overslag, chemische industrie en met in de jaren 60 de opmars van het containervervoer, met als gevolg een aanwas van de bevolking.

Nieuwe wijken in Overschie ( veelal gebouwd om oorlog's gedupeerden onder te brengen ) , Schiebroek, Terbregge en op de zuidelijke oever Zuidwijk, Pendrecht en vele andere, werden over verschillende decennia gebouwd.

Ook in de binnenstads wijken werd veel nieuwbouw en renovatie uitgevoerd.

Thans zijn er nog twee zeer belangrijke gebouwen die uit de 15e en 16e eeuw dateren en 1 gebouw uit de 19e eeuw, resp. De Grote of St.Laurenskerk, Het Schielandshuis en Het Wittehuis. ( zie fig. 16 a )

Toen het Witte huis werd gebouwd werd dit als de eerste wolkenkrabber van Europa gekwalificeerd. Thans zijn er woon en kantoorflats die vele meters hoger zijn.

 

 

 

 

 fig. 16 a

fig.17     enz.   

Ten eerste;  De Grote of St-Laurenskerk is Rotterdams oudste nog bestaande gebouw.

Deze werd gebouwd van 1412-1436. Rond 1550 was de kerk gereed zoals we hem nu kennen. ( zie fig. 19 a )

Toch ontbrak er nog een torenspits. Niemand minder dan Hendrick de Keijser ontwierp een fraaie houten spits die van 1621 t/m 1645 de kerktoren heeft gekroond.  ( zie fig. 19 )

Echter door gebruik van inferieur hout heeft men besloten de spits in 1645 er weer af te breken.

Nadat de kerk in 1572 voor de Gereformeerde eredienst in gebruik was genomen, begon de grote “zuivering “, : beelden en altaren werden verwijderd, kapellen verhuurd als opslagplaatsen en de muren wit gekalkt.

In 1660 werd het gegoten carillon aangebracht en in 1707 een nieuwe preekstoel met doophek ingewijd.

Het koor werd in 1715 door een koperen hek afgesloten, en rond 1800 is het beroemde grote orgel aangebracht.

 fig. 19a

fig. 19

Ten tweede;  De eerste twee Gemeenlandtshuizen van Schieland stonden aan het Rode Zand tot 1624 en aan de Hoogstraat ( 1624-1665 ).

In de jaren 1662-1665 werd door de Rotterdamse bouwmeester Jacob Lois een nieuw gebouwd, dat gerekend mag worden tot de fraaiste bouwwerken van de stad. ( zie fig. 20 en 20 a )

fig.20

 fig. 20a

Het fungeerde als waardige ontvangstgelegenheid, Keizer Napoleon ( zie fig. 21 ) in 1811  en  Tsaar Alexander ( fig. 21a ) in 1814, hebben er vertoefd.

In 1841 werd het gebouw stadseigendom. Sindsdien zijn er gevestigd geweest, het Museum Boymans, Academie voor Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen, het Gemeente Archief en het Museum van Oudheden ( tegenwoordig Historisch Museum ).

In 1864 heeft er ook een grote brand in gewoed waarbij veel is verwoest. Het is gewoon herbouwd.

In 1980 heeft er een grote verbouwing plaats gevonden waarbij het pand in de oorspronkelijke staat is hersteld.

Ook aan het huidige Haringvliet staan nog enkele reders panden uit de 16e en 17e eeuw.

 

Hiermede wil ik dit overzicht besluiten. Heeft u nog geen kennis genomen met deze bruisende stad, dan is het  zeker de moeite waard om het moderne Rotterdam te komen aanschouwen.

 

 

 

  fig. 21

  fig. 21 a

Homepage
Top.

Het huidige interieur van de Laurenskerk

Schielandshuis  Anno 2009

 

De Serrij Familie

 

Geschiedenis van Rotterdam

Dit schilderij hangt in het Maritiem museum

Onderstaand nog enkele indrukken van het nieuwe Rotterdam anno 2010

fig . 14                                                                                          

©     Copyright   Paul Serrij   2008-2018

Scheepvaart op de Maze voor Rotterdam

De Bestorming van Rotterdam vond plaats tussen 7 en 9 april 1572 tijdens de Tachtigjarige Oorlog.

Op 7 april arriveerde een Spaans garnizoen in Rotterdam dat een nederlaag had geleden in de buurt van Voorne tegen de Geuzen. Via Rotterdam hoopten ze naar Delfshaven te komen om daar de Geuzen te kunnen grijpen. De katholieke inwoners van Rotterdam hadden de Spaanse invallers al erkend als hun heersers, maar de merendeels hervormde bevolking had dat niet. Daarbij kwam nog dat 8 april een feestdag was en de Rotterdammers niet van zins waren de Spanjaarden binnen de stad te laten. Bij het invallen van de nacht op 8 april wilde het Spaanse Garnizoen de Oostpoort forceren, maar de bevolking hield stand, pas bij het ochtendgloren rees er verdeeldheid onder de bevolking en door middel van onderhandelingen tussen Hubert Duifhuis, abt van de Sint-Laurenskerk en gouverneur Bossu, werd er besloten dat de Spanjaarden in kleine aantallen naar binnen konden. Vrijwel direct stormde het Spaanse leger op de poort af en er vielen doden en gewonden onder de Rotterdamse burgers.

Eenmaal binnen de stadsmuren werden er nog eens veertig Rotterdammers omgebracht, hierbij bevond zich ook de toenmalige burgemeester Jan Jacobsz Roos. Het wordt voor mogelijk gehouden dat de Geuzenleider Lumey uit wraak de Martelaren van Gorkum heeft omgebracht als tegenactie later dat jaar. Uit woede en frustratie besmeurden en schieten de Spanjaarden het beeld van Erasmus kapot (het was toen nog van hout), uiteindelijk belande het beeld in het vuur[1]. De Spanjaarden onder Bossu weten zich meester te maken van Delfshaven en bereiden zich een maand voor om ook Den Briel weer in te nemen, echter dreigt Lodewijk van Nassau Rotterdam in te nemen en het Spaanse garnizoen verlaat op 24 mei 1572 de stad en trekt zich zuidwaarts terug.